Samsom, Nicolaas (1844-1917)

 
English | Nederlands

SAMSOM, Nicolaas (1844-1917)

Samsom, Nicolaas, uitgever (Koudekerk aan den Rijn (Z.H.) 6-6-1844 - Alphen (Z.H.) 21-9-1917). Zoon van Jacobus Baltus Samsom, leerlooier, later burgemeester en secretaris-ontvanger, en Grietje Dam. Gehuwd op 7-12-1871 met Neeltje Molenaar (1851-1946). Uit dit huwelijk werden, behalve 1 jong overleden dochter, 5 zoons en 5 dochters geboren.

afbeelding van Samsom, NicolaasDe Samsoms zagen zich na 1854 gedwongen in soberheid en bescheidenheid te leven. Vader Samsom was sinds 1850 burgemeester en secretaris-ontvanger van Koudekerk en Hoogmade, maar werd uit die functies - in respectievelijk 1852 en 1854 - ontslagen. In 1853 werd het faillissement van hun leerlooierij uitgesproken. Op Nicolaas, de vierde van de acht kinderen, maakten al deze gebeurtenissen een onuitwisbare indruk.

Met zuinigheid en vlijt trachtten de ouders de weg omhoog weer te vinden. Vader Samsom ging in 1856 werken op het gemeentehuis van Hazerswoude en verrichtte daarnaast schrijfwerk voor notarissen. Moeder dreef, beginnend vanuit het venster van de huurwoning, een winkeltje in kruidenierswaren met garen en band. Vanaf 1856 liet Samsom senior zich bijstaan door de toen twaalfjarige Nicolaas, die vanwege zijn fraaie handschrift adressen en brieven mocht schrijven. 's Avonds volgde de jongen lessen op de Franse school in Leiden.

In 1868 solliciteerde Samsom - op sterke aandrang van zijn moeder - naar de functie van gemeentesecretaris in Alphen en werd tot zijn grote verbazing benoemd. Bij zijn werk ter secretarie kreeg hij volop de gelegenheid eigen initiatieven te ontplooien. Zo stelde hij volontairs aan, die hij lesgaf in staatsinrichting en gemeenterecht, en deed hij voorstellen tot wijziging van regels en procedures. In 1871 volgde zijn aanstelling tot gemeenteontvanger en trouwde hij met zijn nicht Neeltje Molenaar. Omstreeks die tijd verlieten Samsom en zijn vrouw de Nederlandsche Hervormde Kerk en voegden zij zich bij de plaatselijke Broeders en Zusters van de Vergadering van Gelovigen, een geestelijke stroming voortgekomen uit het Reveil.

De Gemeentewet van 1851 had niet alleen uniformiteit in inrichting en bevoegdheden van gemeenten ten gevolge, maar bracht ook vele nieuwe administratieve taken tot ontwikkeling. Binnen de overheidsadministratie deed de behoefte aan formulieren zich in toenemende mate gevoelen. Samsom zette zich aan het ontwerpen van formulieren die qua uitvoering en taal waren toegesneden op de gebruikers. Collega's uit andere gemeenten, die in dezelfde situatie zaten, maakten graag - en tegen betaling - van Samsoms kennis en inzichten gebruik.

Op 1 november 1882 opende Samsom te Alphen zijn Speciale Inrichting voor de Gemeente-Administratie. Het officiële begin van zijn uitgeverij was daarmee een feit. Hij ontwikkelde een periodiek systeem, aan de hand waarvan voor gemeenten en polders data werden vastgelegd waarop bepaalde werkzaamheden moesten geschieden. De uitgave van daarbij behorende 'deeglijk saamgestelde modellen op duurzaam papier' werd een succes. Voor zijn uitgeversactiviteiten kreeg Samsom de beschikking over een eigen ruimte binnen het gemeentehuis, want de burgemeester van Alphen, A.P. Zaalberg, verleende hem alle medewerking. Deze was zelf een bekend auteur van handboeken voor gemeenteadministratie. Zijn in 1881 gepubliceerde De praktijk onzer Gemeentewet gold als een standaardwerk.

In 1883 kocht Samsom het oude dorpshuis 'Amstelstein' in Alphen, waar hij met zijn inmiddels vijf kinderen tellende gezin ging wonen. De zaken liepen voorspoedig, en reeds een jaar later kwam de eerste uitbreiding tot stand. Naast een eigen drukkerij en binderij werd er een pakhuis met expeditie- en kantoorruimte ingericht. In 1884 nam Samsom een werknemer in dienst die werd belast met schrijfwerk en verzending; het jaar daarop trok hij zetters en drukkers aan. Zelf nam hij met ingang van 1 januari 1886 ontslag als secretaris-ontvanger om zich voortaan geheel te kunnen wijden aan de uitgeverij.

Klantgerichtheid vormde de grondslag van Samsoms bedrijfsfilosofie. Het is niet onwaarschijnlijk dat hij behoorde tot de eersten in Nederland die van de aanvang af gebruikmaakten van een bewuste vorm van 'direct mail'. Om zijn producten onder de aandacht te brengen, gaf hij vanaf januari 1886 het Maandblad voor de Inrichting van de Gemeente-Administratie uit. Het werd gratis toegezonden aan gemeentebesturen die bij hem bestelden. In zijn jaren als ambtenaar had Samsom niet alleen ideeën, maar ook belangrijke contacten opgedaan. Burgemeester Zaalberg liet als een van de eersten zijn publicaties bij hem uitgeven. Ook met Jac. van Waning, die als volontair bij hem had gewerkt en een autoriteit werd op het gebied van handboeken voor de gemeenteadministratie en de politie, werkte Samsom nauw samen. Spoedig gingen ook provincies en waterschappen tot de klantenkring behoren. Daarnaast begon Samsom met het uitgeven van wetsteksten en wetscommentaren, tijdschriften op het gebied van de overheidsadministratie en formulieren ten dienste van het onderwijs. Ten slotte bood hij schrijfbenodigdheden aan.

De stroom van wetgeving die in de tweede helft van de 19de eeuw op gang kwam, had grote gevolgen voor de omzet van de 'Alfense Inrichting'. Tienduizenden formulieren, registers en modellen vonden hun weg naar de gebruikers. De Wijzigingswet van de minister van Binnenlandse Zaken van 1889 bracht bijvoorbeeld een begin van subsidieverlening aan bijzondere scholen. Dit betekende - ook voor de openbare scholen - dat er administratieve eisen werden gesteld, waarbij de formulieren van Samsom een welkome hulp vormden.

Vanaf 1889 begon Samsoms jeugdvriend Hugo la Rivière, oud-burgemeester van Benthuizen en vervolgens 'uitgever van drukwerken en kantoorbehoeften ten dienste van gemeenten en andere burgerlijke administratien' te Zwolle, als depothouder Samsoms producten onder eigen naam uit te geven. Daarmee werden de noordelijke en oostelijke provincies bestreken, hetgeen de afzetmogelijkheden deed toenemen en de distributie belangrijk verbeterde.

In 1888 was Samsoms oudste zoon, Jacobus Baltus - in de wandeling 'J.B.' genoemd -, op veertienjarige leeftijd in de zaak gekomen. Hij werd een belangrijke steunpilaar voor zijn vader. Naast de in- en verkoop hield hij zich bezig met voorraadbeheer en de expeditie. Met het financiële beleid bemoeide hij zich vooralsnog niet. Dat veranderde toen er op dit gebied kort na 1900 moeilijkheden optraden. Samsom verkocht zijn producten tegen een te lage prijs. Bovendien viel de Rotterdamsche Bank weg als adviseur en financier, toen deze onder staatstoezicht kwam te vallen en plaatselijke kantoorhouders minder vrijheid van handelen kregen. Het gevolg hiervan was dat er problemen ontstonden met de liquiditeit en dat de bank weigerde de kredietlimiet te verhogen. Zij konden echter terecht bij de pas geopende Alphensche Bank en bepaalden voortaan samen het financiële beleid, waarbij voornamelijk 'J.B.' het roer in handen had. In 1904 werd J.B. Samsom als medefirmant in de zaak opgenomen.

Het bedrijf groeide verder in nauwe samenhang met het zich ontwikkelende openbaar bestuur. Samsom was een zeer stipte en veeleisende patroon. Niet alleen hanteerde hij een boetesysteem, maar ook werd van de personeelsleden nauwkeurig een 'Maandlijst van het te-laat-komen of verzuim, dat buitentijds moet worden ingehaald' bijgehouden. Hij schroomde niet om mensen te ontslaan, wanneer ze naar zijn mening niet pasten in de werksfeer van het bedrijf. Daar stond tegenover dat hij geregeld enkele vrijgekomen gevangenen een baan aanbood om ze weer een plaats in de maatschappij te geven. Ook kregen de werknemers tijdens ziekte doorbetaald en werd er 'kindergeld' uitbetaald. Verder liet Samsom - in een tijd waarin vaak tot zeven uur 's avonds werd doorgewerkt - op zaterdag het werk om vier uur beëindigen, zodat zijn personeel een goede voorbereiding op de zondag kon genieten.

In 1911 onderging Samsom een voor die tijd ingrijpende galoperatie, waarvan hij slechts moeizaam herstelde. De leiding van de onderneming berustte toen al vrijwel geheel bij 'J.B.', want 'de oude mijnheer Nico' trok zich meer en meer uit de onderneming terug. Ook de zonen Nicolaas en Willem kwamen, respectievelijk in 1913 en 1915, in het bedrijf en zouden in 1918 als medefirmanten worden opgenomen. Na een kort ziekbed ten gevolge van een longontsteking overleed Samsom op 73-jarige leeftijd in 1917.

A: Het bedrijfsarchief van de firma N. Samsom NV in de collectie van de Vereeniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels in de Universiteitsbibliotheek te Amsterdam. Het familiearchief-Samsom berust bij de familie.

L: W. Samsom, De aanvang van N. Samsom NV (Alphen aan den Rijn z.j.); Jubileumnummer van Wij varen. Personeelsorgaan van N. Samsom NV (1957); S.J. Fockema Andreae, Een mensenleven in Nederland. Driekwart eeuw ontwikkeling van openbaar bestuur, onderwijs en onderneming (Alphen aan den Rijn 1957); J. Blokker, N. Samsom NV Nieuwbouw, 1959-1960 (Alphen aan den Rijn 1960); Ariejan Korteweg, 'Samsom: een ''eeuw''igheid in Alphen', in Leidsch Dagblad , 28-10-1982; Ridder-Henri Samsom, La canne-épée. Histoire d'un grand-père [Roman] (Brussel 1982); Johan de Vries, Four windows of opportunity. A study in publishing (Amsterdam 1995) 88-94; B. Vos, 'Jacobus Baltus Samsom, een man met capaciteiten?', in Jaarboek [van het] Historisch Genootschap Koudekerk 1996 (Koudekerk aan den Rijn 1996) 50-59.

I: Johan de Vries, Four windows of opportunity. A study in publishing (Amsterdam 1995) 90.

Wim Coster


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 5 (Den Haag 2002)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013