Berretty, Dominique Willem (1890-1934)

 
English | Nederlands

BERRETTY, Dominique Willem (1890-1934)

Berretty, Dominique Willem, eigenaar en directeur van een persbureau (Djokjakarta (Java, Nederlands-Indië) 20-11-1890 - bij Mersa Matru in de Syrische woestijn 20-12-1934). Zoon van Dominique Auguste Leonardus Berretty, onderwijzer en hoofd van een particuliere school, en Salem [een Javaanse vrouw, bij de doop genaamd: Marie]. Gehuwd op 19-6-1912 met Aline Eulodie Marie Berends (1894-1974). Uit dit huwelijk werd 1 dochter geboren. Na echtscheiding (3-9-1914) gehuwd op 6-2-1917 met Irene Stephanie Berends (1888-1978). Uit dit huwelijk werden 2 dochters geboren. Na echtscheiding (21-8-1920) gehuwd op 17-8-1923 met Marguerite Lucie Alphonsine Boubenger (1903-?). Dit huwelijk bleef kinderloos. Na echtscheiding (2-5-1924) gehuwd op 21-4-1925 met Wilhelmina Harmance Martine Duymaer van Twist (1891-1967), actrice. Uit dit huwelijk werden 1 zoon en 1 dochter geboren. Na echtscheiding (28-11-1928) omstreeks 1929 gehuwd met Charlotte Gertrud Reyer (?-?). Na echtscheiding gehuwd met Coquita [achternaam onbekend]. De twee laatstgenoemde huwelijken bleven kinderloos.

afbeelding van Berretty, Dominique Willem

Over Dominique Berretty's jeugd- en jongelingsjaren is weinig bekend. Na twee jaar HBS in Soerabaja volgde hij in zijn geboorteplaats, Djokjakarta, de MULO en verwierf hij daar het einddiploma. Eind 1908 werd hij klerk - de lotsbestemming van veel Indo-Europese jongens - bij de posterijen in Batavia. Van groot belang voor zijn latere carrière was dat hij daar een grondige kennis opdeed van de ligging van de telegraafkabels die Nederlands-Indië met andere delen van de wereld verbonden.

In 1910 werd Berretty corrector en niet lang daarna stadsreporter bij het Bataviaasch Nieuwsblad. Hij ontpopte zich als een creatief journalistiek talent, als een jongeman met tomeloze ambities bovendien. Vanaf omstreeks 1915 werkte hij als redacteur bij de eveneens in Batavia gevestigde Java-Bode. Voor die krant maakte hij reizen naar onder meer de Verenigde Staten, waar hij zich op de hoogte stelde van de recente ontwikkelingen op het gebied van de nieuwsvoorziening. Het plan een persbureau te beginnen werd geboren.

Aan het begin van de 20ste eeuw was de Indische dagbladpers, wat het telegraafverkeer betreft, vooral afhankelijk van wat het Bataviase agentschap van het Britse persbureau Reuters te bieden had. Vooral na 1900 ontstond er een toenemende behoefte aan nieuws van buiten de archipel: het sterk expanderende bedrijfsleven wilde adequaat voorzien worden van beurs- en andere handelsberichten, en de snel groeiende Europese bevolkingsgroep wenste op de hoogte te worden gehouden van het wereldgebeuren. Vooral tijdens de Eerste Wereldoorlog haakte het Indische publiek naar actueel nieuws over de oorlogsverrichtingen in Europa. Maar juist dat laatste bereikte bereikte vaak met vertraging de kolonie.

Op 1 april 1917 stichtte Berretty- met geleend geld - in Batavia het Algemeen Nieuws- en Telegraaf-Agentschap, kortweg Aneta. Vanaf zijn eerste werkdag richtte hij zich op het verkrijgen van meer en sneller nieuws dan zijn directe concurrenten: de vestigingen van het in 1916 opgerichte Nederlandsch Indisch Pers Agentschap (NIPA) en van Reuters in Batavia. De buitengewoon energieke en inventieve Berretty bediende zich daarbij van onorthodoxe methoden. Zo verzekerde hij zich van de diensten van kapiteins van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij, die het scheepvaartverkeer tussen de eilanden onderhield. Zij seinden de telegrammen uit de in Singapore verkregen recente dagbladen naar Batavia.

Het eerste dagblad in Nederland dat Indisch nieuws van Aneta betrok was De Telegraaf. Om te kunnen beschikken over - voor de Indische pers bestemd - Nederlands nieuws engageerde Berretty een bij de Haagse krant Het Vaderland werkzame journalist. Deze seinde - buiten medeweten van zijn werkgever - het belangrijkste Nederlands nieuws door naar Batavia. Niet lang daarna, in 1920, kreeg Aneta een eigen kantoor in Den Haag. Veelvuldig maakte Berretty gebruik van zijn kennis van de loop van de telegraaflijnen. Waren bijvoorbeeld de via Singapore lopende lijnen overbelast, dan liet hij het nieuws dat vanuit Nederland kwam, via Zuid-Afrika doorgeven aan Perth in Australië. Vandaar werd het dan doorgestuurd naar Batavia.

In het voorjaar van 1919 nam Berretty zowel het NIPA als Reuters' agentschap in Batavia over. Daarmee was Aneta's nieuwsmonopolie in de kolonie een feit. Met de Indische nieuwsbladen sloot hij contracten af, waarbij hij zich verbond hun tegen een bepaald tarief telegrafisch nieuws te leveren. In de belangrijkste steden in de archipel werden kantoren geopend.

Berretty kreeg alle - ook financiële - steun van de Indische regering, die niet alleen veel baat had bij de diensten van zijn persbureau, maar bovendien in hem een loyale partner vond, die in geval van politiek gevoelige dan wel met het koloniale beleid strijdige kwesties bereid was het wat minder nauw te nemen met de objectiviteit oftewel, om met andere woorden, 'gekleurd' nieuws te leveren. Met hoge ambtenaren onderhield hij warme relaties. In de pers werd Aneta ervan beticht een 'regeringspersbureau' te zijn.

Berretty was - ook zijn vijanden gaven het toe - een geniale man. Zijn succes was Amerikaans spectaculair en bracht hem rijkdom. Vooral aan het eind van de jaren 1910 betaalde het florerende zakenleven hem fabelachtige bedragen voor actuele handelsberichten. In 1920 had Aneta veertig mensen in dienst; in datzelfde jaar werd op grootse wijze de nieuwe behuizing van het persbureau in Weltevreden ingewijd, symbool van de komeetachtige opmars van Berretty's geesteskind. In een van de wanden was zijn aan Napoleon ontleende lijfspreuk gebeiteld: 'Activité… Activité… Vitesse!'. Na dit hoogtepunt ging het spoedig minder: met de verbetering van de internationale communicatielijnen verminderde de vraag naar Aneta's kostbare dienstverlening. Meer en meer werd Berretty afhankelijk van wat de Indische kranten hem betaalden voor zijn nieuwslevering. De door hem van die kranten gevraagde hogere tarieven leidden tot spanningen. Daarnaast broeide er verzet tegen zijn machtspositie.

Begin jaren twintig kwam Berretty geregeld in botsing met nieuwsbladen. Hem werden partijdigheid, tendentieuze berichtgeving en machtsmisbruik ten laste gelegd. Kranten die kritiek op hem of Aneta leverden, werd bepaald nieuws onthouden. Dat lot trof onder andere het Bataviase Nieuws van den Dag voor Nederlandsch-Indië en het Bataviaasch Nieuwsblad, die onder meer uit onvrede hiermee pogingen ondernamen een tweede persbureau te stichten. De poging mislukte, en Berretty nam wraak door financieel behulpzaam te zijn bij de oprichting, op 15 december 1921, in Batavia van een nieuw - dus de twee genoemde kranten beconcurrerend - dagblad: de West-Java editie van de Indische Courant, een orgaan met een progressieve signatuur, dat het opnam voor de belangen van de (voornamelijk) Europese werknemers.

Het was uitgerekend deze krant waarmee Aneta het jaar daarop in een zeer geruchtmakend conflict terechtkwam. De directe aanleiding daartoe was een ruzie rond het in januari 1922 door Berretty opgerichte weekblad De Zweep, dat door hem onder meer werd gebruikt om zijn tegenstanders te 'striemen'. Uit winstbejag oefende hij druk uit op de kranten om een abonnement te nemen en er evenveel exemplaren van af te nemen als zij abonnees rijk waren. Het tijdschrift wekte veel ongenoegen. Zo vond een deel van het lezend publiek het hierin geboden amusement soms van bedenkelijk allooi; het blad werd onder andere beschuldigd van pornografie en antisemitisme. Bij de nieuwsbladen wekte het wrevel dat soms hun eigen redactie of belangrijke relaties - zoals adverteerders - erin werden aangevallen.

Meestentijds werden de daardoor ontstane wrijvingen in der minne geschikt; men vreesde Berretty immers. De West-Java editie van de Indische Courant bleek hiertoe echter niet bereid. Was er voorheen al sprake van ernstige onmin tussen beide partijen, de bom barstte toen de krant in september 1922 te kennen gaf De Zweep niet meer te willen verspreiden, omdat daarin haar eigen redactie werd beledigd en de inhoud haars inziens ook anderszins ondermaats was. Omdat Aneta's plaatsvervangend directeur, P.R.A. Bekker - Berretty zat in Europa - de zaak op de spits dreef door de Indische Courant, zowel de West- als de Oost-Java editie in Soerabaja, geen telegrafisch nieuws meer te verstrekken, groeide het conflict uit tot een ware rel. De voor haar bestaan vechtende Indische Courant stapte ten slotte naar de rechter, die haar - in februari 1923 - in het gelijk stelde. Aneta diende onmiddellijk weer nieuws te leveren en de krant een aanzienlijke schadeloosstelling te betalen. Hoewel Berretty hiervoor slechts ten dele verantwoordelijk was, had de affaire hem en zijn persbureau ernstige schade gedaan. Na terugkeer in Indië maakte hij schoon schip, stuurde Bekker de laan uit en herstelde de relatie met de Indische Courant. Begin 1923 verkocht hij De Zweep, dat verder ging onder de naam d'Oriënt, Indië's geïllustreerd weekblad.

Al had hij zijn les geleerd, van machinaties ten opzichte van bepaalde organen onthield Berretty zich ook in de volgende jaren niet. Het leverde hem de vijandschap op van de zeer invloedrijke H.C. Zentgraaff, hoofdredacteur van het Soerabaiasch Handelsblad. Deze liet eerst in 1929 de brochure Aneta, pers en regeering verschijnen. Het jaar daarop stuurde hij een aanvullende, aan ministers en leiders van politieke partijen in Nederland gerichte nota, met daarin een reeks beschuldigingen aan het adres van Aneta.

Nadat het sociaal-democratische Tweede-Kamerlid Ch.G. Cramer de kwestie in februari 1930, tijdens de behandeling van de Indische begroting, ter sprake had gebracht, installeerde de regering in Batavia in mei 1930 een onderzoekscommissie. In haar in april 1931 uitgebrachte rapport oordeelde zij Aneta's directie schuldig aan een belangrijk deel van de haar ten laste gelegde feiten. De commissie verklaarde de tekortkomingen van de directie van het persbureau 'uit haar hardnekkig streven naar een monopolistische stelling van haar bureau en hiermee naar een machtspositie temidden en over de Indische dagbladpers'. Tegelijkertijd sprak de commissie echter haar waardering uit voor Aneta's 'uitstekend ingerichte organisatie' en de door haar aan de Indische gemeenschap bewezen diensten. Waarschijnlijk vanwege het grote belang dat regering en Gouvernement hadden bij Berretty's onderneming, ging het verslag niet verder dan het doen van een aantal aanbevelingen aan Aneta. Zo kreeg het persbureau het dringende advies zich niet, 'direct of indirect', in te laten met de interne aangelegenheden van persorganen, dan wel met de exploitatie daarvan. Het onderzoek naar Aneta, dat ernstig machtsmisbruik ten opzichte van verschillende Indische kranten aan het licht bracht, beschadigde Berretty's imago en reputatie. Volgens de hoofdredacteur van het Bataviaasch Nieuwsblad, J.H. Ritman, die hem goed kende, kreeg Berretty - inmiddels 43 jaar oud - 'een zenuwinzinking waarvan hij slechts langzaam herstelde' (Ritman, 136).

Zowel in zijn werk als in zijn privé-leven vormden onrust en conflicten een onlosmakelijk onderdeel van Berretty's bestaan. Daarop wijzen onder andere de zes huwelijken die hij aanging. Ritman schreef erover dat hij 'het slachtoffer was van zijn geloof, dat hij erin slagen zou zijn ideale vrouw te vinden' (idem, 56). De door onvrede gevoede drang naar meer en beter, zijn 'zin voor het spectaculaire', zoals Ritman (idem, 60) schreef, alsook zijn pathologische behoefte aan erkenning en bewondering vormden de achtergrond van zijn besluit een gigantische - nog steeds bestaande - villa te laten bouwen in de buurt van Bandoeng in West-Java. Het eind 1933 gereed gekomen 'Isola' kostte het enorme bedrag van bijna 600.000 gulden, en dat in een tijd dat de economische malaise ook het krantenbedrijf, en daarmee indirect Aneta, had getroffen. Berretty, die 'Isola' grotendeels had bekostigd met geld uit zijn bedrijf, kwam in ernstige financiële problemen, zoals vooral na zijn dood zou blijken.

Op 19 december 1934 ging Berretty op Schiphol aan boord van 'De Uiver', het vliegtuig dat een maand eerder beroemd was geworden vanwege de London-Melbourne race en dat nu voor de tweede maal naar Indië zou vliegen. Door slecht weer getroffen stortte het in diezelfde nacht neer in de Syrische woestijn, waarbij alle zeven inzittenden omkwamen. In de zeer talrijke in memoriams, die in de Indische pers aan Berretty's heengaan werden gewijd, roemde men de stichter van Aneta unaniem als een grote Indische persoonlijkheid. Hij 'stierf zoals hij had geleefd, opzienbarend', aldus Ritman (idem, 138). Zijn goede vriend Herman Salomonson, directeur van Aneta-Den Haag, schetste het beeld van een begaafde, maar gejaagde, eenzame en ongelukkige man, die zich slechts dan op zijn gemak kon voelen temidden van een kleine groep intimi, in de 'blijde overtuiging van volkomen genoten vertrouwen van anderen' (Onuitgegeven in memoriam).

A: (Een deel van het) Aneta-Den Haag-archief (in particulier bezit; wordt omstreeks 2010 overgedragen aan het Persmuseum te Amsterdam).

P: Antwoord van de directeur van Aneta op de nota van den heer H.C. Zentgraaff dd. 30 januari 1930 … [Brochure] (Weltevreden 1930); Mededeelingen van den Directeur van Aneta aan de Leden der "Aneta-Commissie" inzake: de ware oorzaak van het "Zweep-conflict' nr. 4, 14-6-1930 [Brochure] (Z.pl. 1930); Mededeelingen van den Directeur van Aneta aan de Leden der "Aneta-Commissie" inzake: de geschiedenis van Aneta, nr. 1, 16-7-1930. [Brochure] (Z.pl. 1930); Mededeelingen van den Directeur van Aneta aan de Leden der "Aneta-Commissie" inzake: het conflict met de Indische Courant, nr. 2, 16-8-1930. [Brochure] (Z.pl. 1930).

L: Behalve de in de tekst genoemde publicatie van Zentgraaff en necrologieën, o.a. Stof over & voor Aneta's staf [Brochure] (Weltevreden 1925): Van 13 momenten uit een 13-jarig bestaan. Aneta [Weltevreden 1931]; G.G. van Buttingha Wichers, Verslag van de Aneta Commissie [Batavia 1931]; C.W. Wormser, Drie en dertig jaren op Java. III: In het dagbladwezen (Amsterdam [1943]) 137-138, 140-153; D.M.G. Koch, Verantwoording. Een halve eeuw in Indonesië ('s-Gravenhage [etc.] 1956) 143-148; W.Ch.J. Bastiaans, Figuren uit de Indische journalistiek (Groningen 1975) 34-43, 45-49; J.H. Ritman, Journalistieke herinneringen ('s-Gravenhage 1980); Melis Stoke, Ik kijk de kat uit de klapperboom. Vijftig Indische rijmkronieken. Uitgeg. door Gerard Termorshuizen (Leiden 2005) 7-35; Thio Termorshuizen, Altijd Nummer Eén, Trots Alles. D.W. Berretty en zijn Aneta, 1917-1934 [Ongepubliceerde doctoraalscriptie Studierichting Geschiedenis: Universiteit Leiden] (Leiden 2006).

I: De Zweep, 1-4-1922, p. 21.

G.P.A. Termorshuizen


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 6
Laatst gewijzigd op 12-11-2013