Cramer, Anna Merkje (1873-1968)

 
English | Nederlands

CRAMER, Anna Merkje (1873-1968)

CRAMER, Anna Merkje, componiste en pianiste (Amsterdam 15-7-1873 - Blaricum 4-6-1968). Dochter van Jan Marinus Cramer, koopman, en Merkje Helena Zelders.

afbeelding van Cramer, Anne Merkje Anna Cramer groeide op met een jongere zuster, Albertina; twee andere kinderen in het gezin overleden jong. Anna werd Nederlands-hervormd gedoopt, zoals haar moeder; Albertina daarentegen Hersteld Luthers, zoals haar vader. Het gezin Cramer verhuisde vaak: in 1882 van Amsterdam naar Baarn, in 1883 terug naar Amsterdam en het jaar daarop weer naar Hilversum. Eind 1888 - Anna was toen vijftien - overleed haar vader. Een jaar later vertrok de weduwe Cramer met haar twee dochters naar Haarlem. Van 1893 tot 1897 stond Anna in Amsterdam ingeschreven op Keizersgracht 369 als dienstbode. In deze jaren studeerde zij ook aan het Amsterdamsch Conservatorium: in 1895-1896 als pianostudente. Van wie zij les kreeg is niet bekend. Misschien studeerde zij ook compositie; in 1896 stonden in ieder geval twee liederen van haar op een studentenconcert geprogrammeerd met de vermelding 'Leerlinge der compositie-klasse'. In 1897 verliet zij het conservatorium met een pianodiploma op zak.

Zoals vele Nederlandse musici ging Cramer hierna naar Berlijn, waar zij compositie studeerde bij Wilhelm Berger. Pas in 1903 werd een compositie van haar uitgegeven: het lied 'Wenn die Linde blüht' op tekst van Carl Busse. Dat jaar namelijk hield het tijdschrift Die Woche een wedstrijd waarbij dit lied als een van dertig liederen uit bijna 9.000 inzendingen werd gekozen voor publicatie. Ook werd haar foto opgenomen met de mededeling dat zij muziek studeerde in Meiningen, waarschijnlijk nog bij Wilhelm Berger, die naar deze stad was verhuisd.

In 1906 zong de bekende bariton Ludwig Wüllner enkele van haar liederen tijdens zijn optreden in het Amsterdamse Concertgebouw. De recensent van het muziektijdschrift Caecilia (63 (1906) 506) was enthousiast: 'Onder de moderne liederen, waaronder die van eene landgenoot: Anna Cramer, troffen deze door iets oorspronkelijks in het karakter van den volkstoon, die zeer deden verlangen naar nadere kennismaking met de werken dezer te Berlijn wonende componiste'.

In de daaropvolgende jaren leek Cramer meer bekendheid te krijgen. In 1907 zong de Nederlandse bariton Gerard Zalsman enkele van haar liederen in de grote Beethovensaal in Berlijn en publiceerde de muziekuitgever Adolph Fürstner twee liederenbundels (opus 1 en 2). In datzelfde jaar woonde Cramer korte tijd in München, waar zij waarschijnlijk bij Max von Schillings studeerde. Het jaar daarop werd 14 Volkstümliche Lieder (opus 3) in München uitgegeven. Hierin toont zij, naast belangstelling voor een laatromantisch, harmonisch dissonant idioom, ook haar talent in het schrijven van relatief eenvoudiger liederen.

In 1909 gaf Cramer een aantal liederenrecitals met uitsluitend eigen werk, wat indertijd nog ongebruikelijk was in Nederland. Zij begeleidde twee zangers, Gerard Zalsman en Johanna van de Linde, welke laatstgenoemde later wegens ziekte werd vervangen door Jeanne Broek-Landré. Met dit programma traden zij op in verscheidene Nederlandse steden en in Parijs en Berlijn. De Nieuwe Rotterdamsche Courant (26-1-1909) was vol lof: 'Geboeid door de knappe, zinrijke behandeling van de klavierbegeleidingen, door belangrijke harmonische en rhythmische details, ontroerd door gevoelswarmte bij groote soberheid. En wat bovenal getroffen heeft … : Anna Cramer's muziek bezit karakter, eigen karakter'. De recensent van het Weekblad voor Muziek (16 (1909) 54) was alleen positief over de volksachtige liederen. Over de moeilijkere liederen schreef hij: '[Als mejuffrouw Cramer] eens wat minder Strauss en andere modernen zal willen imiteeren, en als ze dan nog wat melodische gave krijgt, zal ze ons aanmerkelijk beter voldoen'.

Zoals Robert Schumann en Hugo Wolf, componeerde Cramer bundels liederen gewijd aan dezelfde dichter, in haar geval op teksten van haar tijdgenoten Detlev von Liliencron, Otto Julius Bierbaum, Max Dauthendey en Klaus Groth. Vele liederen gaan over de liefde, sommige zijn vrolijk, zoals 'Der Jäger' (opus 1, 4) en 'Tanzliedchen' (opus 3, 14), andere tonen verdriet. Het prachtig weemoedige lied 'Weißt du noch?' op een tekst van Bierbaum heeft dezelfde sfeer als 'In der Fremde' uit Schumanns Liederkreis (opus 39). Cramers langste en meest dramatische lied, 'Erwachen in den grellen Tag' (opus 4, 1), eveneens op een tekst van Bierbaum, eindigt in koude woede: 'Der heisse Lavastrom der Liebe war zu Stein (...) Kalt will deine Lüge sich einmeißeln ihm'.

Over Cramers leven tussen 1910 en 1925 is weinig bekend. In 1917 werd zij ingeschreven als inwoner van München, maar in 1921 en 1924 bevond zij zich weer enige tijd in Berlijn. In 1925 vertrok Cramer naar Wenen, waar zij samenwerkte met de zestien jaar jongere zanger, dichter en componist Walter Simlinger. In de Oostenrijkse hoofdstad ontstonden haar grotere werken: twee komische opera's: Der letzte Tanz (circa 1926/1927) en Dr. Pipalumbo (circa 1926/1927), waarvoor Simlinger de teksten schreef. Ook componeerde Cramer 'Zigeunerlied' (circa 1926/1930) voor tenor, viool, gemengd koor en orkest. Terwijl haar vroege ernstige liederen inderdaad doen denken aan de late Richard Strauss of de vroege liederen van Dirk Schäfer, werd haar compositiestijl nu uitgebreid met Kurt Weill-achtige elementen, zoals in Simlingers 'Troubadour-Ständchen', terwijl 'Episode' op een tekst van Max Rosenfeld cabarettrekjes vertoont. Een aantal liederen, waaronder 'Flieder' en 'Spruch', werd door Cramer lager getransponeerd, zodat zij gemakkelijker door een bariton konden worden gezongen. Dit gebeurde waarschijnlijk ten behoeve van Simlinger; in een van haar latere brieven refereerde zij namelijk aan zijn uitvoeringen. Uit haar correspondentie blijkt overigens dat er tussen Cramer en Simlinger 'niets anders dan een werkrelatie' bestond (Landheer, 55).

Toen Simlinger eind jaren twintig naar Berlijn verhuisde en later de maandelijkse toelage van haar moeder uitbleef, kwam Cramer in financiële problemen. In 1930 werd zij korte tijd onvrijwillig opgenomen in een psychiatrische kliniek met de diagnose paranoia. Kort daarna keerde zij - inmiddels 57 jaar oud - uit Wenen terug naar Nederland, waar ze in Amsterdam een teruggetrokken leven leidde. Cramer stond officieel ingeschreven als 'componiste', maar voor zover bekend onderhield ze geen contacten met het Nederlandse muziekleven. Over haar financiële situatie is weinig bekend. Wel onderwierp zij in alle afzondering haar muziekmanuscripten aan eindeloze revisies, met op het origineel geplakte stukjes papier, soms in verscheidene lagen. Ook bewerkte zij reeds uitgegeven muziek en de manuscripten van de piano-uittreksels van haar twee opera's.

Aangezien zij zichzelf verwaarloosde werd Anna Cramer in 1960 gedwongen te verhuizen naar een verpleeghuis in Blaricum. Daar stierf zij kort voor haar 95ste verjaardag. Na haar dood kwam een koffer met haar eindeloos bewerkte muziekmanuscripten boven water, die zij al in 1958 in een kluis van de Nederlandsche Handel-Maatschappij in Amsterdam had gedeponeerd.

Anna Cramer was door haar jarenlange verblijf in Berlijn en Wenen goed op de hoogte van de nieuwste compositorische ontwikkelingen. Maar omdat haar contacten met Nederlandse musici niet lang hebben standgehouden, alsook door haar teruggetrokken levenswijze raakte zij al lang voor haar dood in de vergetelheid. In de jaren negentig van de 20ste eeuw kwam Cramers muziek weer in de belangstelling, een opleving die onder andere leidde tot het uitbrengen van een CD met haar composities en een nieuwe uitgave van een aantal van haar liederen.

A: Archief-Anna Cramer in het Nederlands Muziek Instituut te 's-Gravenhage. Handgeschreven familiegegevens in de familiebijbel van ds. Albertus Zelders in het depot van Museum Hilversum. Documentatie betreffende Anna Cramer [verzameld ten behoeve van onder L genoemde publicatie van Landheer] in het Internationaal Informatiecentrum en Archief voor de Vrouwenbeweging te Amsterdam.

P: Selected songs 1 by Anna Cramer (1873-1968) for medium voice and piano. Geselecteerd door Rachel Ann Morgan. Onder red. van Katja Brooijmans (Amsterdam 2004). Discografie: Anna Cramer. Songs, door Rachel Ann Morgan, mezzosopraan, en Marjès Benoist, piano (CD: Globe GLO 5128 (1994)); vier liederen van Cramer op Vrienden van het lied: Nederland 1850-1950, door Rachel Ann Morgan, mezzosopraan, en Tan Crone, piano (CD: Sweetlove SLR 9401255 (1994)).

L: Helen H. Metzelaar, Inventaris van het archief Anna Cramer (1873-1968) ('s-Gravenhage 1993); Jeanine Landheer, Anna Cramer, mythe en werkelijkheid (Utrecht 1999); Helen H. Metzelaar, 'Anna Cramer (1873-1968)', in Women composers. Music through the ages. VII: Composers born 1800-1899. Vocal music. Onder red. van Sylvia Glickman en Martha Furman Schleifer (New York 2003) 576-585 [Bevat ook twee liederen: 'Weisst du noch?' en 'Girre, graues Täubchen']. Op 25 februari 1990 zond de VPRO-televisie in het programma Atlantis de reportage 'Resten van een leven' over Anna Cramer uit.

I: Collectie Musica Neerlandica, Nederlands Muziek Instituut te 's-Gravenhage [Anna Cramer in 1903].

Helen H. Metzelaar


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 6
Laatst gewijzigd op 12-11-2013