Eldering, Petronella Everdina (1909-1989)

 
English | Nederlands

ELDERING, Petronella Everdina (1909-1989)

ELDERING, Petronella Everdina, essayiste en redactrice (Rotterdam 6-10-1909 - Amersfoort 19-6-1989). Dochter van Petrus Eldering, remonstrants predikant, en Frederika Elisabeth Houtman. Gehuwd op 14-3-1935 met Johannes Mari Landré (1909-1997), journalist. Dit huwelijk bleef kinderloos. Na echtscheiding (2-2-1937) gehuwd op 28-8-1940 met Benjamin Sally Polak (1913-1993), medicus en politicus. Uit dit huwelijk werden 2 zoons geboren. Na echtscheiding (26-11-1945) opnieuw gehuwd op 20-7-1950 met Benjamin Sally Polak. Dit huwelijk werd op 28-8-1969 door echtscheiding ontbonden.

afbeelding van Eldering, Petronella Everdina Petra - voor intimi 'Pim' - Eldering groeide op in een groot remonstrants domineesgezin met zeven kinderen, aan de Rotterdamse Mathenesserlaan. Haar linkse sympathieën heeft zij thuis opgedaan. Petra's vader was een christen-socialist, die, evenals zijn vriend Bart de Ligt, een tegenstander was van particulier bezit en bovendien op pacifistische gronden dienstweigering voorstond. Nog onder de indruk van de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog sloot zij zich tijdens haar middelbare-schooltijd aan bij de Jongeren Vredes Actie, een radicaal-pacifistische jeugdorganisatie.

In 1927 deed Eldering eindexamen gymnasium-alpha aan het Erasmianum in haar geboorteplaats. Toen zij, na eerst twee jaar de piano-opleiding te hebben gevolgd aan het Rotterdams conservatorium, inzag dat haar toekomst niet in de muziek lag, ging zij in 1929 als spoorstudente rechten studeren aan de Universiteit van Amsterdam. In het najaar van 1934 verhuisde Eldering naar de hoofdstad. Zij was toen actief geworden in het Anti-Fascistische Studenten Comité en werkte mee aan het orgaan van dit comité, De Sleutel. In 1938 slaagde zij voor het doctoraalexamen. Hierna werkte zij als verkoopster bij warenhuis de HEMA en doceerde ze recht aan een opleidingsinstituut voor het middenstandsdiploma, beide in Amsterdam.

Nog als studente was Eldering in het voorjaar van 1935 getrouwd met een klasgenoot uit haar gymnasiumtijd, Joop Landré, die als journalist werkzaam was bij het dagblad De Telegraaf. Het huwelijk liep echter al snel op de klippen. Landré weet deze breuk later aan hun verschil in politieke opvattingen. Naar zijn zeggen had Eldering een vriendenkring van 'uiterst linkse jongeren' en kon hij zich hiermee niet verenigen (Landré, 21). Zij scheidden in februari 1937.

Al tijdens haar huwelijk was Eldering verliefd geworden op Ben Polak, een joodse medicijnenstudent, die lid was van de Communistische Partij Nederland (CPN). Met hem trouwde zij enkele maanden na de Duitse inval. Zij kregen twee zoons: één in 1940, kort vóór hun huwelijk, en één in 1942. De woning van Eldering en van Polak - die vanaf 1943 buitenshuis zat ondergedoken - aan de Amsterdamse Rivierenlaan, was een centrum van verzetsactiviteiten. De leiding van de verboden CPN gebruikte het pand voor overleg, evenals de top van de Raad van Verzet en koeriersters van de Nederlandse regering in ballingschap in Londen. Eldering kwam de bezetting door zonder arrestatie. Haar huwelijk met Polak werd al enkele maanden na de bevrijding door echtscheiding ontbonden.

Intussen was Eldering in september 1944 - kort na 'Dolle Dinsdag' - toegetreden tot de redactie van De Vrije Katheder, een verzetsblad van kunstenaars en intellectuelen. Na de bevrijding werd zij redactiesecretaris. Eldering was in belangrijke mate verantwoordelijk voor de gang van zaken en investeerde veel energie en enthousiasme in het blad. Vanaf juni 1945 verscheen de avant-gardistisch vormgegeven Vrije Katheder iedere veertien dagen; vanaf november kwam het blad wekelijks uit. Eldering - die kort na de bevrijding lid was geworden van de CPN - schreef in vrijwel elke aflevering artikelen over de binnenlandse politiek, de vakbeweging en de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd. Haar specifieke uitgangspunt was de vernieuwing van de Nederlandse politiek door middel van een 'linkse doorbraak' en de algemene versterking van de democratie.

De Vrije Katheder wilde het klankbord vormen van een breed front van linkse intellectuelen. Het debat over de relatie van intellectuelen tot de arbeidersbeweging loopt als een rode draad door de jaargangen van het blad. Centraal stond daarbij de vraag of de intelligentsia zich onvoorwaardelijk op de arbeidersbeweging diende te oriënteren of dat zij een eigen politieke verantwoordelijkheid had. Eldering koos in dit debat onomwonden voor het laatstgenoemde standpunt. Zij noemde de communistische leiderscultus bijvoorbeeld 'een ontaardingsproces', een gevolg van 'de verstarring van de marxistische theorie, een dogmatisch en automatisch herkauwen van eenmaal bejubelde uitspraken'. Volgens dezelfde uiteenzetting moest men terug naar de bron van het socialisme. Niet Karl Marx had gefaald, maar de wijze waarop de socialistische en communistische partijen waren omgesprongen met het marxisme (De Vrije Katheder 7 (1947) 6 (jan.) 402-403).

In maart 1948, ten tijde van de communistische staatsgreep in Praag, legde Eldering het redactiesecretariaat neer. Haar openlijke motivering daarbij was 'studieredenen' (Molenaar, 233), maar vermoed kan worden dat de houding van de communisten tijdens de Praagse staatsgreep haar tot die stap heeft gebracht. Eldering hield zitting in de redactie en bleef vergaderingen daarvan bijwonen, maar zij schreef daarna nog slechts één artikel voor De Vrije Katheder. Het blad ging in mei 1950 ten onder aan de tweespalt tussen sociaal-democraten en communisten. Vooral van de kant van de CPN lag het zwaar onder vuur. Wegens de in het blad geuite kritiek op de persoonsverheerlijking van Stalin had de partijleiding aanhoudend druk uitgeoefend op CPN-redactieleden om het tijdschrift te verlaten. Na de opheffing van De Vrije Katheder werd Eldering als enige van die communistische redactieleden door het CPN-bestuur gestraft met royement uit de partij, wegens kritiek op het stalinisme. Inmiddels had zij in het voorjaar van 1950 - kort vóór haar royement - zelf haar lidmaatschap opgezegd. Daarna is zij nooit meer lid geworden van een andere politieke partij. Na de oprichting van de Pacifistisch-Socialistische Partij in 1957 ging zij hierop stemmen.

Eldering - na vijf jaar scheiding opnieuw met Polak getrouwd - concentreerde zich vanaf het begin van de jaren vijftig op de opvoeding van haar beide zoons en op het werk als doktersvrouw. Haar man had inmiddels een omvangrijke huisartsenpraktijk opgebouwd. In 1956 reageerde zij positief op het verzoek van de Amsterdamse hoogleraar sociologie W.F. Wertheim om de eindredactie op zich te nemen van het blad Wetenschap & Samenleving. Dit was het orgaan van het in 1946 opgerichte Verbond van Wetenschappelijke Onderzoekers, dat de nadruk legde op de sociale verantwoordelijkheid van de wetenschap en aan intellectuelen een grotere rol in de politiek toedacht. Eldering deed voor dit blad secretariaatswerk, bereidde redactievergaderingen voor, vertegenwoordigde de redactie zes jaar lang in het Verbondsbestuur en was gedurende tien jaar de onmisbare en drijvende kracht van het tijdschrift.

Wegens een conflict met het Verbondsbestuur, waarin Eldering een versoepeling van het toelatingsbeleid ten gunste van studenten bepleitte, stapte zij in het najaar van 1968 over naar de redactie van het zojuist opgerichte Interlinks, het tweemaandelijkse tijdschrift van de linkse uitgeverij Polak & Van Gennep in Amsterdam. Eldering hoopte dat aan het einde van de jaren zestig mogelijk zou zijn wat tijdens het begin van de Koude Oorlog schipbreuk had moeten lijden. De doeleinden van De Vrije Katheder en Interlinks waren namelijk in menig opzicht met elkaar verwant. Interlinks wilde 'een tribune […] zijn waarop alles wat links is elkaar kan ontmoeten. Een blad dat de bouwstenen wil aandragen voor een coherent links denken en handelen' (1 (1968) 1 (okt.) 2).

In het redactionele woord vooraf van het nieuwe blad werd het 'socialisme met een menselijk gezicht' toegejuicht dat in Tsjechoslowakije een kans leek te maken. Maar hetzelfde nummer moest alweer protesteren tegen de inval van de Sovjettroepen. Voor Eldering was het de tweede keer dat een communistische interventie in Praag haar ideaal van een links verbond doorkruiste. Na een themanummer in mei 1971 over de 'Bevrijding van de vrouw' werd Interlinks stopgezet en moest Eldering opnieuw een forum voor haar politieke opvattingen missen.

Naast de organisatie van het huishouden - met inbegrip van de pleegkinderen die zij voor kortere of langere tijd onder haar hoede nam - en het werk voor zowel Wetenschap & Samenleving als Interlinks werkte Eldering sinds de jaren vijftig herhaaldelijk als vrijwilligster voor de Gezinsvoogdij en de vereniging 'Pro Juventute'. Bovendien verzorgde zij cursussen voor bejaarden en werklozen in het kader van het culturele werk van de Amsterdamse Gemeentelijke Sociale Dienst.

Al die tijd was Elderings huwelijk met Polak broos. Aan het einde van de jaren zestig was hun verbintenis nog slechts een schijnhuwelijk. Polak had al enige jaren een vaste vriendin. Eldering ervoer dit als uiterst kwetsend, en in 1969 beëindigde zij hun huwelijk. Zij verhuisde naar Amsterdam-Noord, waar zij in een appartement op zichzelf ging wonen. Geestelijk ging zij sindsdien langzaam achteruit. Zij isoleerde zich van familie, vrienden en kennissen. In 1982 werd zij wegens dementie opgenomen in de Sinai Kliniek in Amersfoort. Daar overleed zij in 1989 op 79-jarige leeftijd.

Petra Eldering was een bevlogen polemiste, die zich bediende van een scherpzinnige schrijfstijl. Toen zij in de jaren tussen 1945 en 1950 naam maakte als essayiste, was het marxisme van de CPN bedolven geraakt onder stalinistische dogma's, terwijl de PvdA zich van de leer van Marx had afgekeerd. Hiertegenover toonde Eldering zich een pleitbezorger van een ondogmatisch marxisme dat zich aanhoudend kritisch bezon op zijn eigen grondslagen. Haar stellingname zou in Nederland in de jaren zestig en zeventig weerklank krijgen bij de marxistische studentenbeweging en bij Nieuw Links binnen de PvdA.

A: Privé-collectie in familiebezit. Archief-Petra E. Eldering in het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis te Amsterdam.

P: Artikelen in De Vrije Katheder, 1945-1950, in Wetenschap & Samenleving, 1956-1968 en in Interlinks, 1968-1971.

L: A. Mellink, 'Het Comité van Waakzaamheid na veertig jaar' in Jaarboek voor de geschiedenis van socialisme en arbeidersbeweging in Nederland 1977 (Nijmegen 1977) 247-275; Max van Weezel en Annet Bleich, Ga dan zelf naar Siberië! Linkse intellektuelen en de koude oorlog (Amsterdam 1978); Fenna van den Burg, De Vrije Katheder 1945-1950. Een platform van communisten en niet-communisten (Amsterdam 1983); Jolande Withuis, Opoffering en heroïek. De mentale wereld van een communistische vrouwenorganisatie in naoorlogs Nederland, 1946-1976 (Meppel 1990); Joop Landré en Sietze Dolstra, Joop Landré vertelt. Een anekdotische autobiografie (Cadier en Keer 1994); Leo Molenaar, 'Wij kunnen het niet langer aan de politici overlaten …'. De geschiedenis van het Verbond van Wetenschappelijke Onderzoekers (VWO), 1946-1980 (Delft 1994); Herman Noordegraaf, P. Eldering (1868-1954). Een radicaal sociale predikant in de Remonstrantse Broederschap (Gorinchem 2006).

I: Foto uit familiebezit [Eldering circa 1947].

H. de Liagre Böhl


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 6
Laatst gewijzigd op 12-11-2013