Lankhorst, Hendrik Johannes (1914-1976)

 
English | Nederlands

LANKHORST, Hendrik Johannes (1914-1976)

LANKHORST, Hendrik Johannes, politicus (Amsterdam 18-4-1914 - Amsterdam 24-5-1976). Zoon van Willem Frederik Lankhorst, en Henriette Jeannette de Bock. Gehuwd op 19-8-1937 met Elisabeth vom Hagen (1902-?). Na echtscheiding (12-12-1940) gehuwd op 21-7-1943 met Johanna Cornelia Roolker (1918-1984). Beide huwelijken bleven kinderloos.

afbeelding van Lankhorst, Hendrik Johannes Henk Lankhorst groeide met vijf broers en een zuster onder armoedige omstandigheden op in Amsterdam in het gezin van een landverhuizer die tevergeefs zijn geluk had beproefd in Zuid-Afrika en Chili. Henk was meer dan twintig jaar jonger dan zijn oudste broer. Toen hij nog een peuter was, overleed zijn vader en moesten zijn oudere broers de kost verdienen. Het lukte om uit de steun te komen, maar er was vaak nauwelijks geld voor voedsel of brandstof. Na lager onderwijs op de openbare Aert van Nes-school volgde Henk vanaf 1926 een tweejarige opleiding aan de Avond-Ambachtsschool voor Timmerlieden 'Concordia Inter Nos'. Vervolgens vond hij een baantje als timmermansjongen. In 1932 werkloos geworden kon hij nog datzelfde jaar aan de slag op de administratie van de assurantieafdeling van makelaarskantoor De Steenwinkel en Van der Valk.

Lankhorst was niet religieus opgevoed, maar kwam via een vriendje op zijn achtste bij de Christelijke Jonge Mannen-Vereeniging, waar hij begon bij de knapenvereniging. In deze beweging, waarvan hij van 1922 tot 1938 lid zou zijn, werd hij gevormd. Hij leerde hier over het christendom en kreeg de gelegenheid te luisteren naar sprekers van buiten de eigen kring, onder wie Henriëtte Roland Holst. Hij sloot zich aan bij de Nederlandsche Hervormde Kerk, en het christelijk geloof met zijn streven naar rechtvaardigheid en vrede zou de rest van zijn leven de belangrijkste inspiratiebron zijn.

Vanuit zijn geloof werd Lankhorst pacifist. Hij deed een beroep op de Dienstweigeringswet van 1923, maar werd uiteindelijk vanwege broederdienst niet opgeroepen voor militaire dienst. In 1932 werd hij lid van de Christelijk-Democratische Unie (CDU), een kleine, radicale en pacifistische partij, en in 1935 van de christelijke vredesbeweging 'Kerk en Vrede'. In 1937 trad hij voor het eerst op de voorgrond toen hij met enkele anderen het Nederlandsch Christelijk Jongeren Gilde oprichtte, dat streed tegen kapitalisme en militarisme en arme gezinnen hielp. Lankhorst was hiervan tot 1941 secretaris en daarna, tot 1950, voorzitter. Bovendien trad hij op als hoofdredacteur van De Bries, het maandblad van het Gilde.

Intussen was Lankhorst nog steeds in dienst van het makelaarskantoor, dat sinds 1937 Recourt en Co. heette. Door avondstudie had hij de benodigde verzekeringsdiploma's gehaald, en dankzij zijn initiatieven ging de tot dan toe verwaarloosde assurantieafdeling, waarop hij werkzaam was, goed functioneren. In 1937 trouwde hij met de twaalf jaar oudere Elisabeth vom Hagen. Maar het huwelijk was niet van lange duur. Al na drie jaar, eind 1940, werd de echtscheiding uitgesproken.

Aan het begin van de Duitse bezetting viel de CDU uiteen, vanwege de pro-Duitse opstelling van partijleider en Tweede-Kamerlid H. van Houten. Lankhorst was daarna betrokken bij de voorbereidingen voor de heroprichting van de partij, en hij werd secretaris in het voorlopige bestuur. Na de bevrijding deed de CDU - met onder andere de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP) en de Vrijzinnig Democratische Bond (VDB) - mee aan de onderhandelingen om te komen tot een nieuwe partij, de Partij van de Arbeid (PvdA). Lankhorst keerde zich met de grote meerderheid van het partijbestuur tegen het opgaan van de CDU in de PvdA, omdat hij vreesde dat er voor minderheidsstandpunten in de nieuwe partij weinig ruimte zou zijn. Op het partijcongres bleek evenwel een kleine meerderheid van de afdelingen voor toetreding. Lankhorst en de zijnen gingen niet mee met de fusie, maar richtten op 8 februari 1946 de Christelijk-Democratische Volkspartij (CDVP) op. Deze partij bleek een mislukking en ging al snel ter ziele.

Bij 'Kerk en Vrede' trad Lankhorst eind 1946 toe tot het hoofdbestuur, eerst als vertegenwoordiger van de jongeren. Voor deze organisatie verzette hij veel werk voor dienstweigeraars, onder andere als lid van de Contact Commissie Dienstweigeringswet. Hannes de Graaf, voorzitter van Kerk en Vrede van 1951 tot 1971, schreef: 'Kerk en Vrede heeft heel veel aan hem te danken' (Militia Christi, juni 1976).

In 1943 was Lankhorst hertrouwd met Jopie Roolker, die hij had leren kennen toen zij secretaresse was bij Recourt en Co. Beiden hadden er grote moeite mee dat hun huwelijk kinderloos bleef. Begin jaren vijftig ontstond een liefdesrelatie tussen hem en Jettie Huele-Schneider, de vrouw van een van zijn beste vrienden. Hun beide partners wisten hiervan. Na ongeveer vijftien jaar werd deze relatie weer een gewone vriendschap.

In de naoorlogse jaren veranderde er op zijn werk het nodige voor Lankhorst. Samen met W.J. Recourt, die intussen eigenaar-directeur van het makelaarskantoor was geworden, maakte hij van de verzekeringsafdeling van het kantoor een zelfstandige onderneming: 'Recourt & Lankhorst, makelaars in assurantiën'. In feite was het een eenmansbedrijf, waarbij Recourt hielp bij de acquisitie.

Lankhorst bleef streven naar een nieuwe politieke formatie. Direct na de oprichting in 1950 werd hij lid van de Socialistische Unie (SU), en hij maakte enige tijd deel uit van het hoofdbestuur van deze kleine links-socialistische partij. Hij had echter moeite met de autoritaire manier waarop deze partij werd geleid, zodat hij in 1955 de SU verliet. Lankhorst meldde zich toen bij het zogeheten 'Daklozenberaad', een groep partijloze socialisten en pacifisten, die wilde onderzoeken wat de mogelijkheden waren om politiek meer invloed uit te oefenen. De groep besloot een nieuwe politieke partij op te richten. Als secretaris van de 'Actiegroep tot vorming van een Partij op Anti-Militaristische en Socialistische Grondslag' was Lankhorst een sleutelfiguur bij de totstandkoming van de nieuwe partij. Toen op 27 januari 1957 de Pacifistisch-Socialistische Partij (PSP) werd opgericht, bleef hij secretaris, een functie die hij tot 2 mei 1959 zou uitoefenen. Vanwege de vele tijd die hij aan zijn politieke werk besteedde, stagneerde intussen de groei van zijn assurantiekantoor, die zijn compagnon W.J. Recourt eigenlijk wel wilde.

Toen de PSP in 1958 bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten van Noord-Holland voor het eerst meedeed, kreeg de partij twee zetels, een voor Oene Noordenbos en een voor Lankhorst. Van juli 1958 tot juni 1962 zou hij hierin zitting hebben. In 1959 waren er vervroegde Tweede-Kamerverkiezingen en Lankhorst wilde - ambitieus als hij was - graag Kamerlid en lijsttrekker worden. Na de nodige interne strubbelingen werd hij lijsttrekker, behalve in zijn eigen provincie Noord-Holland, want daar vonden de leden hem te weinig strijdbaar en zij kozen dominee Nico van der Veen als nummer één. Samen kwamen zij op 20 maart 1959 in de Tweede Kamer. Na het overlijden van Van der Veen volgde Lankhorst hem op 21 april 1962 op als fractievoorzitter. Wanneer hij in de Kamer sprak werd hij soms danig op de proef gesteld met veel interrupties. Deze waren overigens niet tegen hem persoonlijk gericht, maar - op het hoogtepunt van de Koude Oorlog - wel tegen het pacifisme als idee. Uiteindelijk kreeg hij echter veel respect voor zijn gedegen wijze van werken. PSP-senator Hein van Wijk noemde 'Henk Lankhorst's rol in de Tweede Kamer aanzienlijk groter en belangrijker dan de grootte van de fractie doet vermoeden' (Van Wijk). Maar in de tweede helft van de jaren zestig groeide binnen de PSP - en vooral weer in Noord-Holland -de kritiek op Lankhorsts gematigde optreden. Om die reden was hij bij de Tweede-Kamerverkiezingen van 1967 lijsttrekker in alle provincies, maar opnieuw niet in Noord-Holland.

Op 1 juni 1969 verliet Lankhorst de Tweede Kamer, omdat hij het na tien jaar heel hard werken om gezondheidsredenen wat rustiger aan wilde doen. Hij stond in datzelfde jaar bovenaan de kandidatenlijst van de PSP voor de Eerste Kamer, maar omdat onverwacht vijf Noord-Hollandse Statenleden op de steile socialist Dik Noordewier stemden, werd deze in zijn plaats gekozen. Omdat velen in de PSP vonden dat daarmee de regels van de interne partijdemocratie waren geschonden, werd dit een grote rel. Uiteindelijk bedankte Noordewier en nam Lankhorst op 16 september 1969 toch zitting in de Eerste Kamer. Hij zou daarvan tot 10 mei 1971 lid blijven.

Lankhorst kreeg in toenemende mate moeite met de koers van de PSP. Hij vreesde voor de uitholling van het pacifisme en voor aantasting van de interne partijdemocratie. Hij bracht zijn kritiek echter - loyaal als hij was - niet naar buiten en bleef op verschillende manieren voor de partij werkzaam. Zo hielp hij bij het saneren van de financiën. Maar in 1974 was de maat vol en bedankte hij uit onvrede voor al zijn partijfuncties. Ook buiten de PSP en de vredesbeweging was Lankhorst actief in besturen en commissies. In de commissie die de minister van Defensie adviseerde over de erkenning van gewetensbezwaarden, slaagde hij erin de negatieve houding tegenover dienstweigeraars te doorbreken. In 1973 werd Lankhorst benoemd tot buitenuniversitair lid van de Universiteitsraad van de Universiteit van Amsterdam. Raadsvoorzitter Annemarie Grewel memoreerde hoe goed hij zijn enorme parlementaire en bestuurlijke ervaring heeft kunnen gebruiken in deze raad (Grewel). Door zijn vele drukke werkzaamheden was Lankhorst nauwelijks toegekomen aan zijn hobby's. Hij was een verwoed tafeltennisser en bouwde graag aan de modelspoorbaan op zijn zolder. Al in 1960 was hij van Amsterdam naar Ouderkerk aan de Amstel verhuisd. Kort nadat Lankhorst in 1976 zijn aandeel in het verzekeringskantoor had verkocht aan het collegabedrijf Simis Assurantieën, overleed hij op 62-jarige leeftijd in het Wilhelminagasthuis in Amsterdam aan kanker.

Voor de PSP is Henk Lankhorst jarenlang het visitekaartje geweest. Bram van der Lek, die samen met hem in de Tweede Kamer zat, omschreef het zo: 'Meer dan tien jaar was hij voor velen buiten de partij de verpersoonlijking van de PSP. In honderden spreekbeurten voor radio en televisie en in ontelbare kamerdebatten imponeerde hij door zijn rustige, heldere betoogtrant en zijn altijd beheerste en vriendelijke optreden. Sommigen hebben hem wel eens verweten dat hij niet harder optrad en scherper tekeer ging. Maar zo was Henk Lankhorst niet, en hij wilde dat ook niet zijn. Hij behoorde tot de mensen die een vaste overtuiging paren aan een genuanceerd oordeel en aan een begrip voor andersdenkenden' (Van der Lek).

A: Archief-H.J. Lankhorst in het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis te Amsterdam. Dossier-Recourt & Lankhorst in het Noord-Hollands Archief te Haarlem.

P: Samen met P. Schut en H.J. van Steenis, Nieuwe Wegen! Naar vrede, vrijheid en gerechtigheid (Amsterdam 1957); 'Politiek met uitzicht', in Wending. Maandblad voor Evangelie en Cultuur 2 (1963) 802-809.

L: Behalve necrologieën o.a. door Annemarie Grewel, in Folia Civitatis, 5-6-1976; door Bram van der Lek, in Radikaal, 18-6-1976 en door Hein van Wijk, in De vredesbrief van de Doopsgezinde Vredesgroep, 19-6-1976: G. Puchinger, 'H.J. Lankhorst', in idem, Hergroepering der partijen? (Delft 1968) 247-286; Ontwapenend. Geschiedenis van 25 jaar PSP. Onder eindred. van Jack Hofman (Amsterdam 1982); Jack Hofman, 'Henk Lankhorst, een vredig mens die van geen wijken weet', in Onstuimig maar geduldig. Interviews en biografische schetsen uit de geschiedenis van de PSP. Onder red. van Paul Denekamp [e.a.] (Amsterdam 1987) 34-43; H.J. Langeveld, Protestants en progressief. De Christelijk-Democratische Unie, 1926-1946 ('s-Gravenhage 1988); 'Henk Lankhorst, vriendelijk vasthoudend', in Paul Denekamp en Peter Zwart, Een nette rebellenclub. PSP-statenfractie in Noord-Holland, 1958-1991 (Huizen 1992) 12-13; Sporen van pacifistisch socialisme. Bibliografie en bronnen betreffende de PSP. Onder red. van Paul Denekamp [e.a.] (Amsterdam 1993).

I: Beeldbank van het Nationaal Archief in Den Haag [Foto: Kroon; Collectie ANEFO: Lankhorst in Tweede Kamer op 10 oktober 1967].

Paul Denekamp


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 6
Laatst gewijzigd op 12-11-2013