Michels, Marinus Jacobus Hendricus (1928-2005)

 
English | Nederlands

MICHELS, Marinus Jacobus Hendricus (1928-2005)

Michels, Marinus Jacobus Hendricus, (bijnamen: De Generaal en De Sfinx), voetballer en voetbaltrainer (Amsterdam 9-2-1928 - Aalst (België) 3-3-2005). Zoon van Petrus Wilhelmus Michels, typograaf, en Wilhelmina Geertruida van Brederode. Gehuwd op 1-7-1967 met Wilhelmina Clasina Hulsbosch (1919-2003). Dit huwelijk bleef kinderloos.

afbeelding van Michels, Marinus Jacobus Hendricus

Rinus ('Broer') Michels groeide samen met zijn vier jaar oudere zuster Willy en zijn vier jaar jongere broer Peter op aan de Olympiaweg in Amsterdam. Het zou voor de hand hebben gelegen dat Rinus, als fanatiek voetballertje, veel te vinden zou zijn geweest in het naburige Olympisch Stadion, waar Blauw-Wit zijn thuiswedstrijden speelde. Maar omdat het betere voetbal volgens Rinus en zijn vader werd gespeeld door de AFC Ajax, togen beiden 's zondags naar het stadion in de Watergraafsmeer, aan de oostzijde van de stad. In 1940 werd Rinus, na deelname aan proefwedstrijden, op twaalfjarige leeftijd bij Ajax als spelend lid ingeschreven.

De Duitse bezetting en vooral de hongerwinter maakten diepe indruk op Rinus. Noodgedwongen moest hij zijn voetbalactiviteiten in deze jaren op een laag pitje zetten. Behalve aan goede voeding ontbrak het toen namelijk ook aan geschikt schoeisel. Bovendien waren er in een gedeelte van het Ajax-stadion Duitse soldaten ingekwartierd.

Na de bevrijding drukte de geestesziekte van zijn zuster Willy zwaar op het dagelijkse gezinsleven. Daarnaast waren er de vreugde en trots over Rinus' eerste voetbalsuccessen. Op 9 juni 1946 debuteerde hij in het eerste elftal van Ajax in de uitwedstrijd tegen het Haagse ADO. Ajax won met 8-3 en de achttienjarige nieuweling scoorde maar liefst vijf keer. Daarmee droeg hij in belangrijke mate bij tot het behalen van het afdelingskampioenschap in de eerste klasse. Sindsdien was Michels niet meer uit de hoofdmacht van Ajax weg te denken. Ondertussen verloor hij zijn maatschappelijke toekomst niet uit het oog. Hij behaalde in 1945 het MULO-diploma en deed daarna de tweejarige bovenbouw van de Eerste Openbare Handelsschool. In 1947 begon Michels aansluitend een opleiding aan de Academie voor Lichamelijke Oefening aan de Nicolaas Maesstraat, die hij in 1951 met het einddiploma bekroond zag. Na van 1951 tot 1953 zijn militaire dienstplicht te hebben vervuld bekwaamde hij zich nog in heilgymnastiek en massage. Op weg naar uitwedstrijden of tijdens een buitenlandse reis troffen zijn medespelers hem in deze jaren dan ook geregeld met een studieboek aan.

Twaalf jaar maakte Michels deel uit van de selectie van Ajax. Hij speelde 264 officiële wedstrijden in het eerste elftal en maakte daarin 122 doelpunten. Als speler behaalde hij tweemaal - in 1947 en 1958 - het landskampioenschap. Vooral om zijn kopkracht, meer dan om zijn techniek, was hij bij de tegenstander gevreesd. Michels' kwaliteiten vielen ook de keuzecommissie van het Nederlands elftal op, en op 8 juni 1950 speelde hij zijn eerste interland: een 1-4-nederlaag tegen Zweden. Een aantal ernstige blessures was er de oorzaak van dat een echt grote spelerscarrière buiten bereik bleef; mede daardoor bracht Michels het tot slechts vijf wedstrijden voor Oranje. Lichamelijk ongemak - hij leed aan chronische rugklachten - leidde ertoe dat hij in 1958 op amper dertigjarige leeftijd zijn loopbaan bij Ajax moest afsluiten.

Na nog twee jaar bij ZSV Zandvoortmeeuwen, een amateurclub uit Zandvoort, te hebben gespeeld werd Michels in 1960 trainer bij Jeugd Organisatie Sportclub (JOS), een amateurvereniging in Amsterdam-Oost. In zijn levensonderhoud voorzag hij door achtereenvolgende betrekkingen als gymnastiekleraar aan verschillende scholen, vanaf 1956 aan de J.C. Ammanschool aan het Hortusplantsoen in de hoofdstad, een school voor dove en slechthorende kinderen. Terugblikkend zei Michels dat dit werk hem veel voldoening had geschonken.

Michels, die in de zomer van 1964 het trainerschap bij JOS had beëindigd, maar inmiddels - na in zijn vrije tijd de trainerscursus-A te hebben gevolgd - wel over het hoogste voetbaltrainersdiploma beschikte, werd in januari 1965 door het bestuur van Ajax benaderd om als coach de club uit de onderste regionen van de eredivisie te voeren. Michels kreeg een contract voor een half jaar, en met hem lukte het Ajax ternauwernood aan degradatie te ontsnappen.

Een van de veranderingen die Michels bij zijn aantreden doorvoerde, was het trainen op mentale hardheid. Hij nam daarbij zelf bewust afstand tot zijn spelers: 'Om de discipline erin te kunnen hameren - bij sommigen, niet bij iedereen - moest ik erboven en erbuiten staan, ik kon er niet meer tussen staan' (Van Zoest, 291). Michels intensiveerde de trainingen, plaatste teamwork op de voorgrond en maakte langzaam maar zeker voltijdse beroepsvoetballers van zijn spelers, zodat zij ook overdag konden trainen en zich volledig aan hun sport konden wijden. Hij kreeg bij deze veranderingen alle ruimte en medewerking van het bestuur van Ajax. Medio 1965 tekende hij een vaste verbintenis, waarmee er aan zijn betrekking op de Ammanschool een einde kwam.

Michels' nieuwe aanpak sloeg aan, getuige het feit dat Ajax in drie opeenvolgende jaren - 1966, 1967 en 1968 - het landskampioenschap veroverde. Tegelijkertijd markeerde de Europese bekerwedstrijd op 7 december 1966 tegen het gerenommeerde Engelse FC Liverpool het begin van de internationale doorbraak van de club. Ajax zegevierde met 5-1. De wedstrijd in het Olympisch Stadion werd overigens gespeeld in dichte mist, zodat van de verrichtingen op het veld nauwelijks iets was te zien.

Michels had het geluk in deze jaren te kunnen beschikken over bijzonder getalenteerde spelers, zoals Johan Cruijff, Gerrie Mühren en Piet Keizer. De Ajacieden hadden aanvankelijk grote moeite met Michels' voetbalvisie, waarbij iedereen zich aan vooraf vastgestelde opdrachten moest houden - aanvallers moesten meeverdedigen - en het resultaat heilig was. Ook deinsde de trainer niet terug voor harde ingrepen: wanneer een speler niet aan de aan hem gestelde eisen kon voldoen, belandde deze al spoedig op een zijspoor. Maar ook Michels zelf maakte fouten. Toen Ajax op 28 mei 1969 als eerste Nederlandse club de eindstrijd van de Europacup voor landskampioenen bereikte, bleek de door hem uitgedachte tactiek ontoereikend tegen een door de wol geverfde tegenstander als het Italiaanse AC Milan: Ajax verloor kansloos met 1-4.

Twee jaar later, op 2 juni 1971 - het jaar tevoren was Ajax opnieuw landskampioen geworden - werd het gewenste internationale succes wel geboekt met een 2-0-zege in de Europacupfinale tegen het Griekse Panathinaikos. Onmiddellijk daarna maakte Michels zijn overgang bekend naar het Spaanse FC Barcelona. Michels zei aan een nieuwe uitdaging toe te zijn, maar ook het aanmerkelijk hogere salaris dat hij bij de Catalaanse club kon verdienen, speelde een belangrijke rol. Ofschoon hij om zijn tactisch inzicht werd geroemd, was een aantal Ajax-spelers ook opgelucht over zijn vertrek: de verstandhouding met Michels, die hen vaak als niet meer dan 'nummers' beschouwde, was niet altijd even goed geweest. In Spanje bleef succes voor FC Barcelona en zijn nieuwe oefenmeester Michels aanvankelijk uit. Maar nadat in 1973 sterspeler Cruijff zich bij zijn oude coach had gevoegd, werd Barcelona een jaar later landskampioen.

In dat Spaanse kampioensjaar deed de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) geen vergeefs beroep op Michels om tijdens de eindronden van het wereldkampioenschap voetbal (WK) in de Duitse Bondsrepubliek als 'supervisor' van het Nederlands elftal op te treden, omdat men weinig vertrouwen had in de zittende bondscoach, de Tsjech František Fadrhonc. Opnieuw stond de discipline bij Michels hoog in het vaandel: bij de spelers en aanhang van Oranje heette hij inmiddels 'de Generaal'. Tevens bedacht hij - een enkele keer in overleg met zijn aanvoerder Cruijff - een verrassend compleet tactisch concept, dat voortaan als 'totaalvoetbal' bekend zou staan. Met vaak sprankelend en offensief spel, waarbij de vleugelverdedigers 'halve' aanvallers waren en de middenvelders tijdig de aanval van de tegenstander ontregelden, werd de finale bereikt. Die wedstrijd, op 7 juli 1974 in het Olympiastadion van München tegen gastland West-Duitsland, leverde - vooral door een matige voorbereiding en onderschatting van de tegenstander - een 1-2-nederlaag en een langdurig vaderlands 'voetbaltrauma' op.

Na nog een jaar in Spanje keerde Michels in augustus 1975 als technisch directeur terug bij Ajax. Het werd geen succes, volgens Michels door de kwalitatief matige spelersgroep. Daarop volgde van 1976 tot 1978 een tweede periode bij FC Barcelona. Ook deze 'herhalingsoefening' leverde, ondanks de aanwezigheid van Cruijff, nauwelijks tot de verbeelding sprekende resultaten op. De winst in de Spaanse bekerfinale in 1978 was de enige grote prijs.

Een privé-bezoek van Michels aan de Verenigde Staten vormde de basis voor een tweejarige verbintenis, van 1978 tot 1980, bij de Los Angeles Aztecs. Omdat hij het topvoetbal in Europa niet kon missen, verbond hij zich in oktober 1980 aan de West-Duitse club 1. FC Köln. Weliswaar beschikte hij niet over het vereiste Duitse trainersdiploma, maar vanwege zijn reputatie en omdat hij de Duitse taal voldoende beheerste, werd hem door de Duitse voetbalbond dispensatie verleend. In Keulen kwam Michels bij herhaling in botsing met spelers die hem Spartaanse trainingsmethoden en een gebrekkige communicatie verweten. Ook omdat echt grote successen uitbleven - er was slechts nationale bekerwinst in 1983 - kwam de trainer bij het clubbestuur en in de pers onder druk te staan. Al vroeg in het seizoen 1983/1984, na een paar nederlagen op rij, nam Michels ontslag.

Ten tijde van Michels' Keulse periode hadden al oriënterende gesprekken plaatsgehad tussen hem en de KNVB over een mogelijke toekomstige functie bij de voetbalbond. Op 1 juli 1984 trad Michels er als manager technische zaken en opleidingen in dienst. Al snel mengde hij zich in de gang van zaken rond het Nederlands elftal, en vier maanden later werd hij benoemd tot bondscoach. Het eerste doel, kwalificatie voor de eindronden van het WK in Mexico van 1986, werd niet bereikt. De coaching bij de beslissende voorrondewedstrijden had Michels - die na een hartoperatie tijdelijk was uitgeschakeld - noodgedwongen aan een vervanger moeten overlaten. Oranje slaagde er onder leiding van de herstelde Michels vervolgens wel in zich te plaatsen voor het eindtoernooi van het Europees kampioenschap (EK) van 1988 in de Bondsrepubliek. Nadat in de halve finale met 2-1 van de oude rivaal West-Duitsland was gewonnen - voor velen een late genoegdoening voor het verlies in 1974 -, behaalde het Nederlands elftal op 25 juni 1988 in München de Europese titel door een 2-0-overwinning op de Sovjetunie.

Het was Michels gelukt nieuwe inhoud te geven aan zijn oude adagium dat teambelang moest prevaleren boven individueel belang. Ditmaal deed hij dat met een combinatie van discipline en een relativerende humor, waardoor hij harmonie in de spelersgroep wist te smeden. Spelers en trainer vonden elkaar bovendien in een gemeenschappelijk beleden afkeer van KNVB-bestuursleden die zich te pas en te onpas met voetbaltechnische zaken zouden bemoeien. Toen Michels, die door velen 'menselijker' dan voorheen werd genoemd, door de spelers een horloge met inscriptie als aandenken kreeg aangeboden, kon hij zijn ontroering nauwelijks verbergen.

Michels ging aansluitend aan de slag bij het West-Duitse TSV Bayer 04 Leverkusen, waar hij na nog geen jaar, in april 1989, wegens tegenvallende resultaten werd ontslagen. Ondanks zijn aversie jegens voetbalofficials - hij betitelde hen geringschattend als 'piepels' - keerde Michels in juli van dat jaar terug naar de KNVB, waar hij als lid technische zaken tot het sectiebestuur toetrad. In die hoedanigheid spande hij zich met succes in voor het instellen van een landelijke jeugdcompetitie. Verder bleef hij zich nadrukkelijk met het Nederlands elftal bemoeien. Na het voor Oranje incidentrijk en weinig succesvol verlopen WK van 1990 in Italië nam Michels de functie van bondscoach opnieuw op zich. Op het EK in Zweden, twee jaar later, verloor het Nederlands elftal in de halve finale van Denemarken, waarna definitief een einde kwam aan Michels' bondscoachschap. Bij 53 wedstrijden van het Nederlands elftal had hij op de bank gezeten. Tussen de inmiddels 64-jarige Michels en een nieuwe lichting mondige voetballers was een (generatie)kloof ontstaan, die in allerlei irritaties tot uiting kwam.

Na Michels' vertrek werd het aanmerkelijk stiller rond 'de Generaal'. Hij verrichtte nog advieswerkzaamheden voor verschillende voetbalorganisaties, waarbij jeugdopleiding en teambuilding centraal stonden. In 1999 werd hij door een vakjury van spelers, trainers, bestuurders en journalisten uitgeroepen tot 'Nederlands coach van de eeuw' en vijf jaar later tot 'Beste trainer 50 jaar betaald voetbal'. Voortdurende problemen met zijn hart en de onverwachte dood van zijn vrouw Wil in 2003 maakten hem op den duur kwetsbaar en deden hem vereenzamen. Een nieuwe hartoperatie, in februari 2005 uitgevoerd door een specialist in het Belgische Aalst, ging vergezeld van complicaties, die een paar weken later tot zijn overlijden op 77-jarige leeftijd leidden.

Als een van de eerste Nederlandse trainers had Michels oog voor nieuwe ontwikkelingen, waarbij hij aanvallend spel en 'pressievoetbal' tot norm verhief. Bij het laatstgenoemde aspect werd de tegenstander 'opgejaagd' om zo welhaast tot balverlies te worden gedwongen. Daarmee stelde Michels hoge eisen aan zijn spelers, wier mentale weerbaarheid en fysieke fitheid niet genoeg aandacht konden krijgen. De vaak geciteerde - maar even vaak uit zijn verband gerukte - uitspraak van Michels': 'Topvoetbal is zoiets als oorlog. Wie netjes blijft, is verloren' (Algemeen Dagblad, 10-3-1970) dient in dit verband te worden gezien. Onmiskenbaar heeft deze opvatting mede bijgedragen tot de internationale sportieve successen van Nederlandse voetbalteams tussen 1965 en 1988. Maar het is evenzeer waar dat Michels als coach weinig inspraak duldde, specifieke kwaliteiten van voetballers niet altijd ten volle aansprak en dat spontaniteit en beleving van het voetbal tekort kwamen, doordat de discipline wel erg de boventoon voerde. 'Hij genoot niet van het spel, alleen van het resultaat', zei een collega-trainer eens over hem (Om 't spel, 185).

Spelers, collega's en journalisten, maar ook zijn eigen familie, hadden nogal eens moeite met het moeilijk te peilen karakter van Rinus Michels; niet voor niets was 'de Sfinx' een andere bijnaam van 'de Generaal'. Ofschoon hij wel van gezelligheid hield - zijn zangkwaliteiten waren algemeen bekend -, was hij ten diepste een teruggetrokken man, die een bepaalde norsheid maar zelden kon of wilde verbergen. Dat hij daarbij weerstanden opriep, deerde hem ogenschijnlijk weinig: 'In tegenstelling tot mijn vrouw ben ik niet sociaal vaardig en ik wil het ook niet zijn. Ik zoek geen contact' (NOS-televisie-documentaire, 28-1-2003). Toch kwamen de 'eretitels' uit 1999 en 2004 hem toe; was het niet om zijn successen, dan toch zeker vanwege de nieuwe speltechnische opvattingen die hij aan het einde van de jaren zestig introduceerde.

P: Teambuilding als route naar succes (Leeuwarden 2000).

L: Naast necrologieën in o.a. Het Parool, 3-3-2005, door Hans van der Beek, ibidem, 4-3-2005, door Dick Sintenie, ibidem, 4-3-2005, door Matty Verkamman, in Trouw, 4-3-2005 en door Paul Onkenhout, in de Volkskrant, 4-3-2005: Frits Barend, Topclub Ajax. Jaarboek. Nr 1 (Amsterdam [etc.] 1970); Het Nederlands elftal. De historie van Oranje, 1905-1989. Samengest. door Matty Verkamman (Amsterdam 1989) 286-195, 340-351; idem en Evert Vermeer, Om 't spel en de knikkers. 40 jaar betaald voetbal in Nederland (Amsterdam [etc.] 1994); Matty Verkamman en Henk Mees, Het Nederlands Elftal. De historie van Oranje, 1989-1995 ([Amsterdam] 1996) 17-29, 37-55; Ajax 1900-2000. Samengest. door Rob van Zoest (Bussum 2000) 291-294; Evert Vermeer en Marcelle van Hoof, Ajax 100 jaar. Jubileumboek 1900-2000 (Gew. dr.; Amsterdam 2002); Bert Nederlof, 'De vele gezichten van Rinus Michels', in idem, De oceaanvreugde van Marco van Basten. Voetbalverhalen (Antwerpen [etc.] 2004) 91-99; interview door Bart Jungmann met Peter Michels, in de Volkskrant, 24-12-2005; Bert Hiddema, De Generaal (3e gew. dr.; Amsterdam 2005); Menno de Galan, De trots van de wereld. Michels, Cruijff en het Gouden Ajax van 1964-1974 (Amsterdam 2006); Auke Kok, 1974. Wij waren de besten (Amsterdam 2006); Jurriaan van Wessem, Midzomernacht in Hamburg. Hoe Oranje in 1988 triomfeerde in Duitsland (Baarn 2006); Koen Greven en Erik Oudshoorn, 'Rinus Michels (1). De toevallige geboorte van het totaalvoetbal' en 'Rinus Michels (2). Zelfs de Sfinx kan zijn emoties bijna niet meer de baas', in idem, Een elftal bondscoaches (Baarn, 2006) 84-93, 94-106; Auke Kok, 1988 - Wij hielden van Oranje (Amsterdam 2008); Website Rinus Michels: www.rinus-michels.info [16-5-2007]. Op 28-1-2003 zond de NOS de televisiedocumentaire Rinus Michels. Generaal buiten dienst onder eindred. van Ewoud van Winsen uit. Op 7-6-2006 zond de KRO de televisiedocumentaire Profiel: Rinus Michels van Coen Verbraak uit.

I: ANP Historisch Fotoarchief, beeldnummer 68543 [Rinus Michels in maart 1974].

W. Slagter


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 6
Laatst gewijzigd op 12-11-2013