Schakel, Maarten Willem (1917-1997)

 
English | Nederlands

SCHAKEL, Maarten Willem (1917-1997)

Schakel, Maarten Willem (verzetsnaam Jan Snor), politicus en bestuurder (Meerkerk (Z.H.) 17-7-1917 - Gorinchem 13-11-1997). Zoon van Maarten Schakel, sigarenwinkelier, en Carolina Frederika den Hartog. Gehuwd op 21-8-1945 met Anna Margaretha Konings (1917-1990). Uit dit huwelijk werden 4 zoons en 2 dochters geboren.

afbeelding van Schakel, Maarten Willem

Geboren als stamhouder in een gereformeerd gezin met vijf kinderen - de vader dreef in Meerkerk een bescheiden sigarenwinkel, later uitgebreid met een melksalon - bezocht Maarten Schakel na de lagere school de christelijke ULO te Gorinchem. Op veertienjarige leeftijd ging hij hier naar de kweekschool, waar hij in 1935 zijn onderwijzersdiploma en twee jaar later de hoofdakte behaalde. Na zijn militaire diensttijd vond de jonge Schakel niet onmiddellijk een werkkring in het onderwijs. Via avondstudie verwierf hij vervolgens diverse aanvullende onderwijsbevoegdheden. Als gemobiliseerd soldaat maakte hij in mei 1940 in Noord-Brabant de Duitse inval mee. Na de capitulatie van het Nederlandse leger begon Schakel alsnog een loopbaan in het onderwijs, aanvankelijk in 1940/1941 als 'kwekeling met akte' aan een ULO in Alkmaar, in de twee daaropvolgende schooljaren als leraar Duits op zijn 'oude' ULO in Gorinchem. Tot oktober 1943 was hij als zodanig werkzaam.

Door een collega kwam Schakel in aanraking met de illegaliteit. Aanvankelijk verspreidde hij het illegale Vrij Nederlandin de Alblasserwaard. Later redigeerde hij zelf een aantal nummers van het blad en hielp hij - als 'Jan Snor', de schuilnaam waaronder hij een verzetsgroep in zijn geboortestreek leidde - onder meer bij het onderduiken van joodse Nederlanders en van landgenoten die aan een gedwongen tewerkstelling in Duitsland probeerden te ontsnappen. Terwijl één van zijn broers in oktober 1943 door de Duitsers werd opgepakt en later in het concentratiekamp Neuengamme bij Hamburg stierf, wist Maarten Schakel te ontsnappen en zette hij zijn tegen de bezetter gerichte activiteiten voort in de verzetsgroep-André in het Brabantse Sprang-Capelle, waar hij ook een onderduikadres had gevonden.

Toen grote delen van Zuid-Nederland in het najaar van 1944 bevrijd waren, nam Schakel de taak op zich een gewapende eenheid van de Binnenlandsche Strijdkrachten in zijn geboortestreek op te richten. Vlak voor de bevrijding, in april 1945, werd hij daar bij een controle gearresteerd. Omdat bij hem wapens en verboden lectuur waren gevonden, werd hij standrechtelijk ter dood veroordeeld. Een paar uur voor de beoogde executie wisten leden van zijn verzetsgroep Schakel uit het politiebureau in Schoonhoven te bevrijden en in veiligheid te brengen. Van zijn ervaringen tijdens de bezettingstijd deed hij later verslag, onder meer in Van bon tot bom. Herinneringen 1939-1945(1990).

In de eerste weken na de bevrijding hield Schakel zich bezig met het opstellen van lijsten met de namen van op te sporen en te berechten regionale collaborateurs. In augustus 1945 pakte hij het leraarschap aan de ULO in Gorinchem weer op. Op aandringen van zijn verzetsvrienden besloot hij korte tijd later te solliciteren naar het burgemeesterschap van Noordeloos, Hoornaar en Hoogblokland: drie kleine gemeenten in de Alblasserwaard die door één burgemeester werden bestuurd. Op 1 januari 1946 werd hij op 28-jarige leeftijd de tot dan toe jongste burgervader van Nederland. Een paar maanden eerder was Schakel in het huwelijk getreden met Anske Konings, een Brabantse boerendochter, die hij vóór de oorlog al had leren kennen en die eveneens actief was geweest in het verzet.

Vanaf 1946 was Schakel actief in de Anti-Revolutionaire Partij (ARP). Tijdens partijbijeenkomsten maakte Schakel geen geheim van zijn verbondenheid met de traditionele antirevolutionaire denkrichting. Initiatieven van een groep gelijkgestemden, verenigd in VERAR ('Verontrusten in de AR- partij'), die evenals hij grote moeite hadden met de radicaal-evangelische koers die de partijtop aan het begin van de jaren zestig onder J.A.H.J.S. Bruins Slot en W.P. Berghuis wenste in te slaan, deden Schakel bij het opstellen van de kandidatenlijst voor de Kamerverkiezingen van 1963 op een hogere plaats belanden dan hem oorspronkelijk was toebedeeld. Door talloze spreekbeurten verwierf hij in grote delen van het land bekendheid. Daar werd ook de basis voor zijn latere welsprekendheid gelegd. Onder de leuze 'Schakel over op Schakel' werd een voorkeurstemmenactie geïnitieerd, die in 1963 weliswaar nog niet direct het gewenste resultaat opleverde, maar hem, door twee tussentijds opengevallen plaatsen, op 15 september 1964 toch in het parlement zou brengen.

Als Kamerlid viel Schakel op, omdat hij - als een van de weinigen - bij zijn redevoeringen steeds slechts gebruik maakte van een paar aantekeningen. Namens de ARP - en vanaf 1977, toen de fractie van het Christen Democratisch Appèl (CDA) een feit werd, ook voor deze nieuwe politieke groepering - was hij woordvoerder voor Verkeer en Waterstaat, Binnenlandse Zaken, en voor Landbouw en Visserij. Als Kamerlid bleef Schakel zijn oorspronkelijke, principiële opvattingen trouw. Zijn loyaliteit aan de partij stond daarbij nooit ter discussie, omdat het naar buiten treden als een eenheid bij hem altijd prioriteit genoot.

Deze houding bleek onder meer in het voorjaar van 1973 bij de vorming van het centrum-linkse kabinet-Den Uyl (1973-1977), waarin zeer tot spijt van Schakel twee ministers van antirevolutionairen huize zitting namen. Bij de stemming binnen de AR-Kamerfractie bleek een krappe meerderheid bereid de uitkomst van de formatie te steunen, waarop tegenstemmer Schakel zich vervolgens naar de nieuwe situatie schikte. Eén keer, op 20 november 1974, bracht hij dit kabinet overigens in grote politieke problemen door een Kameruitspraak te vragen over een door de minister van Verkeer en Waterstaat, Th.E. Westerterp, voorgestelde wijziging van het plan tot afsluiting van de Oosterschelde. Schakel - die als inwoner van de Alblasserwaard de watersnoodramp van 1953 van nabij had meegemaakt - stelde het veiligheidsaspect en de kosten van de beoogde aanpassingen ter discussie. Zijn motie werd nipt verworpen, maar niet dan nadat de leden van de grootste regeringsfractie, de Partij van de Arbeid, onder grote druk waren gezet tegen te stemmen.

In de hiërarchie van de CDA-fractie klom Schakel in 1978 op tot vice- voorzitter. Mede op grond van zijn langdurige parlementaire ervaring maakte hij tevens vanaf 1977 deel uit van het Kamerpresidium. Eigenzinnig als hij was, nam Schakel als parlementariër soms controversiële standpunten in. Een van zijn eerste wapenfeiten in Den Haag bestond in november 1964 uit het tegenstemmen bij de voorgestelde uitbreiding van de Algemene Ouderdomswet, waarvan een gedeelte uit de staatskas gefinancierd zou moeten worden. Deze oudedagsvoorziening mocht volgens hem en een tweetal andere behoudende fractiegenoten niet als staatspensioen worden beschouwd, iets wat in overeenstemming was met de binnen de ARP geldende traditionele opvatting over de persoonlijke verantwoordelijkheid.

Wat de buitenlandse politiek betreft, toonde hij in de jaren zestig begrip voor de vooral in West-Europa heftig bekritiseerde apartheidspolitiek van opeenvolgende Zuid-Afrikaanse regeringen. Hij had tevens twaalf jaar lang, van 1963 tot 1975, zitting in de Nederlands-Zuid-Afrikaanse Werkgemeenschap. Weliswaar huldigde hij 'van ganser harte het standpunt, dat 'n mens op grond van z'n ras niet gediscrimineerd mag worden' (Oostveen), maar Schakel bleef van mening dat westerse oplossingen niet onverkort op een volstrekt andere samenleving, zoals die van zuidelijk Afrika, waren toe te passen. Identiek oordeelde hij ten aanzien van de toenmalige Portugese koloniën Mozambique en Angola, die hij op uitnodiging van de Portugese ambassadeur in Nederland in augustus 1973 bezocht. Dit leidde tot heftig verzet bij andere partijen en tot onrust in Schakels eigen ARP.

Zoals voor vele Nederlanders werden de ervaringen opgedaan tijdens de Duitse bezetting voor Schakel in de jaren zeventig weer zeer actueel. Zo was hij in februari 1972 een van de opvallendste sprekers tijdens het Kamerdebat over de beoogde vrijlating van de Duitse oorlogsmisdadigers F. Fischer, J.J. Kotälla en F.H. aus der Fünten, die in de strafgevangenis van Breda een levenslange vrijheidsstraf uitzaten. Persoonlijk was Schakel voorstander van gratiëring, maar toch meende hij te moeten opkomen voor de nabestaanden van de slachtoffers en hun gevoelens. Daarom stemde hij, samen met een Kamermeerderheid, tegen invrijheidsstelling van de 'Drie van Breda'.

Ruim zes jaar later, in het najaar van 1978, was er opnieuw een emotionerend moment voor Schakel, toen de voorzitter van de kersverse CDA- Kamerfractie, W. Aantjes, vanwege diens oorlogsverleden ernstig onder vuur kwam te liggen. Schakel zat naast zijn politieke voorman toen deze tijdens een persconferentie zijn terugtreden uit de actieve politiek aankondigde. Zelf vond hij, hoewel ernstig teleurgesteld in zijn geloofs- en streekgenoot - Aantjes was uit het naburige Bleskensgraaf afkomstig - zijn eigen opstelling heel vanzelfsprekend: 'Een stukje christelijke solidariteit met een vriend en broeder in het donkerste uur van zijn politieke carrière' ( De laatste der mannenbroeders, 176). Tegelijk was Schakel van oordeel dat Aantjes, omdat deze nooit volledige opening van zaken had gegeven, niet in de actieve politiek kon en mocht terugkeren.

Schakel was tevreden met zijn in de loop van de jaren opgebouwde positie in de ARP - en later het CDA - en streefde ook niet naar meer. Hij wist dat hij voor velen in zijn partij als 'te rechts' gold en hij ontbeerde, naar eigen zeggen, de nodige financieel-economische kennis. Bovendien wilde hij per se het burgemeesterschap in zijn dierbare Noordeloos en omstreken niet opgeven, waardoor een eventueel ministerschap of staatssecretariaat voor hem onbespreekbaar was. Aan deze verknochtheid aan zijn thuisbasis droegen ook zijn vrouw en kinderen veel bij. Zeer ongaarne verzuimde Schakel heugelijke gebeurtenissen in huiselijke kring ten gunste van politieke activiteiten. Dit verhinderde intussen niet dat Schakel zich aan het Binnenhof als een vis in het water voelde: in zijn visie was het werk als volksvertegenwoordiger het hoogst bereikbare.

Op grond van een bepaling in de (oude) AR-statuten, waarbij personen die tijdens een regeerperiode 65 jaar zouden worden, niet op de kandidatenlijst konden worden geplaatst, nam Schakel op 9 juni 1981 afscheid van het Binnenhof. Ook na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd bleef hij evenwel nog op zijn post in het gemeentehuis van Noordeloos, omdat 'zijn' gemeente bij een herindeling op korte termijn toch in een groter bestuursverband zou opgaan. Op 1 januari 1986 kwam aan veertig jaar burgemeesterschap in één en dezelfde gemeente een einde. Vooral voor de veiligheid van de Alblasserwaard - Schakel was lange tijd secretaris van het waterschap 'De Overwaard' - spande de burgemeester zich erg in. Daarnaast was hij voor zijn gemeente een traditionele burgervader, die in hoogsteigen persoon een toneeluitvoering verbood, toen daarin krachttermen werden gebezigd.

De vele nevenfuncties van uiteenlopende aard die hij tijdens zijn actieve politieke periode had aanvaard, beëindigde Schakel na zijn terugtreden geleidelijk. Hij bleef een actief beoefenaar van de wandelsport, waarvoor hij zich al in zijn jeugd had laten winnen. Sinds 1933 nam hij meer dan vijftig keer deel aan de Nijmeegse Vierdaagse. Tijdens de tocht van 1937 had hij de, naar eigen zeggen, 'voor onze relatie bepalende ontmoeting' met zijn latere echtgenote (Huis en Steenhorst, 23).

Op Maarten Schakel was zeker het epitheton 'antirevolutionair mannenbroeder' van toepassing. Zijn godsvertrouwen, zijn werklust - 'Tussen de maandagmorgen en de zaterdagavond liggen grote mogelijkheden' ( Nederlands Dagblad) - , zijn onverzettelijkheid in bezettingstijd en ook zijn gevoel voor decorum pasten in elk geval bij die benaming. Schakel miste echter het gedrevene en 'gelijkhebberige' dat ook onlosmakelijk met het gereformeerde volksdeel verbonden schijnt. Ofschoon hij goed kon relativeren, was hij ten diepste eerder een cultuurpessimist, mede een gevolg van de verschrikkingen van de oorlog en de dreiging van nieuwe gewelddadige conflicten, die in zijn ogen een onvermijdelijk gevolg waren van de zondeval. Als Kamerlid was Schakel vaak individualistisch en niet zonder ijdelheid. Mede om die reden zorgde hij voor goede contacten met de parlementaire pers. Tenslotte - maar misschien wel bovenal - was Schakel een man van de streek waar hij opgroeide, werkte en ook werd begraven: 'Er is een plekje op de aardbol waar ik voluit thuis ben: de boorden van het riviertje de Giessen in de Alblasserwaard' (idem, 177).

A: Collectie-M.W. Schakel in het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme (1800-heden) te Amsterdam; Archief van M.W. Schakel als commandant van de zesde compagnie van de Binnenlandsche Strijdkrachten in het Stadsarchief te Gorinchem.

P: Behalve de in de tekst genoemde publicatie o.a: De waterwolf slaat toe(Z.pl 1954); Geschiedenis van de hoge en vrije heerlijkheden van Noordeloos en Overslingeland(Gorinchem 1955); Het verzorgingspeil van de kleine gemeente(IJmuiden 1963); De burgemeester in de kleine gemeente. De man in de binnenbocht(Arnhem 1963); De laatste der mannenbroeders. Politicus met een ideaal(Haarlem 1982); 25 eeuwen Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden(Hoornaar 1986); Herinneringen in 82 schetsen(Hoornaar 1988); Streekgenoten(2 dln.; Hoornaar 1990-1991).

L: Behalve necrologieën op 15-11-1997 o.a. door J.M. Bik, in NRC Handelsblad, door Joop van Rijswijk, in Trouw, door Jan Joost Lindner, in de Volkskrant, door Kees Schaepman, in Vrij Nederland, 22-11-1997, door Hannie van Leeuwen en Willem Aantjes, in CDActueel, 20-12-1997: interview door Coen van Harten, in Elseviers Magazine, 25-11-1978; interview door Ton Oostveen, in De Tijd, 20-7-1979; Frits Huis en René Steenhorst, Maarten Schakel. Een onverzettelijk man(Amsterdam 1986); P.L. van Enk, De aftocht van de ARP. Jaren van strijd tussen macht en beginsel(Kampen 1986); H.- M.T.D. ten Napel, 'Een eigen weg'. De totstandkoming van het CDA (1952-1980)(Kampen 1992); Jan-Jaap van den Berg, Deining. Koers en karakter van de ARP ter discussie, 1956-1970(Kampen 1999). Op 9 augustus 1988 zond de NOS-televisie de documentaire Markant: Maarten Schakel van Herman van Run en Jan Roodbol uit.

I: Frits Huis en René Steenhorst, Maarten Schakel. Een onverzettelijk man(Amsterdam 1986) fotokatern na p. 128 [Schakel in april 1977. Foto privé-archief'].

W. Slagter


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 6
Laatst gewijzigd op 12-11-2013