Slomp, Fredrik (1898-1978)

 
English | Nederlands

SLOMP, Fredrik (1898-1978)

Slomp, Fredrik (verzetsnamen: Frits de Zwerver en Ouderling Van Zanten uit Dordrecht), gereformeerd predikant en verzetsman (Ruinerwold 5-3-1898 - Vaassen 13-12-1978). Zoon van Jan Slomp, landbouwer, en Grietje Zantinge. Gehuwd op 26-10-1926 met Tjaltje ten Kate (1896-1988). Uit dit huwelijk werden 1 zoon en 1 dochter geboren.

afbeelding van Slomp, Fredrik

Frits Slomp groeide op als tweede van drie zoons in een nauw bij kerk en maatschappij betrokken gereformeerd gezin in Drenthe. In navolging van hun vader wilden alle drie de broers aanvankelijk boer worden, maar in 1914 besloot Frits alsnog theologie te gaan studeren 'om de mensen wakker te schudden' (Trouw, 6-2-1952). Frits ging daarom in Kampen wonen, waar hij het gereformeerd gymnasium bezocht, dat nauw verbonden was met de Theologische School. De tijd die hij verloor met het vervullen van zijn dienstplicht van juni 1918 tot maart 1919, probeerde de jonge Slomp in te halen door na terugkeer in 1920 staatsexamen te doen. Hiervoor zakte hij echter, evenals voor het toelatingsexamen voor de theologische faculteit van de Vrije Universiteit te Amsterdam. In plaats daarvan werd Slomp in 1921 met dispensatie aan de Theologische School te Kampen toegelaten. Hier studeerde hij op 27 september 1926 af. Een maand later trouwde hij met Tjaltje ten Kate, de oudste dochter van een plaatselijk schoolhoofd, die hij in zijn eerste kosthuis had leren kennen. In 1929 en 1932 zouden uit dit huwelijk respectievelijk een dochter en een zoon geboren worden.

Begin 1927 werd Slomp de eerste gereformeerde predikant in het Zuid-Drentse Nieuwlande. Drie jaar later werd Heemse nabij het Overijsselse Hardenberg zijn nieuwe gemeente. Doordat deze plaats dichtbij de grens lag, behoorden ook Duitsers tot zijn kerkgangers. Zij hielden hem op de hoogte van de politieke ontwikkelingen in hun land. Door zich al vroeg op zes nationaal- socialistische bladen te abonneren en de werken van Hitler en Alfred Rosenberg, de ideoloog van de nazipartij, te lezen, doorzag hij de gevaren van de nationaal-socialistische staatsopvatting. Daarnaast vroegen Duitse gemeenteleden Slomp vanaf het begin om advies. Hoewel zijn kerkenraad en zijn vrouw onder invloed van haar ouders daar niet altijd gelukkig mee waren, waarschuwde hij zijn eigen gemeenteleden en catechisanten tegen de gevaren van het nationaal-socialisme. Hetzelfde deed Slomp wanneer hij voorging in de Alt Reformierte Kirche in Bentheim en Oost-Friesland of wanneer hij daar lezingen hield. Nadat Duitsland in 1937 een preekverbod aan Nederlandse predikanten had opgelegd, ging hij hier tijdens druk bezochte 'hagenpreken' mee voort.

Slomp was in de praktijk een sociaal bewogen predikant, die in 1935 als voorzitter van een commissie voor bestrijding van jeugdwerkloosheid onder meer een delegatie van notabelen uit Hardenberg naar Den Haag leidde om daar te protesteren tegen de zinloosheid van een werkloosheidsproject bij Heemserveen. Fel keerde hij zich ook tegen het besluit van de Nederlandse regering van 10 mei 1938 tot verplichte tewerkstelling van werklozen in nazi-Duitsland. Hij zag hierin een aanranding van de geestelijke vrijheid, waaruit de betrokkenen volgens hem niet 'ongeschonden' konden terugkeren. Met behulp van zijn kerkenraad kreeg Slomp de boeren in zijn dorp zover een extra knecht in dienst te nemen, terwijl er tegelijkertijd voor de werklozen werd gecollecteerd. Zelf nam hij vanaf 1936 overtallige hulppredikers in dienst.

Aan Duitse joden die, na de Reichskristallnacht van november 1938, steeds vaker illegaal de Nederlandse grens overkwamen, verleende Slomp hulp bij het vinden van een onderkomen. Een schuiladres zocht hij ook voor Rijksduitsers uit Heemse die in 1941 weigerden hun dienstplicht in de Wehrmacht te vervullen. Slomp was immers niet anti-Duits, maar anti-nazi. Daarnaast riep hij tijdens de bezetting op velerlei wijze op tot verzet tegen de bezetter, onder meer op illegale bijeenkomsten van de door de Duitsers verboden Anti-Revolutionaire Partij (ARP) en het Christelijk Nationaal Vakverbond. Nadat Slomp op 12 juli 1942 tijdens een preek in Zwolle de kerkgangers had opgeroepen uit christenplicht het werk van de Arbeidsdienst te saboteren, wilde de Gestapo hem arresteren. Door een tijdige waarschuwing wist hij hieraan te ontkomen en moest hij onderduiken.

Slomp zat eind november 1942 nog steeds ondergedoken toen hij, na een lezing in Winterswijk, Helena Kuipers-Rietberg, hoofdbestuurslid van de Bond van Gereformeerde Vrouwenvereenigingen, beter leerde kennen. Onder de verzetsnaam 'Tante Riek' hielp zij samen met haar man onderduikers, en op haar dringende verzoek begon Slomp een nationaal netwerk op te zetten: de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO). Slomp reisde het hele land door - één van zijn schuilnamen was 'Frits de Zwerver' - om, naast reeds bestaande groepjes, nieuwe commissies te vormen van 'Die Organisation Frits', zoals de bezetter de toen nog naamloze verzetsorganisatie noemde. Nu eens bezocht hij bekenden, dan weer preekte hij ergens onaangekondigd of hield hij een lezing als 'Ouderling Van Zanten uit Dordrecht'. Hoewel hij op het eerste gezicht door zijn kleine gestalte weinig indruk maakte, bezat hij een grote overtuigingskracht, die voortkwam uit zijn principiële levensbeschouwing. Daarbij hielpen hem zijn mensenkennis en empathie, alsmede zijn spontaniteit, gevoeligheid, vrijmoedigheid en onafhankelijkheid.

Vrijwel vanaf het begin bracht Slomp in Zwolle medewerkers uit verschillende plaatsen bijeen in de zogeheten 'Commissie-Van Zanten'. Op deze wekelijkse bijeenkomsten - spoedig bekend als 'De Beurs' - werden vraag en aanbod van onderduikers en onderduikadressen op elkaar afgestemd. Hoewel de voorzittersrol hem eigenlijk niet lag, werd Slomp, als medeoprichter van de LO, met de leiding hiervan belast. Op 19 oktober 1943 kwam hieraan een einde doordat de Sicherheitsdienst door verraad een aantal kopstukken arresteerde. Toen duidelijk werd dat Slomp inmiddels tot de meest gezochte verzetsfiguren behoorde, moest hij - zeer tegen zijn zin - het voorzitterschap neerleggen. In plaats daarvan ging hij deelnemen aan het locale verzetswerk, bleef hij kerkdiensten leiden en bijeenkomsten toespreken.

Met zijn eigengereidheid en roekeloosheid bracht Slomp zijn naaste omgeving soms tot wanhoop. Nadat hij al eerder ternauwernood aan arrestatie was ontkomen, werd hij op 1 mei 1944 in Ruurlo bij toeval door twee marechaussees aangehouden - men zag hem aan voor een jood - en overgebracht naar de gevangenis in Arnhem. Maar voordat hij naar de gevangenis in Scheveningen kon worden getransporteerd, wisten vrienden uit de Landelijke Knokploegen (LKP) hem te bevrijden. Daarna zat hij met zijn gezin tot aan het einde van de bezetting ondergedoken.

Na de bevrijding van Overijssel op 11 april 1945 werd Slomp, op verzoek van de afgezette burgemeester, in de overgangsperiode enkele weken belast met het openbaar gezag in Hardenberg. Vervolgens trok hij als onderofficier in het Canadese leger naar West-Nederland om contact te leggen met leden van het verzet. Doordat de kerkenraad van Heemse hem een jaar vrijstelde, kon hij - binnen het verband van de LO en de LKP - al zijn aandacht wijden aan de zorg voor de weduwen en wezen van de ongeveer 1.700 tijdens de Duitse bezetting gesneuvelde leden van het verzet.

De rest van Slomps leven zou worden bepaald door zijn oorlogservaringen. Op verzoek van de leiding van de LO en LKP hield hij van 15 juni 1945 tot 6 maart 1946 samen met een voorman uit het rooms-katholieke verzet - eerst de redemptorist Lodewijk Bleijs en daarna de dominicaan pater Victor (Nico Apeldoorn) - overal in het land spreekbeurten over 'De geestelijke achtergrond van het verzet'. Hierin beklemtoonde hij de onmisbare rol van de vrouw voor de illegaliteit, door haar gevaarlijke werk als koerierster, of - op de achtergrond - door in het gezin het onderduikwerk mogelijk te maken en morele steun te geven aan haar echtgenoot in het verzet. Eén van hen was Slomps eigen vrouw, die in 1943 en 1944 geregeld onderduikers verborg in de pastorie, die tevens dienst deed als doorgangshuis voor verzetsmensen.

Als predikant had Slomp tevens oog voor de geestelijke nood bij de voormalige tegenstanders. Door zijn pastorale zorg deden verscheidene NSB'ers en een Nederlandse SS'er zelfs geloofsbelijdenis bij hem. In tegenstelling tot vele andere leden van het voormalige verzet toonde hij zich in 1965 een voorstander van het huwelijk van kroonprinses Beatrix met de Duitse diplomaat Claus von Amsberg. Nadat hij met enkele oud-illegalen op eigen verzoek een onderhoud met het aanstaande echtpaar had gehad, namen zij afstand van het algemene standpunt van het voormalige verzet, dat dit huwelijk afwees. Nog duidelijker bleek zijn consequente opstelling in 1972, toen hij - opnieuw in tegenstelling tot vele andere oud-verzetsstrijders - zich uitsprak voor de vrijlating van de drie overgebleven Duitse oorlogsmisdadigers uit de gevangenis in Breda.

Met lede ogen sloeg Slomp de hoogoplopende kerkrechtelijke en dogmatische geschillen gade die de Gereformeerde Kerken in Nederland in bezettingstijd verdeelden en uiteindelijk zouden leiden tot de Vrijmaking onder leiding van zijn vriend K. Schilder. Dat in december 1945 het grootste deel van zijn gemeente in Heemse zich hierbij aansloot, wist Slomp ten slotte niet te voorkomen. Hoewel hij met Schilders standpunt sympathiseerde, wilde hij niet worden gedwongen in dit conflict partij te kiezen. Hij had daarom al in oktober van dat jaar een beroep aangenomen als evangelisatiepredikant bij de Gereformeerde Kerk in Hoorn. In deze hoedanigheid pleitte Slomp voor een grootscheepse bestrijding van - wat hij noemde - het 'moderne heidendom', waaraan het volk in bezettingstijd was blootgesteld. Hoewel West-Friesland zijn eigenlijke arbeidsterrein was, behoorde feitelijk het hele gebied boven het IJ hiertoe, een streek waar de mensen zijns inziens door de langdurige onchristelijke prediking en het communisme moeilijk bereikbaar waren voor het evangelie.

Omdat hij vond dat zijn aanwezigheid in Nederlands-Indië gewenst was, vertrok Slomp in januari 1948, als een van de oudste veldpredikers, naar 'zijn jongens', de voormalige verzetsstrijders, waardoor hij later dat jaar de tweede politiële actie meemaakte. Vele van hun brieven hadden hem duidelijk gemaakt hoe groot hun geestelijke nood was. Door het dreigende gevaar van het communisme in Indië en het gevoel dat hun optreden van weinig belang was, raakten de troepen volgens Slomp gedemoraliseerd, wat tot geestelijk en moreel verval leidde. Toen zijn jeep begin februari 1949 op een landmijn reed, liep Slomp een lichte hersenschudding op, waardoor hij slechthorend zou blijven. Als gevolg hiervan was hij de rest van zijn diensttijd tot 1 april 1950 ziekenhuispredikant te Soerabaja. Een gesprek met een Indonesische prins deed Slomp, die aanvankelijk geen kwaad zag in de politiële acties, al begin jaren vijftig van mening veranderen over de Nederlandse koloniale politiek.

Na zijn terugkeer in Hoorn werd Slomps werk mettertijd steeds moeilijker. Door zijn evangelisatiewerk had hij ondermeer contacten met gezinnen uit de lagere klasse. Toen deze niet welkom bleken in de kerkdiensten van de Gereformeerde Kerk, belegde hij bijeenkomsten in het plaatselijke wijkgebouw. Doordat de kerkenraad zijn verzoeken om daar kerkdiensten te houden en hem gelijk te stellen aan de wijkpredikant bij herhaling afwees, dreigde er een kerkscheuring te ontstaan. Daarom besloot Slomp in 1962 met vervroegd emeritaat te gaan. Omdat het werk hem lief was, verbond hij zich in dat jaar aan de kerk van het Zuid-Friese Wolvega voor evangelisatiearbeid in het socialistische Noordwolde. Tijdens zijn tweede emeritaat, in 1966, ging hij vanwege de bosrijke omgeving in Vaassen bij Apeldoorn wonen. Hoewel al in 1972 kanker bij hem werd geconstateerd, bleef hij, tot een half jaar voor zijn dood in december 1978, nog bijna wekelijks preken.

Als medeoprichter van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers en als een van de weinigen van haar leiders die de Duitse bezetting hadden overleefd, werd Slomp na de bevrijding een van degenen die het verzet personifieerden. Na de bevrijding zag hij het als zijn plicht om vooral de jeugd voor de gevaren van ideologieën te waarschuwen zoals het communisme en de Zuid-Afrikaanse apartheidspolitiek. Ook in zijn prediking richtte hij zich in het bijzonder op deze leeftijdsgroep.

A: Archief-F. Slomp (1910) 1918-1978 (1989) in particulier bezit van J. Slomp; collectie van de Stichting LO en LKP, 1945-1950 betreffende F. Slomp en persdocumentatie betreffende F. Slomp in het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie te Amsterdam.

P: Behalve artikelen in o.a. De Zwerver en Belijden en beleven: Mogen wij zoo verder gaan? (Z.pl. 1944); 'De geest van ons verzet', in K. Norel [e.a.], Den vijand wederstaan. Historische schetsen van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers, Landelijke Knokploegen en Centrale Inlichtingendienst (Wageningen 1947) 12-20; 'Ten geleide', in Rogier van Aerde [e.a.]; Het Grote Gebod. Gedenkboek van het verzet in LO en LKP [1951] (4de dr.; Kampen 1989) I, xi-xv; 'Frits de Zwerver over kerk, politiek en pi�tisme (1945)'. Bezorgd en toegelicht door H.J.Ph.G. Kaajan, in Documentatieblad voor de Nederlandse Kerkgeschiedenis na 1800 nr. 62 (juni 2005) 36-49.

L: Behalve necrologie�n o.a. door Fred Lammers, in Trouw, 30-12-1978, door Victor [= Nico Apeldoorn], in Basis. Officieel orgaan van de geestelijke weerbaarheid, 15-1-1979 en door G. Morsink, in Jaarboek van de Gereformeerde Kerken in Nederland 1979 (Goes 1979) 514-515: interview door Joop van Tijn, in Vrij Nederland, 6-5-1967; L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog VI, VIIa, VIIb, IXb, XIIa, XIII ('s-Gravenhage 1975, 1976, 1979, 1988); interview door Frits Stommels, in De Gelderlander [Nijmeegse editie], 5-2-1977; Jan Hof, [Vastberaden in verzet]. Frits de Zwerver. Twaalf jaar strijd tegen de Nazi-terreur [1976] (7de dr.; Baarn 1995); Ann de Vries-Slomp en Jan Slomp, 'Kinderherinneringen aan ds. Slomp. Frits de Zwerver in Heemse 1930-1946', in Rondom Den Herdenbergh 1940-1945 (Hardenberg 1995) 74-88; Dick Kaajan, 'Kampen: eindpunt van tournee over geestelijk verzet', in Kamper Almanak 2003 75 (2003) 176-195; Jan Hof, De dubbele slag in Arnhem. De KP-kraken van de Koepel en het Huis van Bewaring (Baarn 2004); Dick Kaajan, 'Mislukte poging om Frits de Zwerver te arresteren', in Zesde Bulletin van de Tweede Wereldoorlog. Onder red. van Robin te Slaa [e.a.] (Soesterberg 2004) 33-63; idem, 'Frits de Zwerver en de spanning tussen kerk en verzet', in Tussen lijdelijkheid en verzet. Gereformeerden in bezettingstijd. Onder red. van George Harinck (Barneveld 2005) 87-107; idem, 'Verzet in verzet voor behoud bevrijdingsdag', in Negende Bulletin van de Tweede Wereldoorlog. Onder red. van Perry Pierik [e.a.] (Soesterberg 2006) 37-48; idem, 'Brieven van Frits de Zwerver over zijn gevangenschap', in Tiende Bulletin van de Tweede Wereldoorlog. Onder red. van Perry Pierik [e.a.] (Soesterberg 2007) 47-61. Op 1 oktober 1963 zond de NTS-televisie in de documentaireserie De Bezetting een interview met F. Slomp door L. de Jong uit.

I: Foto uit privé-bezit [Slomp in augustus 1943].

H.J.Ph.G. Kaajan


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 6
Laatst gewijzigd op 07-12-2015