Stolk, Robert (1946-2001)

STOLK, Robert (1946-2001)

STOLK, Robert, politiek activist en drukker (Zaandam, 23-2-1946 - Amsterdam, 31-3-2001). Zoon van Zwerus Adrianus Stolk, fabrieksarbeider, later magazijncontroleur, en Hendrika Jongh, marktkoopvrouw. Gehuwd op 6-10-1965 met Sara Jansje Duys (geb. 1948). Uit dit huwelijk werden 2 dochters geboren.

afbeelding van Stolk, Rob

Rob Stolk was letterlijk een kind van de bevrijding. Hij kwam in 1946 als de op één na jongste in een gezin van vijf kinderen ter wereld. Vader Stolk kwam uit een sociaal-democratisch nest en zijn echtgenote uit een communistisch gezin, maar aan het einde van de jaren vijftig stemden beiden op de Pacifistisch Socialistische Partij (PSP). Als kind was Rob Stolk een 'dorrel', Zaans voor een bleek, snotterig jongetje. Op de HBS-afdeling van het Zaanlands Lyceum bleef hij in de tweede en derde klas zitten. Zonder diploma ging Stolk in 1962 van school en deed hij de boekhouding bij garage Does in Zaandam.

Dat hij nooit een opleiding heeft afgerond, zat Stolk wel dwars (Van Poppel, 62), ondanks zijn latere uitspraak: 'Wat een kind nodig heeft en op school moet leren is lezen en schrijven. De rest leert het leven wel' (Rogier). Al op de HBS verdiende Stolk een aardige zakcent aan zijn steeds verder uitdijende krantenwijk, mat hij zich een artistiekerige houding aan en besteedde hij zijn geld aan brommers, uitgaan en vriendinnetjes. Naast deze uitingen van materialisme gaf Stolk ook blijk van politiek idealisme: zijn denkbeelden werden bepaald door het socialistische milieu waarin hij opgroeide en door zijn ervaringen in de Pacifistisch-Socialistische Jongeren Werkgroepen (PSJW), waarbij hij zich in 1963 aansloot. Als propagandist hielp hij bij het beschilderen en beletteren van verkiezingsborden voor de PSP.

Stolk was intussen vaak in Amsterdam te vinden, niet alleen om uit te gaan, maar ook om lezingen bij te wonen in debatcentrum 'De Raamstraat'of om te demonstreren tijdens paasmarsen met de PSJW of tijdens de NAVO-taptoe in het Olympisch Stadion in 1963. Hier maakte hij voor het eerst kennis met hard politieoptreden. Deze pijnlijke aanraking met de bullepees zou zijn engagement duurzaam bevestigen. Uit onvrede over het vele vergaderen en het gebrek aan directe actie in de PSJW richtte Stolk eigen politieke groepjes op, zoals de zestien leden tellende Anarchistische Werkgemeenschap Zaandam (Zandvoort). In het voorjaar van 1965 begon hij met zijn eerste periodiek, Barst, waarvan de ondertitel zijn kijk op de wereld treffend samenvat: Sociaal/cultureel tijdschrift op basis van een levensbeschouwing, die een zo onbegrensd mogelijke zelfstandigheid van elk individu beoogt en elk maatschappelijk systeem, waarin plaats is voor geweld, dwang of autoritair gezag, verwerpt'. Er zou slechts één aflevering van verschijnen.

In mei 1965 stond Stolk samen met Roel van Duijn - een uit een antroposofisch Haags middenstandsgezin afkomstige filosofiestudent met een activistisch verleden - en hun beider vrienden aan de wieg van Provo: een anarchistisch geïnspireerde actiegroep die op ludieke, luidruchtige en kunstzinnige wijze de spot dreef met de burgermaatschappij en autoriteiten en gezagsstructuren tartte. In juni van dat jaar zegde Stolk zijn baan bij garage Does op en vestigde hij zich in het 'hoofdkwartier' van Provo in Amsterdam. Bij Provo ontpopte Stolk zich tot een van de drijvende krachten achter het drukkerscollectief. Samen met anderen slaagde hij erin van dit collectief een welhaast professionele organisatie te maken, waar spoedig een offsetpers de handmatige stencilmachine verving. Tegelijkertijd bleef Stolk zich concentreren op directe actie en groeide hij - sterk beïnvloed door de charismatische Robert Jasper Grootveld - uit tot een beeldbepalende provo, zowel door zijn kledij - met bolhoed - als door zijn veelvuldige optreden in de media.

Wars van gewichtigdoenerij bespeelde Stolk op ironische wijze de publieke opinie. Nationale bekendheid kreeg hij met zijn Provo-huwelijk met vriendin Saartje in oktober 1965 in Zaandam, dat door Grootveld in dampen van marihuana werd gezegend. De negentienjarige bruidegom introduceerde bij die gelegenheid het witte spijkerpak en maakte met zijn twee jaar jongere bruid een rondje op een witte fiets, een verwijzing naar het kort tevoren door Provo gelanceerde 'Witte Fietsenplan'.

Omdat volgens Stolk de doelen inmiddels waren bereikt en omdat 'iedereen een bloedhekel aan elkaar had gekregen, en de ijdelheid aan alle kanten iedere functionele samenleving en samenwerking bemoeilijkte' (Van Tijen) hief Provo zichzelf in mei 1967 in een openbare vergadering in het Vondelpark op. Het archief van de actiegroep werd in februari 1969 voor ruim 13.000 gulden verkocht aan de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek. Het geld werd ondergebracht bij de stichting Ter Bevordering van een Goed en Goedkoop Leven. Deze geldpot vormde aanvankelijk de basis voor verdere activiteiten ten dienste van de alternatieve buurtbeweging en krakersbeweging. Die activiteiten zou Stolk voornamelijk via de drukpers in de praktijk brengen, waarbij hij in ruime mate kon profiteren van de politieke, journalistieke en typografische ervaring die hij inmiddels had opgedaan.

Stolk toonde zich een onvermoeibaar propagandist van democratische organisatievormen, waarbij mensen directe invloed op hun eigen leven zouden moeten krijgen. Hij begon een drukkerscollectief, dat het begin vormde van de krakersbeweging. In 1969 richtte hij Koöperatief Woningburo 'De Kraker (doet het steeds vaker)' op, en in datzelfde jaar gaf hij een Handleiding voor krakers uit. Bij de bezetting van het administratiebureau van de Universiteit van Amsterdam - het zogeheten Maagdenhuis - in mei 1969 was hij direct betrokken: als drukker en als degene die de breekijzers voor de kraak verschafte. In het begin van de jaren zeventig sloot Stolk zich aan bij het georganiseerde verzet van buurtbewoners en krakers in de Aktiegroep Nieuwmarkt tegen de grootscheepse sloopplannen in verband met de aanleg van de metro. Actiebladen als Nieuwsmarkt, Amsterdams Weekblad en De Tand des Tijds verschenen weliswaar in kleine oplagen, maar waren binnen Amsterdam behoorlijk invloedrijk. Toen de kraakbeweging begon te radicaliseren, keerde Stolk zich hiervan af. Met het oproepen tot geweld in de zin van propagandistisch en rethorisch middel om de gevestigde orde de stuipen op het lijf te jagen had hij geen moeite, maar wel met geweld als reëel strijdmiddel.\

Stolk ging met zijn vrouw en twee dochters in Amsterdam-Zuid wonen en verdiende de kost met zijn in 1976 opgerichte Drukkerij Rob Stolk BV. In zijn werk richtte zij zich vooral op de cultureel-maatschappelijke sector. Stolk was geen typograaf in de betekenis van ontwerper of vormgever. Veeleer was hij een anti-typograaf. Hij werkte niet vanuit een stilistisch of esthetisch perspectief, daarvoor bleef hij te veel een pamflettist en activist. In juni 1980 zette Stolk resoluut een streep onder zijn leven als actievoerder, toen er 's nachts in het huis naast hem een zware explosie plaatsvond, waardoor ook de woning waar hij en zijn gezin lagen te slapen, ernstig werd beschadigd. Waarschijnlijk had een lid van de Rode Jeugd, dat daar woonde, met chemicaliën geëxperimenteerd.

Rob Stolk overleed in 2001 op 55-jarige leeftijd onverwachts aan een hartaanval. Zijn naam blijft verbonden met Provo. Zijn specifieke inbreng in deze geruchtmakende actiegroep was enerzijds zijn inzet ten behoeve van het drukkerscollectief en anderzijds zijn aandachttrekkende publieke optreden. Op humoristische wijze en met ferme uitspraken zette hij de buitenwacht graag op het verkeerde been. Stolk was een anarchistisch geïnspireerd idealist, die streefde naar democratische organisatievormen, waarbij mensen meer directe invloed op hun eigen leefomgeving zouden kunnen uitoefenen. Na zijn activistische periode stortte hij zich met zijn bedrijf op het drukkersvak. Stolk beschikte over een zakeninstinct dat hij te gelde wist te maken in zijn drukkerij. Uit zijn links-idealistische klantenkring en de geëngageerde manier waarop hij het drukkersvak beoefende, bleek echter dat hij zijn ideologische veren nooit heeft afgeschud.

A: Archief en documentatiecollectie betreffende Provo (1960-1993) in het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis te Amsterdam; persdocumentatie betreffende Rob Stolk in het Stadsarchief Amsterdam.

L: Behalve necrologieën o.a. door Corrie Verkerk in Het Parool, 2-4-2001, door Hubert Smeets, in NRC Handelsblad, 3-4-2001, door Ben Haveman, in de Volkskrant, 3-4-2001, door Roel van Duijn, in Algemeen Dagblad, 7-4-2001; door Elsbeth Etty, in NRC Handelsblad, 7-4-2001: interview door Wim Zandvoort, in De Typhoon. Dagblad voor de Zaanstreek, 19-6-1965; interview door Aad van der Mijn, in Het Parool, 28-9-1965; C.B.P. van Poppel, De Amsterdamse Provo's uit de jaren 1965-1967 [Ongepubliceerde doctoraalscriptie, Universiteit van Amsterdam, 1968]; interview door Jan Rogier, in Vrij Nederland, 13-6-1970; Andreas Danekes [pseudoniem van Tom Bouman], 'De provo die verder keek', in Onze jaren 45-70. Onder hoofdred. van J. Bakkenhoven (Amsterdam 1973) afl. 73, 2335; interview door Herman Vuijsje, in NRC Handelsblad, 10-5-1986; interview door Tjebbe van Tijen, 10-1-1991 (Geluidsband GC4/367; Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis te Amsterdam); interview door Geert Mak, in NRC Handelsblad, 6-6-1991.

I: Beeldbank van het Nationaal Archief in Den Haag [Foto: Dijk; Collectie ANEFO: Rob Stolk in februari 1980].

Niek Pas


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 6
Laatst gewijzigd op 12-11-2013
r>