Zaalberg, Frans Hendrik Karel (1873-1928)

 
English | Nederlands

ZAALBERG, Frans Hendrik Karel (1873-1928)

Zaalberg, Frans Hendrik Karel, journalist en politicus in Nederlands-Indië (Batavia (Java, Nederlands-Indië) 26-11-1873 - Batavia (Java, Nederlands-Indië) 13-2-1928). Zoon van Pieter Jacobus Adrianus Zaalberg, referendaris bij het departement van Onderwijs, Eeredienst en Nijverheid in Nederlands-Indië, en Susanna Elisabeth de Bie. Gehuwd op 22-4-1899 met Maria Taunay (1878 - 1911). Uit dit huwelijk werden 2 zoons en 3 dochters geboren, van wie 1 jong overleed.

afbeelding van Zaalberg, Frans Hendrik Karel

Karel Zaalberg groeide, samen met zijn twee oudere broers en twee oudere zusters, op in het gezin van een door invaliditeit werkloos geworden ambtenaar en een moeder uit een deftige Indische familie. Het keurige, maar tot armoede vervallen gezin bewoonde een huisje in de Bataviase volksbuurt 'Pintoe Besie', te midden van andere minder geslaagde Indo's, zoals de gemengdbloedige afstammelingen van Europeanen gewoonlijk werden genoemd. Aangezien het geld voor een HBS-opleiding ontbrak, bezorgde zijn hoofdonderwijzer de intelligente jongen een plaats op school als onbezoldigd kwekeling.

Een neerbuigende opmerking van een collega-leerkracht was voor de veertienjarige Karel aanleiding om al binnen een jaar de brui te geven aan dit baantje. Hij kon adressenschrijver worden bij het Bataviaasch Nieuwsblad, dat werd geleid door de bekende Indische romancier en journalist P.A. Daum. Onder zijn leiding leerde hij vanaf 1888 de eerste beginselen van de journalistiek door berichtjes te verzamelen en te schrijven over wat er zich aan de zelfkant van Batavia afspeelde. Engels en Frans leerde hij bij het overnemen en vertalen van telegrammen en berichten uit buitenlandse kranten.

Dat Zaalberg als Indo-Europeaan, als iemand die niet behoorde tot de blanke bovenlaag van de kolonie, een verantwoordelijke positie kreeg in de journalistiek was ongebruikelijk en daardoor opmerkelijk. Door hem in 1891 aan te stellen als zijn rechterhand op de redactie wilde Daum dan ook nadrukkelijk een daad stellen tegenover de veelvuldige discriminatie van Indo's. Zaalberg zou dit vertrouwen in de daaropvolgende jaren volop waard blijken.

Zo had Zaalberg in 1894 de primeur van de mislukte expeditie naar het eiland Lombok, waarbij het Nederlandsch-Indisch Leger bij een nachtelijke aanval de grootste militaire nederlaag uit de koloniale geschiedenis had geleden. Zaalberg zorgde er tevens voor dat het nieuws van dit zogeheten 'Verraad van Lombok' snel in Nederland bekend werd. Het was dan ook zijn telegram aan het Nieuws van den Dag in Amsterdam dat het vaderland in rep en roer bracht. Zaalbergs geheim was dat hij altijd op de juiste plaats en op het juiste moment wist te beschikken over een goede verslaggever. In veel gevallen waren dat min of meer illegaal bijverdienende ambtenaren en militairen, wier bijdragen anoniem werden afgedrukt.

Tussen 1903 en 1906 baarde Zaalberg opnieuw opzien met zijn uitstekend gedocumenteerde verslaggeving over mishandeling van tinarbeiders op het eiland Banka en over de lakse reactie van het Gouvernement op een malaria-epidemie op het eiland Madoera. Deze reportages maakten des te meer indruk omdat juist toen de Nederlandse regering zich in het kader van de zogeheten 'ethische politiek' opwierp als beschermer en opvoeder van de gekoloniseerde volkeren in de archipel.

Tijdens de laatste twee jaren van Daums hoofdredacteurschap, toen deze door ziekte en een reis naar Nederland - hij zou er in 1898 overlijden - veelvuldig afwezig was, bewees Zaalberg het Bataviaasch Nieuwsblad in zijn plaats zelfstandig te kunnen leiden. De twee opvolgers van Daum als hoofdredacteur hadden weinig succes. Vanaf 1902 bleef deze functie daarom vacant. Weliswaar leek Zaalberg hiervoor de geschiktste kandidaat, maar de uitgever aarzelde een Indo, die bovendien nog nooit in Nederland was geweest, op deze post te benoemen. Tenslotte was het Bataviaasch Nieuwsblad de grootste Nederlandstalige krant in de kolonie. Door te dreigen met opstappen wist Zaalberg uiteindelijk zijn aanstelling op 30 november 1908 af te dwingen.

Deze positieverbetering kwam van pas. In 1899 was hij getrouwd met Maria Taunay, een telg uit een oude Indische - evenals de Zaalbergs in oorsprong joodse - familie en de dochter van de eerste commies op het departement van Marine in Batavia. Het was een zeer gelukkig huwelijk, waaruit tussen 1900 en 1908 vijf kinderen werden geboren.

Behalve als journalist had Zaalberg intussen ook als politicus naam gemaakt. Vooral als voorvechter van de belangen van de Indo's deed hij van zich spreken. Van 1902 tot 1903 was hij korte tijd lid van de Indische Bond, de Indo-Europese belangenorganisatie. In de jaren daarna had hij zijn aandacht gericht op het verkrijgen van burgerrechten - zoals het recht van politieke vereniging en het stemrecht - voor Europeanen en ontwikkelde Javanen en Chinezen. Ook publiceerde hij verscheidene artikelen over de noodzaak het onderwijsniveau van de inheemse bevolking te verhogen en haar te betrekken bij het bestuur over de archipel.

Het aantreden van Ernest Douwes Dekker - evenals Zaalberg een Indo - als plaatsvervangend redacteur in 1907 vergrootte het politiek elan van het Bataviaasch Nieuwsblad. Deze had goede contacten met jonge Javaanse intellectuelen en was actief betrokken bij de oprichting van de vereniging Boedi Oetomo, een gebeurtenis die wordt gezien als het begin van het Indische nationalisme. De inmiddels hechte vriendschap tussen Zaalberg en Douwes Dekker leidde ook tot gezamenlijke plannen om, als woordvoerders van de Indo-Europeanen, samen met Boedi Oetomo een parlement voor Indië te eisen, waarin alle vertegenwoordigers uit alle bevolkingsgroepen zitting zouden moeten hebben.

Zaalberg stond in het eerste decennium van de 20ste eeuw afwijzend tegenover het koloniale beleid van Nederland, dat naar zijn mening blind leek voor het onafwendbare emancipatiestreven van de Aziatische volkeren. Toch was Zaalberg geen revolutionair. Zijn scherpe en bijtende kritiek bleef altijd ingekaderd in een positivistisch wereldbeeld, waarin geleidelijkheid en redelijkheid ook ten aanzien van de koloniale verhoudingen voorop stonden.

Op grond van zijn gematigde visie keerde Zaalberg zich tegen Douwes Dekker, toen deze in het najaar van 1912 de Indische Partij oprichtte, die de onafhankelijkheid van de kolonie op termijn nastreefde. Niet onder de indruk van de duizenden Indo's die voor deze beweging op de been kwamen, veroordeelde Zaalberg zijn beste vriend als een onverantwoordelijke populist, die het koloniale gezag onnodig tartte. Inderdaad maakte het Gouvernement in 1913 korte metten met de Indische Partij en verbande haar drie leiders: Douwes Dekker en zijn twee Javaanse vrienden. De morele verliezer was echter Zaalberg, die niet alleen ten overstaan van al zijn lezers zijn vriend was afgevallen, maar ook de Indische regering een argument in handen had gespeeld om tegen hem op te treden.

Het einde van zijn vriendschap met Douwes Dekker vormde in zowel Zaalbergs persoonlijke als zijn maatschappelijke leven een keerpunt. Al een aantal jaren werd hij gekweld door het grote verdriet over het overlijden van zijn vrouw in september 1911, van wie hij zeer veel had gehouden. Hij dronk en rookte te veel, zeker voor iemand met astma. Daarbij kwam nu dat zijn publieke afkeuring van de Indische Partij hem veel lezers kostte. Zaalberg trok zijn consequenties en vertrok op 31 juli 1913 als hoofdredacteur van het Bataviaasch Nieuwsblad. Hierna was hij een jaar lang, samen met Jan Fabricius, hoofdredacteur van het Bataviaasch Handelsblad. Nadat de laatstgenoemde definitief naar Europa was vertrokken, bleek de krant niet langer levensvatbaar.

Vanaf 1914 voorzag Zaalberg in zijn levensonderhoud met geregelde bijdragen aan een drietal Indische kranten. Als politieke voorman had hij inmiddels sterk aan betekenis ingeboet. Het toneel werd nu beheerst door de opkomende nationalistische beweging, die het Indische Gouvernement juist tijdens de oorlog niet van zich wilde vervreemden. Nu Zaalberg zijn positie was kwijtgeraakt, veranderde de stijl van zijn stukken: deze werd sarcastisch en verongelijkt van toon. Niettemin wist hij met vooruitziende blik te voorspellen dat de conflicten tussen het koloniale gezag en het Indische nationalisme die hij verwachtte nadelig zouden zijn voor de in Indië geboren Europeanen. Voor de kwetsbare positie van deze relatief kleine en economisch machteloze bevolkingsgroep zou inderdaad geen van beide partijen oog hebben.

In 1918 was het Bataviaasch Nieuwsblad overgenomen door de Nederlandsche Handel-Maatschappij. De nieuwe eigenaar - die van oudsher nauwe banden met de Nederlandse regering onderhield - wilde vooral een matigend geluid en dacht onmiddellijk aan Zaalberg. Zodoende werd hij - na ruim drie jaar afwezigheid - op 16 oktober 1916 opnieuw aangesteld als hoofdredacteur van het Bataviaasch Nieuwsblad. Vervolgens kostte het hem de grootste moeite het terrein terug te veroveren dat de krant gedurende zijn afwezigheid had verloren. De felle toon waarmee hij in zijn jonge jaren het koloniale conservatisme had willen breken, was gaandeweg zwakker geworden. Tot aan zijn dood in 1928 - hij zou als hoofdredacteur in het harnas sterven - bleef hij een genuanceerde voorstander van de koloniale ontvoogding, waarvoor hij trouwens noch van de nationalisten noch van de overwegend reactionaire Europese pers waardering kreeg.

Zijn mooiste ogenblik als voorman van de Indo-Europese emancipatie maakte Zaalberg mee toen hij op 13 juli 1919 de door 2.000 personen bezochte oprichtingsvergadering van het Indo-Europeesch Verbond (IEV) voorzat. De Indo-Europeanen, die hun positie in de kolonie steeds meer bedreigd zagen door het nationalisme en de toenemende concurrentie van de Indische bevolking op de arbeidsmarkt, sloten zich hierbij massaal aan. Aan het einde van de jaren twintig zou het IEV al zo'n 13.000 leden tellen.

Zaalberg zou bij het Verbond geen rol meer op de voorgrond spelen. Daaraan was vooral zijn slechte gezondheid debet. Kort na de oprichting van het IEV kreeg Zaalberg zo'n last van zijn astmatische bronchitis, dat hij enige maanden rust moest houden in het kuuroord Tosari, hoog in het Tengger-gebergte nabij Malang. In Zaalbergs persoonlijke leven kwam vanaf 1921 wat meer rust, toen zijn oudere ongehuwde zuster Bep zich over hem en zijn kinderen ontfermde en zijn huishouden ging bestieren.

Pas in 1922 trad Zaalberg toe tot het hoofdbestuur van het IEV, waarvoor hij in 1924 lid werd van de Volksraad, het vertegenwoordigend lichaam van Nederlands-Indië. Hier onderscheidde hij zich niet echt, al flakkerde af en toe het oude vuur op wanneer hij zich manifesteerde als voorvechter voor hoger onderwijs in Indië. Zijn grote verdienste als pionier van de Indo-Europese emancipatie werd echter door niemand betwist.

Karel Zaalbergs gezondheid bleef wankel, en op 13 februari 1928 overleed hij op 53-jarige leeftijd. Daags daarna legde de gehele Indische pers de persen drie minuten stil. Het was een uniek eerbetoon aan de man die als journalist en politicus onophoudelijk heeft gestreden voor de positie in heden en toekomst van de Indo-Europeanen. Zijn idealen werden uiteindelijk voor een belangrijk deel verwezenlijkt door het IEV, dat zich in de loop van de jaren twintig en dertig zou manifesteren als dé belangenbehartiger van in Indië geborenen.

P: Zaalberg publiceerde het merendeel van zijn artikelen in het Bataviaasch Nieuwsblad. Daarnaast leverde hij bijdragen aan de Indische dagbladen De Locomotief, Nieuws van den Dag van Nederlandsch-Indië, Bataviaasch Handelsblad en aan Indische weekbladen als Jong Indië, De Reflector, D'Oriënt en Onze Stem.

L: Gerard Termorshuizen, P.A. Daum. Journalist en romancier van tempo doeloe (Amsterdam 1988); Ulbe Bosma, Karel Zaalberg. Journalist en strijder voor de Indo (Leiden 1997); Gerard Termorshuizen, Journalisten en heethoofden. Een geschiedenis van de Indisch-Nederlandse dagbladpers, 1744- 1905 (Leiden 2001).

I: Ulbe Bosma, Karel Zaalberg. Journalist en strijder voor de Indo (Leiden 1997) voorkaft [Foto: Collectie Indisch Wetenschappelijk Instituut].

Ulbe Bosma


Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 6
Laatst gewijzigd op 12-11-2013