Baas Becking, Lourens Gerhard Marinus (1895-1963)

 
English | Nederlands

BAAS BECKING, Lourens Gerhard Marinus (1895-1963)

Baas Becking, Lourens Gerhard Marinus, bioloog (Deventer 4-1-1895 - Canberra (Australië) 6-1-1963). Zoon van Marinus Ludovicus Baas Becking, planter, en Anna Maria Helena Berkhout. Gehuwd op 16-6-1919 met Rabina Haverman. Uit dit huwelijk werden 2 zoons en 1 dochter geboren. Na haar overlijden gehuwd op 16-6-1961 met Johanna Louisa Maria Bombeeck. Uit dit huwelijk werden geen kinderen geboren. afbeelding van Baas Becking, Lourens Gerhard Marinus

Baas Becking doorliep de lagere school te 's-Gravenhage, de HBS in Amersfoort en begon in 1913 aan de studie voor chemisch ingenieur in Delft, de eerste twee jaren technologie met succes voltooiend. Daarop volgde in 1916 een studie in de biologie in Utrecht, die in 1919 bij de botanicus F.A.F.C. Went cum laude werd afgesloten. Om gezondheidsredenen - hij leed aan chronisch astma - zocht en vond hij, inmiddels gehuwd, in Californië genezing. Daar zette hij aan de Stanford University zijn studie voort, waar in 1921 een Ph.D. werd behaald. In hetzelfde jaar nog promoveerde hij cum laude bij Went in Utrecht op het proefschrift Radiation and vital phenomena, een moderne beschouwing over de fotosynthese. Teruggekeerd naar Californië werd hij als professor of biology aan de Stanford University verbonden; daar kregen de thema's van onderzoek en theorie vorm die hem in later jaren zouden blijven bezighouden. Dit kon zich voltrekken op grond van een basiskennis die bij biologen van die dagen uiterst zeldzaam was. In zijn vroege Delftse jaren had hij immers een ruime kennis van wiskunde, fysica en chemie kunnen verwerven en deze kon hij aanwenden bij zijn voortgaand onderzoek in de biologie. De banden met Nederland werden ondertussen niet doorgesneden. In 1927/1928 gaf hij een serie colleges in Utrecht, getiteld; 'Over de algemeenheid van het leven' (Jaarboek der Rijks-Universiteit te Utrecht 1927-1928, 3-18).

In 1930 volgt zijn benoeming tot hoogleraar in de algemene botanie te Leiden. Niet langer dan tien jaar is hij daar hoogleraar. Onderzoek, onderwijs, hortus worden in de kortst mogelijke tijd grondig gereorganiseerd en vernieuwd, waarbij hij assistenten en studenten zowel als technisch en tuinpersoneel in een intensieve samenwerking weet te betrekken. Vijftien proefschriften verschijnen op uiteenlopend gebied. Daarnaast is er een niet te stelpen stroom van publikaties handelend over zowel bijzondere als algemene onderwerpen. Hij schrijft gemakkelijk en boeiend. Uit de vele door hem in zijn werk gebruikte motto's, die later ook worden ontleend aan de bijbel, blijkt zijn literaire belezenheid. In 1934 verschijnt zijn boekje Geobiologie of inleiding tot de milieukunde. Generaties biologen van die tijd vinden er nieuwe inspiratie in. Het schetst de samenhang van de door hem verworven veelzijdige kennis rondom het thema: de levende organismen en de aarde. Gaia of leven en aarde is de titel van zijn intreerede in 1931. Toch heeft deze medaille van veelzijdigheid ook een keerzijde. Het frequent wisselen van zijn belangstelling, de dikwijls te vluchtige persoonlijke contacten maken de samenwerking met anderen niet altijd tot een onverdeeld genoegen.

Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog kwam voor Baas Becking even onverwachts als voor een overgrote meerderheid van de Nederlandse bevolking. Op een studiereis in 1937 (voor een groot deel gewijd aan de biologie van de zoutbereiding) had hij reeds kennis gemaakt met het belangrijke studiecentrum in de tropen dat 's Lands Plantentuin te Buitenzorg in Ned.-Indië (het huidige Kebon Raya Indonesia te Bogor) was. De economische crisis van de jaren dertig had echter ook dit instituut niet onberoerd gelaten, en onder de indruk van de uitdaging die het biologisch onderzoek hem daar bood, aanvaardde Baas Becking, aanvankelijk voor de duur van het ene jaar 1940, het directeurschap. Eind januari vertrok hij daarom met zijn gezin naar Java. De vergaande plannen die hij ontwikkelde voor herstel van het wetenschappelijk onderzoek aan 's Lands Plantentuin vonden gehoor bij het Gouvernement, mits die zich onder zijn directoraat zouden voltrekken. Daarop keerde Baas Becking naar Nederland terug om zich van zijn verplichtingen in Leiden te kunnen losmaken. Daar het zou gaan om een afwezigheid van korte duur, liet hij zijn gezin in Indië achter. Doch in mei 1940 overvielen de Duitsers West-Europa; terugkeer naar Java was onmogelijk. Hij hernam, ondergedoken bij Unilever, zo goed mogelijk zijn wetenschappelijke arbeid: de literatuurlijst vermeldt voor 1942 alleen al zes publikaties.

Baas Becking waagde twee ontsnappingspogingen, die beide mislukten. Na de eerste poging in 1940 om, o.a. met de marineofficier en geheim agent Lodo van Hamel, van een van de Friese meren per watervliegtuig te worden opgehaald, kwam hij er met een korte detentie af. Na de tweede poging - hij werd in de zomer van 1943 in een open boot op zee opgepikt - wachtte hem een langdurige gevangenisstraf, eerst in Nederland, later in Sieburg. Hulp vanuit zijn Leidse vriendenkring was hem, zolang hij nog in Nederland gevangen zat, een grote steun; mede daardoor is hij in staat geweest te werken aan verschillende manuscripten, o.a. aan een herziening en uitbreiding van Geobiologie. In Sieburg werd hij op eigen verzoek betrokken bij de bestrijding in de gevangenis van de daar heersende vlektyphus. In mei 1945 troffen de bevrijders hem in een ernstig verzwakte toestand aan en pas in augustus kon hij, enigszins hersteld, naar Nederland terugkeren. Zo spoedig als zijn gezondheid en de omstandigheden het toelieten vertrok hij in september 1945 naar Java, waar hij zijn vrouw en kinderen in zeer ellendige toestand aantrof; zijn oudste zoon was omgekomen.

De naoorlogse jaren brengen Ned.-Indië in hevige beroering. Er is een politieke omwenteling gaande, ontreddering en grote nood. Baas Becking doet wat hij onder deze omstandigheden zijn plicht acht: met al zijn vermogens zich inzetten voor zijn medemens. Voor de hulp verleend bij het Rode-Kruiswerk ontvangt hij een hoge onderscheiding. In 1948 verlaat hij Indonesië, waar hij voor zichzelf geen taak meer ziet, en vertrekt naar Nouméa, Frans-Caledonië. Ongeveer twee jaar is hij daar verbonden aan de South Pacific Commission, die het wetenschappelijk onderzoek in dat gedeelte van de wereld wil coördineren. Onder tragische omstandigheden verongelukt daar zijn vrouw. Niet lang daarna, in 1952, vertrekt hij naar Australië. Hier hervindt hij de wetenschappelijke arbeid. Hij wordt verbonden aan de Commonwealth Scientific and Industrial Research Organization, en werkt eerst bij Fisheries Station te Cronulla en later te Canberra. Hij publiceert geregeld over uiteenlopende onderwerpen, waarbij de geobiologie van bacteriën de voornaamste plaats blijft innemen. Een aanmerkelijk deel van deze publikaties vindt men in de Proceedings van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, van welk instituut hij reeds van 1935 af lid is. Van een herziene en uitgebreide uitgave van het bekende Geobiologie of inleiding in de milieukunde is het niet meer gekomen, ondanks het feit dat Baas Becking er tot 1952 aan heeft gewerkt. De nu verouderde maar nog zeer waardevolle tekst bevindt zich in manuscriptvorm in enkele exemplaren in Nederland. (Over de lotgevallen van dit manuscript; zie H.F. Linskens in Vakblad voor Biologen 63 (1983) 230-232.) In de laatste drie jaren van zijn leven nemen zijn krachten snel af. Hij overlijdt 6 januari 1963 te Canberra.

Weliswaar is het 'magnum opus' van Baas Becking nimmer verschenen, maar dat is voor een groot deel toe te schrijven aan de oorlogsomstandigheden en aan persoonlijke tegenslagen. Vaststaat evenwel dat hij in Nederland en daarbuiten velen heeft wakker geschud voor een moderne biologie die, zonder haar eigen aard te verliezen, gewapend was met de hulpwetenschappen wiskunde, fysica en chemie. Ter herinnering aan zijn wetenschappelijke verdiensten wordt in 1965 onder auspiciën van verschillende wetenschappelijke organisaties van Australië te Canberra gesticht: The Baas Becking Biogeological Research Laboratory.

P: J. Westenberg, A bibliography of the publications of Lourens G.M. Baas Becking (Amsterdam, 1977).

L: V.J. Koningsberger, in Jaarboek van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen 1962-1963, 369-375; J. Ruinen, in Vakblad voor Biologen 43 (1963) 41-47; F.W. Went, in Nature. A weekly Journal of science 198 (1963) 4876 (13 april) 134; W.K.H. Karstens en H. Kleibrink, De Leidse hortus: een botanische erfenis (Zwolle, [1982]).

I: Jaarboek van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen 1962-1963, afbeelding tegenover pagina 369.

H.C.J. Oomen †


Bovenstaande biografie weerspiegelt de stand van het onderzoek tot aan het jaar van publicatie in het gedrukte deel van het BWN. Dit jaar is hieronder weergegeven. Alle daarna verschenen literatuur is niet in de tekst verwerkt en wordt evenmin vermeld in de literatuuropgave (onder L).

Oorspronkelijke versie opgenomen in: Biografisch Woordenboek van Nederland 3 (Den Haag 1989)
Laatst gewijzigd op 12-11-2013