Nederland en de Europese integratie, 1950-1986

 
English | Nederlands
S00918
19-02-1955
Actoren
Memorandum en notitie
Samenvatting
427. Integratie. Van der Beugel stuurt een stuk van Blaisse door getiteld 'Prae-Integratie Overeenkomsten' (bijgevoegd). Hij meent dat het Europese front nauwelijks in beweging is. Daarvoor is de situatie in Frankrijk nog te onduidelijk. Alle mensen van goede wil zien enerzijds in dat er op korte termijn weinig te bereiken valt, maar hebben anderzijds het onbevredigende gevoel dat een te langdurige stilstand funeste gevolgen kan hebben voor het integratieproces. De plannen van Monnet, maar ook van Blaisse kunnen vanuit die sfeer van onbehagen worden verklaard. Van der Beugel meent dat Monnet's plannen in feite niet meer zijn dan een geglorifieerde Europese beweging. Hij denkt niet dat ze kunnen bijdragen aan een andere gang van zaken in Europa.
De andere optie van Monnet - aanblijven als president van de HA op voorwaarde dat de bevoegdheden worden uitgebreid - is volgens van der Beugel niet realistisch.
Ook voelt hij weinig voor Blaisse's denkbeelden om eerst multilateraal een aantal oorzaken die de integratie in de weg staan op ter ruimen voordat de integratie institutioneel langs de juiste weg ter hand kan worden genomen. Hij meent dat die problemen alleen via een supranationale structuur kunnen worden aangepakt. De keus is tussen een OEEC-benadering die weinig nieuws meer voortbrengt of de EGKS-benadering .