Nederland en de Europese integratie, 1950-1986

 
English | Nederlands
S01787
21-10-1959
Samenvatting
1933, Griekenland en de EEG.
Kymmell ontving die Griekse ambassadeur, die hem twee vragen stelde, nl. welk voorbehoud en welke principiƫle aarzelingen Nedeland heeft t.a.v. de Griekse associatie. Hierop werd met klem geantwoord dat er geen enkele aarzeling bestond en ook nimmer was geweest. De ambassadeur wees op een brief van Luns van juni aan zijn Griekse collega waarin deze stelde het Griekse probleem gaarne geregeld te zien in het kader van een multilaterale associatie in het raam van de OEES. Kymmell stelde dat dit absoluut geen bezwaar is tegen de associatie met de EEG. Ook de Grieken hadden liever een multilaterale associatie gezien. Daarnaast kwam de ambassadeur nog eens terug op de opstelling van dhr Westhof van de Europese Commissie. Kymmell stelde nogmaals dat Nederland geen enkele binding heeft met Westhof.