Nederland en de Europese integratie, 1950-1986

 
English | Nederlands
S02530
19-06-1968
Samenvatting
585. Verslag conferentie ministers van Financiën van de EEG op 27 mei 1968.
Deze conferentie heeft door het onbreken van de ministers van Frankrijk, Duitsland en Italië weinig substantiële resultaten opgeleverd. Er werd o.m. gediscussieerd n.a.v. een nota van Witteveen over grotere inspraak van de ministers van Financiën bij de vaststelling van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Witteveen stelt dat in de Commissie geen functionaris is opgenomen die verantwoordelijk is voor de financiële consequenties van het beleid van de Gemeenschap dat voortspruit uit voorstellen van de Commissie. Hoewel alleszins begrip was voor de vrees van Witteveen dat de financiële lasten van het landbouwbeleid buiten proportie zwaar werden, is het onredelijk hiervan de Commissie de schuld te geven. Het waren vooral de ministers van Landbouw die niet bereid waren lagere prijzen te aanvaarden. Het probleem ligt dus meer bij de samenstelling van de delegaties voor de Raadsvergaderingen.
DIE vermoedt dat Witteveen een voorkeur heeft voor deelname van de ministers van Financiën aan het overleg in de Landbouwraad. Als men consequent is zouden ook andere ministers aan dit overleg moeten deelnemen. Hiermee zou echter het weer een normale Raad worden en de exclusiviteit van de Landbouwraad worden doorbroken.
Op het ministerie van Landbouw bestaan geen bezwaren tegen deelname van de minister(s) van Financiën aan de Landbouwraad, wanneer er kwesties met vergaande financiële consequenties aan de orde komen. Het zou ook mogelijk zijn om landbouwvraagstukken in de 'normale' Raad te bespreken in aanwezigheid van de ministers van Buitenlandse en Economische Zaken.
Zie ook