Nederland en de Europese integratie, 1950-1986

 
English | Nederlands
Samenvatting
2/79. Beleidsbespreking 13 a.s.
Voor het beleidsgesprek hebben de DG's enkele memo's opgesteld. (zie bijlagen)
Rutten (DGPZ) stelt de vraag hoe de Nederlandse regering moet reageren op de snel toenemende neiging van de Westelijke grote landen om in kleine conferenties en informele gesprekken internationale vraagstukken te behandelen. Volgens hem leidt dit tot uitholling bestaande organen, zoals NAVO, EEG en EPS. De invloed van kleine landen vermindert.
Van de Mortel (PLAN) wijst op de dreigende afbrokkeling van de gemeenschappelijke markt. Hij wijst op concurrentievervalsende steun aan bedrijven en bedrijfstakken. Er moet een krachtiger mededingingspolitiek komen. Verder zal het grote moeite kosten om het EMS in stand te houden. Indien het monetaire en budgettaire beleid van de deelnemende landen niet voldoende op elkaar wordt afgestemd en het EMS hen in de verleiding zou brengen te lang vast te houden aan wisselkoersverhoudingen die een onjuiste weerspiegeling vormen van onderliggende reƫle kosten- en prijsverhoudingen, zou het EMS een directe bedreiging voor het goed functioneren van de gemeenschappelijke markt gaan vormen.
Zie ook