Alfabetische Index

 
English | Nederlands
A   B   C   D   E   F   G   H   I   J   K   L   M   N   O   P   Q   R   S   T   U   V   W   X   Y   Z  

DAESDONCK, HENDRIK. V
(† 1720) Apotheker te Gouda; vroedschap van die stad van 1677 tot zijn dood; schepen o.a. 1702, 1704-05; burgemeester 1706-07, 1710-11 en 1714-15; vele andere stedelijke functies. De Jong, Met goed fatsoen.
DALBERG, DAMIAN CASIMIR, Freiherr VON. XIII
(† 1717) Keizerlijk officier; diende voornamelijk in Hongarije; gesneuveld voor Belgrado. Kneschke, Deutsches Adels Lexicon, II; Feldzüge, XIV, 189
DALBERG, N.N. XIII
Würzburgs generaal-majoor, vermist of gevangen genomen bij Denain, 1712. Wijn, Staatsche Leger, VIII, bd. III, 194
DALBOT, N.N. II
N.n.g. Hugenoots agent.
DALEN, PIETER VAN. IV
Stuurman bij de VOC
DALENNOORT, WILLEM VAN. @ II; IV; VI; XI-XIII; XVII; XIX
(† 1738) Pastoor te 's-Gravenhage; een van de voormannen van de Cleresie. Polman, Katholiek Nederland.
DALHOFF, ANTHONI JÖRGENSZ. X; XI
Deen; moordenaar van Jacob Storm, alias Dankers in Kopenhagen, 1707; veroordeeld tot celstraf in de Bremerholm, verzoekt gratie in 1710.
DALRYMPLE, (Sir) DAVID. XVII
(† 1721) Whig M.P. voor Haddington Burghs (Schotland) 1708-21; lord advocate sinds 1714. Sedgwick, House of Commons 1715-1754.
DALRYMPLE, (Sir) JOHN, (graaf) van STAIR. III; VI
(1648-1707) Schots jurist, onder Willem III secretary of state van Schotland; onder Anne privy councillor maar verder ambteloos; graaf van Stair 1703. DNB.
DALRYMPLE, JOHN, (tweede) graaf van STAIR. @ # II-III; V; VII-VIII; X-XIX
(1673-1747) Zoon van de voorgaande; voor een deel in Holland opgevoed; officier in Engelse dienst; brigadier 1706; tweede graaf van Stair 1707; na 1712 als Whig niet in dienst, maar onder George I in diplomatieke dienst; 1709-10 als gezant naar Augustus I van Polen-Saksen; 1715-20 Engels gezant te Parijs. DNB.
DALTABAN MUSTAFA PASJA. II
Grootvizier van Turkije 1702.
DALWIG, JOHANN REINHARD VON. @ I-XVIII
(1667-1737) Extraordinaris envoyé van Hessen-Kassel te 's-Gravenhage 1702-20; vertegenwoordiger van de landgraaf op het vredescongres te Utrecht 1712-13. NDB; Repertorium I.
DALZELL, ROBERT, graaf van CARNWATH. XVII
(† 1737) Schots edelman, Jacobiet; na de opstand van 1715 ter dood veroordeeld, maar gepardoneerd. Complete Peerage.
DAM, ADRIEN VAN, heer van MOREAUSART. @ XI
Edelman uit Henegouwen, van Hollandse afstamming; zoon van Jean-Théodore van Dam, officier in Hollandse dienst, en Adrienne van Naeltwijck, dochter van Johan van Oldenbarnevelt. Annuaire de la Noblesse de Belgique, 16 (1862), 86; Plomp, Adelsgunsten.
DAM, JEAN-FLORENT VAN, baron van AUDIGNIES. @ V-VIII; XII; XIV-XVII
Neef van de voorgaande; 1706 kolonel van een nieuw opgericht regiment dragonders in de Zuidelijke Nederlanden, later gouverneur van Gent. Ruwet, Soldats des régiments nationaux.
DAM, (Mr.) PIETER VAN. @ I; II
(1621-1706) Uit een Amersfoorts regentengeslacht; advocaat (secretaris) van de VOC sinds 1652. NNBW.
DAMAS, N.N., IV; IX
N.n.g. Kanunnik van Luik; lid van de keizerlijke raad.
DAMAT HASSAN PASHA. VI; X
Turks gouverneur van Egypte 1707, ontslagen 1710.
DAMBERG, N.N. XIII
Boekhouder in Amsterdam; mede-ontwerper van loterijen.
DAMEN, ADAM. VI; XI; XIII; XVII: XVIII
(† 1717) Afkomstig uit Amsterdam; kanunnik van de Dom te Keulen; prior van het klooster Nonnenwerth; 1707 apostolisch vicaris in de Nederlanden; door de Staten-Generaal niet geaccepteerd; 1709 verbannen. Polman, Katholiek Nederland.
DAMISSE, CORNELIS. V
Kapitein in het regiment Palm sinds 19 juni 1706.
DAMMAN DE ROELINS, M.F. X; XIII
N.n.g. Schepen van Gent 1710.
DAMPIER, WILLIAM. IX
(1652-1715) Engels ontdekkingsreiziger, hydrograaf, boekanier en zeerover; 1708-11 navigator op een Engelse kaper en via Kaap Hoorn en Kaap de Goede Hoop rond de wereld. DNB.
DAMPIERRE, N.N. @ II; VI-IX
N.n.g.; Hugenoots officier in Pruisische dienst. Haag, La France Protestante, 2e éd., V, noemt twee Dampierre's in Pruisen, zonder nadere bijzonderheden.
DANBY, graaf van, zie OSBORNE, PEREGRINE.
DANCKELMANN, DANIEL LUDOLPH VON. I; VI
General-Kriegskommissar van Brandenburg-Pruisen; een van de zes broers van de volgende. Repertorium, I.
DANCKELMANN, EBERHARD CHRISTOPH BALTHASAR VON. I; II; IV; X; XIV
(1643-1722) Brandenburgs minister, in 1697 in ongenade gevallen. ADB.
DANCKELMANN, FRIEDRICH VON. IV
(1689-1729) Zoon van de voorgaande. NDB.
DANCKELMANN, NIKOLAUS BARTHOLOMÄUS, Freiherr VON. I
De jongste van de broers; Brandenburgs Hofrat; afgevaardigde op het vredescongres te Rijswijk 1697. Repertorium, I.
DANCKELMANN, THOMAS ERNST, Freiherr VON. I
(† 1709) De tweede van de broers van die naam; Regierungspräsident van Minden; richter van Lingen; 1690-98 Brandenburgs gezant te Londen; 1685 getrouwd met Henrina Geertruid Roelinck, zuster van Herman Jan. Van Doorninck, Geslachtkundige Aanteekeningen, 569; Repertorium, I.
DANCKELMANN, WILHELM HEINRICH VON. II
Brandenburgs Regierungsrat; kanselier van Minden; 1695-97 gezant in Hannover en Celle. Repertorium, I.
DANCKELMANN, N.N. I; XIV
Pruisisch officier in Nederlandse dienst.
DANCKERTS, JAN. I; II; IV; VIII; IX; XI; XII; XIV
Sinds 1688 commissaris van de uitheemsche depêches van de Staten-Generaal. Hora Siccama, Aanteekeningen en verbeteringen, 187.
DANGERFELD, ANTON VON. XIII
(† 1721) Saksisch resident bij de Nedersaksische Kreits 1706-21; standplaats Hamburg. Repertorium, I; II
DANKAARTS, J. XIII
Vlissings kaperkapitein; voerde in 1712 de kaper 'De Vliegende Arend'. Verhees, Zeeuwse Kaapvaart, 241.
DANSER, JACOB. XII
Schipper/eigenaar van het schip 'd'Eendragt', aangehouden door de Denen in de Oostzee, 1711.
DARBUCY, zie ARBUSSY.
DARNLEY, lady CATHARINE. V; XII
(† 1743) Natuurlijke dochter van James II en Catharine Sedley († 1717); 1706 echtgenote van John Sheffield, hertog van Buckingham; eerder (1699-1701) echtgenote van James Annesley, [3e] graaf van Anglesey; haar moeder Catharine Sedley trouwde in 1696 met David Colyear, lord Portmore. DNB.
DARRÉ, N.N. II
Meester-chirurgijn, tevens Frans agent in Ulm; postadres voor d'Usson.
DARTMOUTH, baron (graaf), zie LEGGE, WILLIAM.
DASKOV, ALEKSEJ. XV
(† 1733)Russisch diplomaat; resident te Warschau, voor het eerst vermeld 1712; resident te Constantinopel 1719-21, vanaf 1720 met de rang van envoyé. Repertorium, I; Amburger, Behördenorganisation Russlands.
DATIS, N.N. VIII
Protestant; handwerksman of koopman te Lille.
DAUN, WIRICH PHILIPP LORENZ, graaf. V-XIV; XIX
(1669-1741) Keizerlijk officier; Feldzeugmeister; 1706 verdediger van Turijn; 1708 veldmaarschalk; 1713 onderkoning van Napels en Sicilië. ADB.
DAUPHIN, N.N. III
Hugenoots agent.
DAVENANT, CHARLES. I; IV
(1656-1714) M.P., 'political economist' en publicist; 1702 secretaris van de commissioners voor de unie met Schotland; 1705 inspecteur-generaal van de export en import. DNB.
DAVENANT, HENRY. IV-VI; XI; XII; XVI; XVIII
Zoon van de voorgaande; 1703-11 Engels resident bij de Kreitsen van het Duitse Rijk te Frankfurt; 1714-22 resident bij Italiaanse hoven Genua, Parma, Modena en Toscane. Frey/Rule, Observations, 133; Repertorium, I; Braubach, Prinz Eugen.
DAWES, Sir WILLIAM. XIV; XVI
Bisschop van Chester 1708-14; aartsbisschop van York 1714.
DAYROLLE, (Sir) JAMES. V-X; XII; XVII; XVIII
(† 1739) Hugenoot met de oorspronkelijke naam Jacques Teissinière; secretaris van de Engelse gezant Alexander Stanhope te 's-Gravenhage 1700-05; resident aldaar 1706-12; resident te Genève 1715; opnieuw Engels resident te 's-Gravenhage vanaf 1717 tot zijn dood. Schutte, Buitenlandse vertegenwoordigers.
DEBESSET, MARTHE. I
Hugenote, echtgenote van Joseph Prévost, samen uitgeweken naar Nederland.
DECKER, JEAN-BAPTISTE-AURELIUS VAN WALHOORN, gezegd DE. VII; XIV
Schepen van Brussel; burgemeester 1707-12 en 1717-24. Henne-Wauters, Histoire de Bruxelles, II, 553-556
DECKER, MATTHEW. @ XV
(1679-1749) Geboren in Amsterdam; sinds 1702 koopman in Londen; 1716 baronet. DNB.
DEDEL, ADRIAAN. VIII
(† 1687) Advocaat voor het Hof van Holland.
- weduwe van, zie RAVESTEYN, CHRISTINA ELIZABETH van.
DEDEL, JACOB. @ VIII-XI; XIV; XVIII
(1677-na 1716) Oudere broer van Pieter Dedel; achterneef van Heinsius; commissaris van de vivres van de Staatse troepen in Spanje en Portugal; 1707 opgevolgd door zijn broer Pieter; 1708 controleur van de posterijen te Lille; eind 1709 ook administrateur voor het herstel van de fortificaties van Doornik. Dedel, Genealogie Dedel.
DEDEL, JAN WILLEMSZ. X
(1588-1665) President van het Hof van Holland.
- derde zoon van, zie DEDEL, WILLEM JANSZ.
DEDEL, (Mr.) JOHAN. II; III; VIII; X; XIV
(1636-1715) Haags regent; vele malen schepen sinds 1672; vele malen burgemeester sinds 1674, o.a. 1703. Elias, Vroedschap.
DEDEL, MARIA. I; X
Echtgenote van Adriaan Heinsius en moeder van de raadpensionaris.
DEDEL, MARIA WILLEMSDR. IX; X
(1661-1717) Geparenteerd aan Heinsius; gehuwd geweest met Mr. Cornelis Pieterson (1653-1701). Fölting, Vroedschap 's-Gravenhage; De Vos, Vroedschap Zierikzee.
DEDEL, PIETER. @ VI-VIII; X
(1685-1709) 1707 commissaris van de vivres bij de troepen van de Staat in Spanje als opvolger van zijn broer Jacob; 1708 ook commissaris van de monstering bij de troepen in Spanje en Portugal.
DEDEL, (Mr.) WILLEM GERRIT. XVI
(1675-1715) Postmeester te 's-Gravenhage; 1691-1705 secretaris van Amsterdam; 1705 in de vroedschap aldaar; verwant van Heinsius, zoon van Johan. Fölting, Vroedschap 's-Gravenhage, 148; Elias, Vroedschap.
DEDEL, (Mr.) WILLEM JANSZ. X
(1627-1683) Griffier van het Hof van Holland; zijn dochter Maria (1661-1717) was getrouwd geweest met Cornelis Pieterson. Dedel, Genealogie Dedel, 9-11.
DEDEM, ALEXANDER VAN, heer van VOSBERGEN. V; VIII
(† 1741) Gelders edelman; in de Ridderschap van Veluwe 1681; burgemeester van Harderwijk; curator van de Academie aldaar 1706; lid van de Raad van State wegens Gelderland 1705-08 en van de Staten-Generaal 1711; jongere broer van de volgenden. D'Ablaing van Giessenburg, Ridderschap Veluwe, 339; Van Doorninck, Geslachtkundige Aanteekeningen, 244-45.
DEDEM, COENRAAD WILLEM VAN, heer tot de GELDER. @ I-V; VII-X; XII
(† 1714) Lid van de Ridderschap van Overijssel 1683; kolonel van de infanterie 1689; generaal-majoor 1701; luitenant-generaal 1704; 1702 waarnemend gouverneur van Bergen op Zoom; 1710 gouverneur van die vesting. Nederland's Adelsboek,39, 176; Ringoir, Hoofdofficieren infanterie.
DEDEM, WILLEM JAN VAN, heer tot den BERG. I; III; V
(1656-1738) Luitenant-kolonel van het Overijsselse regiment infanterie Heyden 1696; kolonel-commandant 1704; lid van de Ridderschap van Overijssel 1703; van de Ridderschap van Veluwe 1737. Nederland's Adelsboek, 39, 178; Van Doorninck, Geslachtkundige Aanteekeningen, 245.
DEDERIKS, LEONARD. XIV
Correspondent van H.W. Rumpf.
DEEKEN, B. DE. @ VI
Ontvanger van de Roede en stad Menen.
DEELEN, EVERHARD VAN. VI-VIII
(† 1714) Nederlands officier; 1694 majoor van het Gelderse regiment infanterie Beijnheijm; 1704 kolonel; 1709 brigadier. Ringoir, Hoofdofficieren infanterie.
DEFOE, DANIEL. IX; XIII; XIV
(1661-1731) Engels schrijver en pamflettist; zijn "True Born Englishman', ter verdediging van Willem III, verscheen in 1701. DNB.
DEGENFELD, MARIE LUISE, raugravin van de PALTS-SIMMERN. I
(1634-1677) Tweede echtgenote van Karl Ludwig van de Palts-Simmern. Von Isenburg, Stammtafeln, I.
DEGESSER, JOOST. XII
Inwoner van Meeuwen.
DEKKER, CLAES. III
Nederlands schipper, voerende de 'Adrichem'.
DE LA BARRE, JOHAN REINHOLD. XIX
Officier in Zweedse dienst; luitenant-generaal in 1719. Hatton, Charles XII.
DE LA GARDIE, AXEL JULIUS, graaf. V
(1637-1710) Zweeds officier; tot 1704 gouverneur van Estland. SBL.
DE LA GARDIE, MAGNUS JULIUS, graaf. XIX
(1669-1741) Zweeds officier; rijksraad 1718; kanselarijraad 1719; president van het Handelscollege 1719-24; 1720 leider van de onderhandelingen met de Staten-Generaal over vergoeding van de schade geleden door Zweedse kapers. SBL.
DE LA ROCQUE, N.N., graaf. X
N.n.g. Officier onder Rehbinder in Piemont.
DELAVAL, FRANCIS. XIV
(1692-1752) Engels marine-officier; op wachtgeld 1715; weer in dienst 1719; M.P. voor Northumberland 1716-22. Sedgwick, House of Commons 1715-1754.
DELAVAL, GEORGE. XI-XIV
(† 1723) Engels marine-officier; commissaris in Barbarije, 1710-14 extraordinaris envoyé te Lissabon. Horn, Britisch Diplomatic Representatives
DELAVALL, Sir RALPH. V
(† 1707) Engels admiraal, niet meer in actieve dienst sinds 1692. DNB.
DE LA WARR, baron, zie WEST, JOHN.
DEL BORGO (DEL BOURG), markies, zie SOLARO DI MORETTA, IGNAZIO.
DELFINO, N.N. XI
Venetiaans provediteur voor de strijdkrachten te land, 1710.
DEL FOSSE DE LA LOCRY, N.N. X
Aartspriester van Vlaanderen en kanunnik van Doornik.
DEL FOSSE DU MARQUAIS, JEAN-BAPTISTE. @ XI; XII; XIV
(† 1761) Kanunnik van het kapittel van Doornik 1706; aartsdiaken van Vlaanderen 1707.
DELLAFAILLE, zie LA FAILLE.
DELORAINE, graaf van, zie SCOTT, HENRY.
DELSUPERCHÉ, GUILLAUME THOMAS. @ II; IV-VII; IX-XII
(† 1710) Luiks officier in Nederlandse dienst; majoor van het regiment Trognée 1702; kolonel 1705. Ringoir, Hoofdofficieren infanterie.
DELVAUX, ANTHONI. I; III; IV
Officier in Nederlandse dienst; 1707-14 majoor van het regiment cavalerie Auvergne. Ringoir, Afstammingen cavalerie.
DENEMARKEN, koning van, zie CHRISTIAN V; FREDERIK IV.
- koningin van, zie LUISE.
- koningin-moeder van, zie CHARLOTTE AMALIA
- prins van, zie GEORGE; KARL; WILHELM.
- prinses van, zie WILHELMINE ERNESTINE.
DENETIÈRE, N. XI
N.n.g. Inwoner van Doornik.
DENEYN, EVERT. I
Secretaris van het Hof van Holland.
DENHOFF, zie DÖNHOFF.
DENTON, (Sir) EDMUND, VII
Whig M.P. voor Buckinghamshire. Holmes, British Politics
DENIJN, N.N., zie NEIJN, JOHAN DE.
DEPORTES, N.N. IX-XI
Gerefugieerd kolonel in dienst van de hertog van Savoye, 1709.
DERBY, graaf van, zie STANLEY, JAMES.
DERD, ERNEST VAN. @ XII; XIII
Nederlands avonturier te Wenen, 1711.
DERING, Sir CHOLMONDLY. XII
(† 1711) Tory M.P.; overleden na een duel, 1711.
DERWENTWATER, graven van, zie RADCLIFFE, EDWARD; JAMES.
DES ALI AGA. VI
Turks officier.
DES ALLEURS, markies, zie PUCHOT, PIERRE.
DESBUISSON, EUGÈNE-MARIE, heer van LA BRETAGNE. IX
Schepen van Lille; burgemeester o.a. in 1710. Braure, Lille et la Flandre Wallonne, I, 179.
DESECHALIERS, LOUIS. I; II
Directeur van de Opera te 's-Gravenhage; een vrouw Deschaliers woont te 's-Gravenhage in deze jaren. Van Biema, "Episoden uit het leven van Francesco Lopes de Liz". Jaarboek "Die Haghe", 1914/1915, 172; Fransen, Comédiens Français, 196.
DESJEANS, JEAN-BERNARD, baron de POINTIS. I-IV; VI
(1645-1707) Frans marine-officier. Michaud, Biographie Universelle, 33, 579.
DES MARETS, DANIEL. IX
(1635-1714) Waals predikant te 's-Gravenhage 1662-89, daarna woonachtig op het huis Honselaarsdijk. NNWB.
DES MARETS, HENRI. @ IX-XI
(† 1715) Predikant te Delft tot zijn emeritaat in 1695. NNBW.
DESMARETS, JEAN-BAPTISTE-FRANÇOIS, markies de MAILLEBOIS. IX; XI
(1682-1762) Frans officier; brigadier, gijzelaar voor de afbetaling van Franse schulden bij de capitulatie van Lille 1708; zoon van Nicolas Desmarets. Saint-Simon, Mémoires.
DESMARETS, MARIE-MADELEINE. XI
Dochter van Nicolas Desmarets; echtgenote van Louis-Vincent, markies de Goësbriand. DBF.
DESMARETS, NICOLAS. VII-XII
(1648-1721) Frans ambtenaar; controleur-général des finances 1708-15. DBF.
DESPORCELLETS, N.N., markies. VI; VIII; IX; XI
N.n.g. Hugenoot, uitgeweken naar Holland; betrokken bij de plannen van Guiscard voor een inval in de Cévennes.
DESPREZ, JEAN. III
(† 1714) Resident van de prins-bisschop van Luik te Brussel 1686-1714. Repertorium, I.
DES ROCQUES, GUILLAUME LE VASSEUR. @ I-IV; VII-XIII
(1667-1730) Ingenieur in Nederlandse dienst; 1705 directeur van de approches; 1707 luitenant-kolonel titulair; 1709 directeur-generaal van de fortificatiën; 1710 brigadier van de infanterie; 1727 generaal-majoor van de infanterie. Ringoir, Afstammingen genie.
DES TOMBE, MAARTEN. XVII
Kandidaat-schepen van 's-Hertogenbosch, 1715.
DES TOMBE, PHILIPPE. I; VI; VIII; XII
(† 1711) Afkomstig uit Leiden, Nederlands consul te Londen 1700-10. Schutte, Nederlandse vertegenwoordigers.
DESTOUCHES, PHILIPPE NÉRICAULT, DIT. XIX
(1680-1754) Frans toneelschrijver; 1717 secretaris van Dubois in Londen, 1718-23 Frans zaakgelastigde aldaar. DBF.
DESTOURNELLES, N.N. VI
Correspondent van Heinsius, waarschijnlijk verbonden met de organisatie van Jurieu en Caillaud te Rotterdam; medewerker van de boekhandelaar Reinier Leers.
DEUCKER, DOMINICUS. II
Pruisisch partizaan.
DEUREN, DIRCK VAN. XIX
Ziekentrooster bij de VOC, uitgevaren 1719.
DEURS, AREND VAN. IX-XIII
(1684-1747) Zoon van de volgende; 1710-47 commissaris aan de Sont. Schutte, Nederlandse Vertegenwoordigers.
DEURS, JAN VAN. I; II; IV-VI; VIII-X
(1637-1710) Nederlands commissaris aan de Sont 1677-1710.
DEUTZ, DANIEL. III
(1644-1707). Afkomstig uit Keulen, groothandelaar en bankier te Amsterdam; eigenaar van een expeditiebedrijf op Duitsland. Elias, Vroedschap.
DEUTZ, (Mr.) JEAN, vrijheer van ASSENDELFT en ASSUMBURG. @ II; IV; XI; XVIII
(1655-1719) Amsterdams koopman en bankier; vroedschap sinds 1692; keizerlijk factoor van het kwikzilver te Amsterdam. Elias, Vroedschap.
DEVAULX, SIMON. VII
(† 1705) Uitgeweken Hugenoot; predikant te Grave en Haarlem. Haag, La France protestante, 2e éd., V.
DEVAUX, N.N. VII
Frans papist, woonachtig te Berlijn.
DEVEREUX, PRICE, viscount HEREFORD. XVI
(1664-1740) Engels edelman; viscount Hereford sinds 1700; lord-lieutenant van Montgomery. Complete Peerage.
DEVENISH-D'ATHLONE, JEAN-JACQUES. VI; X; XI; XIV; XV
Iers officier in dienst van Philippe V; over in de dienst van Carlos III; kolonel van een regiment infanterie; later luitenant-generaal en gouverneur van Kortrijk; markies 1735. Ruwet, Régiments Nationaux.
DEVONSHIRE, hertogen van, zie CAVENDISH, WILLIAM.
DEWITZ, FRANZ JOACHIM VON. @ VI; IX; X; XIII; XIV; XVI; XVII
(† 1719) Deens brigadier van de cavalerie; 1706-12 in Nederlandse dienst; 1709 generaal-majoor; broer van de volgende. Staatsche Leger, VIII, bd.III.
DEWITZ, JOACHIM DIEDERIK VON. VII; XVII
Deens officier in Nederlandse dienst; broer van de voorgaande; majoor van de dragonders van Schlippenbach 1703-09. Ringoir, Afstammingen cavalerie.
DEYL, heer van, zie PIJNSSEN VAN DER AA, GERRIT MAXIMILIAAN.
DEYM, N.N. VII
N.n.g. Commies van de magazijnen te Hellevoetsluis.
DEIJMAN, CORNELIS. VII; VIII; X-XII
(† 1711) Nederlands marine-officier; extraordinaris kapitein bij de Admiraliteit van Amsterdam; overleden in de Middellandse Zee.
DEYNAUD, N.N. XI
Hugenoots predikant in Duitsland, met een jaargeld van de Staten-Generaal, 1710.
DEYNSE, markies van, zie MÉRODE, MAXIMILIEN-ALBERT DE.
DHAUN, ANNA THEODORA, gravin. V
Douairière van Nicolaas, graaf van Aarberg-Valangin. HBLS.
DIAMANTSTEIN, ADAM, graaf van. VII
Geheime raad en opperkamerheer van de keurvorst van de Palts. Deutsches Adels Lexicon, II, 473.
DIBBETS, JOHAN. V
(1685-1745). Nederlands officier; 1710 kapitein van de gardes te voet; 1726 kolonel; 1742 luitenant-generaal van de infanterie. NNBW; Ringoir, Hoofdofficieren infanterie.
DI CAPUA, GIOVANNI BATTISTA, vorst della RICCIA. XIII.
Napolitaans keizersgezind edelman.
DICKX, (Mr.) DIEDERIK. @ I; II; V-VIII; XI; XIII; XV-XIX
(† 1719) Haarlems regent; vele malen burgemeester na 1692; gedeputeerde ter Staten-Generaal 1703-12; Hoogheemraad van Rijnland sinds 1698; hoogbaljuw van Kennemerland sinds 1708; bewindhebber van de WIC sinds 1695. Van der Aa, Biographisch Woordenboek; Naamregister Haarlem.
DICKX, MARIA. XI
Dochter van de voorgaande; getrouwd met Mr. François Druyvesteyn (1672-1704), Haarlems regent; 1705 hertrouwd met Mr. Abraham Guldewagen. De Jongste, Onrust.
DIECK, JAN GERARDO. XI; XIII
(† 1732) In 1711 door Pieterson aangesteld tot consul te Gibraltar, benoeming bevestigd door de Staten-Generaal in juli 1712. Schutte, Nederlandse Vertegenwoordigers.
DIEDERICX, HENDRIK PHILIP. IX
Nederlands officier; luitenant van het infanterieregiment Yvoy, in 1709 reeds 14 jaar in dienst.
DIERLING, JOSEF VON. XIX
Keizerlijk legatie-secretaris (vanaf 1720 met de rang van resident) bij de Porte 1719-29. Repertorium, II, 87.
DIERQUENS, PIETER. @ XIV
(1668-1714) Baljuw van 's-Gravenhage 1689-1714. Fölting, Vroedschap van 's-Gravenhage.
DIESBACH, FRANÇOIS ROMAIN DE. XI
(† 1738) Zwitsers officier in keizerlijke dienst; ook talrijke functies in zijn vaderstad Fribourg. HBLS.
DIESBACH, FRANZ LUDWIG VON, Herr von LIEBISTORF. VI
(1684-1739) Zwitsers officier in Nederlandse dienst. HBLS.
DIESBACH, JEAN-FRÉDÉRIC DE. XII-XIV
(1677-1751) Uit de tak van de familie van het kanton Fribourg; officier eerst in Franse dienst; 1710 over in Nederlandse dienst als brigadier en kolonel van een nieuw te werven regiment; dit regiment werd in 1714 ontbonden; over in keizerlijke dienst en tenslotte opperbevelhebber van Sicilië en Fürst van Diesbach. HBLS.
DIESBACH DE PRÉMONT, JOHAN. VIII
(† 1705) Zwitsers officier in Nederlandse dienst; 1691 majoor infanterie; 1694 luitenant-kolonel; 1696 naar ander regiment, 1701 kolonel-commndant regiment Sparre. Ringoir, Hoofdofficieren infanterie.
DIESBACH DE PRÉMONT, JOHAN. VIII
N.n.g. Luitenant van de infanterie in Nederlandse dienst, 1709.
DIEST, (Mr.) FRIEDRICH WILHELM VON, baron van HAMB, heer van DOORN. @ XII
(1647-1726) Afkomstig uit Kleef; Brandenburgs envoyé te 's-Gravenhage 1681-88; domproost van Utrecht. Schutte, Buitenlandse vertegenwoordigers.
DIEST, RICHARD REINHARD VON. IV; VI
Resident van Brandenburg-Pruisen te Keulen 1704-27. Repertorium, I.
DIETRICH, prins van ANHALT-DESSAU. XVII; XVIII
(1702-1769) Luitenant-kolonel van het Staatse regiment Kroonprins van Pruisen 1716-21. Ringoir, Hoofdofficieren infanterie; Stammtafeln, Neue Folge, I, T.74.
DIETRICHSTEIN, PHILIPP SIGISMUND, graaf van. XII; XIV
(1651-1716) Sinds oktober 1711 opperstalmeester van keizer Karl VI.
DIGBY, ANNE, gravin van SUNDERLAND. I
(† 1716) Dochter van George Digby, graaf van Bristol; 1665 getrouwd met Robert Spencer, graaf van Sunderland. DNB.
DILKES, (Sir) THOMAS. II-VI
(† 1707) Engels marine-officier; schout-bij-nacht 1703; geridderd 1704. DNB.
DILLON, ARTHUR, graaf. XI
(1670-1733) Iers officier in Franse dienst en kolonel van een Iers regiment infanterie. Dictionnaire de la Noblesse, 6.
DINTHER, zie HESSELT VAN DINTHER.
DINGES, LEENDERT. XII; XIII
Nederlands marine-officier; kapitein van een fregat.
DIODATI, (Mr.) PHILIPS SEBASTIAEN. I
(1656-1710) Rotterdams regent; schepen 1705 en 1706. Clifford Kocq van Breugel, "Geslacht Diodati"; Nederlandsche Leeuw, LVII, 252.
DIRLING, N.N. XVIII
Secretaris van de graaf van Königsegg te Brussel, 1716.
DITTON, HUMPHREY. XVI
Engels mathematicus en paedagoog; ontwerper van een plan voor lengtebepaling op zee. DNB.
DOCKUM, MARTIN ARENT VAN. V; IX
Nederlands officier; 1706 majoor van het regiment karabiniers Albemarle; 1707-10 luitenant-kolonel. Ringoir, Afstammingen cavalerie.
DODINGTON, Sir GEORGE. IX; XVI
Engels ambtenaar, commissioner of the Admiralty van 1709-10 en 1714-17. Sainty, Admiralty Officials.
DOENE, JAN. XI
Beheerder van de magazijnen van de Admiraliteit van Rotterdam te Lissabon.
DÖNHOFF, ERNST WADISLAUS, graaf von. I; III
Brandenburgs officier in Nederlandse dienst; 1696-1704 kolonel-commandant van het regiment infanterie Brandenburg-Anspach; brigadier van de infanterie 1704. Ringoir, Hoofdofficieren infanterie.
DÖNHOFF, OTTO MAGNUS, graaf van. XII; XIII; XIV; XVII
(1665-1717) Brandenburgs-Pruisisch officier en Generalkriegs-kommissar; 1711-12 Pruisisch gevolmachtigde te Utrecht. Grieser, Denkwürdigkeiten Dohna.
- echtgenote van, zie DOHNA, WILHELMINE AMALIE.
DÖNHOFF, N.N. graaf. XI; XII
Pools magnaat; maarschalk van de Sandomierze confederatie.
DOENS, SYBRANT. I
Nederlands marine-officier; commandeur, 1705 ordinaris kapitein bij de Admiraliteit van het Noorderkwartier.
DOES, ADRIAAN VAN DER. @ X; XIII; XVII
(1686-1749) Regent van Gouda; zoon van Mr. Johan van der Does (1664-1704) en Elisabeth van der Dussen (1657-1730); vroedschap van Gouda 1710-43; vele andere stedelijke functies. De Jong, Met goed fatsoen.
- echtgenote van, zie GRANDE, CATHARINA DE.
DOES, AGATHA VAN DER. XIII
(1683-1707) Echtgenote van Willem Pieter de Witte; dochter van Johan van der Does. De Jong, Met goed fatsoen.
DOES, (Mr.) BRUNO VAN DER. XVII
(1715-1791) Gouds regentenzoon. De Jong, Met goed fatsoen.
DOES, CORNELIS VAN DER. V
(† 1722) Nederlands officier; majoor van het regiment infanterie Palm 1704, luitenant-kolonel 1707. Ringoir, Hoofdofficieren infanterie.
DOES, (Mr.) JOHAN VAN DER. X; XIII
(1664-1704) Regent van Gouda; getrouwd met Elisabeth van der Dussen (1657-1730). De Jong, Met goed fatsoen.
DOES, WIGBOLD VAN DER, heer van NOORDWIJK. I; III; V-VII; XII; XIII; XV-XIX
(1676-1725) Hollands edelman; 1697 lid van de Rekenkamer ter Auditie; 1699 hoogheemraad van Rijnland; 1702 lid van de Hollandse Ridderschap; getrouwd met Wilhelmina Henriëtte van Reede, dochter van Frederik van Reede van de Lier. NNBW.
DOES, N.N. VAN DER. XII
N.n.g. Luitenant-ter-zee, 1711.
DOHNA, CARL FLORUS, graaf van. XIII
(1693-1765) Zoon van Christoph von Dohna-Schlodien; Brandenburgs officier in Nederlandse dienst; kapitein infanterie regiment Dohna-Ferrassières. Genealogisches Handbuch der Gräflichen Häuser, X (1981), 100; Grieser, Denkwürdigkeiten.
DOHNA, FRIEDRICH CHRISTOPH, Burggraf zu. I
Extraordinaris envoyé van Brandenburg in Stockholm 1698-1701. Repertorium, I.
DOHNA, WILHELM ALEXANDER, graaf van. XIII
(1695-1749) Zoon van Christoph von Dohna-Schlodien; vaandrig in het regiment Albemarle; in Pruisische dienst overgegaan. Genealogisches Handbuch der Gräflichen Häuser, X (1981), 100; Grieser, Denkwürdigkeiten.
DOHNA-FERRASSIÈRES, JOHAN FREDERIK, graaf van. @ II; III; IV-XII; XIII; XIV
(† 1712) Nederlands officier; kolonel van de infanterie 1695; brigadier 1701; generaal-majoor 1704; kolonel van het regiment Zwitsers Hirzel 1708; gouverneur van Mons en luitenant-generaal 1709; gesneuveld bij Denain. Hora Siccama, Aanteekeningen; Ringoir, Hoofdofficieren infanterie.
- 2e echtgenote van, zie BYLANDT, ALBERTINA HENRIËTTE, gravin van.
DOHNA-SCHLOBITTEN, ALEXANDER, graaf van. XIII; XIV
(1661-1728) Oudere broer van de voorgaande en van Christoph van Dohna-Schlodien; hofmeester van de Brandenburgse keurprins. Grieser, Denkwürdigkeiten.
DOHNA-SCHLOBITTEN, WILHELMINE AMALIE, gravin DÖNHOFF. XIV
(1686-1757) Getrouwd met Otto Magnus, graaf van Dönhoff. Grieser, Denkwürdigkeiten.
DOHNA-SCHLODIEN, CHRISTOPH, graaf van. @ XII-XIV
(1665-1733) Officier en diplomaat in Brandenburgs-Pruisische dienst; vertegenwoordiger bij de Rijksdag te Frankfurt 1711-12; jongere broer van Johann Friedrich van Dohna-Ferrassières en van Alexander von Dohna-Schlobitten. Genealogisches Handbuch der Gräflichen Häuser, X (1981), 100; Grieser, Denkwürdigkeiten.
DOHNA-VIANEN, FREDE MARIE van. XV
(† 1729) Echtgenote van de voorgaande.
DOLBEN, JOHN. IX; X
(† 1710) M.P. voor Liskeard 1707-10; een van de leiders in de beweging tegen Sacheverell. Holmes, British Politics.
DOLFIN, DANIELE (III). VII; XVII
Venetiaans diplomaat; 1703-08 ambassadeur te Wenen; 1715-16 ambassadeur te Warschau. Repertorium I.
DOLGORUKOV; IV; V; X; XII; XIII
(1656-1723) Russisch gezant in Polen sinds oktober 1703, speciaal om over een nauwer samengaan tegen Zweden te onderhandelen. Repertorium, I.
DOLGORUKOVVII
(† 1739) Geheimraad van de tsaar; 1707-20 Russisch gezant te Kopenhagen, met vele onderbrekingen. Repertorium, I; Amburger, Behördenorganisation Russlands.
DOLRE, HENDRIK VAN. VI
Koopman te Danzig.
DOM, JAN LAUWERENTZE. XII-XIII
Nederlands schipper.
DOMBURG, (Mr.) CORNELIS FRANÇOIS VAN. III; XII
Afkomstig uit een Utrechts regentengeslacht, lid van de Raad van Vlaanderen sinds 1703.
DOMBURGH, DIRCK VAN. II-V; VIII; IX; XI-XIV
(† 1712) Nederlands commissaris te Danzig 1697-1712. Schutte, Nederlandse Vertegenwoordigers.
DOMINICUS, TEWIS. III; IV
(† 1704) Koopman te Bergen en Nederlands consul aldaar 1693-1704. Schutte, Nederlandse Vertegenwoordigers.
DOMPRÉ, NICOLAAS DE. @ I-XIV; XIX
(† 1710) Nederlands officier; 1691 kolonel van een Hollands regiment cavalerie, 1697 generaal-majoor, 1704 luitenant-generaal; 1709 commandant van Brussel. Ringoir, Afstammingen cavalerie; Hora Siccama, Aanteekeningen.
DON JUAN VAN OOSTENRIJK. VIII
Natuurlijke zoon van Philips IV van Spanje.
DONAUDI, FILIPPO NICOLA. @ XII; XIV; XVI
Savoyard diplomaat; secretaris van Del Borgo te 's-Gravenhage; 1711-13 zaakgelastigde van de hertog van Savoye te 's-Gravenhage; 1714 secretaris te Parijs. Schutte, Buitenlandse Vertegenwoordigers.
DONDERFELDT, N.N. baron. XIV
Chef van de financiën van de provincie Limburg namens de keizer.
DOORN, DEN, heer van, zie BROEKHUIZEN, WILHELM VAN.
DOORNIK, bisschop van, zie BEAUVAU; LÖWENSTEIN-WERTHEIM.
DOPFF, DANIEL WOLF, baron VON. @ # I-XIX
(1655?-1723) Afkomstig uit de Palts; officier in Nederlandse dienst; 1693 kolonel van een Hollands regiment dragonders; 1694 commandeur van Maastricht en kwartiermeester-generaal van het Staatse leger; 1701 luitenant-generaal van de cavalerie; 1713 gouverneur van Maastricht, sinds 1685 baron des H.R.R., 1700 heer van Neercanne. Hora Siccama, Aanteekeningen; Ringoir, Afstammingen cavalerie.
DOPFF, FREDERIK KAREL VON. V
(1685-1749) Enige zoon van de voorgaande; officier in het Staatse leger.
DORCHESTER, markies van, zie PIERREPONT, EVELYN.
DORGERAL, zie D'ORGEVAL.
DORMER, CHARLES, graaf van CARNARVON. IX
(1632-1709) Engels edelman.
DOROTHEA CHARLOTTE, prinses van BRANDENBURG-BAYREUTH-KULMBACH. VII
(1691-1712) Von Isenburg, Stammtafeln, I, 65.
DOROTHEA WILHELMINE, prinses van SAKSEN-ZEITZ. X
(1691-1743) Getrouwd met Wilhelm van Hessen-Kassel (1682-1760), 1717. Von Isenburg, Stammtafeln, I, 58.
DORP, ARNOLD ADRIAAN VAN. @ XI
(1669-1718) Edelman van Willem III sinds 1679; ritmeester van de gardes, maar wegens schulden de dienst verlaten; 1695-1718 drost van Heusden. Hora Siccama, Aanteekeningen; Kool-Blokland, De elite in Heusden.
DORP, (Mr.) CAREL PHILIPS VAN. @ XV; XVI; XIX
(1659-1732) Raadsheer in het Hof van Holland en Zeeland sinds 1682. Hora Siccama, Aanteekeningen.
DORP, PIETER VAN. @ XI
(1644-1713) Regent van Leiden, vroedschap van die stad 1680; vele malen burgemeester, o.a. 1712-13; gecommitteerde raad van Holland 1708-10. Prak, Gezeten Burgers.
DORP, N.N. VAN. VI
Postmeester bij het leger te velde in de Spaanse Nederlanden.
DORPER, ENGELBERTUS. @ XVII
(1662-1739) Nederlands predikant te Moskou 1703-14, te Archangel 1715-26; garnizoenspredikant te Menen 1727-39. Schutte, Nederlandse vertegenwoordigers.
- echtgenote van zie TUIJNHUIJSEN, CORNELIA.
DORSET, graaf van, zie SACKVILLE, LIONEL CRANFIELD.
DORSET, gravin van, zie COLYEAR, ELIZABETH.
DORSON, N.N. XII
Arts te Doornik.
DORTH, JACOB LODEWIJK VAN, heer van ISSUM. I
(† 1702) Nederlands officier; 1693 kolonel-commandant van het regiment cavalerie van Obdam; gesneuveld op de Donderslagse heide. Ringoir, Afstammingen cavalerie.
DOSE, ERNST ULRIK. II
(1656-1706) Deens ambtenaar; oppersecretaris van de finantiekamer. DBL.
DOUBLET, FILIPS, heer van SINT ANNALAND. VI; VIII
(† 1660) Ontvanger-generaal van de Unie. Hora Siccama, Aanteekeningen.
DOUGLAS, ARCHIBALD, graaf van FORFAR. XVI; XVII
(1692-1715) Schots edelman en officier in Britse dienst; afgezant naar Brandenburg 1714, gewond in de slag bij Sheriffmuir en aan de gevolgen overleden. Complete Peerage.
DOUGLAS, DAVID. XI
Schots officier in Nederlandse dienst; 1709 adjudant van Lauder; 1711 kapitein in diens regiment.
DOUGLAS, GEORGE, (eerste) graaf van DUNBARTON. IX
(† 1692) Aanhanger van James II in ballingschap in Frankrijk.
DOUGLAS, GEORGE, (tweede) graaf van DUNBARTON. IX; XVII
(1687-1749) Zoon van de voorgaande; 1710 uit Frankrijk terug naar Engeland; 1716 Engels ambassadeur in Rusland; gestorven in Douai. DNB.
DOUGLAS, JAMES. @ IX-XIII
Schots officier in Nederlandse dienst; kolonel-commandant van het regiment Murray of Melgum 1704; brigadier 1709; kolonel van het regiment Hepburn 1709; uit Nederlandse dienst 1717. Ringoir, Hoofdofficieren Infanterie.
DOUGLAS, JAMES, (4e) hertog van HAMILTON, (1e) hertog van BRANDON. I-III; V-VII; IX-XII; XIII; XIV
(1658-1712) Schots edelman; lid van het Schotse Parlement en leider van de z.g. nationale partij; 1710 lord-lieutenant van Lancaster en privy councillor; 1711 verheven tot baron of Dutton en hertog van Brandon, waardoor hij rechtstreeks zitting claimde - maar niet kreeg - in het Hogerhuis; hij overleed aan de gevolgen van een duel met Charles Mohun, baron Mohun of Okehampton. DNB; Complete Peerage.
- tweede echtgenote van, zie GERARD, ELIZABETH.
DOUGLAS, JAMES, (5e) hertog van HAMILTON, (2e) hertog van BRANDON. XIV; XVII
(1703-1743) Zoon van de voorgaande; Tory en verdacht van Jacobitische sympathiën, maar later in dienst van George II; evenmin als zijn vader had hij zitting in het Hogerhuis als hertog van Brandon. Complete Peerage.
DOUGLAS, JAMES, graaf van MORTON. XIII
(† 1715) Schots edelman en eigenaar van de Orkney en Shetland eilanden. Complete Peerage.
DOUGLAS, JAMES, hertog van QUEENSBERRY. I-III; V-XII
(1662-1711) Schots edelman; koninklijk commissaris in het Schotse Parlement sinds 1700; secretary of state voor Schotland 1702, groot voorstander van de unie tussen Schotland en Engeland; (Engels) hertog van Dover 1708. DNB.
- echtgenote van, zie BOYLE, MARY.
DOUGLAS, JOHN. XII
Schots officier in Nederlandse dienst; 1695 majoor van het regiment Hamilton; 1714 uit Nederlandse dienst. Ringoir, Hoofdofficieren infanterie.
DOUJAT, JEAN-CHARLES. VIII; XIII; XIV
Frans ambtenaar; intendant van Henegouwen met standplaats Maubeuge 1708-20. Gruder, Royal intendants.
DOUWES, AGE. XIII
Nederlands schipper uit Workum.
DOUWES, PIETER. XIII
Nederlands schipper uit Harlingen.
DOYS, DIEDERIK WILLEM VAN. VIII; IX; XVII
Nederlands officier; 1684 kapitein van de Hollandse gardes te voet; 1710 kolonel-commandant van het regiment Keppel; 1715-16 commandant van Doornik; 1727 generaal-majoor; 1731-40 kolonel van de gardes; 1739 luitenant-generaal. Ringoir, Hoofdofficieren infanterie.
DOYS, GERLACH VAN. V
(1670-1742) Nederlands officier; kapitein in het regiment infanterie Salisch; 1708 majoor van dat regiment; 1711 luitenant-kolonel; 1731 kolonel. Ringoir, Hoofdofficieren infanterie.
DOYS, WILLEM MAURITS VAN. IV; VII-X
(1676-1709) Nederlands officier; 1708 kapitein (met rang van luitenant-kolonel) in de Hollandse gardes te voet; gesneuveld bij Malplaquet. NNBW; Nederlandsche Leeuw XCVI (1979), 302; Kool-Blokland, De elite in Heusden.
- echtgenote van, zie FRIESHEIM, CATHARINA VAN.
DRAKE, (Dr.) JAMES. I
(1667-1707) Engels arts; fellow Royal Society 1701; Tory pamflettist en in 1702 berecht maar vrijgesproken. DNB.
DRAKE (Sir) WILLIAM. XI
Commissioner of the Admiralty 1710-14. Sainty, Admiralty Officials.
DRAKENSTEIN, heer van, zie WILDT, DAVID DE.
DREUX, LOUIS-JACQUES-AIMÉ-THÉODORE DE, markies de NANCRÉ. XIX
(† 1719) Frans zaakgelastigde te Madrid maart-oktober 1718. Repertorium, II.
DREWS, (Mr.) JOHAN DE. VII
(1666-1759) Gronings (stedelijk) regent; raadsheer van de stad o.a. 1708-09. Nederlandsche Leeuw, XXXI (1913) 241.
DRIESBERGEN, heer van, zie NIJVENHEIM.
DRIMBORN, GIJSBERT HERMAN HENDRIK VAN. @ IX; XVII
Nederlands officier; zoon van de volgende; 1711 kolonel-commandant van het regiment cavalerie van zijn vader; 1724 kolonel; 1727 brigadier van de cavalerie. Ringoir, Afstammingen cavalerie.
DRIMBORN, JOHAN BERNARD ALEXANDER VAN. V-VII; IX-XI; XIV
(† 1714) Nederlands officier; 1704 kolonel van een Hollands regiment cavalerie; 1708 brigadier; 1711 generaal-majoor. Ringoir, Afstammingen cavalerie.
DRION, FRANÇOIS. VI
(†1710) Zuidnederlands missionaris; overleden in Tonkin, China. Coolhaas, Generale Missiven, VI.
DROLENVAUX, ABRAHAM. IX
(1655-1713) Leids regent; lid van de vroedschap sinds 1700; thesaurier-extraordinaris van Leiden 1710-11. Prak, Gezeten Burgers.
DROSTE, BENEDIKT WILHELM VON. XVIII
Jongste broer uit een Westfaals geslacht; kanunnik van Paderborn. Fahne, Geschichte der Westphälischen Geschlechter, 140.
DROSTE, FERDINAND FRIEDRICH VON. XVIII
Broer van de voorgaande; kanunnik van Münster en Paderborn.
DROSTE, JOHANN PHILIPP VON. XVIII
Oudste broer van de voorgaanden; kanunnik van het Domkapittel van Münster; Geheimrat en Kammerpräsident van de bisschop van Münster.
DRUCHLEBEN, N.N. VON. VII
Commandant van de stad Hamburg, 1708.
DRUMMOND, JAMES, (4e) graaf van PERTH. XIV; XVII
(1648-1716) Schots edelman; Jacobiet in ballingschap met James II en de pretender. DNB.
DRUMMOND, JAMES, (5e) graaf van PERTH. XIV; XVII
(1673-1720) Schots edelman en Jacobiet; zoon van de voorgaande; tot 1716 bekend als lord Drummond; deelnemer aan de opstand van 1715; terug naar Frankrijk en in Schotland van al zijn waardigheden vervallen verklaard. DNB.
DRUMMOND, JOHN. IV; XI-XIV
(1676-1742) Schots koopman in Amsterdam; agent van Harley-Oxford en St. John-Bolingbroke en betrokken bij onderhandelingen voorafgaand aan de vrede van Utrecht; bankroet 1712. Hatton, 'John Drummond', Studies in diplomatic history.
DRUYVESTEYN, FRANÇOIS. XI
(1672-1704) Haarlems regent, gehuwd geweest met Maria Dickx. De Jongste, Onrust aan het Spaarne.
DRIJFHOUT, PIETER. VIII; X
(1676-1738) Advocaat te 's-Gravenhage; eerste commies ter griffie van de Domeinen van de prins van Oranje. Nederlands Patriciaat, 24 (1938) 45.
DRIJFHOUT, WILLEM. @ IX; X
Zoon van de voorgaande; 1709 secretaris van Van Vrijbergen in Londen, maar niet in Schutte, Nederlandse Vertegenwoordigers.
DU BAY, markies van, zie BAY, ALEXANDRE MAITRE.
DUBELLOY, N.N. XIII
N.n.g. Genoemd als tussenpersoon tussen de Engelse koningin en het Franse hof, 1712.
DUBEN, N.N. V
N.n.g. Zweeds ambtenaar.
DU BLÉ, NICOLAS, markies D'HUXELLES. I; X-XIX
(1652-1730) Frans officier en diplomaat; luitenant-generaal 1688; maarschalk van Frankrijk 1703, afgevaardigde bij de onderhandelingen te Geertruidenberg 1710; bij die te Utrecht 1712-14; onder de regent lid van de raad voor de buitenlandse zaken. Michaud, Biographie Universelle, 42, 393; Repertorium, I; Receueil des Instructions, Hollande, II, 225.
DU BOIS, ELAND. XVI
Eerste echtgenoot van Maria van Bleyswijck; verwant van Heinsius.
DU BOIS, (Mr.) FRANCO. I; IV
(1636-1707) Rotterdams regent; vroedschap 1678-1707; burgemeester o.a. 1703, 1704, 1707; gedeputeerde ter Staten van Holland 1699-1707. Engelbrecht, Vroedschap.
DUBOIS, GUILLAUME. XII; XVIII; XIX
(1656-1723) Bekend als de abbé Dubois; Frans geestelijke en politicus; 1718 Frans ambassadeur te Londen; raad van de regent de hertog van Orléans en conseiller d'état en leider van de Franse politiek; 1720 pas tot priester gewijd en 1721 tot kardinaal verheven. DBF.
DU BOIS, J.G. V; IX; XI
Raadsheer in de Raad van Vlaanderen. Veenendaal sr., Condominium, 89.
DU BOIS, SOEUR JOSEPH. @ VIII
Abdis van Marquette-lez-Lille, 1709.
DU BOIS, MARIA. XVI
(1677-1732) Weduwe van Regnerus van Staveren; verwante van Heinsius.
DU BOIS, N.N. V
Frans correspondent.
DUBOIS, N.N. IX
Ingenieur Engelse artillerie, 1709.
DU BOIS, N.N. XIV
N.n.g. Hugenoots officier in Nederlandse dienst.
DU BOUCHET, N.N. I
(† 1702) Ingenieur in Nederlandse dienst; overgegaan in Pruisische dienst; gesneuveld bij het beleg van Venlo. Ringoir, Afstammingen genie.
DU BOURDIEU, JEAN-ARMAND. @ XV; XVII
(† 1726) Frans predikant te Londen en fel bestrijder van de politiek van Louis XIV tegenover de protestanten in Frankrijk. Haag, La France Protestante, 2e éd., V.
DUBOURG, markies, zie SOLARO DI MORETTA, IGNAZIO.
DU BOURGAY, CHARLES. VI
Hugenoots officier in Engelse dienst; kolonel van een regiment in Spanje; aide de camp van Galway. Francis, First Peninsular War.
DU BREUIL, zie TRONCHIN.
DU BUCQUOIT, JEAN-PIERRE. @ XI; XIV
N.n.g. Frans avonturier.
DUC, PIERRE LE, baron van COSSENAY. @ V; VIII
N.n.g. Hugenoots [?] officier; niet in Ringoir.
DUCASSE, JEAN-BAPTISTE. I; V; VII; IX; XII-XIII
(1650-1715) Frans marine-officier; 1702 ter beschikking van Philippe V van Spanje. DBF.
DUCHAMBGE, F.H. IX
Pensionaris van de stad Brugge. Veenendaal sr., 'Gedelegeerde Rechters', 142.
DUCHATEAU, HUBERT. @ VI; VII
(1670-1751) Burgemeester van Luik 1716, 1724. Jadin, Correspondance.
DUCKER, zie DÜCKER.
DU CLERC, JEAN-FRANÇOIS. XI
(† 1711) Frans marine-officier; bevelhebber van de expeditie tegen Rio de Janeiro, 1711. DBF.
DU CROS, JOSEF AUGUST. VII
Resident of correspondent van Braunschweig-Wolfenbüttel te Hamburg 1704-08. Repertorium I.
DUDLEY, N.N. V
Engels koopman; Merchant Adventurer te Dordrecht.
DÜCKER, BERNHARD ADOLF VON. VI; XIII
Gezant van de bisschop van Münster te 's-Gravenhage 1706-14, met onderbrekingen; 1709 ook te Londen geaccrediteerd; gevolmachtigde te Utrecht 1712-13. Schutte, Buitenlandse vertegenwoordigers.
DÜCKER, CARL GUSTAV. III; XII; XVIII; XIX
(1663-1732) Zweeds officier, tot 1700 in Franse, daarna in Zweedse dienst; 1710 generaal-majoor van de cavalerie; 1711 luitenant-generaal en Friherre; 1713 generaal; 1718 graaf. SBL.
DUELIN, MAURANT. @ XI
Procureur van de abdij van St. Amand, 1710.
DURHEIM, FRIEDRICH VON. I
Gevolmachtigde van het bisdom Konstanz en de Schwabische Kreis te Rijswijk. Repertorium, I.
DU FAGET VAN ASSENDELFT, JOHAN WILLEM, heer van CRALINGEN. I; IV-VII; IX; XVIII
(1650-1732) Nederlands officier; kolonel van een Hollands regiment cavalerie; brigadier 1704; generaal-majoor 1709; commandeur van Geertruidenberg 1707; luitenant-generaal 1727. Ringoir, Afstammingen cavalerie; Holleman, Dirk van Assendelft.
DU FAGET VAN ASSENDELFT, OTTO JOHAN. VII; IX
(† 1762) Zoon van de voorgaande; Nederlands offcier; ritmeester 1709; majoor 1725; kolonel en luitenant-generaal van de cavalerie 1748. Ringoir, Afstammingen cavalerie.
DU FAY, (Mr.) JAN NOACH. XVII
(1683-1737) Amsterdams regent; schepen in 1711 en 1716; bewindhebber WIC en directeur Sociëteit van Suriname; gouverneur van Curaçao 1721-30. Elias, Vroedschap.
DUFOREST, J. @ XI
Kanunnik van St. Pierre te Lille.
DU FOREST, N.N. XI
N.n.g.; abt van onbekende abdij, 1710.
DU GAY, HENRI-JULES. VIII
Frans ambtenaar; intendant de la marine te Duinkerken 1705-14. DBF.
DU GUÉ DE BAGNOLS, DREUX-LOUIS. I; II; V; VI; VIII
(1645-1709) Frans ambtenaar; intendant in de Spaanse Nederlanden 1701; conseiller d'Etat 1702; zwager van Torcy. DBF.
DU GUÉ-TROUIN, RENÉ. VI; IX-XI; XIII
(*1673) Frans marine-officier; door Louis XIV in de adelstand verheven.
DU HÉRON, markies, zie CARADAS, CHARLES DE.
DUITSE ORDE, grootmeester van, zie FRANZ LUDWIG, paltsgraaf van NEUBURG.
DUITSE RIJK, keizer van, zie FERDINAND I; JOSEPH I; KARL VI; LEOPOLD I.
- keizerin van, zie ELEONORA MAGDALENA; WILHELMINA AMALIA.
- Rooms koning van, zie JOSEPH I.
DUIVENVOORDE, heer van, zie DUVENVOORDE.
DUJARDIN, PIERRE. IX
(† 1709) Munitiefabrikant, leverend aan de Staten.
DU LEROND, N.N. III
N.n.g. Hugenoots agent.
DU LUC, graaf, zie VINTIMILLE, CHARLES-FRANÇOIS.
DULES, N.N. XIII
N.n.g. Tussenpersoon tussen d'Alonne en H.W. Rumpf te Stockholm.
DU LIBOIS, N.N. XIX
Frans officier, speciaal belast met delicate opdrachten. Saint-Simon, Mémoires.
DUMBARTON, N.N. VII
Frans agent in Hamburg?
DU MÉE, LUCAS. IV-IX
(† 1709) Nederlands ingenieur; directeur van de approches 1706; gesneuveld bij het beleg van de citadel van Doornik. Van der Aa, Biographisch Woordenboek; Ringoir, Afstammingen genie.
DU MONCEAU, N.N., graaf. I
N.n.g. Afgezant van de hertog van Celle.
DUMONT, JEAN. V
(† 1729) Eerst officier in Franse dienst; uitgeweken naar de Republiek; redacteur van de 'Lettres Historiques'; auteur van Corps universel et Diplomatique Du Droit des Gens etc. Hoefer, Nouvelle Biographie Générale, 15, 197-98; Köpeczi, La France et la Hongrie.
DUMONT, PHILIPP JAKOB. XIX
Extraordinaris gezant van Holstein-Gottorp te Parijs 1715-22. Repertorium, II.
DUMONT, N.N., baron. IV
Frans commandant van Zoutleeuw.
DUMOULIN, N.N. VII-VIII; X; XII
Partisaan uit Namen, in het Frans-Spaanse leger. Cayron, Jacques Pastur, 217.
DU MOULIN, N.N. XIX
N.n.g. Majoor in Pruisische dienst; ook gebruikt voor diplomatieke zendingen; 1720 te Parijs.
DUMPFEL, JOHANN ARNOLD. IX
Hamburgs koopman in kwikzilver.
DUNBARTON, graaf van, zie DOUGLAS, GEORGE.
DUNCANSON, ROBERT. IV
(† 1705) Schots officier; 1705 kolonel van een Engels regiment in Portugal; gesneuveld bij het beleg van Valencia d'Alcantara. DNB.
DUNCOMBE, (Sir) CHARLES. XI
(† 1711) Bankier en koopman te Londen; alderman van die stad en M.P. voor Downton (Wiltshire). DNB.
DUNDONALD, graaf van, zie COCHRANE, JOHN.
DU NOYER, Madame, zie PETIT, ANNE-MARGUERITE.
DU PLESSIS, LOUIS-FRANÇOIS-ARMAND, hertog van RICHELIEU. XIX
(1696-1788) Frans edelman; 1719 betrokken bij de affaire Cellamare-hertog van Maine; 1721 pair de France; later carrière als officier en diplomaat. Dictionnaire de la Noblesse, 19.
DUPONT, N.N. VIII
(† 1709) Secretaris van Jean Cavalier; gesneuveld tijdens de opstand van de Camisards.
DU PORTAIL, zie CHALMOT DU PORTAIL.
DUPPLIN, viscount, zie HAY, GEORGE.
DU PRÉ, N.N. IX
Frans Hugenoot; kolonel in dienst van tsaar Peter I van Rusland; 1709 naar Londen gezonden om de overwinning bij Poltawa bekend te maken.
DU PREUIL, N.N., graaf van SOULANGE. @ II
Frans avonturier en oplichter, zich noemende graaf van Soulange of Solanges; 1703 in 's-Gravenhage, zogenaamd om steun voor de Camisards te werven. Lamberty, Mémoires, II, 639.
DU PUY, MARC. @ II-VII; XVII
(*1645) Afkomstig uit een regentengeslacht van Genève; later correspondent in dienst van de koning van Pruisen; 1704 en later correspondent van Heinsius. HBLS.
DU PUY-SAINT-GERVAIS, LOUIS. I; IV; VII-XI
Frans protestant, ondergouverneur van Jan Willem Friso en daarna advocaat in Genève; werkzaam voor de koning van Pruisen in de zaak van de erfenis van Willem III; sinds 1705 door de Fransen gebruikt om vredesonderhandelingen met de Republiek aan te knopen. Goslinga, Mémoires, 13; Stork-Penning, Het Grote Werk, 16; Reese, Das Ringen um Frieden, 12.
DU PUY-VAUBAN, ANTOINE LE PRESTRE, dit. XV
(† 1731) Verre verwant van de grote Vauban; later graaf van Vauban; Frans officier; 1710 gouverneur van Béthune. Dictionnaire de la Noblesse, 16.
DU QIEU, N.N. IX
Luitenant van de Hollandse gardes te voet, 1709.
DU QUESNE, HENRI, markies. VIII-X
(1652-1722) Oudste zoon van een Franse vlootvoogd; om het geloof uitgeweken naar Zwitserland; betrokken bij plannen om koloniën van geloofsgenoten in Indië te vestigen; 1709 door de Zwitserse protestanten naar Londen gestuurd wegens de plannen om bij een vrede te bedingen dat Hugenoten naar Frankrijk zouden mogen terugkeren met behoud van hun vrijheid van godsdienst. DBF; Haag, La France Protestante, 2e éd. V.
DU QUESNE-MONNIER, ABRAHAM-LOUIS. VII
(1654-1726) Frans marine-officier; 1715 chef d'escadre. DBF.
DURAN, MEINARD ADRIAAN. VII
(† 1732) Nederlands officier; kapitein van de infanterie; 1728 majoor; 1730 luitenant-kolonel regiment Albrecht van Brandenburg. Ringoir, Hoofdofficieren infanterie.
DURAND, DAVID. V
(1680-1763) Uitgeweken Hugenoot, in Basel gestudeerd; daarna veldprediker bij een Hollands regiment gerefugieerden in Spanje; 1711-63 predikant te Londen. Haag, La France Protestante, 2e éd. V.
DURANSAGE, N.N. VI
Frans secteleider te Londen.
DURANT, PIERRE. XI
Een van de leiders van de opstandelingen in de Cévennes.
DURAS, LOUIS, graaf van FEVERSHAM. V; VII; VIII; XVII
(1641-1709) Frans edelman, markies de Blanquefort; neef van Turenne; 1665 genaturaliseerd tot Engelsman; 1677 graaf van Feversham, lord chamberlain van koningin Catharina tot haar dood. DNB.
DURAZZO, NICOLO, markies. XVI
Genuees extraordinaris envoyé te Parijs 1711-15; 1715 als zodanig naar Londen. Repertorium, I.
DURHAM, bisschop van, zie (1721-1730) TALBOT, WILLIAM.
DURIER, N.N. IX; XI
N.n.g. Commies van de douane te Béthune, 1710.
DU ROY, N.N. X
N.n.g. Secretaris te Lille.
DURSLEY, lord, zie BERKELEY, JAMES.
DURVEN, N.N. XII
(† 1711) Advocaat te Delft; o.a. zaakwaarnemer van F.A. van Reede-Renswoude.
DU RY, SAMUEL, seigneur de CHAMPDORÉ. @ X
(1651-1729) Hugenoot; uitgeweken naar Leiden; ingenieur in het Staatse leger; 1707 ingenieur 3e klasse; 1709-15 ingenieur 2e klasse. Ringoir, Afstammingen genie; Algemeen Nederlandsch Familieblad, 1883.
DUSSELDORP, N.N. XIII
N.n.g. Raadsheer in de raad van Danzig.
DUSSEN, (Mr.) BRUNO VAN DER. @ # I-XIX
(1660-1742) Regent van Gouda en familielid van Heinsius; pensionaris van Gouda sinds 1688; lid vroedschap 1702; vele malen burgemeester; gecommitteerde raad van Holland 1715-18 en 1721-24; betrokken bij alle onderhandelingen met Frankrijk; gevolmachtigde op het vredescongres te Utrecht; gevolmachtigde bij de onderhandelingen over de Barrière te Antwerpen 1715-18. Van der Aa, Biographisch Woordenboek; De Jong, Met goed fatsoen.
- echtgenote van, zie PANCRAS, MARIA.
DUSSEN, BRUNO VAN DER (JR.). XVI
(1714-1760) Zoon van Jacob en Johanna Clara Pels (1695-1754). Elias, Vroedschap.
DUSSEN, CATHARINA VAN DER. XVI
(1664-1715) Zuster van Bruno, Gerard en Jacob Adriaan, weduwe van Melchior Gerard van Rietvelt. De Jong, Met goed fatsoen.
DUSSEN, DANIEL VAN DER. XIII
(*1701) Derde en jongste zoon van Gerard van der Dussen. Engelbrecht, Vroedschap.
DUSSEN, ELISABETH VAN DER. XI
(1669-1699) Echtgenote van Mr. Antonis Slicher, raadsheer van het Hof van Holland; jongere zuster van Bruno. Elias, Vroedschap.
DUSSEN, ELIZABETH VAN DER. @ X; XIII
(1657-1730) Verwante van Heinsius; weduwe van Mr. Johan van der Does, vroedschap van Gouda.
DUSSEN, (Mr.) GERARD VAN DER. @ I; III; IV; VIII-XIV
(1662-1713) Heer van Oud Teylingen; jongere broer van Bruno; advocaat-fiscaal van de Admiraliteit van Rotterdam 1690-1707; 1707-12 vroedschap van Rotterdam; gedeputeerde ter Staten van Holland 1707, 1711 en 1712. Engelbrecht, Vroedschap; Elias, Vroedschap.
- echtgenote van, zie LESTEVENON, ELISABETH.
DUSSEN, HIERONYMUS VAN DER. XI
(1692-1711) Jongste zoon van Bruno van der Dussen; ontvanger van de grafelijke en Wassenaarse tollen sinds 1709. De Jong, Met goed fatsoen.
DUSSEN, HIERONYMUS VAN DER. XIII; XIV; XVII
(1691-1730) Oudste zoon van Gerard van der Dussen; 1713 opvolger van zijn vader als advocaat-fiscaal van de Admiraliteit op de Maze. Engelbrecht, Vroedschap.
DUSSEN, (Mr.) JACOB VAN DER. @ I; VIII; XVI; XIX
(1683-1750) Zoon van Bruno van der Dussen; secretaris van Amsterdam 1709-50; vele andere stedelijke functies; 1715 baljuw van Amstelland. Elias, Vroedschap.
- echtgenote van, zie PELS, JOHANNA CLARA.
DUSSEN, JACOB VAN DER. XIII
(*1698) Een van de jongere zonen van Gerard van der Dussen. Engelbrecht, Vroedschap.
DUSSEN, (Mr.) JACOB VAN DER. XVI
Burgemeester van Dordrecht; lid van de Hollandse delegatie om koning George I te verwelkomen op zijn doorreis naar Engeland, 1714.
DUSSEN, (Mr.) JACOB ADRIAAN VAN DER. @ XVI
(1681-1724) Jongere broer van Bruno; secretaris van Gouda. De Jong, Met goed fatsoen.
DUSSEN, JOHANNA VAN DER. XVII
(1671-1761) Echtgenote van Jan de Mey; jongere zuster van Bruno. De Jong, Met goed fatsoen.
DUSSEN, PAULUS VAN DER. @ I-IV; VI; VII
(1658-1707) Marine-officier, afkomstig uit Delft; 1700 schout-bij-nacht bij de Admiraliteit op de Maze. NNBW.
DU TERTRE, AMBROISE. XIV
Officier in Nederlandse dienst; majoor van de Luikerwalen 1706. Ringoir, Hoofdofficieren infanterie.
DU THAY, CLAUDE ANTOINE DE LA LANE. IV; IX
Sinds 1699 commandeur van Bredevoort.
DU THEIL, JEAN-GABRIEL DE LA PORTE. XV
(† 1755) Frans ambtenaar; eerste commies van het ministerie van Buitenlandse Zaken; secretaris van de Franse gevolmachtigden te Utrecht; zaakgelastigde te 's-Gravenhage 1713. Schutte, Buitenlandse vertegenwoordigers.
DU THEIL, PAUL DE LA BAYE. I
(† 1699) Sinds 1672 kolonel van een Utrechts regiment infanterie. Staatsche Leger, VII.
DU TOT, N.N. VI
N.n.g. Frans officier, ondercommandant van Namen.
DU TOUR, AMELIA HENRIETTE WILHELMINA. XVII
(† 1731) Dochter van de volgende; echtgenote van Adam Ernst van Haren.
DU TOUR, DAVID CONSTANTIJN, baron. @ # I-V; VII-IX; XI-XVIII
(1657-1727) Fries regent; raad en rekenmeester van de domeinen van Friesland, lid van de Friese Staten en van de Staten-Generaal. Nederland's Adelsboek, 1952, 414.
DU TOUR, MARC WILLEM. XVI
Nederlands officier; zoon van de voorgaande; 1709 majoor regiment infanterie Yvoy; luitenant-kolonel 1727; kolonel-commandant 1742-43. Ringoir, Hoofdofficieren infanterie.
DU TOUR, ONNO BOLDEWIJN. XIII
Nederlands officier; zoon van David Constantijn; kapitein in het regiment infanterie Oranje-Friesland 1709.
DUTTON, baron, zie DOUGLAS, JAMES.
DUVELAER, PIETER, de jonge. VII
(† 1711) Afkomstig uit een Middelburgs regentengeslacht; secretaris van Middelburg 1702-05; secretaris van de Staten van Zeeland 1705-11. Van der Bijl, Idee en Interest, bijl. V.
DUVENVOORDE, heer van, zie WASSENAER, ARENT VAN; JACOB VAN.
DU VIVIER, zie COUET, ABRAHAM.
DUYF, KEMPE PAULUS. I
N.n.g. Frans agent.
DUYN, ADAM ADRIAAN VAN DER. VII; VIII; XVIII
(1683-1753) Nederlands officier; zwager van Albemarle; 1711 ritmeester van de Hollandse gardes te paard; kolonel van de gardes 1725. Ringoir, Afstammingen cavalerie; NNBW.
DUYN, GEERTRUID JOHANNA QUIRINA VAN DER, gravin van ALBEMARLE. I; X; XV
Dochter van de volgende; 1701 getrouwd met Arnold Joost van Keppel, graaf van Albemarle.
DUYN, NICOLAAS VAN DER, heer van 'S-GRAVENMOER. II; VI; VII-IX: XIII; XIV
(1678-1728) Nederlands officier, bijgenaamd "pudding van 's-Gravenmoer"; schoonvader van Albemarle; ritmeester van de cavalerie 1694; kolonel-commandant van het Hollandse regiment Tengnagel 1706; kolonel van dat regiment 1707; kwartiermeester-generaal van de cavalerie 1718; idem van het gehele Staatse leger 1720; generaal-majoor 1727. NNBW; Hora Siccama, Aanteekeningen; Ringoir, Afstammingen cavalerie.
DUYN, PHILIPS WILLEM VAN DER. VII; VIII; XVII
(1687-1756) Nederlands officier, zoon van de voorgaande; zwager van Albemarle; 1715 kolonel van het regiment dragonders Schlippenbach; 1727 brigadier. Ringoir, Afstammingen cavalerie; NNBW.
DUYST VAN VOORHOUT, HENDRIK. VI
(† 1708) Vroedschap van Haarlem van 1696 tot zijn dood.
DUYST VAN VOORHOUT, HENDRIK, heer van Zevenhuizen. VII
Raad in de Rekenkamer van Vlaanderen 1707; verwant van de volgende. La Flandre Illustre, 120.
DUYST VAN VOORHOUT, MARIA. VI
(1662-1754) Sinds 1685 gehuwd met Frederik Adriaan van Reede, heer van Renswoude. NNBW.
DIJCK, (Sir) ANTHONY VAN. XVI
Zuidnederlands-Engels schilder.
DIJKSTERHUIS, heer van, zie ALBERDA, WILLEM.
DIJKVELD, heer van, zie WEEDE, EVERARD VAN.
DYSSELBACH, zie ISSELBACH.
DZIALYNSKI, THOMASZ. II; IV
Pools magnaat; palatin van Kulm; afgezant naar de tsaar 1704. Repertorium, I.