Alfabetische Index

 
English | Nederlands
A   B   C   D   E   F   G   H   I   J   K   L   M   N   O   P   Q   R   S   T   U   V   W   X   Y   Z  

NACHTEGAEL, (Mr.) JACOB. I; II; VII; XIX
(† 1718) Pensionaris van Vlissingen 1672-1690; Gecommitteerde Raad van Zeeland sinds 1691; burgemeester van Vlissingen 1710, 1713, 1714, 1717 en 1718. Van Woelderen, "Lijst van baljuws enz. van Vlissingen", Jaarboek Centraal Bureau voor Genealogie, II.
NADRAST, N.N. XIX
N.n.g. Frans officier, betrokken bij de affaire Cellamare 1718-19.
NAELTWIJCK, ADRIENNE VAN. XI
Dochter van Johan van Oldenbarnevelt, echtgenote van Jean-Théodore van Dam.
NAGELL, CLARA ELISABETH VAN. IV
(1683-1742) Sinds 1705 echtgenote van Christiaan Carel van Lintelo. Schutte, Nederlandse vertegenwoordigers.
NAGELL, GEORG LEVIN VON. IX
Münsters kolonel van de infanterie, in Nederlandse dienst.
NAHUYS, ISAAK VAN. XVIII
(1662-1741) Opzichter van de fortificaties en substituut-ontvanger van Heusden; 1708-11 en 1713-40 schepen van die stad; vele andere stedelijke functies. Kool-Blokland, De elite in Heusden.
NAIRN, lord, zie MURRAY, WILLIAM.
NAJERA, N.N., hertog van. XIX
N.n.g. Spaans officier, luitenant-generaal.
NALIZI, GABRIEL. @ XIX
N.n.g. Knecht van Maurits van Cats, heer van Colster, de Nederlandse ambassadeur te Madrid, 1719.
NAMEN, heer van, zie VRIJBERGEN, LEVINUS JACOBUS VAN.
NANCRÉ, markies de, zie DREUX, LOUIS DE.
NANGIS, chevalier de, zie BRICHANTEAU, PIERRE-CÉSAR DE.
NAPELS, aartsbisschop van (1703-1734), zie PIGNATELLI, FRANCESCO.
NARBONNE, aartsbisschop van (1719), zie BEAUVAU, RENÉ-FRANÇOIS DE.
NARYSKINXV
Bijzonder afgezant van de tsaar naar de koning van Polen, 1714. Repertorium, I.
NASSAU, CORNELIS VAN, heer van KORTGENE. VI
(1669-1708) Oudste zoon van Nassau-Odijk; gecommitteerde ter Staten-Generaal wegens Zeeland; rentmeester van Beoosten- en Bewester Schelde. Dek, Genealogie Nassau, 158.
NASSAU, CORNELIS VAN, heer van WOUDENBERG. @ # IV-VIII; X-XIV
(1675-1712) Zoon van Nassau-Ouwerkerk; 1700 kolonel van een Utrechts regiment infanterie; 1704 brigadier; 1709 generaal-majoor van de infanterie; gesneuveld bij Denain. Dek, Genealogie Nassau, 161.
NASSAU, EMILIA VAN. XIII; XIV
(1635-1688) Huwde in 1659 Thomas Butler, graaf van Ossory (1634-1680); moeder van James Butler, 2e hertog van Ormonde Dek, Genealogie Nassau, 149.
NASSAU, FREDERIK VAN, heer van ZUYLENSTEIN, WAYESTEIN EN LEERSUM, graaf van ROCHFORD. IX; XVI
(1684-1738) Tweede zoon van Willem van Nassau-Zuylenstein, graaf van Rochford († 1695); 1709 beschreven in de Utrechtse Ridderschap voor Wayestein; 1710 3e graaf van Rochford, verhuisd naar Engeland en van zijn Utrechtse waardigheden vervallen verklaard. Placcaatboek Utrecht, I, 320; Dek, Genealogie Nassau, 156.
NASSAU, HENDRIK VAN, heer van OUWERKERK en WOUDENBERG. @ # I-VIII; XI-XIV; XIX
(1640-1708) Jongere broer van Nassau-Odijk; 1679 graaf des H.R.R.; master of the horse van Willem III; 1696 generaal-majoor van de cavalerie; 1701 generaal van het Staatse leger; 1704 veldmaarschalk; kolonel van het Zeeuwse cavalerieregiment gardes du corps sinds 1672; kolonel van de Hollandse gardes te voet sinds 1704. NNBW; DNB.
- echtgenote van, zie AERSSEN, FRANÇOISE VAN.
NASSAU, HENDRIK VAN, graaf van GRANTHAM. XVIII
(1673-1754) Oudste (levende) zoon van de voorgaande; 1698 viscount Boston en graaf van Grantham; kamerheer van de prinses van Wales 1716-27; lid Privy Council onder George II. Dek, Genealogie Nassau, 161.
NASSAU, LODEWIJK ADRIAAN graaf VAN, heer van ZEIST. VII
(1670-1742) Zoon van Nassau-Odijk; 1693 beschreven in de Utrechtse Ridderschap. Dek, Genealogie Nassau, 159.
NASSAU, MAURITS LODEWIJK I VAN, heer van de LEK en BEVERWEERD. I; XIV
(1631-1683) Oudere broer van Nassau-Odijk en Nassau-Ouwerkerk; graaf des H.R.R. 1679; lid van de Hollandse Ridderschap sinds 1674. Dek, Genealogie Nassau, 151.
- weduwe van, zie BEIEREN VAN SCHAGEN, ANNA ISABELLA VAN.
NASSAU, MAURITS LODEWIJK II VAN, heer van de LEK en BEVERWEERD. @ I-II; IV; VIII-XIV; XVII-XIX
(1670-1740) Zoon van de voorgaande; 1692 getrouwd met zijn nicht Elisabeth Wilhelmina (1671-1729), dochter van Willem Adriaan van Nassau-Odijk; 1698 kolonel van een Hollands regiment cavalerie; 1702 brigadier; 1704 generaal-majoor; 1709 luitenant-generaal; commandeur van Ieperen 1713; van Menen 1724. Dek, Genealogie Nassau, 151, 159; Staatsche Leger, VIII, bd.III.
NASSAU, WILLEM HENDRIK VAN, heer van ZUIJLENSTEIN, graaf van ROCHFORD. I; VI-X; XVI
(1649-1708) Sinds 1695 2e graaf van Rochford; adjudant-generaal van Willem III; generaal-majoor van de Staatse cavalerie 1691; luitenant-generaal op Engelse commissie 1694; kolonel van een Hollands regiment cavalerie sinds 1697. Gesneuveld in Spanje. Staatsche Leger, VIII, bd.III; Dek, Genealogie Nassau, 164.
NASSAU, WILLEM ADRIAAN VAN, heer van ODIJK. I; IV; XIX
(1632-1705) Oudere broer van Ouwerkerk; vertegenwoordiger van Willem III als Eerste Edele in Zeeland; sinds 1679 graaf des H.R.R. NNBW; Dek, Genealogie Nassau, 158.
NASSAU, WILLEM HENDRIK VAN, heer van BLIKKENBURG. I
(1675-1702) Zoon van de voorgaande; ritmeester sinds 1694. Dek, Genealogie Nassau, 159.
NASSAU, prinses van, zie ELISABETH; HENRIËTTE CATHARINA.
NASSAU-DIETZ, prins van, zie JOHAN WILLEM FRISO.
NASSAU-DIETZ, prinses van, zie ANNA CHARLOTTE AMALIA; HENRIËTTE ALBERTINA; HENRIËTTE AMALIA; HENRIËTTE CASIMIRA; SOFIA HEDWIG.
NASSAU-DILLENBURG, vorst van, zie WILHELM.
NASSAU-LA LECQ, HENDRIK CAREL VAN. XII
(1696-1781) Derde zoon van Maurits Lodewijk Iivan Nassau-La Lecq; 1711 cornet van de cavalerie; 1730 ritmeester. Dek, Genealogie Nassau, 152.
NASSAU-LA LECQ, WILLEM HENDRIK VAN. VIII
(1693-1762) Oudste zoon van Maurits Lodewijk II van Nassau-La Lecq; adjudant van zijn vader; 1709 ritmeester in het regiment van zijn vader en eindigt zijn carrière als luitenant-generaal van de cavalerie. Dek, Genealogie Nassau, 151.
NASSAU-ODIJK, CHARLOTTE VAN. XVI
(1677-1714) Dochter van Willem Adriaan van Nassau-Odijk; sinds 1708 echtgenote van haar neef Willem Maurits, graaf van Nassau-Ouwerkerk, zoon van de veldmaarschalk Hendrik van Nassau-Ouwerkerk. Dek, Genealogie Nassau, 159, 163.
NASSAU-ODIJK, ELISABETH WILHELMINA. I
(1671-1729) Dochter van Willem Adriaan van Nassau-Odijk; sinds 1692 getrouwd met haar neef Maurits Lodewijk II, graaf van Nassau-La Lecq. Dek, Genealogie Nassau, 151, 159.
NASSAU-ODIJK, MAURICE MARGARETHA VAN. @ V; XI; XII; XVIII
(1673-1745) Dochter van Willem Adriaan van Nassau-Odijk; sinds 1708 echtgenote van Jean-Henri Huguetan, bankier te 's-Gravenhage. Dek, Genealogie Nassau, 159.
NASSAU-OTTWEILER, graaf van, zie WALRAD.
NASSAU-OUWERKERK, LUCIA ANNA VAN. IV; VI
(1684-1744) Jongste dochter van Hendrik van Nassau-Ouwerkerk; sinds 1705 echtgenote van Nanfan Coote, graaf van Bellamont, baron Coote of Coloony († 1708). Dek, Genealogie Nassau, 161.
NASSAU-OUWERKERK, FRANS VAN. IV; V; XI; XIII
(1682-1710) Jongste zoon van Hendrik van Nassau-Ouwerkerk; 1701 majoor van de karabiniers van Albemarle; gesneuveld bij Almenara, als brigadegeneraal in Engelse dienst. Dek, Genealogie Nassau, 161; Staatsche Leger, VIII, bd.III.
NASSAU-OUWERKERK, WILLEM MAURITS VAN. @ III; XIII; XIV
(1679-1753) Zoon van Hendrik van Nassau-Ouwerkerk; cornet met rang van oudste majoor van de cavalerie; 1706 brigadier; 1709 generaal-majoor; 1727 luitenant-generaal van de cavalerie; eindigde zijn carrière als veldmaarschalk van het Staatse leger en gouverneur van Vlaanderen. Dek, Genealogie Nassau, 163; Staatsche Leger, VIII, bd.III.
NASSAU-SAARBRÜCKEN, graaf van, zie LUDWIG CRATO.
- gravin van, zie ANNA CATHARINA.
- vorstin van, zie LÖWENSTEIN-WERTHEIM-ROCHEFORT, MAGDALENA ELISABETH, gravin von.
NASSAU-SAARBRÜCKEN-USINGEN, vorst van, zie WALRAD.
NASSAU-SIEGEN, prins van, zie ALEXIS ANTON CHRISTIAN FERDINAND.
- prinses van, zie MARIA ANNA JOSEPHA.
- vorst van, zie ADOLF; WILHELM HYACINTH.
NASSAU-USINGEN, vorst van, zie WILHELM HEINRICH.
NASSAU-WEILBURG, graaf van, zie JOHANN ERNST.
NASSAU-ZUYLENSTEIN, MAURITS VAN. XVII
(1685-1720) Jongere broer van de volgende; kolonel van de infanterie in Engelse dienst. Dek, Genealogie Nassau, 164.
NASSAU-ZUYLENSTEIN, WILLEM HENDRIK VAN, lord TUNBRIDGE, 2e graaf van ROCHFORD. III; XI
(1682-1710) Oudste zoon van Willem van Nassau-Zuylenstein, graaf van Rochford; kolonel in Engelse dienst en aide-de-camp van Marlborough; gesneuveld in Spanje. Dek, Genealogie Nassau, 164.
NATALIJA ALEXEJEWNA, prinses van RUSLAND. XVIII
(1714-1720) Dochter van kroonprins Alexej en kleindochter van Peter de Grote. Stammtafeln, Neue Folge, II, T.151.
NATERS, heer van, zie GOES, ADRIAAN VAN DER.
NATEWISCH, heer van, zie TAETS VAN AMERONGEN, GERARD GODARD; JOOST.
NATH, GERHARD, graaf van der. IV; V; VIII; XI-XVII; XIX
(1666-1740) Ook wel Dernath genoemd; afkomstig uit een Limburgs geslacht; officier in dienst van Holstein-Gottorp, kolonel van de dragonders; commandant van de Gottorpse troepen in de Nederlanden; 1706 luitenant-generaal en opperbevelhebber van het Gottorpse leger en terug naar Holstein; envoyé van Gottorp in Londen 1713-14; te Stockholm 1715; 1718 na de dood van Karl XII van Zweden als handlanger van G.H. von Görtz in Stockholm gevangen gezet en lang onder arrest gebleven. NDB.
NATTENHOVEN, NICOLAAS VAN. XI
(1647-1710) Regent van Leiden; vroedschap sinds 1694. Prak, Gezeten burgers.
NATZMER, DUBISLAW GNEOMAR VON. I; II; V; X; XI
(1654-1739) Pruisisch officier; sinds 1696 generaal van de cavalerie; nam deel aan de meeste veldtochten in de Zuidelijke Nederlanden. ADB.
NAUMANN, N.N. VIII
N.n.g. Majoor van de artillerie in dienst van de keurvorst van Saksen/koning van Polen Augustus II, 1709.
NAVARRO, FRANCISCO ANTONIO. V; XIII
Zuid-Nederlands ambtenaar; secretaris van de Raad van State te Brussel; koos 1706 de zijde van Carlos III; daarna keizerlijk secretaris in Brussel. Braubach, Prinz Eugen.
NAYE, HENRI DE LA, zie LA NAYE, HENRI DE.
NECK, CORNELIS VAN. I; II; IV-VII; X; XIII
Nederlands ambtenaar; klerk van de Financie van Holland op het kantoor van de Generaliteit.
NECK, CORNELIS VAN. VI; XIX
(1683-1740) Secretaris van Purmerend 1707-09; lid van de vroedschap 1719-40.
NEEDERVEEN, MARIA VAN. @ XVII
N.n.g. Afkomstig uit Rijswijk.
NEIDHARD, N.N., graaf van. XIV
Kamerpresident van Silezië.
NELLESTEYN, (Mr.) JOHAN VAN. VII
Regent van Utrecht; burgemeester o.a. 1706-07; schepen van die stad 1708-09.
NEMOURS, hertogin van, zie LONGUEVILLE.
NÉNY, PATRICE DE. XVIII; XIX
(circa 1675-1745) Van Ierse afkomst, maar gestudeerd te Leuven en daarna advocaat te Brussel; 1713 door keizer Karl VI benoemd tot lid van de Conseil des Finances te Brussel; 1724 secretaris van staat en oorlog van de Oostenrijkse Nederlanden; voorstander van de Compagnie van Oostende; 1718 naar 's-Gravenhage (met Jean-Baptiste Coppieters) om de financiële details van het Barrière-verdrag te regelen. BNB.
NESSE, WILLEM VAN DE. II; VII
(† 1716) Pastoor van Sint-Catharina te Brussel met jansenistische opvattingen en daarom gesuspendeerd. Henne/Wauters, Histoire de Bruxelles, II, 175.
NESSELRODE, WILHELM FRANZ JOHANNES BERTRAM, Freiherr von. IV; V; IX-XI
(1652-1732) Kanunnik van St.-Lambert van Luik sinds 1687; Luiks resident te Wenen 1688-93; bisschop van Fünfkirchen (Pécs, Hongarije) 1703; Rijksgraaf en lid van de keizerlijke hofraad 1705; keizerlijk afgezant naar Milaan en Savoye 1710. Gams, Series.
NETTANCOURT, N.N. I
N.n.g. Frans kolonel.
NEUBURG, LOUIS ERNST. @ VII; X-XIV
(† 1713) Geheim correspondent van Bothmer en Heinsius in Hannover; codebreker.
NEUBURG, paltsgraaf van, zie FRANZ LUDWIG.
- hertog van, zie ALEXANDER; PHILIPP WILHELM.
- vorst van, zie JOHANN WILHELM.
NEUFVILLE, FRANÇOIS DE, hertog van VILLEROI. I-VI; VIII; IX; XVIII; XIX
(1643-1730) Maarschalk van Frankrijk sinds 1693; 1702 bij de verrassing van Cremona gevangen genomen; 1715 précepteur van Louis XV. Michaud, Biographie Universelle, 499.
NEUFVILLE, NICOLAS DE. IV
(1663-1734) Oudste zoon van de voorgaande; luitenant-generaal sinds 1702; maakte de meeste veldtochten van zijn vader mee. Dictionnaire de la Noblesse, 10.
NEUFVILLE, ROBERT DE. @ VI; XVII
(† 1735) Sinds 1714 postmeester te Leiden; neef en assistent van Nicolaas Clignet, die in 1714 afstand deed als postmeester. (G.A. Leiden).
NEUGEBAUER, MARTIN. IX-XI; XIX
Zweeds extraordinaris envoyé te Constantinopel 1709-11; 1719 regeringsraad van Zweeds Bremen. Repertorium, I; Hatton, Charles XII.
NEUKIRCHEN, WOLTER GODFRIED VAN, genaamd NIJVENHEIM, heer van DRIESBERG, KESSEL EN MOOK. V
(1660-1726) Edelman uit het Kleefse; nauw verwant met Gelderse geslachten; officier in Nederlandse dienst; majoor van het regiment cavalerie Athlone; kolonel regiment 1703-08; bij Ramillies gewondt. NNBW; Ringoir, Afstammingen cavalerie.
NEURENBERG, JOHAN VAN. II; VI
(1665-1719) Regent van Dordrecht; burgemeester o.a. 1701-02 en 1707-08. NNBW.
NEVE, JOHAN. XII
(1647-1718) Deens ambtenaar; secretaris van het Handelscollege; staatsraad 1709. DBL.
NEWBOURG, zie NEUBURG, LOUIS ERNST.
NEWCASTLE, hertog van, zie HOLLES, JOHN.
NEWCASTLE-upon-TYNE, hertog van, zie PELHAM-HOLLES, THOMAS.
NEWCOMEN, THOMAS. XIX
(1664-1729) Engels uitvinder, afkomstig uit Cornwall; maker van de eerste bruikbare stoommachine voor het oppompen van water. Rolt-Allen, The Steam Engine of Thomas Newcomen.
NEWLAND, SIR GEORGE. XV
(† 1714) Koopman en M.P. te Londen; aandeelhouder South Sea Company.
NEWPORT, FRANCIS, (eerste) graaf van BRADFORD. I
(1619-1708) Treasurer of the household van Willem III. DNB.
NEWPORT, RICHARD, (tweede) graaf van BRADFORD. XVII
(1643-1723) Complete Peerage.
NEWPORT, THOMAS, baron TORRINGTON. XVII
(1655-1719) Broer van de voorgaande; Whig M.P.; commissioner of the Treasury 1715-18, baron Torrington 1716, teller of the Exchequer 1718-19. Sainty, Treasury Officials.
NEWTON, (Sir) HENRY. III; IV
(1651-1715) Engels gezant in Toscane 1704-09; naar Genua 1706-07; geridderd 1715. DNB.
NEWTON, (Sir) ISAÄC. IV; XIV
Engels natuurkundige en mathematicus. DNB.
NEW YORK, gouverneurs van, zie HUNTER, ROBERT; HYDE, EDWARD; LOVELACE, JOHN.
NEYN, CATHARINA DE. II; III
(1652-1718) Eerste echtgenote van Marinus Groeninx. Engelbrecht, Vroedschap.
NEYN, JOHAN DE. X; XIV; XVII
(1669-1732) Rotterdams regent; vroedschap sinds 1708; lid van Gecommitteerde Raden van Holland 1713-14 en 1718-21; gedeputeerde ter Staten-Generaal 1715-18. Engelbrecht, Vroedschap.
NEZAU, N.N. IV
Deens officier; kapitein in het regiment Brockdorff in Nederlandse dienst.
NICHOLSON, (Sir) FRANCIS. XV
(1660-1728) Engels officier; 1698 gouverneur van Virginia, teruggeroepen 1705; gouverneur van Acadia (Canada) 1713; gouverneur van South Carolina 1719; geridderd 1720. DNB.
NICOLARTZ, ROBERT HENRY DE. @ XI, XVII
Hoofd van het Hofgerecht te Brussel; maakte tevergeefs aanspraak op een plaats in de Raad van State. Veenendaal [sr.], Dagboek Cuper.
NICOLAS, JEAN. VI; VIII
N.n.g. Bankier, gevestigd te Genève, later Parijs; sinds 1706 geassocieerd met Bernard. Lüthy, La Banque Protestante, I.
NICOLSON, DAVID. II
(† 1703) Schots officier in Nederlandse dienst; majoor van het regiment Colyear sinds 1698; gesneuveld bij Ekeren. Ringoir, Hoofdofficieren infanterie.
NIEL, graven van, zie CORSWAREM.
NIENOORD EN VREDEWOLD, heer van, zie IN- EN KNIPHUIZEN, CAREL FERDINAND VAN.
NIEULAND, ANTHONY, baron van POTTELSBERGHE, heer van BOULANGY. VI; IX; XII
Voorschepen van Gent 1706-09; Betrokken bij de 'surprise van Gent' en daarom in 1709 door de gedeputeerden te velde afgezet. Veenendaal [sr.], Dagboek Cuper
NIEUPOORT, WILLEM. III; IV
(1647-1729) Nederlands ambtenaar; betrokken bij de onderhandelingen met Frankrijk over de tarieven, voor het laatst 1697-1700. Schutte, Nederlandse vertegenwoordigers.
NIEUPORT, N.N. XI
N.n.g. Zaakwaarnemer van J.H. Huguetan, 1711.
NIEUWENTIJT, BERNARD. @ XI
(1654-1718) Medicus, wiskundige en wijsgeer; stadsdoctor van Purmerend; vroedschap en vele malen burgemeester van die stad, o.a. 1710-12; gedeputeerde ter dagvaart.
NIGHTINGALE, (Sir) ROBERT. XIX
(† 1722) Engels koopman en reder; onderdirecteur van de East India Company.
NISCHWITZ, BALTHASAR HEINRICH VON. I
Envoyé van Saksen te Londen 1701-03. Repertorium, I.
NITHSDALE, graaf van, zie MAXWELL.
NOAILHAC, markies de, zie VIVANT, JEAN DE.
NOAILLES, ADRIEN-MAURICE DE, graaf d'AYEN, hertog van NOAILLES. I; V-VIII; XI; XVIII
(1678-1766) Zoon van de volgende; 1708 hertog van Noailles; officier; brigadier 1702; veldmaarschalk 1704; 1706 luitenant-generaal en bevelhebber in het Roussillon; 1715 president van het Conseil des Finances. Michaud, Biographie Universelle, 30, 619-21; Hoefer, Nouvelle Biographie, 38, 118-31.
NOAILLES, ANNE-JULES, hertog van. I; V
(1650-1708) Maarschalk van Frankrijk en gouverneur van het Roussillon, maar nauwelijks meer in actieve dienst.
NOAILLES, LOUIS-ANTOINE, hertog van. VI; XVII; XIX
(1651-1729) Broer van de voorgaande; aartsbisschop van Parijs sinds 1695; kardinaal 1700. Jadin, Correspondence.
NOBELING, (Mr.) WOLFERT. XII; XIV
Procureur-generaal in civiele en criminele zaken voor het Hof van Holland, de Hoge Raad van Holland en Gecommitteerde Raden.
NOEL, ELIZABETH, gravin/hertogin van PORTLAND. XIV
(† 1737) Echtgenote van Henry Bentinck, viscount Woodstock, 2e graaf van Portland. Complete Peerage.
NOEL, N.N. XI
Kapelaan van Doornik; pretendent naar het dekenaat van van Doornik, 1710, 1711.
NOGENT, N.N. DE. VII
N.n.g. Frans officier.
NOMIS, N.N., markies. XVII
Afgezant van de keurvorst van Hannover naar Münster 1715-16.
NOORDHEY, (Mr.) DANIEL. @ V; XI
(1670-1721) Rotterdams regent; vroedschap van die stad 1701-21; burgemeester o.a. 1715. Engelbrecht, Vroedschap.
NOORDHEY, JACOB. V
(1673-1733) Koopman en reder te Rotterdam; jongere broer van de voorgaande; getrouwd 1706 met Maria Paets (1682-1749), dochter van Mr. Adriaen Paets (1657-1712), ontvanger-generaal van de Admiraliteit op de Maze. Engelbrecht, Vroedschap.
NOORDWIJK, heer van, zie DOES, WIGBOLD VAN DER.
NOORTH, (Mr.) ENGELBERT OP TEN. XVIII
(1664-1738) Advocaat voor het Hof van Gelre; griffier van de lenen van Gelre en Zutphen 1694; secretaris van Arnhem sinds 1694. [Wijndelts], Het geslacht op ten Noort, 68.
NOORTH, JOHAN OP TEN. @ XIV; XVI
(1667-1740) Uit een Gelders geslacht, koopman te Amsterdam en Cadiz; consul te Cadiz 1714-33; burgemeester van Arnhem 1738-40. Schutte, Nederlandse vertegenwoordigers.
NOORTH, (Mr.) JOHAN OP TEN. VII
(1627-1705) Advocaat en Arnhems regent. [Wijndelts], Het geslacht op ten Noort, 52.
NOORTH, REINERA OP TEN. VII
(1670-1728) Dochter van de voorgaande; echtgenote van Dr. Michiel van Coxie, advocaat voor het Hof van Gelderland. [Wijndelts], Het geslacht op ten Noort, 77.
NOOT, JEAN-JOSEPH, baron van der. XII
(1683-1763) Ridder van de Duitse Orde en kapitein van het regiment cavalerie van Mérode-Westerloo. Goethals, Dictionnaire, 4, 26.
NOOT, LAMORAAL, baron van der. II; III
(† 1710) Nederlands officier; sinds 1692 luitenant-kolonel van het Groningse infanterieregiment Reynhard; 1703 over in Zweedse dienst; aangetrouwd aan de familie van Boetzelaar. Staatsche Leger, VIII, bd.III; Herckenrode, Nobiliaire, II, 1438.
NOOT, PHILIPPUS ERHARD VAN DER. VI; VIII
(1638-1730) Bisschop van Gent van 1694 tot zijn dood. BNB.
NOOT, ROGER WALTER VAN DER, baron van CARLOO. V
(† 1710) Burgemeester van Brussel 1700-02 en lid van de Staten van Brabant. Wauters, Histoire des environs de Bruxelles, III, 652.
NORFF, (Dr.) JOHANN KONRAD. @ I; II; V-VIII; XI-XII
(† 1715) Resident van Münster sinds 1677, van Keulen en Luik sinds 1687 te 's-Gravenhage. Repertorium, I.
NORFOLK, hertog van, zie HOWARD, THOMAS.
NORMAL, ANDRIES. VII
Knecht van koopman Michiel Grubb in Stockholm.
NORMANBY, markies van, zie SHEFFIELD, JOHN.
NORMANDIE, GABRIEL DE. XIII
Zaakgelastigde van Genève te 's-Gravenhage. Schutte, Buitenlandse vertegenwoordiggers.
NORMANDIE, JACOB DE. @ III; VIII
(1649-1713) Uit een aanzienlijke familie van Genève; agent van de koning van Pruisen in Bern, belast met de zaken van erfenis van Willem III. HBLS.
NORMANDIE, JACQUES DE. III; X
Koopman te Amsterdam. HBLS.
NORMANDIE, JEAN-ANTOINE DE. III; IX; XIII-XIV
(1658-1730) Afkomstig uit Genève, koopman te 's-Gravenhage; agent van de hertog van Savoye aldaar sinds 1697; ook solliciteur militair van het regiment Zwitsers van Dohna. Schutte, Buitenlandse vertegenwoordigers.
NORMANDIE, MICHEL DE. XIII
Wonend te 's-Gravenhage; mogelijk vertegenwoordiger van de hertog van Guastalla bij de Staten-Generaal, 1712.
NORRIS, (Sir) JOHN. VI-XII; XVI-XIX
Engels marine-officier; schout-bij-nacht; vice admiraal en bevelhebber van de Engelse vloot in de Oostzee.
NORRIS, THOMAS. XIV
Engelsman, gezocht in Holland, 1713.
NORTH, FRANCIS, baron GUILFORD. I
(† 1729) Engels edelman; baron Guilford sinds 1685. DNB.
NORTH, WILLIAM, lord NORTH AND GREY. @ V; VIII; X-XI; XIII-XIV; XVII
(1678-1734) Engels edelman en officier; kolonel van de infanterie 1703-15; brigadier 1704; generaal-majoor 1709; luitenant-generaal 1710; 1705 getrouwd met Maria Margaretha de Jonge, dochter van Cornelis de Jonge, heer van Ellemeet, ontvanger-generaal van de Republiek. DNB.
NORTHAMPTON, graaf van, zie COMPTON, GEORGE.
NORTHUMBERLAND, hertog van, zie DUDLEY, JOHN; FITZROY, GEORGE.
NORTHUS, JASPER. IV; V; XII
Waarnemend Nederlands consul te Bergen (Noorwegen) 1704-09, zonder aanstelling van de Staten. Schutte, Nederlandse vertegenwoordigers.
NORWICH, bisschop van, zie (1691) MOORE, JOHN.
NOSTITZ, GEORG SIGISMUND, Freiherr von. V; X; XVI
Saksisch kamerheer; envoyé van de keurvorst van Saksen in Hannover 1709-14; graaf 1712; extraordinaris envoyé te Londen 1714-18. Repertorium, I.
NOSTITZ, N.N. VON. VII; X-XII
N.n.g. Generaal-majoor.
NOTTINGHAM, graaf van, zie FINCH, DANIEL.
NOVION, ANDRÉ III DE. XIX
(† 1731) Lid van het Parlement van Parijs; 1723-24 eerste president van dat college. Saint-Simon, Mémoires.
NOYELLE, FRÉDÉRIC-LOUIS-CHARLES, graaf van. I, II-VI
(† 1708) Zoon van de volgende; Nederlands officier; graaf van Falais; kolonel-commandant van het Zeeuwse regiment infanterie van zijn vader 1701; kolonel 1703; brigadier van de infanterie 1707. Ringoir, Hoofdofficieren infanterie.
NOYELLE en FALAIS, JACQUES-LOUIS, graaf van. @ I-IX; XII; XIX
(† 1708) Edelman afkomstig uit Artois; sinds 1674 in Nederlandse dienst;; luitenant-generaal van de infanterie 1694; generaal 1704; 1696 gouverneur van Bergen op Zoom; sinds 1680 kolonel van een Zeeuws regiment infanterie, maar doet 1703 vrijwillig afstand van het commando ten behoeve van zijn zoon. Ringoir, Hoofdofficieren infanterie; Enschedé, "J.L. de Noyelles", Bulletin Eglises Wallonnes, 2e série, I, 79.
- echtgenote van, zie AUMALE, SOPHIE CHARLOTTE DE († 1715).
NOYEN, (MR.) PIETER. VI
Eerste Raad van het Hof van Gelre, 1707 in Nijmegen gearresteerd als represaille voor het aanhouden van Nijmeegse schepen in opdracht van de Landdag van Gelre; in januari 1708 losgelaten. Brants, Plooierijen, 165.
NOYER, MADAME DU -, zie PETIT, ANNE-MARGUERITE.
NULAND, heer van, zie GANS, N.N.
NUMAN PASHA. X; XI
Voormalig Turks gouverneur van Negroponte; gouverneur van Bosna (Joegoslavië); 1710 grootvizier.
NUMSEN, MATHIAS. I
(1646-1731) Deens officier; brigadier van de cavalerie; sinds 1685 kolonel van het tweede Sjaellandske National Rytter-Regiment, sinds 1701 in Nederlandse dienst; 1703 terug naar Denemarken en geheimraad. DBL.
NUYTS, PIETER. VII
Directeur van de WIC-vestiging aan de Westkust van Afrika 1705-08.
NIJENBURG, zie EGMOND VAN DE NIJENBURG.
NIJENHUIS, heer van, zie ITTERSUM, ROBERT VAN.
NYPOORT, WILLEM VAN DER. II
De laatste telg uit een aanzienlijk R.K. Utrechts geslacht; commies van de magazijnen in de citadel en chartreuse van Luik sinds november 1702. Hora Siccama, "Mevrouw van Zoutelande", 156.