Alfabetische Index

 
English | Nederlands
A   B   C   D   E   F   G   H   I   J   K   L   M   N   O   P   Q   R   S   T   U   V   W   X   Y   Z  

OBDAM, heer van, zie WASSENAER, JACOB VAN; JOHAN HENDRIK VAN.
OBERG, BODO VON. I; II; V; VI
Geheime raad van de keurvorst van Hannover, extraordinaris envoyé van Hannover en Celle bij de keizer 1694-1703; 1706-07 geaccrediteerd bij de koningen van Polen en Zweden in verband met de vredesonderhandelingen tussen beide vorsten. Repertorium, I.
OCKERSE, JAN CORNELIS. IV.
(1673-1745) Nederlands marine-officier; kapitein-ter-zee bij de Admiraliteit van Middelburg sinds 1698; na 1705 niet meer naar zee, maar wel in 1719 schout-bij-nacht van Zeeland; 1723 vice-admiraal; 1730 luitenant-admiraal, NNBW.
OCKINGA, JARICH VAN. II
(1644-1714) Raad in het Hof van Friesland sinds 1666, president van het Hof 1699. Sickenga, Hof van Friesland, 217.
ODRAN, CHRISTOFFEL. XI
Nederlands officier; luitenant van de infanterie regiment Walen van Hertaing; kapitein 1710.
ODIJK, heer van, zie NASSAU, WILLEM ADRIAAN VAN.
OELENPAS, heer van, zie ROUWENOORT, HENDRIK VAN.
OERTELMAN, AUGUST. @ XIII
N.n.g. Duits uitvinder of ondernemer in technische apparaten.
ÖRNESTEDT, CARL GUSTAF, Friherre. XVIII
N.n.g. Zweeds generaal; bevelhebber van de troepen in Schonen 1716.
OETTINGEN, gravin van, zie EBERHARDINE SOPHIE.
O'FARREL, FRANÇOIS FERGUS. II; V
N.n.g. Sinds 1676 luitenant-kolonel infanterie regiment Fagel; 1689 overgegaan in Engelse dienst; 1695 oneervol ontslagen; niet weer in Staatse dienst genomen. Staatsche Leger, VII.
OFZEN, JAN. XI-XIII
(1678-1738) Nederlands marine-officier; extraordinaris kapitein bij de Amsterdamse Admiraliteit 1708; ordinaris kapitein 1723. Bruijn, Admiraliteit.
OGILVIE, GEORGE. IV-VI; X-XII
(† 1710) Generaal en veldmaarschalk in Russische dienst. Hatton, Charles XII.
OGILVY, JAMES, graaf van SEAFIELD. V-VII; XV
(1664-1730) Schots edelman; 1702-04 en opnieuw vanaf 1705 lord high chancellor van Schotland; 1706 commissioner for the Union; 1707-10, 1712-15 en 1722-30 een van de 16 Schotse peers in het gecombineerde Parlement; graaf van FINDLATER 1711. DNB.
OGINSKI, ANTONIUS. I
Edelman uit Litauen; starost van Samogitië (Litauen); tegenstander van Karl XII van Zweden. Jonasson, Karl XII, 199.
OGLE, CHALONER. VII
(† 1750) Engels kapitein-ter-zee; schout-bij-nacht 1739; admiraal 1744. DNB.
OGLETHORPE, THEOPHILUS. XV
(1682-1720) Engels officier; aide-de-camp van Butler-Ormonde; 1714 in dienst van de Pretender. Snyder, Marlborough-Godolphin, II.
O'HARA, CHARLES, baron TYRAWLEY. I; VI; VII; XI
(1640-1724) Sinds 1706 baron Tyrawley, van Ierse afkomst; officier in Engelse dienst; 1702 generaal-majoor van de infanterie; luitenant-generaal 1704; generaal 1714; privy councillor sinds 1710; DNB.
OLBREUSE, ELEONORE DE, hertogin van CELLE. III
(1639-1722) Sinds 1665 getrouwd met Georg Wilhelm van Braunschweig-Lüneburg-Celle; steunde alleenstaande voorname, naar Holland uitgeweken, Hugenootse vrouwen. Knetsch, Jurieu, 202; Stammtafeln, I.
OLDERSUM, heer van, zie GENDT, FREDERIK WILLEM VAN.
OLIVAZZI, GIORGIO, markies. XIII
(† 1742) Senator van Milaan sinds 1710; minister van keizer Karl VI, vooral voor Italiaanse zaken. Spreti, Enciclopedia Storico-Nobiliare Italiana, IV, 893
OLIVECRANTZ, JOHAN PAULIN. I-V; IX
(1633-1717) Zweeds staatsman en diplomaat. Michaud, Biographie Universelle, 31.
OLIVER Y FULLANA, Don NICOLAS ANTONIO DE. XVII
(† 1744) Secretaris van de Spaanse ambassadeur Miraval te 's-Gravenhage; Spaans zaakgelastigde aldaar 1715-16 en 1723-35. Schutte, Buitenlandse vertegenwoordigers.
OLIVIER, JORDAIN. II; IX
(† 1709) Hugenoot, afkomstig uit Pau; predikant te Breda en vervolgens te 's-Gravenhage. Haag, La France Protestante, 1e éd. VIII.
OLIVIER, N.N. XIV
N.n.g. Paardenhandelaar.
OLMIUS, JAN. VII
Nederlands koopman te Cadiz sinds 1682; afkomstig uit het Gelderse geslacht Olmius. Nederlandsche Leeuw 70, (1953), 12-22.
OLMÜTZ, bisschop van, zie KARL JOSEPH IGNAZ.
OLPHERTSZ., GIEL. XII
Nederlands schipper, aangehouden in Noorwegen 1711.
OLYMPIA MANCINI, hertogin van SAVOYE-CARIGNAN en SOISSONS. VII
(† 1708) Moeder van Eugenius van Savoye, weduwe van Eugène-Maurice, hertog van Savoye-Carignan en Soissons (1635-1673); woonachtig te Brussel. Braubach, Prinz Eugen, II; Stammtafeln, II.
OMERTS, OLFERT. XII
Nederlands schipper, aangehouden in de Oostzee, 1711-12.
OMMEREN, (Dr.) ROELOF VAN. VII
Raadslid van Arnhem 1707. Haak,'Plooierijen', 167.
ONGNIES, LOUIS-THÉODORE DE. IX
(† 1736) Deken van de kathedrale kerk van Brugge. Herckenrode, Nobiliaire, II, 1476.
ONGNIES ET D'ESTRÉES, ANGELUS, graaf DE. @ I; VII-XIII
(1650-1722) Bisschop van Roermond sinds januari 1702. Gams, Series, 255; Prick, "Levensbeschrijving Roermondse bisschoppen", in Limburgs Verleden, II, 624.
ONRUBIA, N.N., markies. VI-IX; XI-XIII
Vertegenwoordiger van Carlos III van Spanje bij de hertog van Savoye 1707-11; 1712-13 vertegenwoordiger van keizer Karl VI in Savoye (en Sardinië). Repertorium, I.
ONSLOW, (Sir) RICHARD. VIII-XI; XIII; XVII
(1654-1717) Speaker van het Lagerhuis 1708-10; baron Onslow 1716; lid Council of State 1710; M.P. voor Surrey 1713-15; Chancellor of the Exchequer 1714-15, Teller of the Exchequer 1715-17. Sedgwick, House of Commons 1715-1754.
ONSLOW, THOMAS. XVII
(1679-1740) Zoon van de voorgaande; M.P. voor Bletchingley 1708-15, voor Surrey 1715-17. Sedgwick, House of Commons 1715-1754.
ONSTEIN, JOHAN VAN. III; XVII
Nederlands officier; adjudant van Hompesch; 1714-15 stalmeester van Van Wassenaer-Duvenvoorde in Londen.
OOLE, REMEUS. II
N.n.g. Misschien verwant aan de advocaat Bijnkershoek.
OOMS, OLPHERT. XII
Nederlands schipper, aangehouden in de Oostzee, 1711.
OORTMAN, N.N. XII
N.n.g. Klerk van de Raad van State?
OOSTEN, ELISABETH VAN. III; VI; XI; XII; XVII
(† 1714). Afkomstig uit Delft; echtgenote van Abraham van Riebeeck. NNBW; Jan van Riebeeck, 28.
OOSTENRIJK, aartshertog van, zie KARL
- aartshertogin van, zie:
- ISABELLA CLARA EUGENIA.
- MARIA ANNA JOSEFA (1683-1754).
- MARIA AMALIA JOSEFA ANNA (1701-1756).
- MARIA ANTONIA (1669-1692).
- MARIA ELISABETH (1680-1741).
- MARIA JOSEFA (1699-1757).
- MARIA CATHARINA ISABELLA.
OOSTENRIJK, DON JUAN VAN. VIII; XIV
Natuurlijke zoon van koning Philips IV van Spanje. Veenendaal [sr.], Dagboek Cuper.
- natuurlijke dochter van, zie MARIA CATHARINA ISABELLA.
OOSTERHOF, heer van, zie ITTERSUM, ERNST HENDRIK VAN.
OOSTFRIESLAND, graaf van, zie CHRISTIAN EBERHARD; EDZARD EBERHARD; GEORG ALBRECHT.
- gravin van, zie CHRISTIANE LOUISE; KLEINAU, ANNA JULIANE VON; OETTINGEN, EBERHARDINE SOPHIE VON.
OOSTFRIESLAND-KRIECHINGEN, graaf van, zie: FRIEDRICH ULRICH
- gravin van, zie MARIE CHARLOTTE.
OPALINSKA, KATHARINA. VI; XIII
(1680-1747) Dochter van Johann Karl, graaf Opalinski; sedert 1698 echtgenote van Stanislaus I, koning van Polen. Stammtafeln, II.
OPDORP, WILLEM. @ III-V; IX-XIV; XVI
Sinds 1692 Nederlands secretaris te Kopenhagen; zaakgelastigde aldaar bij afwezigheid van de gezant tot 1736. Schutte, Nederlandse Vertegenwoordigers.
OPPENHEIMER, SAMUEL. I-III; XIII
(† 1703) Vooraanstaand bankier te Wenen met zeer grote invloed op de financiële toestand van het keizerlijk hof. De Pater, Weensche Gezantschapsberichten, II.
OPPERDOES, (Dr.) PIETER. @ XVIII
(† 1730) Hoorns koopman en regent; burgemeester o.a. 1718-19; kassier van de VOC Kamer Hoorn tot 1717; daarna bewindhebber. Kooijmans, Onder regenten.
OPTENNOORTH, zie NOORTH.
ORANJE, prins van, zie: BOURBON, FRANÇOIS-LOUIS DE.
- JOHAN WILLEM FRISO.
- WILLEM III.
- WILLEM (IV) CAREL HENDRIK FRISO.
ORDE, DUITSE, grootmeester van, zie FRANZ LUDWIG van PALTS-NEUBURG.
ORFORD, graaf van, zie RUSSEL, EDWARD.
ORGEVAL, N.N. DE. @ VII; VIII
Waarschijnlijk een gepensioneerd Hugenoots officier; vermoedelijk dezelfde als Dorgeral (deel VII).
ORKNEY, graaf van, zie HAMILTON, GEORGE.
ORLÉANS, hertog van, zie PHILIPPE I; PHILIPPE II.
- hertogin van, zie ANNE; CHARLOTTE AGLAE; ELISABETH CHARLOTTE; LOUISE ELISABETH; PHILIPPINE ELISABETH.
ORMESSON, HENRI-FRANÇOIS-DE-PAULE LEFÈVRE DE. XIX
(1681-1756) Frans ambtenaar; lid van de conseil royal des finances. Hoefer, Nouvelle Biographie Générale.
ORMONDE, hertog van, zie BUTLER, JAMES.
- hertogin van, zie SOMERSET, MARY.
ORNAISON, LOUIS DE, graaf van CHAMARANDE. I; II; VI
(1660-1737) Frans officier; veldmaarschalk 1702; luitenant-generaal 1704. DBF.
OROPESA, graaf van, zie ALVAREZ DE TOLEDO.
ORRERY, graaf van, zie BOYLE, CHARLES.
ORRY, JEAN. XV; XVI
(† 1719) Frans financier in Spanje; vertrouwensman van de prinses des Ursins (Orsini). Saint Simon, Mémoires.
ORSBECK, JOHANN HUGO VON, keurvorst van TRIER. I-XII; XIV
(1634-1711) Coadjutor van Trier 1672; keurvorst-aartsbisschop 1676.
ORSINI, prinses van, zie LA TRÉMOILLE.
ORTH, JOHANN PHILIPP. III
Bergfactor van Keur-Saksen.
ORTTEN, NICOLAAS VAN. VII
Zeeman, gevangene in Barbarije, 1708.
ORTMAN, JACOB. VII
Wapenhandelaar in Amsterdam.
ORVILLE, N.N. DE. VI
Tussenpersoon bij het onderscheppen van de correspondentie van Bonnac en Bonrepaus.
OSBORNE, PEREGRINE, Sr., markies van CARMARTHEN, graaf van DANBY, 2e hertog van LEEDS. I; XIV; XVII
(1658-1729) Zoon van Thomas Osborne, (1e) hertog van Leeds; voerde sinds 1689 de titel van graaf van Danby; 1694 markies van Carmarthen; 1702 vice-admiraal; 1712 (2e) hertog van Leeds. DNB.
OSBORNE, PEREGRINE, markies van CARMARTHEN, hertog van LEEDS. XIV; XVII
(1691-1731) Tweede zoon van de voorgaande; 1729 (3e) hertog van Leeds. Complete Peerage.
- echtgenote van, zie HARLEY, ELIZABETH.
OSBORNE, THOMAS, hertog van LEEDS. I; VI; XI; XII; XIV
(1631-1712) Graaf van Danby 1674; markies van Carmarthen 1689; (1e) hertog van Leeds 1694; lord president of the council 1689; master-general of the forests. DNB.
OSMAN AGA. V; XII
Turks officier; bevelhebber van de Janitzaren; luitenant van grootvizier Mehmet Pasha, opperstalmeester van de sultan.
OSNABRÜCK, bisschop van, zie (1716) ERNST AUGUST, hertog van BRAUNSCHWEIG-LÜNEBURG; (1696-1711) KARL JOSEF IGNAZ, hertog van LOTHARINGEN.
OSORIO, N.N. IV
N.n.g. Spaans kapitein.
OSTEN, N.N. VON DER. XIII
Brandenburgs-Pruisisch geheimraad; 1712 met een speciale missie naar Lübeck.
OSTERMANN, HEINRICH JOHANN FRIEDRICH (ANDREJ IVANOVIC). XII; XIII; XVI; XVIII
(1687-1747) Duitser in Russische dienst; ambtenaar en kanselarijraad; secretaris en tolk van Menshikov; vice-kanselier 1725-40; baron 1721; graaf 1730. Amburger, Behördenorganisation Russlands.
OSUNA, hertog van, zie TELLEZ-GIRÓN.
OTTANO, graaf, zie GARAY Y OTÁÑEZ.
OTTEN, IGNAZ ANTON VON. II
(† 1737) Direktorial-gezant van de keurvorst van Mainz bij de Rijksdag te Regensburg 1700-37. Repertorium, I.
OTTEN, NICOLAES. @ VI
Burgemeester van Geertruidenberg, o.a. 1706-07. Mollenberg, Geertruidenberg, 543.
OTTO, ARNOLDUS. VIII; X; XI
Nederlands officier; ritmeester van de cavalerie in het regiment Saksen-Hildburghausen; 1710 majoor van dat regiment; 1725 kolonel-commandant van een ander regiment cavalerie; 1741 kolonel. Ringoir, Afstammingen cavalerie.
OTTO, GODFRIED. XII; XIII
Nederlands officier; kapitein in het regiment infanterie Fagel; 1718 majoor van dat regiment; zwager van Hendrik Piccardt.
OUDENHOVE, baron van, zie COURTEVILLE.
OUDENHOORN, ROBERT.I
Timmerman te Delft.
OUDENSTEYN, (Mr.) JACOB VAN. @ XI; XIII-XIV; XVIII
(† 1735) Alkmaars regent; lid van de vroedschap van die stad 1686-1727; vele malen burgemeester tussen 1697 en 1727. Bruinvis, Vroedschap Alkmaar, 17.
OUDEROGGE, JAN CORNELISZ. IX
Klok- en geschutgieter, eerst te Rotterdam, later te 's-Gravenhage. NNBW.
OUDESTEIN, CORNELIS VAN. IV
(† 1705) Nederlands officier; luitenant-kolonel regiment infanterie Heukelom 1692; kolonel-commandant 1703; kolonel van ander regiment 1704. Ringoir, Hoofdofficieren infanterie.
OUDSHOORN, JOHAN VAN. X; XVIII
(1661-1725) Nederlands marine-officier; 1707 ordinaris kapitein-ter-zee bij de Admiraliteit op de Maze.
OUDSHOORN, N.N. VAN. III
N.n.g. Zwager van Adriaan van der Goes, heer van Naters.
OUDTSHOORN, GEERTRUIDA VAN. XVI
(1658-1688) Dochter van Cornelis de Vlaming van Oudtshoorn, burgemeester van Amsterdam, echtgenote van William Carey. Elias, Vroedschap Amsterdam, I; Complete Peerage, VI.
OULTREMONT, JEAN-BAPTISTE, graaf van. @ V; VII; IX
Burgemeester van Luik; oudere broer van de volgende. Goethals, Dictionnaire, IV, 53; Dek, Genealogie Graven van Holland, 76.
OULTREMONT, JEAN-FRANÇOIS-PAUL-EMILE DE, graaf van WARFUSÉE. V
(1679-1734) Echtgenoot van Maria Isabella van Beieren van Schagen. Goethals, Dictionnaire, IV, 53; Dek, Genealogie Graven van Holland, 76.
OUTHOORN, CORNELIS VAN. VII
Broer van de volgende; afkomstig uit Indië; in 1702 ingeschreven aan de Leidse Academie als student in de philosophie. Album Studiosorum, 788.
OUTHOORN, NICOLAAS VAN. VII
Broer van de voorgaande; afkomstig uit Indië; in 1702 ingeschreven aan de Leidse Academie als student in de philosophie. Album Studiosorum, 788.
OUTREIN, JOHANNES DE. @ VII
(1662-1722) Predikant te Dordrecht 1703; 1708-22 te Amsterdam; coccejaan en schrijver van talrijke stichtelijke werken. Biografisch Lexicon Protestantisme, I.
OUWERKERK, heer van, zie NASSAU, HENDRIK VAN.
OVERBEEK, N.N. VAN. X
N.n.g. Saksisch officier; adjudant van Friedrich August van Saksen/koning van Polen, als waarnemer in het leger voor Riga.
OVERSCHIE, CORNELIS. VI
Solliciteur-militair te 's-Gravenhage sinds 1706; agent van de vorst van Nassau-Siegen aldaar 1718-31. Schutte, Buitenlandse vertegenwoordigers.
OWEN, N.N. XVII
Engels kolonel, aanhanger van de Pretender.
OXENSTIERNA, BENGT, graaf. I; IV-V; X
(1632-1702) Kanselier van Zweden. Michaud, Biographie Universelle, 31.
- secretaris van, zie STAUDE, CHRISTIAN.
- weduwe van, zie STENBOCK, MAGDALENA.
OXENSTIERNA, BENGT, graaf. @ I-IV; VI-IX; XI
(† 1709) Zoon van de voorgaande; officier in Nederlandse dienst; 1691 kolonel van een regiment infanterie; generaal-majoor 1701; waarnemend gouverneur van Bergen op Zoom 1701-02; luitenant-generaal 1704; gesneuveld bij Malplaquet 1709. Staatsche Leger, VIII.
OXENSTIERNA, GABRIEL THURESON, graaf. I
(1641-1707) Sinds 1699 gouverneur van het (Zweedse) hertogdom Zweibrücken. Michaud, Biographie Universelle., 31.
OXENSTIERNA AF CRONEBORG, JOHAN THURESON, graaf. VI
(† 1733) Sinds 1701 de tweede echtgenoot van Anna Isabella van Limburg-Stirum. Stammtafeln IV.
OXFORD, bisschop van, zie TALBOT, WILLIAM.
- graaf van, zie HARLEY, ROBERT; VERE, AUBREY DE.
OXSEN, N.N. XII
N.n.g. Deens ambtenaar; koninklijk kassier en opperbetaalmeester.
OYEN, zie HOEUFFT VAN OYEN.