Alfabetische Index

 
English | Nederlands
A   B   C   D   E   F   G   H   I   J   K   L   M   N   O   P   Q   R   S   T   U   V   W   X   Y   Z  

RAAB, bisschop van, zie (1696) CHRISTIAN AUGUST, hertog van SAKSEN-ZEITZ.
RAAB, zie RABEN.
RAAT, (Mr.) ARENT DE. IV; XI
(† 1723) Haarlems regent, schepen o.a. 1701 en 1702; burgemeester 1714 en 1718; baljuw, houtvester en stadhouder van de lenen van Brederode 1685-1717; doet afstand ten behoeve van zijn zoon. Elias, Vroedschap.
RAAT, GUALTHERUS DE. IV
(1685-1727) Zoon van de voorgaande; regent van Haarlem.
RABEN, PETER. X
(1661-1727) Deens marine-officier; vice-admiraal 1709. DBL.
RABUTIN, JOHANN LUDWIG, graaf. VI; VII
(1641-1716) Keizerlijk officier, bevelhebber in Transylvanië; na 1707 opperbevelhebber in Hongarije en veldmaarschalk.
RABY, baron, zie WENTWORTH, THOMAS.
RADAEUS, de jonge, JOHANNES. I; VII; XVI
(1671-1718) Middelburgs regent; griffier van de Admiraliteit van Middelburg; 1715 deskundige voor handelszaken bij de onderhandelingen over de barrière te Antwerpen. Nagtglas, Levensberichten, II.
RADCLIFFE, CHARLES. VII; XVII
(1693-1746) Jongste zoon van de volgende; betrokken bij de opstand van 1715 in Schotland, gevangen genomen, maar ontsnapt en naar Frankrijk uitgeweken; functies aan het Stuarthof in Rome; 1745 opnieuw betrokken bij de Jacobitische opstand in Schotland; gevangen genomen en terechtgesteld. DNB.
RADCLIFFE, EDWARD, graaf van DERWENTWATER. VII
(1655-1705) Engels edelman; getrouwd met Mary Tudor († 1726), onwettige dochter van Charles II. DNB.
RADCLIFFE, JAMES, graaf van DERWENTWATER. VII
(1689-1716) Oudste zoon van de voorgaande; 1705 graaf van Derwentwater en overtuigd Jacobiet; opgegroeid aan het hof van Saint-Germain; 1715 een van de leiders van de opstand in Schotland; gearresteerd en terechtgesteld. DNB.
RADCLIFFE, JOHN. IX; XII-XIV
Engels medicus; ook arts van Willem III. Japikse, Willem III en Portland, 1e gedeelte, I.
RADNOR, graaf van, zie ROBARTES, CHARLES BODVILE.
RADZIEJOWSKI, MICHAEL STEFAN. I-IV
(† 1705) Aartsbisschop van Gnesen (Gniezno) sinds 1687; kardinaal-primaat van Polen. Gams, Series.
RADZIWILL, GEORG JOSEF, vorst. III
(† 1689) Pools magnaat; hHertog van Olyka. Von Isenburg, Stammtafeln, I, T.131.
- weduwe van, zie MARIE ELEONORE van ANHALT-DESSAU.
RADZIWILL, JAN MIKOLAJ, vorst. IV; XIV
(1681-1721) Pools magnaat; ordinat van Kleck, baljuw van Litauen en wojwode van Nowogródek; getrouwd met Dorota Henryka Przebendowska, dochter van Jan Jerzy Przebendowski. Von Isenburg, Stammtafeln, V, T.138.
RADZIWILL, KARL STANISLAS, vorst. II
(1669-1719) Pools magnaat; grootkanselier van Litauen sinds 1695. Hoefer, Nouvelle Biographie Générale., 41, 456.
RAEDT, (Mr.) DIRCK DE, heer van KIJFHOEK. I
(1649-1706) Rotterdams regent; lid vroedschap 1685-1706; vele andere stedelijke functies; gedeputeerde Staten van Holland o.a. 1702; bewindhebber VOC 1689-1706; raad in de Admiraliteit van Middelburg 1705-06. Engelbrecht, Vroedschap; NNBW.
RAEDT, (Mr.) GUALTHERUS DE. XI
Rotterdams regent, o.a. schepen in 1711.
RAINAUD, N.N. II
N.n.g. Hugenoots officier, niet vermeld in Haag, La France Protestante.
RÁKÓCZI, FERENC II. @ II-XIV; XVII
Vorst van Transsylvanië en leider van de Hongaarse opstand tegen de keizer. Köpeczi, La France et la Hongrie.
- echtgenote van, zie CHARLOTTE AMALIA van HESSEN-RHEINFELS.
RÁKÓCZI, JULIA BARBARA, prinses. V
(1672-1717) Jongere zuster van de voorgaande; sinds 1691 echtgenote van de graaf van Reckheim. Von Isenburg, Stammtafeln, IV, T.102.
RAMAECKER, CORNELIS. V
Nederlands officier; 1695 majoor van het regiment infanterie Van Els; 1710-14 luitenant-kolonel. Ringoir, Hoofdofficieren infanterie.
RAMAECKER, PIETER. V; XIII
Nederlands officier; halfbroer van de voorgaande; commandant van het fort Sint-Andries; 1696-1707 luitenant-kolonel van het infanterie-regiment Van Deelen. Ringoir, Hoofdofficieren infanterie.
RAMI MEHMET PASHA. II-VI; VIII
Grootvizier van Turkije.
RAMMELAER, heer van, zie RIJM, MAXIMILIAAN ANTHONIE.
RAMMINGEN, HENDRIK FREDERIK PAUL VAN. III; IV; VI
(† 1707) Nederlands officier; 1701 kolonel van een regiment cavalerie; 1704 brigadier. Ringoir, Afstammingen cavalerie.
RAMSEY, GEORGE. III
(† 1705) Engels officier; luitenant-generaal en opperbevelhebber in Schotland. Snyder, Marlborough-Godolphin.
RANCK, COENRAAD. VIII; IX-XII; XV-XVIII
Zweed van geboorte; officier in Nederlandse dienst; 1701 kolonel van de infanterie; 1706 brigadier; 1709 generaal-majoor van de infanterie; 1711 weer terug in Zweedse dienst.
RANDEBONE, JACQUES DE. @ VI
N.n.g. Vermoedelijk een schuilnaam voor een Hugenoots officier, gedeserteerd uit het Franse leger.
RANDWIJCK, JACOB VAN, heer van ROSSUM, burggraaf van NIJMEGEN. @ I-IV; VIII-XIV; XIX
(1658-1725) Lid van de Ridderschap van het kwartier van Nijmegen sinds 1680; burggraaf en richter van Nijmegen sinds 1697; gedeputeerde ter Staten-Generaal; gedeputeerde te velde 1702, 1703, 1709; afgevaardigde naar het vredescongres te Utrecht 1712. Nederland's Adelsboek, 1950, 91; Van Meurs, Ridderschap Nijmegen, 328.
- echtgenote van, zie LYNDEN, ANNA THEODORA van.
RANDWIJCK, MARGARETHA VAN. I
Zuster van de voorgaande; sinds 1681 getrouwd met Otto Frederik van Vittinghof genaamd Schell, heer van Nederhemert. Van Meurs, Ridderschap van Nijmegen, 244.
RANDWIJCK, MECHTILD VAN. XIV
(1659-1729) Zuster van de beide voorgaanden; echtgenote van Edmond van Els.
RANELAGH, graaf van, zie JONES, RICHARD.
RANGONI, GIOVANNI, markies. XIX
Extraordinaris gezant en minister resident van de hertog van Modena te Parijs, 1720-30. Repertorium, II.
RANTZAU, graaf van, zie CHRISTIAN DETLEV.
RANTZAU, CHRISTIAN, baron. VIII; X; XI
(1684-1771) Deens extraordinaris gezant naar Londen, 1708-09; Deens gezant te Berlijn 1710; graaf van Rantzau 1726. DBL; Marquard, Danske Gesandter.
RANTZAU, DETLEV VON. I; III; V; VI; XIV
Brigadier op commissie van Celle; 1704 generaal-majoor; 1711 luitenant-generaal op Hannoveraanse commissie; sinds 1701 kolonel van een regiment infanterie van Celle in Hollandse dienst. Staatsche Leger, VIII, bd.III.
RANTZAU, JØRGEN VON. VII; IX; X; XII
(† 1713) Deens officier; 1691 kolonel van een regiment cavalerie, sinds 1701 in Nederlandse dienst; 1704 generaal-majoor; 1708 luitenant-generaal; 1709 terug naar Denemarken. Staatsche Leger, VIII, bd.III.
RANTZAU, OTTO VON. XIX
Extraordinaris gezant van de hertog van Holstein-Gottorp naar Zweden 1719, maar aldaar niet als zodanig toegelaten. Repertorium, II.
RAPPOLD, GOTTFRIED CHRISTIAN VON. VI
Hofraad van de hertog van Saksen-Weimar; 1708 vertegenwoordiger te s'-Gravenhage.
RAREHAUSEN, N.N. I
N.n.g. Afkomstig uit Straatsburg; Frans agent aan het hof van Württemberg.
RARSIE, FRANCISCO ALBERTO. X
Geheim agent of spion.
RASCHKE, D.F. @ VI; VII; XI
N.n.g. Intendant van de Saksische troepen aan de Rijn; opper-krijgscommissaris van de Saksische troepen in de Nederlanden; neef van kapitein Kuttschreuter.
RATHSAMHAUSEN, JOHANN WOLFGANG VON. @ II-IV
(1662-1711) Afkomstig uit de Elzas; Württembergs geheimraad; 1703-08 gezant van de hertog van Württemberg te 's-gravenhage; 1708 uit al zijn functies ontslagen en overgegaan in dienst van Hessen-Darmstadt.
RATISLAW, zie WRATISLAW.
RATIUS, N.N. VIII
N.n.g. Utrechts regent.
RAUGRAVINNEN, zie AMALIE ELISABETH; LUISE.
RAVEN, (Mr.) FLORIS. X
(*1673) Secretaris van Rotterdam tot 1709. Engelbrecht, Vroedschap.
RAVEND, JEAN-FRANÇOIS, markies de FRÉMOND.
(† 1722) Frans officier; luitenant-generaal 1702. Saint Simon, Mémoires.
RAVENS, JAN PIETER. @ X; XI
Zoon van de volgende; secretaris van de Nederlandse gezant Van Vrijbergen te Londen na het vertrek van Drijfhout; 1711 korte tijd zaakgelastigde. Schutte, Nederlandse vertegenwoordigers.
RAVENS, N.N. IV; X
Rentmeester van Honselaarsdijk 1702. Drossaers/Lunsingh Scheurleer, Inventarissen.
RAVESTEYN, CHRISTINA ELIZABETH VAN. @ VIII
(† 1716) Weduwe van Mr. Adriaan Dedel († 1687), de advocaat voor het Hof van Holland. Dedel, Genealogie Dedel.
RAVIGNAN, JOSEPH MESMER, markies van. IX; XII
(1670-1742) Frans officier; generaal-majoor; 1709 maréchal de camp; later gouverneur van Guise.
RAY, THOMAS. XIX
Koopman te Oostende; van Ierse afkomst en tot Vlaming genaturaliseerd; voornaam reder van schepen naar China en India; ook betrokken bij de Oostindische Compagnie van Oostende. Huisman, La Belgique commerciale, 83.
RE,(Dr.) CLAUDIO FRANCESCO. XIX
Secretaris/resident van de hertog van Parma te Londen 1715-20 en opnieuw 1725-27. Repertorium, II.
READING, EDWARD. IX
Engels kolonel, krijgsgevangen in Frankrijk; uitgewisseld 1709.
REBOULET, DANIEL. @ VI; VIII-XII; XIX
(† 1711) Nederlands commissaris bij de evangelische kantons van Zwitserland sinds 1706/1707, speciaal om de aanspraken van de Pruisische koning op Neuchâtel te ondersteunen. Schutte, Nederlandse vertegenwoordigers.
REBOULET, N.N. @ XI-XIII
Neef van de voorgaande; kapitein in het nieuw opgerichte regiment Zwitsers in Nederlandse dienst van Diesbach.
RECHTEREN, ADOLF HENDRIK VAN, heer van ALMELO. @ # I; II-XIX
(1656-1731) Overijssels edelman; lid Ridderschap van Overijssel sinds 1680; drost van Vollenhove 1701; drost van Salland en als zodanig president van de Landdag van Overijssel sinds 1705, gedeputeerde ter Staten-Generaal; gedeputeerde te velde 1702 en 1703; extraordinaris envoyé naar de Kreitsen van het Duitse Rijk en verscheidene Duitse vorsten 1703; naar Wenen 1705; graaf des H.R.R. 1705; afgevaardigde op het vredescongres te Utrecht 1712; bij de onderhandelingen over de barrière te Antwerpen 1714-15. NNBW; Graswinckel, "A.H. van Rechteren". Overijsselse Portretten.
- echtgenote van, zie CASTELL-RUDENHAUSEN, SOPHIA JULIANA, gravin van.
RECHTEREN, FREDERIK WILLEM VAN. XIX
(1701-1770) Tweede zoon van Adolf Hendrik van Rechteren-Almelo; officier Staatse leger; kapitein regiment cavalerie Erfprins van Hessen-Kassel; majoor 1742; kolonel-commandant 1748; generaal-majoor cavalerie 1754. Ringoir, Afstammingen cavalerie; Stammtafeln, Neue Folge IV, T.90.
RECHTEREN, FREDERIK RUDOLF VAN. @ II-VI; IX-XI; XIV; XVIII
(1666-1741) Broer van Adolf Hendrik; heer van Mennigeshave; lid Ridderschap Overijssel; majoor van het regiment Dopff 1700; luitenant-kolonel van dat regiment 1705; kolonel-commandant van het cavalerie-regiment Oost-Friesland 1706; kolonel van dat regiment 1710; brigadier van de cavalerie 1709. Ringoir, Afstammingen cavalerie.
RECHTEREN, GERRIT BORCHARD VAN. I; II-X; XVIII-XIX
(1663-1738) Broer van Adolf Hendrik; 1711 heer van Noorddeuringen en lid van de Ridderschap van Overijssel; majoor van het regiment Obdam 1693-1701; brigadier 1706; kolonel van een Zeeuws cavalerie-regiment 1708; generaal-majoor 1709; gouveneur van Doornik 1718; gouverneur van Breda 1723; luitenant-generaal cavalerie 1727. Van Doorninck, Geslachtkundige Aanteekeningen, 259.
RECHTEREN, JAN WILLEM VAN. I; IV; VI; VII; XIX
(1659-1718) Heer van Verborch; jongere broer van Adolf Hendrik; sinds 1682 lid van de Ridderschap van Overijssel; kapitein-ter-zee bij de Admiraliteit op de Maze 1693-1705. De Jonge, Zeewezen, III; Van Doorninck, Geslachtkundige Aanteekeningen, 209.
RECHTEREN, JOACHIM HENDRIK ADOLF VAN. XV; XVIII; XIX
(1687-1719) Zoon van Johan Zeger van Rechteren en oomzegger van Adolf Hendrik; trouwt 1710 met Amalie Alexandrine Friederike, gravin van Limpurg in Speckfeld und Obersontheim. Stammtafeln, Neue Folge, III, T.96; Graswinckel, "Adolf Hendrik van Rechteren", 117.
RECHTEREN, JOHAN EVERT ADOLF VAN. XV
(*1714) Zoon van de voorgaande.
RECHTEREN, JOHAN ZEGER VAN. XV
(† 1701) Broer van Adolf Hendrik van Rechteren.
RECHTEREN, LAMBERT BERNARD VAN. VIII; IX; XI; XII; XVIII
Jongere broer van Adolf Hendrik van Rechteren; 1684 kapitein met de rang van luitenant-kolonel van de Hollandse gardes te voet; 1711-25 kolonel-commandant van het Hollandse regiment infanterie Villegas. Ringoir, Hoofdofficieren infanterie.
RECK, N.N. Freiherr von. XVII
N.n.g. Drost van Unna in het Münsterse.
RECK DE MIT, N.N., baron van. V
Met de koning van Pruisen in 1706 meegereisd uit Kleef naar Holland; dezelfde als de voorgaande?
RECK VAN MULHUIJSEN, JOHAN HENDRIK. IV; XI
(† 1733) Nederlands officier; kapitein van de mariniers regiment St. Amant; 1718 majoor; 1729 luitenant-kolonel regiment Friesheim; 1733 kolonel-commandant. Ringoir, Hoofdofficieren infanterie; Kool-Blokland, De elite in Heusden.
RECKHEIM, graven van, zie ASPRÉMONT-LYNDEN.
RECOURT-DE-LENS ET DE LICQUES, MAXIMILIEN-PHILIPPE-JOSEPH DE, heer van WISSEKERKE. IV
(† 1710) Zuid-Nederlands edelman; kolonel van een Waals regiment in dienst van Philippe V van Spanje; 1706 brigadier; gesneuveld bij Villa Viciosa; getrouwd met Marie-Marguérite d'Alègre († 1752). Dictionnaire de la Noblesse, 12; DBF.
RECOURT-DE-LENS ET DE LICQUES, PHILIPPE DE, graaf van RUPELMONDE. IV
Zuid-Nederlands edelman; vader van de voorgaande; echtgenoot van Magdalena van Baerland; vader van de voorgaande. Dictionnaire de la Noblesse, 12; DBF.
REDOG, WILLEM. VI
Onderkoopman van de VOC, Kamer Amsterdam, uitgevaren 1707.
REEDE VAN DRAKESTEIN, ADRIANA CAROLINA VAN. XIV
Echtgenote van Jacques de Campredon. DBF.
REEDE, FREDERIK VAN, heer van DE LIER. @ # I-II; IV; VI-VIII; XIX
(±1630-1715) Utrechts edelman; lid van Geëligeerden in de Staten van Utrecht; 1674 lid van de Hollandse Ridderschap als heer van De Lier; vertrouwensman van Willem III; 1702-03 met Van Weede van Dijkvelt en Van Haren extraordinaris ambassadeur naar Engeland. NNBW.
- echtgenote van, zie MYLE, CLARA ELISABETH VAN DER.
REEDE, FREDERIK ADRIAAN VAN, heer van RENSWOUDE. @ # I-II; IV-XIX
(1659-1738) Vrijheer van Renswoude, heer van Emmickhuysen en Borneval; president van de Utrechtse Ridderschap; gedeputeerde ter Staten-Generaal; gedeputeerde te velde 1703 en 1705; vanaf 1706 deel van het Engels-Nederlands bestuur over de Zuidelijke Nederlanden; 1712-13 gevolmachtigde bij het vredescongres te Utrecht. NNBW; Veenendaal [sr.], Condominium, 116.
- echtgenote van, zie DUYST VAN VOORHOUT, MARIA.
REEDE, FREDERIK CHRISTIAAN VAN, heer van AMERONGEN, 2e graaf van ATHLONE. @ V-VI; VIII; XIII
(1668-1719) Oudste zoon van Godard van Reede-Athlone; 1703 tweede graaf van Athlone; sinds 1696 kolonel van een Gelders regiment cavalerie; 1704 generaal-majoor. NNBW.
REEDE, GODARD VAN, heer van GINKEL, AMERONGEN EN MIDDACHTEN, graaf van ATHLONE. @ # I; II; VI; XI; XIX
(1644-1703) Lid van de Utrechtse Ridderschap; 1665 kolonel van een Utrechts regiment cavalerie; 1683 gouverneur van de provincie Utrecht; 1692 generaal van de cavalerie, 19 oktober 1702 veldmaarschalk. NNBW; DNB; Staatsche Leger, VIII, bd.III.
REEDE, GODARD ADRIAAN VAN, heer van HERREVELD. @ # VI; VIII ; XIX
(1674-1730) Tweede zoon van Godard van Reede-Athlone; beschreven in de Gelderse Ridderschap 1698, bekleedde verscheidene functies in dat gewest, gedeputeerde te velde wegens Gelderland 1707. NNBW.
REEDE, HENDRIK VAN, heer van SCHONAUWEN. I
(† 1669) Oudere broer van Frederik van Reede van De Lier. Wittert van Hoogland, "Utrechtsche Ridderhofsteden", in Genealogische en Heraldische Bladen, II.
REEDE, JACOB, baron van. XVII
(1681-1724) Vijfde zoon van Godard van Reede-Athlone; luitenant-ter-zee 1702; extraordinaris kapitein bij de Amsterdamse Admiraliteit 1706; ordinaris kapitein 1721. Bruijn, Admiraliteit; NNBW.
REEDE, JACOBA SALOMÉ VAN. I
Dochter van Godard van Reede-Athlone; echtgenote van Pierre-Ignace de Corswarem, graaf van Niel (Nysle). Goethals, Miroir, I, 920; Wittert van Hoogland, "Bijdragen Utrechtsche Hofsteden", in Genealogische en Heraldische Bladen, II.
REEDE, MARGARETHA VAN. I
Oudste dochter van Godard van Reede-Athlone; getrouwd met Johan Hendrik van Isendoorn à Bloys. Nederland's Adelsboek, 1943-1948, 34.
REEDE, REINHARD VAN, heer van GINKEL, heer van MIDDACHTEN. VI; XI-XII
(1678-1747) Derde zoon van Godard van Reede-Athlone; beschreven in de Ridderschap van Utrecht 1703; majoor van het Utrechtse regiment cavalerie Driesbergen 1703; kolonel van dat regiment 1709; generaal-majoor 1727; kwartiermeester-generaal 1730; Nederlands gezant te Berlijn 1730-42. NNBW; Ringoir, Afstammingen cavalerie.
REEDE, WILHELMINA HENRIËTTE VAN. I; VI
Dochter van Frederik van Reede van de Lier; echtgenote van Wigbold van der Does, heer van Noordwijk. NNBW.
REENSTIERNA, JAKOB, Friherre. XIV
(1659-1716) Zweeds edelman; sinds 1712 koninklijke raad; 1714 graaf Reenstierna. SBL.
REFUGE, POMPONNE, markies de. VIII; IX
(† 1712) Frans officier en gouverneur van Trois-Evêchés sinds 1705. Dictionnaire de la Noblesse, 16.
REGNAC, N.N. I
Frans officier.
REGULUS, MARTIN. VIII
N.n.g. Correspondent van Heinsius.
REHBINDER, BERHARD OTTO, Freiherr von. @ # I-XI; XIII
(1662-1742) Uit een Baltisch geslacht; brigadier op Paltsische commissie; sinds 1701 kolonel van een Paltsisch regiment infanterie in Nederlandse dienst; 1706 in Zweedse dienst; 1711 in dienst van Savoye; 1713 gouverneur van Pignerolo; 1720 opperbevelhebber. Staatsche Leger, VIII, bd. III; Deutsch-Baltisches Biographisches Lexicon.
REHBINDER, HANS HEINRICH, Freiherr von. V
Kolonel in Zweedse dienst. Deutsch-Baltisches Bigraphisches Lexicon.
REHBINDER, WILLEM. XI
Officier in Nederlandse dienst; 1709 majoor van het regiment Oxenstierna. Ringoir, Hoofdofficieren infanterie.
REHNSKIÖLD, KARL GUSTAF. I; II; V-VIII, X; XI; XIX
(1651-1722) Zweeds officier; opperbevelhebber van het Zweedse leger in Polen; naaste medewerker van Karl XII; 1707 veldmaarschalk en graaf. Hatton, Charles XII; Michaud, Biographie Universelle, 35, 352.
REICHARD, JOHANN NICOLAUS. @ # III
Secretaris van de keurvorst van Beieren; zaakgelastigde te 's-Gravenhage 1699-1700; na Höchstädt met de keurvorst uitgeweken naar Brussel en vandaar in correspondentie met Heinsius.
REIGERSBERG, JOHAN VAN, heer van COUWERVE en KRABBENDIJKE. @ I; III; IV; VI; VII
(† 1716) Middelburgs regent; vele malen schepen sinds 1683; burgemeester o.a. 1703; bewindhebber van de VOC Kamer Zeeland; gedeputeerde ter Staten van Zeeland o.a. 1702. Nagtglas, Levensberichten, II.
REILLAC, N.N. DE. @ VII-XI
N.n.g. Waarschijnlijk een Hugenoot, met een jaargeld van de Staten.
REINTLENGER, N.N. II
N.n.g. Factoor te Amsterdam van de Weense bankier Oppenheimer.
REIS MEHMET PASHA. II
Grootvizier van Turkije.
REMEUS, SARA. II
Moeder van Cornelis van Bijnkershoek. NNBW.
REMOND, NICOLAS-FRANÇOIS. XIX
Frans ambtenaar; 1719 introducteur des ambassadeurs. Saint-Simon, Mémoires.
RENARD, LOUIS. @ X; XI; XVIII
(1678/79-1746) Boekhandelaar en drukker te Amsterdam; de Franse Gazet van Amsterdam was o.a. bij hem verkrijgbaar; ook agent van de koning van Groot-Brittannië inzake de visitatie van Zweedse passagiers op weg naar Zweden in verband met de arrestatie van Gyllenborg en Görtz, 1717. Van Eeghen, Boekhandel Amsterdam, IV, 60.
RENAUD, FRANÇOIS. IX-XII
(† 1711) Nederlands officier; 1709 kapitein van de Hollandse Gardes te voet, met de rang van luitenant-kolonel; gesneuveld voor Bouchain. Ringoir, Hoofdofficieren infanterie.
RENAUD, N.N. II
Frans spion.
RENEL, markies van, zie CLERMONT-D'AMBOISE, LOUIS DE.
RENESSE, ANTOINETTE-ANNE-MARIE-ALEXANDRINE, gravin van. XVII
(*1698) Trouwt 1714 met de markies Paleotti. Goethals, Dictionnaire, IV, 174.
RENESSE, FRÉDÉRIC DE. @ V; VIII
(1654-1714) Zuid-Nederlands edelman; ridder van de Duitse orde; commandant van de lijfgarde van de prins-bisschop van Luik. Goethals, Dictionnaire, II, 172.
RENESSE, JOHAN ADOLPH VAN, heer van LOCKHORST. IX
(1665-1759) Heer van Lockhorst sinds 1702; 1709 geadmitteerd als lid van de Utrechtse Ridderschap. Placcaatboek Utrecht, I, 318; Genealogische en Heraldische Bladen, III, 10.
RENESSE VAN BAER, LOUIS VAN. XIII
Nederlands officier; 1713 majoor van het regiment Hoeufft van Oyen. Ringoir, Afstammingen cavalerie.
RENET, JACOBUS. VII
Predikant te Venlo 1702-06; 1706-16 te Roermond en sinds 1717 predikant op Ambon.
RENNEL, JEANNE-FRANÇOISE, gravin de. VII
Echtgenote van Joseph Le Bègue.
RENONVILLE, N.N., sieur de. XI
Edelman in dienst van de kardinaal de Bouillon.
RENOULT, JEAN-BAPTISTE. @ I
Frans monnik, later protestant geworden en predikant in Londen; auteur van vele boeken en brochures, meest tegen de Katholieke kerk gericht. Michaud, Biographie Universelle, 35, 439.
RENSSEN, FREDERIK JOACHIM VAN. I
Nederlands officier; 1702 luitenant-kolonel van het Utrechtse infanterieregiment Dedem; 1704 kolonel-commandant; 1714-17 kolonel. Ringoir, Hoofdofficieren infanterie.
RENSWOUDE, vrijheer van, zie REEDE, FREDERIK ADRIAAN VAN.
REPELAER, ANTHONY, HUGENSZ. XI; XIV
(1694-1725) Regent van Dordrecht; burgemeester en gedeputeerde ter Staten-Generaal 1710. (G.A. Dordrecht).
REPELAER, HUGO. XVIII
(1676-1727) Regent van Dordrecht; 1716-17 een van de gedeputeerden tot ontvangst van de tsaar in Holland.
REVENTLOW, ANNA SOPHIE, gravin. XIII; XIX
(1693-1743) Dochter van de grootkanselier; maîtresse van koning Frederik IV van Denemarken, die in 1721 met haar trouwde. DBL.
REVENTLOW, CHRISTIAN DITLEV, graaf. I; II; V-XIV
(1671-1738) Zoon van de grootkanselier van Denemarken; officier in keizerlijke dienst; 1701 generaal-majoor; 1703 luitenant-veldmaarschalk; sinds 1699 opperjagermeester van de Deense koning;, 1707 geheime raad, maar later in ongenade gevallen. DBL.
REVENTLOW, CHRISTINE MAGDALENE, gravin. VIII; XIV; XIX
(1676-1713) Dochter van Detlev von Reventlow auf Reetz; sinds 1704 getrouwd met Georg Heinrich, Freiherr von Schlitz, genannt von Görtz. NDB.
REVENTLOW, CHRISTINE SOPHIE, gravin. XIII; XIX
(1692-1757) Dochter van de volgende; echtgenote van Ulrik Adolph, graaf von Holstein. DBL.
REVENTLOW, CONRAD, graaf. I-VII; XIII
(1644-1708) Grootkanselier van Denemarken sinds 1699. DBL.
REVENTLOW, HEINRICH, graaf. XVIII
Minister en diplomaat van Holstein-Gottorp; 1717 in de Republiek aanwezig naar aanleiding van de arrestatie van Görtz.
REYERS, LAMBERT. XIV
Cargadoor te Amsterdam.
REYNAARD, (Ds.) JOHANNES. X
(† 1718) Nederlands predikant te Kopenhagen van 1699 tot zijn dood. Schutte, Nederlandse vertegenwoordigers.
REYNAULD, N.N. V
Hugenoots officier, volontair in het regiment Lislemarais.
REYNHARD, TOBIAS. III
(† 1704) Nederlands officier; kolonel van een Gronings regiment infanterie sinds 1693; directeur van de approches 1696; brigadier-titulair van de infanterie 1704. Staatsche Leger, VIII, bd.III.
REYNST, JACOB. VII
(1685-1756) Nederlands marine-officier; commandeur bij de Amsterdamse Admiraliteit; extraordinaris kapitein 1713; ordinaris kapitein 1724. Bruijn, Admiraliteit.
REYNST, (Mr.) PIETER. XIV
(1654-1718) Uit een Amsterdams regentengeslacht; secretaris van Haarlem sinds 1679; ontvanger van de Gemenelandsmiddelen te Haarlem 1711; schepen en raad van die stad 1712. Elias, Vroedschap.
RHEMEN TOT RHEMENSHUYSEN, STEVEN VAN. XI
(† 1719) Lid van de Ridderschap van Overijssel; lid Raad van State 1678-81; gecommitteerde in de Amsterdamse Admiraliteit wegens Overijssel 1708-11. Van Doorninck, Geslachtkundige Aanteekeningen, 190.
RHOO, JOHAN DE. I-IV
(† 1704) Nederlands officier; 1699 kolonel van een Hollands regiment cavalerie; 1701 generaal-majoor; 1704 luitenant-generaal. Ringoir, Afstammingen cavalerie.
RIALP, markies van, zie PERLAS, RAMÓN DE VILANA.
RIALTON, viscount, zie GODOLPHIN, FRANCIS.
RIBAULT, JEAN. II
(† 1688) Nederlands consul te La Rochelle sinds 1686. Schutte, Nederlandse vertegenwoordigers.
RIBBING, PEHR, Friherre. XIX
(1670-1719) Zweeds edelman en ambtenaar; landmaarschalk sinds 1718; hij overleed plotseling 14/24 april 1719. Biografiskt Lexicon öfver Namnkunnige Svenska Män, 12, 87.
RIBEIRA GRANDE, graaf van, zie CÂMARA, LUÍS MANUEL DA.
RIBEQUE, JACQUES LA. II
Zaakwaarnemer van Jacob Nachtegaal.
RIBINSKI, zie RYBIÑSKI, JAKOB ZYGMUNT.
RICCIA, vorst DELLA, zie CAPUA, GIOVANNI BATTISTA DI.
RICHARD, zie REICHARD.
RICHELIEU, hertog van, zie DU PLESSIS.
RICHMOND, hertog van, zie LENNOX, CHARLES.
RICKERS, CATHARINA, gravin van WARTENBERG. I; II; V-VII; IX-XI; XIII
Dochter van een kroegbaas, eerst maîtresse, daarna echtgenote van de graaf van Wartenberg.
RICOUS, LOUIS-GASPARD DE. I; II
(† 1709) Frans diplomaat; extraordinaris envoyé in Beieren 1701-04. Repertorium, I.
RIDDERHJELM, HANS ISAK. VIII
(† 1709) Zweeds officier, luitenant-generaal en gouverneur van Wismar sinds 1704.
RIDGE, THOMAS. XI
(† 1730) M.P. voor Poole 1711 en opnieuw 1722-27; 15 februari 1711 vervallen verklaard van zijn zetel wegens malversaties. Sedgwick, House of Commons 1715-1754.
RIEBEECK, (Mr.) ABRAHAM VAN. @ # III; VI-XIV; XVII; XIX
(1653-1731) Zoon van Jan van Riebeeck en Maria Quevellerius; raad van Indië 1692; eerste raad en directeur-generaal van de handel 1702; gouverneur-generaal van Indië 1709-13; via zijn vrouw verwant aan de familie Heinsius. NNBW
- echtgenote van, zie OOSTEN, ELISABETH VAN.
RIEBEECK, ELISABETH VAN. III
(1659-1704) Jongere zuster van de voorgaande; Jan van Riebeeck.
- echtgenoot van, zie HAAS, DIRK DE.
RIEBEECK, JOHANNA MARIA VAN. @ # XI; XIV
(1679-1759) Dochter van Abraham van Riebeeck; 1706 getrouwd met Joan van Hoorn, gouverneur-generaal van Indië en voorganger van Abraham van Riebeeck als zodanig. Van Riebeeck.
- (2e) echtgenoot van (1712), zie BORS VAN WAVEREN, CORNELIS.
RIEBEECK, LAMBERTUS VAN. III
(1651-1678) Oudere broer van Abraham van Riebeeck. Jan van Riebeeck; Nederlandsche Leeuw, LIII (1935), 206.
RIESE, JAKOB. III
Deens agent in Danzig 1683-1710.
RIETSE, N.N. @ XVII
Voormalig luitenant Staatse leger.
RIETVELT, MELCHIOR GERARD VAN. XVI
(1655-1700) Regent van Gouda.
- weduwe van, zie DUSSEN, CATHARINA VAN DER.
RIEUTORT, HENRI DE. I-II
(† 1726) Hugenoot; 1686 kapitein in het Staatse leger; later kolonel in dienst van Willem III en Carlos III; kamerheer van de keurvorst van de Palts. Boeree, Les officiers refugiés, app.I, 4; Agnew, Protestant Exiles, II, 231.
RIFFIER, N.N. @ VIII; X-XIV
Hugenoots officier [?], betrokken bij de plannen van Guiscard voor een landing op de Franse zuidkust en de opstand in Languedoc en Dauphiné. Snyder, Marlborough-Godolphin.
RIFFLART, LÉOPOLD-IGNACE DE, markies D'ITTRE. IV
Zuid-Nederlands edelman; intendant-generaal van Brabant en Mechelen; lid van de Staten van Brabant. Herckenrode, Nobiliaire, II, 1639.
RIGO, JEAN. XIII; XVIII; XIX
Tweede secretaris van Jacobus Colyer te Constantinopel, voor het eerst vermeld 1712, ook nog in 1718; februari 1719 op weg van Holland naar Constantinopel.
RINALDO III, hertog van MODENA. I; VI-VIII; X-XII
(1655-1737) Hertog van Modena sinds 1695.
RINUCCINI, CARLO ANDREA DI FOLCO. X; XI; XIV; XVIII
Kamerheer van de groothertog van Toscane; 1710-15 diens vertegenwoordiger in de Republiek. Andrew P. McCormick, "'Chi paga anti è servito doppo'. Florentijnse omkooppogingen in de Nederlandse Republiek (1710-1711)", Incontri. Rivista di Studi Italo-Nederlandesi, I (1985/1986).
RIODOOR, zie RIEUTORT.
RIOMAL, FRANÇOIS DE. VI
(† 1694) Voormalig kapitein van de infanterie. Hora Siccama, Aanteekeningen.
- weduwe van, zie VELTHOFF, E.
RIPPERDA, JOHAN WILLEM, heer van JENSEMA. @ VI; X-XVIII
(1682-1737) Zoon van de volgende; Groninger (Ommelander) jonker en gedeputeerde in de Staten van Groningen; 1707 burger van de stad Groningen; 1711 gedeputeerde ter Staten-Generaal wegens Groningen; 1715-18 extraordinaris gezant en ambassadeur in Madrid; daarna in dienst van de Spaanse koning. NNBW; Pauw, Strubbelingen, 144.
RIPPERDA, LUDOLF LUYRT. @ IV; IX; X; XI; XIII; XVI
(1648-1721) Nederlands officier; 1703 kolonel van een Gronings regiment infanterie; 1709 brigadier; commandeur van de citadel van Namen. Ringoir, Hoofdofficieren infanterie.
RIPPERDA, PETRUS HIERONYMUS. @ VII
(1667-1728) Heer van Beurse, Petkum en Heerjansdam; uit de Zutphense tak van de Ripperda's, woonachtig in Oost-Friesland; 1717 Hofrichter van Oost-Friesland. Ripperda, Genealogie Ripperda, 24; König, Verwaltungsgeschichte Ostfrieslands.
RIPPERDA, UNICO. III; VI
(1647-1709) Heer van Weldam; geadmitteert in de Ridderschap van Overijssel 1671; drost van Twente 1692-1709; verwant van Wassenaer-Obdam. NNBW.
RIQUET, PIERRE-PAUL, graaf van CARAMAN. V
(† 1730) Frans luitenant-generaal, gouverneur van Menen. Dictionnaire de la Noblesse, 12.
RITAU LE CADET, N.N. II
N.n.g. Hugenoots officier; niet in Haag, La France Protestante.
RITTMAN, N.N. XIV
Koopman te Amsterdam.
RIVERS, graaf, zie SAVAGE, RICHARD.
RIVET, ANDRÉ. IV
Bekend Hugenoots theoloog en hoogleraar. Engelbrecht, Vroedschap; Nederlandsche Leeuw, 1912, 38.
RIVET (Mr.) ANDRIES. IV
Kleinzoon van de voorgaande. Engelbrecht, Vroedschap; Nederlandsche Leeuw, 1912, 38.
RIVET, GEERTRUYD, IV
Dochter van de voorgaande; echtgenote van de Rotterdamse regent Christiaen Castelyn. Engelbrecht, Vroedschap.
RIZA BEY MEHMET. XVI
Extraordinaris ambassadeur van Perzië te Parijs, 1715. Repertorium, I.
ROBARTES, CHARLES BODVILE, graaf van RADNOR. XII
(1660-1723) Lord-lieutenant van Cornwall onder Willem III en opnieuw in 1714.
ROBERDEAU, N.N. XI
N.n.g. Frans koopman in Rotterdam.
ROBERS, LOUIS. V
Frans refugié in Holland.
ROBERT, E. IX
Ouderling in de Waalse kerkeraad te Isenburg, 1709.
ROBERT, N.N. XI
Afgezant van de keurvorst van de Palts naar 's-Gravenhage en Amsterdam voor de zaak Scheyffardt, 1711.
ROBÉTHON, JEAN DE. @ # I-VI; X-XIX
(† 1722) Hugenoot, uitgeweken naar Engeland; eerst secretaris van Bentinck-Portland; 1698-1702 particulier secretaris van Willem III; 1702-05 secretaris van Georg Wilhelm van Lüneburg-Celle (†1705); daarna in dienst van Georg Ludwig, keurvorst van Hannover/koning van Engeland. DNB; Oakley, "Interception of Posts in Celle", in William III and Louis XIV; Agnew, Protestant Exiles, II, 70.
ROBINSON, JOHN. I-XVII
(1650-1723) Engels geestelijke; kapelaan bij het Engelse gezantschap in Stockholm; resident aldaar sinds 1696; 1703-09 bij Karl XII van Zweden te velde; 1710 bisschop van Bristol; 1711 lord privy seal; 1712 een van de Engelse gevolmachtigden bij de vrede van Utrecht; 1713 bisschop van Londen; 1714 privy councillor van George I. DNB; Repertorium, I.
ROCAYROL, N.N. XVIII
N.n.g. Hugenoot op de Franse galeien, 1716 vrijgelaten.
ROCCA MONTERO, zie PAIM, ROQUE MONTEIRO.
ROCHA, JOSEPH. @ XVII
N.n.g. Rechter te Doornik.
ROCHEBRUNE, heer van, zie BRUNET, PAUL.
ROCHECHOUART, LOUIS II DE, hertog van MORTEMART. X
(1681-1746) Frans officier, brigadier van de infanterie sinds 1708; bevelhebber van de infanterie in Douai onder gouverneur Albergotti; 1710 bevorderd tot maréchal de camp wegens zijn betoonde dapperheid bij de verdediging van Douai. Dictionnaire de la Noblesse, 17.
ROCHEFORT, FRANÇOIS. XIV
N.n.g. Kapitein van de infanterie in het Staatse leger.
ROCHEFOUCAULD, zie LA ROCHEFOUCAULD.
ROCHEGUDE, sieur de, zie BARJAC, JACQUES DE.
- markies van, zie BARJAC, JEAN DE.
ROCHESTER, bisschop van, zie (1713) ATTERBURY, FRANCIS; (1684) SPRAT, THOMAS.
- graaf van, zie HYDE, LAURENCE.
ROCHFORD, graven van, zie NASSAU.
ROCKINGHAM, lord, zie WATSON, LEWIS.
ROCQUE SERVIÈRE, JACQUES DE. III; V
(†1709) Nederlands officier; majoor van het regiment infanterie Zoutelande 1697; luitenant-kolonel 1704; kolonel-commandant 1704; gesneuveld bij Malplaquet. Ringoir, Hoofdofficieren infanterie.
RODRIGUES, N.N. VII
N.n.g. Koopman te Amsterdam met relaties te Hamburg.
RODT, MARQUARD RUDOLF VON, bisschop van KONSTANZ. II
(† 1704) Bisschop van Konstanz sinds 1689. Gams, Series.
ROELINCK, FENNE. III
(† 1695) Echtgenote van Jan Ludolph Mulert, heer van Baekenhage, bewindhebber van de VOC. Van Doorninck, Geslachtkundige Aanteekeningen, 192.
ROELINCK, HENRINA GEERTRUID. I; IV
Echtgenote van Thomas Ernst, Freiherr von Danckelmann. Geslachtkundige Aanteekeningen, 569.
ROELINCK, HERMAN JAN. @ I-IV
(† 1706) Regent van Zwolle; gecommitteerde ten Landdage van Overijssel sinds 1694; gedeputeerde ter Staten-Generaal. Van Doorninck, Geslachtkundige Aanteekeningen, 568.
ROLLIN, CLAUDE-PHILIPPE DE, sieur de ROLLINVILLE. XIX
Resident van de hertog van Lotharingen te Parijs, 1718-25. Repertorium, II.
RÖMER, mejuffrouw D.C. VIII-XII; XVI; XIX
Dochter van een zakenman die aan Max Emanuel van Beieren geld geleend had; in 1709 in persoon als afgezante van die vorst naar 's-Gravenhage.
RÖNNE, KARL EWALD VON. X-XII
(1663-1726) Duits officier in Russische dienst; 1711-16 bevelhebber in de Oekraïne. Amburger, Behördenorganisation Russlands.
ROERMOND, bisschop van, zie (1675-1700) COOLS, REGINALD; (1702) ONGNIES ET D'ESTRÉES, ANGELUS, graaf DE.
ROERO, ERCOLE TOMMASO, markies di CORTANZE. VI-VII
Officier en diplomaat in dienst van de hertog van Savoye; gezant naar Wenen 1707-08; hij eindigde zijn carrière als onderkoning van Sardinië en gouverneur van Turijn. Enciclopedia Storico-Nobiliare Italiana, V, 761.
RÖVER, GERARD. IV; XI
(1643-1711) Amsterdams koopman en reder, agent en resident van de keurvorst van Brandenburg sinds 1684; ook genoemd als agent van Braunschweig-Celle; zwager van Johan Hulft, Nederlands resident in Brussel. Elias, Vroedschap.
ROFRANO, markies van, zie CAPECE, GIROLAMO.
ROGERS, THIERY. XIV
Ambtenaar te Doornik.
ROGH, (Mr.) HERCULES. VI
(1668-1707) Sinds 1698 griffier van de Rekenkamer van de Grafelijkheidsdomeinen van Holland. Elias, Vroedschap.
ROHAN, ARMAND-GASTON, cardinal de. XVIII
ROHAN, FRANÇOIS DE, prins van SOUBISE. III
(1631-1712) Grootvader van de volgende.
ROHAN, JULES-FRANÇOIS-LOUIS DE. III
(1697-1724) Zoon van Hercule-Mériadec, prince de Rohan en kleinzoon van François de Rohan, prince de Soubise. Dictionnaire de la Noblesse, 3; 12.
ROHAN, HERCULE-MÉRIADEC, prince de. III
(1669-1749) Vader van de voorgaande.
ROISIN, FRANÇOIS-BAUDRY DE, baron de CELLES, heer van RONGY. IX; XI
(† 1716) Grand-prévost van Doornik; onder het Franse bewind commissaris voor de vernieuwing van de magistraat van Doornik. Goethals, Dictionnaire Généalogique, IV, 273.
ROLAM, N.N. X
Gottorps kamerjonker in Stockholm, waarschijnlijk voor de arrestatie van Wedderkopf.
ROLAND. III
(1675-1704) Schuilnaam van La Porte, één van de meest succesvolle leiders van het verzet van de Camisards. Haag, La France Protestante.
ROLANDUS, WILHELMUS. VI
(† 1725) Voormalig vlootpredikant; 1705-25 predikant te Hulst. Brand, Geschiedenis van Hulst.
ROLAS, ALPHONSE DE. II; III
(† 1706) Nederlands officier; majoor van het Hollandse regiment infanterie Holstein-Norburg sinds 1689; luitenant-kolonel 1692; 1703 kolonel-commandant van dat regiment. Ringoir, Hoofdofficieren infanterie.
ROLAS, N.N. I
(† 1702) N.n.g. Zwitsers officier, adjudant van Cutts.
ROLLANT, zie ROLANDUS.
ROMAINVILLE, N.N. DE. IX
Ontvanger van Lille vóór de verovering door de geallieerden.
ROMBOUTS, REINIER. I
(1665-1719) Nederlands marine-officier; commandeur bij de Amsterdamse Admiraliteit, kapitein-ter-zee 1708. Bruijn, Admiraliteit.
ROMEO Y ERENDAZU, ANTONIO, markies. XIII
(† 1725) Milanees staatsman; senator sinds 1710; minister van Karl VI. Spreti, Enciclopedia Storico-Nobiliare Italiana, IV, 893.
ROMNEY, graaf van, zie SIDNEY, HENRY.
ROMSWINCKEL, ABRAHAM. IX
(1657-1738) Voornaam koopman in Italiaanse, Levantse en Oostindische waren te Amsterdam; verre verwant van de griffier Fagel. Elias, Vroedschap.
ROMSWINCKEL, FRANS. II
Regent van Nijmegen; raadsheer in het Hof van Gelderland; burgemeester van Nijmegen voor de Nieuwe Plooi juni 1702; december 1702 door de Landdag verbannen; zijn vonnis maart 1703 opgeheven. Wertheim, Democratische bewegingen.
RONQUILLO, DON FRANCESCO DE, graaf van GRAMEDO. III; VIII; X
(† 1719) Spaans edelman en officier; gouverneur van Castilië voor Philippe V 1705-13. Jadin, Correspondance; Saint-Simon, Mémoires.
ROODE, N.N. DE. XVI
Solliciteur te Hoorn.
ROOKE, (Sir) GEORGE. I-V; VII; VIII; XIX
(1650-1709) Engels marine-officier; sinds 1694 admiraal van de blauwe vlag; na 1702 verscheidene malen bevelhebber van de gecombineerde. DNB.
ROOS, DIRK. XI; XIII
(1690-1767) Nederlands marine-officier; commandeur bij de Amsterdamse Admiraliteit; extraordinaris kapitein 1718; ordinaris kapitein 1729; tenslotte vice-admiraal bij de Admiraliteit op de Maze. Bruijn, Admiraliteit.
ROOS, DIRK CORNELISSE. XII; XIII
Nederlands schipper uit Hoorn.
ROOS, GERARD. XIV
(1674-1751) Rotterdams regent; schepen 1713-14; schoonzoon van Johan Steenlack. Engelbrecht, Vroedschap.
ROOS, JAN. XI
Nederlands marine-officier; ordinaris kapitein bij de Admiraliteit van het Noorderkwartier sinds 1702.
ROOS, N.N. XI
Equipagemeester van de Amsterdamse Admiraliteit, 1710.
ROOSMALE, ADRIAEN. VIII; X; XII; XVIII
(1662-1740) Rotterdams regent; lid van de vroedschap sinds 1698; burgemeester o.a. 1704, 1705, 1709, 1710, 1718 en 1719; vele jaren Rotterdams gedeputeerde in de Staten van Holland; lid Gecommitteerde Raden van Holland 1711-14; bewindhebber WIC 1710-17. Engelbrecht, Vroedschap.
ROOSMALE, DOMINICUS. VI; XVIII
(† 1689) Rotterdams regent. Engelbrecht, Vroedschap.
- echtgenote van, zie PUTMANS, SOETJE.
ROOSMALE, ELISABETH MARIA. @ VI; X
(† 1713) Dochter van de voorgaanden; sinds 1709 echtgenote van Mr. Dirck Groenhout. Engelbrecht, Vroedschap.
ROOST, N.N. OYEMBRUGGE, baron de. @ XVI; XVIII
Vertegenwoordiger van de keurvorst-aartsbisschop van Keulen te 's-Gravenhage 1716-17; komt niet voor in Schutte, Buitenlandse vertegenwoordigers; waarschijnlijk is hij dezelfde die in 1715 in Antwerpen bij de onderhandelingen over de Barrière de belangen van de keurvorst in het oog houdt.
ROOVERE, (Mr.) POMPEJUS DE, heer van HARDINXVELD. V; VII
Pensionaris van Dordrecht 1694-1706; raadsheer van de Hoge Raad van Holland en Zeeland, 1705. (G.A. Dordrecht)
ROPER, ABEL. XIII
(1665-1726) Engels (Tory) journalist; redacteur van de 'Post Boy and Supplement' sinds 1695. DNB.
ROQUELAURE, GASTON-JEAN-BAPTISTE-ANTOINE, hertog van. IV; VI; XI; XIX
(1656-1738) Frans luitenant-generaal; commandeerde de linkervleugel van het Franse leger bij Heylissem 1705; hierna overgeplaatst; 1706 commandant van Languedoc; 1724 maarschalk van Frankrijk. Hoefer, Nouvelle Biographie Générale, 42, 617.
ROSEBOOM, (Mr.) CAREL. I; XII
Nederlands ambtenaar; agent van de Staten-Generaal sinds 1688.
ROSENAU, JOHANN GEORG, zie KLEMENT, JEAN MICHEL.
ROSENBERG, ALBRECHT. III; X-XIV; XVII
Sub-syndicus van Danzig; 1704-05 in 's-Gravenhage om de Staten-Generaal om hulp te vragen voor de door de oorlog in Polen bedreigde stad. Repertorium, I.
ROSENBERG-ORSINI, PHILIPP JOSEPH, graaf. XV
(1691-1765) Kamerheer van keizer Karl VI en afgezant naar Lissabon bij de geboorte van de prins van Brazilië. BLKO.
ROSENBOOM, (Mr.) FREDERIK. I
(1645-1716) Broer van de beide volgenden; sinds 1691 raadsheer van het Hof van Holland. Hora Siccama, Aanteekeningen.
ROSENBOOM, (Mr.) HUYBERT. I; VI; VII; XI
(1634-1722) Heer van Grevelsrecht; broer van de voorgaande en de volgende; sinds 1691 president van de Hoge Raad. Hora Siccama, Aanteekeningen.
ROSENBOOM, (Mr.) SIMON. I
Advocaat van den Lande sinds 1678; advocaat-fiscaal van de Staten-Generaal en substituut griffier van het Hof van Holland. Hora Siccama, Aanteekeningen.
ROSENDAAL, heer van, zie ARNHEM, JOHAN VAN.
ROSENDAL, N.N. baron. VI; VIII-X
Zuid-Nederlands officier; kolonel in dienst van Carlos III. Feldzüge, XI, 28 S.
ROSENHANE, JOHANNES, baron. IV-VI
Zweeds ambassadeur te Berlijn 1705-07. Repertorium, I.
ROSENKRANTZ, IVER. I; II; IV; VI; VIII-XIV; XVII
(1674-1745) Deens staatsman en diplomaat; 1700-01 gezant bij de Zweedse koning in Livland; 1702-05 en opnieuw 1709-14 gezant te Londen; 1714-16 afgevaardigde naar het vredescongres in Braunschweig; 1717 geheime raad. DBL; Marquard, Danske Gesandter.
ROSENROTT, N.N. XIII; XIV
Zwitsers officier in Nederlandse dienst; luitenant-kolonel van het regiment Diesbach.
ROSENSTRAUCH, GERHARDT VON. VIII
(† 1708) Nederlands officier; sinds 1693 kapitein met de rang van luitenant-kolonel van de Hollandse Gardes te voet. Ringoir, Hoofdofficieren infanterie.
ROSON, N.N. V
N.n.g. Vertrouweling van de Spaanse ambassadeur Don Francisco Bernardo de Quiros.
ROSS, CHARLES. XI-XIV
(† 1732) Engels officier; luitenant-generaal van de infanterie sinds 1707; kolonel-generaal van de dragonders 1711. Snyder, Marlborough-Godolphin.
ROSSEM, PIETER GODARD VAN, heer van HARDENBROEK. I; VII-X
(† 1732) Lid van de Ridderschap van Utrecht sinds 1695; gedeputeerde ter Staten-Generaal; gedeputeerde te velde 1702 en 1708; raad ter Admiraliteit op de Maze 1704-08. Wittert van Hoogland, "Bijdragen Utrechtsche Ridderhofsteden", Genealogische en Heraldische Bladen, 2.
ROSSUM, ADRIAAN HENDRIK VAN. II; III
(1659-1723) Nederlands officier; majoor van het regiment infanterie Holstein-Plön 1703, luitenant-kolonel 1705-11. Ringoir, Hoofdofficieren infanterie.
ROSSUM, GERARD VAN, heer van VUYLCOOP. @ II
(† 1716) Heer van Vuylcoop sinds 1691; lid van de Utrechtse Ridderschap. Genealogische en Heraldische Bladen, 8.
ROSSY, N.N. chevalier de. XV-XVIII
(† 1726) Edelman in het gevolg van de Franse gevolmachtigden te Utrecht 1712-13; 1715 in Antwerpen bij de onderhandelingen over de barrière; 1714-26 Frans zaakgelastigde in de Oostenrijkse Nederlanden. Repertorium, II.
ROST, ANTON VON. II
(† 1706) Extraordinaris gezant van de keizer in Graubünden 1696-1706. Repertorium, I.
ROTHENBURG, KONRAD ALEXANDER, graaf van. XVI
(† 1735) Uit een Brandenburgs geslacht; 1714 envoyé van de koning van Pruisen in Parijs; overgegaan in Franse dienst en envoyé te Berlijn tot 1728; zijn graventitel verleend door de Franse koning en daar bekend als ROTTEMBOURG. Repertorium, I.
ROTHES, graaf van ,zie LESLIE.
ROTHLIEB, HENRIK GABRIEL. VII
(† 1719) Zweeds resident in Hamburg van 1689 tot zijn dood. Repertorium, I.
ROTTERDAM, FRANÇOIS VAN. VII; XVII
(† 1720) Geboortig van Tilburg; later wonende te 's-Hertogenbosch, waar zijn vader notaris was; poorter van 's-Hertogenbosch 1704; schepen 1704 en 1712-17.
ROU, HENRI. @ XII
Waals predikant te Delft.
ROU, JEAN. XII; XIX
(1638-1711) Hugenoot; vertaler-tolk van de Staten-Generaal sinds 1689. Haag, La France Protestante.
ROUCHON, N.N. II
Frans spion te Londen en Amsterdam; voormalig secretaris van de intendant van Languedoc.
ROUEN, aartsbisschop van (van 1691), zie COLBERT, JACQUES-NICOLAS.
ROUILLÉ DE MARBEUF, PIERRE. I; II; V; VI; VIII; IX; XII; XIX
(1657-1712) Frans diplomaat; 1697-1703 ambassadeur in Portugal; 1704-06 in Brussel, 1709 in Holland. Michaud, Biographie Universelle, 36, 597.
ROUJAULT, NICOLAS-ETIENNE. V
Frans ambtenaar; 1705-08 intendant van Maubeuge; 1708-12 intendant van Poitiers; 1712-15 van Rouen. Gruder, Royal intendants.
RAOUSAY, JAN DE. XVI
Ingenieur van het Staatse leger, 1702. Ringoir, Afstammingen genie.
ROUSE, DIRK ARNOLD. V
Nederlands officier; 1706 kapitein in het regiment Fagel infanterie.
ROUSE, (Mr.) EVERHARD. @ IX; XII; XIV; XIX
(† 1728) Zoon van een burgemeester van Deventer; advocaat en lid van de vroedschap van Deventer; 1710 gecommitteerde ten landdage van Overijssel; later ook Overijssels gedeputeerde ter Staten-Generaal. Van Doorninck, Geslachtkundige aanteekeningen, 594.
ROUSSEL, N.N. X
Maakt deel uit van het gevolg van d'Huxelles en Polignac te Geertruidenberg, 1710.
ROUSSELET DE CHÂTEAURENAULT, FRANÇOIS-LOUIS DE. I; II
(1637-1716) Frans vice-admiraal; maarschalk van Frankrijk 1703. DBF.
ROUVEROY, JOHANNES. VIII
Sub-regent van het Statencollege te Leiden. (G.A. Leiden)
ROUVEROY, LEONARD VAN. XVI
(1674-1728) Nederlands marine-officier; commandeur bij de Admiraliteit van Amsterdam; extraordinaris kapitein 1723. Bruijn, Admiraliteit.
ROUWENHORST, J. VAN. @ XI; XIV
N.n.g. Misschien commies van de Admiraliteit op de Maze te Hellevoetsluis.
ROUWENOORT, HENDRIK VAN, heer van ULENPAS. III; IV
(1664-1735) Lid van de Ridderschap van het Kwartier van Zutphen sinds 1696; gedeputeerde in de Raad van State voor Gelderland 1702-05. D'Ablaing van Giessenburg, Ridderschap Zutphen, 152.
ROUXEL DE GRANCEY, JACQUES, graaf van MEDAVY. V-VIII; X
(1655-1725) Frans officier; luitenant-generaal 1702; maarschalk van Frankrijk 1724.
ROXBURGH, graaf van, zie KER, JOHN.
ROY, FREDERIK. XIII; XIV
(† 1711) Zwitsers officier in Nederlandse dienst; 1709 kapitein in het regiment Sturler; gesneuveld bij het beleg van Le Quesnoy.
ROY, ELSJE DE. VII
Echtgenote van Andries de Reus.
ROY, J.H. LE. @ VI
Zuid-Nederlands ambtenaar; onder Carlos II secretaris van de Geheime Raad te Brussel; 1702 door de Fransen ontslagen; 1706 claimt hij de positie van secretaris van de Raad van State.
ROYEN, (Mr.) JOHAN VAN. VI
(† 1723) Utrechts regent; lid van de vroedschap sinds 1700; vele malen schepen; raad ter Admiraliteit van Amsterdam 1707-10.
ROYER, HENDRIK. @ II; VII; VIII; XII
(† 1731) Burgemeester van Zwolle; 1707 griffier van de Staten van Overijssel. Van Doorninck, Geslachtkundige aanteekeningen, 570.
ROZE, JULIEN DE LA. IX
Frans commissaris te Lissabon voor de uitwisseling van krijgsgevangenen, 1709.
ROZEL, ALEXIS-FRANÇOIS, chevalier du. I
(† 1716) Frans officier; veldmaarschalk 1702; luitenant-generaal 1704; verlaat de dienst in 1712. Jadin, Correspondance.
RUBACH, ADAM BOGISLAV. IV
Brandenburgs-Pruisisch resident in Danzig 1694-1718. Repertorium, I.
RUBBENS, (Mr.) NOËLIUS, sr. @ VII; XVII
Schepen van het Vrije van Sluis sinds 1697.
RUBBENS, ADRIAAN. @ VII; XVII
Sinds 1696 griffier van het Vrije van Sluis; zoon van de voorgaande.
RUBENS, J.A. XVII
Raadsheer in de Raad van Financiën te Brussel 1715-34. Lefèvre, Conseils Collatéraux.
RUBEMPRÉ, prins van, zie MÉRODE, PHILIPPE-FRANÇOIS DE.
RUDOLF AUGUST, hertog van BRAUNSCHWEIG-WOLFENBÜTTEL. I-III
(1627-1704) Sinds 1666 regerend hertog. ADB.
RUERINCK, F. XIV
Zuid-Nederlands officier; adjudant in het regiment Salablanca.
RÜSSEL, (Dr.) ENNO WILHELM. VIII
(† 1710) Vice-kanselier van de vorst van Oost-Friesland sinds 1699; 1708 kanselier en Regierungs Rat. König, Verwaltungsgeschichte, 510.
RUFFEY, ANNE-MARIE DAMAS, graaf van. VI
(† 1722) Frans officier; brigadier 1702; maréchal de camp 1704. Saint-Simon, Mémoires.
RUMOHR, N.N. XVII
Holsteins officier in Zweedse dienst; 1715 gevangen bij de overgave van Stralsund.
RUMPF, CAREL. @ VI; VII; XII-XIV; XVII
(1685-1749) Jongere broer van Hendrik Willem Rumpf en diens secretaris in Stockholm tot maart 1712; secretaris van de Nederlandse gevolmachtigen te Utrecht 1712-13; secretaris van de Nederlandse gevolmachtigden bij de onderhandelingen over het barrière verdrag te Antwerpen 1715-16; later volgde hij een diplomatieke carrière. Schutte, Nederlandse vertegenwoordigers.
RUMPF, CHRISTIAAN CONSTANTIJN, sr. @ I-VI; XII
(1636-1706) Nederlands resident te Stockholm 1674-1706. NNBW.
- tweede echtgenote van, zie BEX, ANNA MARGARETHA.
RUMPF, CHRISTIAAN CONSTANTIJN, jr. XIII; XIV; XVIII; XIX
(1688-1749) Derde zoon uit het tweede huwelijk van C.C.Rumpf Sr., in de wandeling Constantijn genoemd; in 1710 in Utrecht in de medicijnen gepromoveerd, maar nooit als medicus gepractiseerd; 1720 klerk ter griffie van de Staten-Generaal en directeur van de buitenlandse correspondentie van de Staten-Generaal. Wapenheraut, 1890, 96-100; 1892, 256.
RUMPF, HENDRIK WILLEM. @ I-XIX
(1671-1743) In 1700 toegevoegd aan zijn vader C.C. Rumpf, resident in Zweden; kort daarna in Engeland als commies van d'Alonne tot de dood van Willem III; 1704 adjunct-resident te Stockholm met recht van survivance; 1706 resident; 1723 extraordinaris envoyé te Stockholm. NNBW; Schutte, Nederlandse vertegenwoordigers.
- echtgenote van, zie HILDEBRAND, MARIA DOROTHEA.
RUNCKEL, JOHANN LUDWIG. @ II-VIII; XI-XIV
(† 1720) Nederlands secretaris in Zwitserland sinds 1694; gezantschapssecretaris te Schaffhausen sinds 1704. Schutte, Nederlandse vertegenwoordigers.
- echtgenote van, zie FISCHER DE RIQUEBAC, JEANNE ESTER.
RUPELMONDE, gravin van, zie BAERLAND, MAGDALENA VAN.
RUSINA, N.N. II
Senator van Hamburg, bevriend met de Franse ambassadeur Bidal.
RUSLAND, tsaren van, zie IWAN V; PETER I.
- prinsen van, zie ALEXEJ PETROWITZ; PAWEL PETROWITZ.
- prinsessen van, zie ANNA; KATHARINA; NATALIJA ALEXEJEWNA; PROSKOWIA.
RUSSELL, EDWARD, graaf van ORFORD. I; VII; IX-XI; XVII
(1653-1727) Engels marine-officier, vice-admiraal; na 1695 geen dienst ter zee meer; 1709-10 first lord of the Admiralty, opnieuw 1714-17; 1706 een van de commissarissen voor de unie met Schotland, 1714 lord-lieutenant van Cambridgeshire. DNB.
RUSSELL, RACHEL. IX
(† 1725) Echtgenote van William Cavendish, 2e hertog van Devonshire, markies van Hartington. Complete Peerage.
RUSSELL, WRIOTHESLEY, hertog van BEDFORD. I; VI; XI-XII
(1680-1711) Hertog van Bedford sinds 1700. DNB.
RUTH D'ANS, ERNEST. @ X-XIX
(1635-1728) Zuidnederlands geestelijke met jansenistische voorkeur; voormalig aalmoezenier van de keurvorstin van Beieren; kanunnik van Ste. Gudule te Brussel; januari 1711 door de Staten-Generaal tot deken van Doornik benoemd, maar nooit geaccepteerd door de kapittels. Jadin, Correspondance.
RUTLAND, 1e hertog van, zie MANNERS, JOHN.
- 2e hertog van, zie MANNERS, JOHN.
- hertogin van, zie SHERARD, LUCY.
RUUCK, ELIAS DE. IX; XI
(1638-1711) Rotterdams koopman en regent; vroedschap sinds 1692; burgemeester o.a. 1708 en 1711; gedeputeerde Staten van Holland 1707-11. Engelbrecht, Vroedschap.
RUYSCH, (Mr.) COENRAAD. @ # VI-XI
(† 1731) Afkomstig uit Dordrecht; poorter van Leiden sinds 1672; veertigraad van die stad van 1679 tot zijn dood; vele malen burgemeester; Gecommitteerde Raad van Holland 1705-07, 1711-13 en 1717-19; 1707 met Lestevenon gecommitteerd om de Hollandse troepen in de Zuidelijke Nederlanden te inspecteren. Prak, Gezeten burgers.
RUYSCH, FREDERIK. II
(1638-1731) Hoogleraar te Amsterdam in de anatomie en de botanie, opzichter over de stadvroedvrouwen en gerechtelijk geneeskundige. NNBW.
RUYSCH, N.N. I
N.n.g. Nederlands officier; kapitein van de cavalerie in het regiment De Rhoo.
RUYTENBURCH, (Mr.) REYNIER GERARD VAN. @ XI; XVII
Van 1699 tot 1721 pensionaris van Purmerend.
RUYTER, ADRIAEN DE. XII
Koopman en reder te Rotterdam.
RUYTER, N.N. DE. XI
Nederlands schipper.
RUYVEN, HENDRIK WILLEM VAN. VIII
Secretaris van Arnhem en van het Kwartier van Veluwe, na 1702 ook secretaris van de Ridderschap van Veluwe. Haak, 'Plooierijen', 103, 116.
RUYVEN, heer van, zie WASSENAER, WILLEM LODEWIJK VAN.
RUZZINI, CARLO. V; XI; XIII-XIV
Extraordinaris ambassadeur van Venetië te 's-Gravenhage 1706; te Utrecht 1712-13. Repertorium, I.
RYBIÑSKI, JAKOB ZYGMUNT. X-XIV
Pools gezant in Constantinopel 1711-13. Repertorium, I.
RIJCKWAARDT, ANNA MARIA. @ XVII
Echtgenote van Hendrik van der Haar.
RIJM, MAXIMILIAAN ANTHONIE, heer van RAMMELAER. IX; XII
Waarnemend hoogbaljuw van Gent; 1709 gearresteerd in verband met zijn aandeel in het verraad van Gent van het vorige jaar. Veenendaal, sr., 'Gedelegeerde rechters', 146.
RIJNGRAAF, zie SALM, HEINRICH GABRIEL; WILHELM FLORENTIN.
RIJSINGEN, ADRIAEN VAN. VII-VIII
President-schepen van Eindhoven.
RZEWSKI, N.N. XI
N.n.g. Onderveldheer van Polen.