De nieuwe Schouburg der Nederlantsche Kunstschilders en Schilderessen

 
English | Nederlands

In de jaren 1750-1751 publiceerde de vee- en landschapsschilder Johan van Gool (1685-1763) de twee delen van De nieuwe schouburg der Nederlantsche kunstschilders en schilderessen. Het naslagwerk was bedoeld als een correctie en aanvulling op De groote schouburgh van Arnold Houbraken, verschenen tussen 1718 en 1721. Hij geeft feitelijke informatie over de levensloop, de opleiding en het werk van Nederlandse kunstenaars die tussen 1630 en 1725 zijn geboren.

In totaal bevat De nieuwe schouburg 190 levensbeschrijvingen. Door hun leven en werk te beschrijven wilde de auteur niet alleen zijn eer betonen aan voorgaande, maar ook een voorbeeld stellen aan toekomstige generaties van kunstenaars. Van Gool heeft vanaf 1747 of 1748 gewerkt aan zijn Schouburg. Zijn informatie verkreeg hij van de kunstenaars zelf, van andere informanten (familieleden, nazaten), maar ook door het bestuderen van archieven, kunstcollecties en veilingcatalogi.