Nederlands-Indonesische betrekkingen 1950-1963

 
English | Nederlands

Gegevens van record 30

Nummer 30
Datum 9-3-1950
Soort notulen
Kenmerk Ministerraad
Opschrift/Bijlage(n)
Verzender(s)
Ontvanger(s)
Plaats van opmaak Den Haag
Plaats van bestemming
Bewaarplaats Nationaal Archief
Bestand archief van de Ministerraad en onderraden
Dossiernummer doos 394
Trefwoorden NG, bestuurlijk
onderscheidingen/decoraties
staatsburgerschaps-/warga negaraschapskwesties
Annotatie inleidende noot: zie recordnummer 864.

slotnoot:
Eveneens op 9 maart seinde  Van Maarseveen onder no 154 'aan Hirschfeld persoonlijk': 'Uw 266 vormde heden een onderwerp van bespreking tussen de ministers, die in de vergadering van de RAVI aanwezig waren. Bij de bepaling van het in te nemen standpunt liet men zich leiden door de overweging, dat de moeilijkheden van Hamid en Anak Agung ons wel bekend zijn, maar dat daarvan naar buiten niet is gebleken; dat de publieke opinie hier te lande, die toch reeds de decoraties in het licht van alle historische feiten en de huidige ontwikkelingen van zaken moeilijk kan verteren, wel zeer geschokt zou worden, indien zij, die in het verleden met ons samengewerkt hebben, zouden worden gepasseerd. Uit dien hoofde zag men in een decoratie alleen van Sukarno, of alleen van Sukarno en Hatta, onoverkomelijk bezwaar. Wel is men bereid op de door u aangegeven titel (ondertekening protocol op 27 december) ook de sultan van Djocja te decoreren en dus in totaal zes decoraties te verlenen. Trots deze bereidheid zou men het niet betreuren, indien men van RIS-zijde het inzicht uitte, dat voor de RIS-regering Nederlandse decoraties op het ogenblik niet opportuun zijn met het oog op de binnenlandse tegenstellingen in IndonesiĆ«. Misschien kunt u het ontstaan van dit inzicht in de hand werken, mits men aan onze ernstige bereidheid tot decoratie niet gaat twijfelen, en wij dus het voordeel van het door ons te maken gebaar behouden. Mocht de RIS-regering op decoratie van Sukarno of Sukarno en Hatta alleen blijven aandringen, dan ware mede te delen, dat dit in Nederland zal uitgelegd worden als een positiebepaling van de Nederlandse regering in de kwestie van het unitarisme, immers als een verloochening van de federalisten, en dat in verband daarmede het dan wenselijk zou zijn de gehele decoratie uit te stellen totdat de huidige moeilijkheden op dit punt opgelost zijn. NA, archief Minkol., codetel. 1950, 3.
Zie ook 28: Ministerraad
32: Ministerraad
206: Ministerraad
864: Hirschfeld 266
PDF transcriptie (10 KB)