Nederlands-Indonesische betrekkingen 1950-1963

 
English | Nederlands

Gegevens van record 1470

Nummer 1470
Datum 4-1-1950
Soort codetelegram(men)
Kenmerk Stikker 272
Opschrift/Bijlage(n)
Verzender(s) Stikker, D.U. (info)
Ontvanger(s) Hirschfeld, H.M. (info)
Plaats van opmaak Den Haag
Plaats van bestemming Djakarta
Bewaarplaats Nationaal Archief
Bestand archief Minkol., codetel. 1950
Dossiernummer 18
Trefwoorden Australië, houding/positie van -
NG-kwestie, algemeen (= conflict over de status van NG tussen Nederland en Indonesië)
pers/publieke opinie, algemeen
Spender, Sir Percy C., minister van Buitenlandse Zaken van Australië tot medio '51; ambassadeur van Australië te Washington
Sukarno, redevoeringen/uitlatingen van -
Annotatie slotnoot:
In reactie op dit telegram seinde Hirschfeld op 7 jan. onder no 44 aan Stikker, 'mede voor Minuor': 'Inderdaad heeft Sukarno reeds bij zijn aankomst in Djakarta in het openbaar de Nieuw-Guineakwestie aangeroerd. Gezien de hier heersende atmospheer waren deze uitlatingen niet overmatig scherp. Voor de beoordeling der uitlatingen zou ik ook willen verwijzen naar mijn nummer 34 over mijn gesprek met Cochran. Spender heeft verklaard noch met Sukarno noch met mij besprekingen over Nieuw-Guinea te hebben gehad. Op persconferentie gehouden 5 Januari verklaarde Spender, dat Nieuw-Guinea geen deel had uitgemaakt van de besprekingen, die hij met Hatta en andere RIS-Ministers heeft gevoerd. Ik geloof niet dat men de Australische Regering in deze verwijt kan maken. Wel hebben de publicaties in Australische dagbladen hier zeer de aandacht getrokken en werd daarop in de Indonesische pers gereageerd. Spender verklaarde mij, dat de Australische dagbladartikelen niet door de Australische Regering zouden zijn geïnspireerd. In een volgende bespreking met Hatta zal ik deze aangelegenheid ter sprake brengen. Een afzonderlijke demarche op dit punt lijkt mij niet gewenst, omdat het gebeurde stellig aanzienlijk minder ernstig is dan in Nederland blijkbaar wordt verondersteld.' NA, archief Minkol., codetel. 1950, 1.
       Op 10 jan. liet Hirschfeld hier onder no 58 'mede voor Stikker' op volgen: 'In mijn gesprek gisterenavond met Hatta sneed ik ook het probleem Nieuw-Guinea aan. Ik maakte melding van de uitlatingen van President Sukarno en van de Australische pers en vroeg Hatta of hij het niet met mij eens was, dat het beter was op het ogenblik Nieuw-Guinea in de publiciteit geheel te laten rusten. Hatta verklaarde dit geheel met mij eens te zijn. Ik verklaarde tevens, dat het mij wilde voorkomen, dat het ook niet gewenst zou zijn reeds aanstonds onderhandelingen te gaan voeren over het grote probleem. Daarvoor zou in wederzijds overleg een gunstig en rustig moment moeten worden gekozen. Ook dit was Hatta met mij eens. Ik heb toen van de gelegenheid gebruik gemaakt hem erop te wijzen, dat er zich natuurlijk technische problemen tussen Indonesië en Nieuw-Guinea voordoen, zoals kwesties van betalingsverkeer en goederenverkeer. Naar mijn mening zouden dergelijke zaken wel op zakelijke grondslag tussen het HC en de betrokken RIS-Ministeries behandeld kunnen worden. Hatta ging hiermede accoord. Ik heb niet nagelaten erop te wijzen, dat ik uiteraard met de bestuursvoering in Nieuw-Guinea niets te maken heb.' T.a.p.
Zie ook 673: Hirschfeld 34
838: Stikker 307
PDF transcriptie (10 KB)