Nederlands-Indonesische betrekkingen 1950-1963

 
English | Nederlands

Gegevens van record 2144

Nummer 2144
Datum 1-3-1951
Soort codetelegram(men)
Kenmerk Lamping 270
Opschrift/Bijlage(n)
Verzender(s) Lamping, A.Th. (info)
Ontvanger(s) Stikker, D.U. (info)
Plaats van opmaak Djakarta
Plaats van bestemming Den Haag
Bewaarplaats Nationaal Archief
Bestand archief Minkol., codetel. 1951
Dossiernummer 7
Trefwoorden Amerika, houding/positie van -
Cochran, H.M., ambassadeur van de VS te Djakarta '49-'53
kabinet/-scrises/-sformaties, Indonesische -
kabinet/-scrises/-sformaties, Nederlandse -
Koninklijk Nederlands-Indonesisch Leger (KNIL), liquidatie van het -
Koninklijke Landmacht (KL), afvoer van de -
Molukkenopstand/RMS, Republik Maluku Selatan
Molukkers in Nederland, kort geding tegen Staat der Nederlanden
Molukkers, KL (ex-)KNIL-militairen in rayons/doorgangskampen in Indonesië
Nederlanders in Indonesië, arrestatie/rechtspositie van -
Nederlandse commissariaten/consulaten in Indonesië
NG-kwestie, algemeen (= conflict over de status van NG tussen Nederland en Indonesië)
Rum, Moh. (Masjumi), hoge commissaris te Den Haag jan.-sept. '50; minister van Buitenlandse Zaken sept. 1950- april 1951; minister van Binnenlandse Zaken april 1952-juli 1953; eerste vice-premier maart 1956-maart 57
Verenigde Naties, UNCI/Milobs
Zuid/Zuidoost-Azië
Annotatie noot bij 'Van Maarseveens 481' sub 1: in annotatie van recordnummer 290.

noot bij 'Stikker 342' sub 3: ten rechte Blom 342, in annotatie van recordnummer 2458.

slotnoot bij 3:
Onder verwijzing naar het hier sub 3 vermelde verzocht  Blom Lamping op 3 maart bij tel. no 347 ' - - - thans spoedig de UNCI hierover te benaderen en te trachten haar te winnen voor de procedure conform mijn 643 aan Washington [recordnummer 2458]. Ik wijs erop dat de procedure niet inhoudt dat een schaduwcommissie van 3 diplomatieke ambtenaren "in het leven wordt geroepen", zoals door u blijkbaar tegenover Rum gesteld werd. Nederland bedoeld de commissie zonder formele opheffing te laten inslapen, waarmede het in het leven roepen van een andere figuur in strijd zou zijn. Ook zonder dat die andere figuur in het leven zou worden geroepen, zouden immers de UNCI-landen, wanneer zich later de behoefte zou doen gevoelen alsnog een lid van hun diplomatieke missie ad hoc kunnen aanwijzen.' - - -  NA, archief Minkol., codetel. 1951, 9.

noot slot sub 4:
Op 21 maart seinde Lamping onder no 5 dat 'door Kementerian Luar Negeri schriftelijk bevestigd [was] dat de Indonesische regering instemt met vestiging van commissariaten cum annexis. Bedoelde instemming betreft de standplaatsen Bandung, Semarang, Surabaja, Medan, Palembang, Makassar en Bandjermasin zomede eventueel Djakarta en Djokja en houdt voorts in, dat door Nederland op nader overeen te komen plaatsen honoraire consulaire posten kunnen worden gevestigd.' - - -  NA, archief Minkol., codetel. 1951, 7.

noot slot sub 5: zie recordnummer 2189.
Zie ook 290: Ministerraad
1870: Lamping 795
2145: Lamping 273
2189: Lamping 53
2391: CNRI AC 384
2458: Blom 643
PDF transcriptie (62 KB)