Codicologische beschrijving

 
English | Nederlands

AGH 2144 – ‘Papieren cartularium’ – CA-A

LRK 1a – Van Riemsdijk 79 – Kruisheer p. 30-39, 70-85

Papier, ca. 34 x ca. 25 cm. De structuur van het papier is gedesintegreerd, waardoor op alle bladen tekstverlies; in veel gevallen zijn grote delen van een blad geheel verdwenen.

41 bladen, gefolieerd I-XXXIII (14e-eeuwse hand, de foliëring niet steeds zichtbaar, f. XXV-XXVIII ontbreken); de volgende bladen, doorgeteld f. [34]-[43], zijn waarschijnlijk nooit gefolieerd geweest.

In het register zijn de ingeschreven teksten door een 14e-eeuwse hand genummerd met romeinse cijfers I-CLXIII, tot halverwege f. 33v; bij de volgende teksten ontbreekt de nummering.

Vanwege de slechte staat van het papier zijn de bladen losgesneden en geheel met Japans papier beplakt; de katernstructuur is derhalve niet meer zichtbaar. Van het oude voorwerk resteert slechts een strip papier met de tekst Oudste Papieren Register (18e-19e eeuw).

Liniëring:

Voor zover zichtbaar is er geen liniering. Tot en met f. 36v zijn wél de marges afgelijnd, met bruine inkt, maar vermoedelijk pas nadat de teksten waren ingeschreven. Met rode inkt zijn voorts de (gelijktijdige) opschriften onderstreept of omlijnd.

Inhoud:

Cartularium 1299      
folia inhoud hand(en) tijd van ontstaan
f. 1r-33v 1224-1299 nov. I, II, III 1299 okt.-dec.
nrs. 1-163 naar originelen
         
Register 1299-1318      
f. 33v-43r 1299 nov.-1318 mei versch. gelijktijdig
nrs. [164]-[198]
         
[f. 25r-28v 1211 feb. ? wrsch. gelijktijdig]
nrs. CA 48-51 met retroacta

Het ‘Papieren cartularium’ ontstond in het najaar van 1299, waarschijnlijk in opdracht van Jan van Avesnes, graaf van Henegouwen, die op 27 oktober was benoemd tot ruwaard van de onmondige graaf Jan I van Holland-Zeeland; het boek zou voor hem moeten dienen als een schaduwarchief, om hem te helpen ook bij zijn afwezigheid het bestuur van het graafschap waar te nemen (zie de genoemde werken van Van Riemsdijk en vooral van Kruisheer; voor het tijdstip waarop met begon met het cartularium zie sindsdien Burgers, ‘Grafelijke kanselarij in Holland in de eerste jaren van het Henegouwse Huis’, en Dijkhof, ‘Bewaren of weggooien’). Drie klerken selecteerden in het grafelijk archief te Den Haag de te kopiëren oorkonden en schreven ze in het cartularium, in een min of meer regionaal bepaalde ordening.

Toen deze drie op 24 december gereed waren, was graaf Jan I inmiddels gestorven, en was Jan van Avesnes hem in het graafschap opgevolgd, als graaf Jan II. Kort daarop besloot met het Hollandse archief, en dan met name de oorkonden, over te brengen naar Henegouwen. Daarmee had het cartularium zijn functie als schaduwarchief verloren. Het boekdeel reisde daarop vermoedelijk veelal mee in de bagage van de rondtrekkende graven, want in de periode december 1299 tot mei 1318 werden erin diverse teksten opgetekend, gezien hun aard blijkbaar zowel in Henegouwen als in Holland. Deze teksten bestonden uit enkele ambtelijke notities, en vooral uit oorkonden die de graaf toen ontving of uitvaardigde; deze oorkonden werden ofwel in hun geheel geregistreerd of in de vorm van een korte samenvatting. Daarmee fungeerde het laatste deel van het ‘Papieren cartularium’, f. [33]v-[43]r, in feite als een eerste register van de Hollandse grafelijkheid. Dit deel onderscheidt zich van het eerste gedeelte door de afwisseling van schrijfhanden en het ontbreken van foliëring en tekstnummering. Het is dit registerdeel dat in deze editie ontsloten wordt; wél zijn in de bladerfunctie van het hele register afbeeldingen beschikbaar.

Uit de (gelijktijdige) foliëring blijkt dat in het cartularium f. 25-28 ontbreken. Gezien de doorlopende nummering van de teksten op f. 24 en 29 is het evenwel duidelijk dat deze ontbrekende bladen in ieder geval in december 1299 nog onbeschreven waren. Kruisheer, l.c., p. 32 met n. 9, maakt aannemelijk dat vóórdat het gehele cartularium in 1316 werd gekopieerd, op die lege bladen een viertal oorkondeteksten is ingeschreven, welke dus in die kopie wel bewaard zijn gebleven; in de huidige editie betreffen dit de nrs. CA 48-51.