Franse archieven: onderzoek

Franse archieven: onderzoek

Zoeken in de Franse nationale archieven is niet gemakkelijk. Daarom kan een onderzoek, zo mogelijk, het best in Nederland worden begonnen, zoals verderop wordt uitgelegd.

In de Franse archieven zijn de besluiten (lois en arrêté’s) volledig gescheiden van de correspondentie opgeborgen. Dat weerspiegelt de werkwijze van de bureaucratie. De ordening van besluiten is chronologisch. Een besluit van een bepaalde datum is dus wel te vinden. Moeilijker wordt het als alleen het onderwerp of de betrokken persoon bekend is. Dan is het resultaat afhankelijk van de aanwezigheid en de kwaliteit van contemporaine zoekmiddelen op inhoud. Gegevens over aanstellingen in ambten zijn mede daarom niet altijd gemakkelijk terug te vinden.

De indeling van archieven naar inhoud is dus niet oorspronkelijk. Dit heeft vooral de correspondentie getroffen. Daar hebben de oude zoekmiddelen van de administraties, hoewel ze meestal bewaard zijn gebleven, geen nut meer om de vindplaats van een stuk te bepalen. De onderzoeker moet dus houvast zoeken in de inhoudelijke beschrijvingen in de overzichten en inventarissen. Wel zijn deze oude zoekmiddelen uiteraard nog nuttig om na te gaan om te bewijzen dat een bepaald stuk heeft bestaan.

Moeilijk vindbaar

Binnen een groep in aanmerking komende nummers van cartons (dozen) is helaas nog lang niet duidelijk in welk nummer het gezochte zich bevindt. De inhoudelijke of chronologische consistentie binnen een groep of reeks is soms zwak of afwezig. De brief van het ene Departement over een bepaalde zaak is er dan wel te vinden, die van het andere niet. Gelukkig zijn groepen dossiers soms per Departement ingedeeld. Helaas echter zijn de reacties van de Nederlandse Departementen weer niet altijd bewaard.

Maar ook binnen een carton, dat vaak een behoorlijk grote doos is, kan grote wanorde heersen. Dan moet ieder stuk worden bekeken op kenmerken en inhoud. Aan de kenmerken van de brieven is het snelst te zien welke gezagdragers, bureaus van ministeries of andere instellingen zich ermee hebben bemoeid. Dit eist van de onderzoeker een goede voorkennis van de organisatie.

Alles bij elkaar wordt daarom in Frankrijk zelf aangeraden om, als het onderwerp zich daartoe maar enigszins leent, eerst in een departementaal archief te zoeken. Pas als dit niets oplevert, en er geen andere mogelijkheden meer zijn, kan de gang naar Parijs worden gemaakt. Deze waarschuwing geldt ook voor Nederland in de Franse tijd. Pas als de archieven van de Préfets, van de Gouverneur-Général of van andere instellingen hier te lande niets opleveren, komt Parijs in beeld. Een uitzondering vormt het archief van Lodewijk Napoleon, dat in juli 1810 in zijn geheel is geconfisqueerd, nooit werd herordend en helder is ingedeeld.

Voor onderzoek naar beleid(svoorbereiding) op centraal niveau, rond de Keizer en zijn ministers, moet de onderzoeker uiteraard wel in Parijs beginnen. Van groot belang zijn dan niet alleen de uiteindelijke besluiten en de gevoerde correspondentie, maar vooral ook de zogenaamde feuilles de travail. Deze weerspiegelen het vooroverleg tussen de Keizer en zijn minister of tussen de minister en zijn ambtenaren.

Het onderzoek in Franse archieven is mede moeizaam, omdat er maar een beperkt aantal nummers (meestal zes) per dag mag worden aangevraagd. Dit vraagt logistiek inzicht. Sommige nummers zijn inhoudrijk, van andere kan alleen worden gehoopt dat er iets in zit. Daarom vergt het werk veel tijd, geduld en doorzettingsvermogen. Anderzijds kunnen er juist onverwachte vondsten worden gedaan, omdat het oude classement niet systematisch te werk is gegaan.