Inleiding

Geschiedenis van de Gids

Oorspronkelijk bestond het voornemen in het project Beschrijvend Bronnenmateriaal van de Bataafs-Franse centrale overheid, zoals in eerste instantie opgezet door P.M.M. Klep en Ch. Jeurgens, institutionele beschrijvingen op te nemen. Bij de herziening van de opzet en uitvoering van dit project door J. Roelevink is door haar een afzonderlijk voorstel ingediend voor een uitgebreide, op zichzelf staande onderzoeksgids. Dit voorstel is in 2000 door het bestuur van het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis goedgekeurd en nu, met aanpassingen aan nieuwe ontwikkelingen, verwerkelijkt.

Nadelig voor de bewerking van de Franse archieven was de onverwachte sluiting van de leeszaal van de Archives Nationales in Parijs van 2001 tot 2008. De beperkte vervangende faciliteiten maakten grootschalig onderzoek daar nagenoeg onmogelijk. Omgekeerd heeft de snel voortschrijdende digitalisering van archiefinventarissen en andere publikaties geleid tot aanpassing en bekorting.

In 2001 werd door NWO aan het ING een subsidie verleend voor een Repertorium van Ambtenaren en Ambtsdragers vanaf de middeleeuwen tot 1860. Hierdoor verviel het onderdeel personen van de gids en werd besloten deze te koppelen aan het Repertorium. De betreffende periode van het repertorium is, grotendeels op basis van dezelfde bronnen als die van de gids, eveneens door J. Roelevink bewerkt.

Omdat het repertorium ook gewestelijke instellingen omvat, betekende dit een verbreding van de gids met alle provinciale of departementale bestuursorganen en rechterlijke colleges. Er is voor gekozen van deze provinciale instellingen wel de taken en de organisatie in het kort te beschrijven, maar van de archieven alleen de vindplaats aan te geven. De meeste inventarissen zijn intussen digitaal raadpleegbaar.