Grondgebied: indeling

Grondgebied: indeling

1795

In 1795 bleven de gewesten Groningen, Friesland, Overijssel, Gelderland, Utrecht, Holland en Zeeland in hun oude omvang bestaan. Bataafs Brabant, voordien Generaliteitsland, kwam vanaf 1795 onder eigen bestuur. Per 1 januari 1796 werd het gelijkwaardig onderdeel van de Bataafse Republiek, evenals Drenthe. In deze periode is een aantal zelfstandige heerlijkheden, vaak al in handen van Statenvergaderingen, stadhouders of steden, formeel opgenomen in het gewest waarin ze lagen. Bij de volgende staatsregelingen werd dat opnieuw bevestigd. Het gaat om Wedde en Westerwoldingerland in Groningen, Ameland in Friesland, Culemborg en Buren in Gelderland en IJsselstein en Vianen in Holland (kaart Bataafse Republiek 1796).

27 maart 1799 tot 4 juni 1802

Van 27 maart 1799 tot 4 juni 1802 was de Bataafse Republiek volgens de staatsregeling van 1798 opgedeeld in acht Departementen met namen van rivieren. De grenzen weken volledig af van die van de oude gewesten. Het gaat om het Departement van de Eems met als hoofdstad Leeuwarden, bestaande uit het vroegere Friesland en Groningen; het Departement van de Oude IJssel met als hoofdstad Zwolle, bestaande uit het vroegere Drenthe, Overijssel en een deel van Gelderland; het Departement van de Rijn met als hoofdstad Arnhem, bestaande uit een deel van het vroegere Gelderland en uit Utrecht; het Departement van de Amstel met als hoofdstad Amsterdam, bestaande uit de stad Amsterdam en Weesp met het omliggende gebied; het Departement van Texel met als hoofdstad Alkmaar, bestaande uit Noord-Holland behalve Amsterdam en Weesp; het departement van de Delf met als hoofdstad Delft, bestaande uit Zuid-Holland; het departement van de Dommel met als hoofdstad 's-Hertogenbosch, bestaande uit het oostelijke deel van Brabant; en het departement van Schelde en Maas met als hoofdstad Middelburg, bestaande uit Zeeland en het westelijke deel van Brabant (kaart Bataafse Republiek ten tijde van het Uitvoerend Bewind).

4 juni 1802 tot 14 mei 1807

Van 4 juni 1802 tot 14 mei 1807 was de Bataafse Republiek conform de staatsregelingen van 1801 en 1805 verdeeld in acht departementen, nu weer volgens de oude gewestelijke grenzen. Wel waren Drenthe en Overijssel voorlopig samengevoegd. Per 1 augustus 1805 werd Drenthe een afzonderlijk negende Departement. De overige acht waren de Departementen Groningen, Friesland, Overijssel, Gelderland, Utrecht en Holland met als hoofdstad Den Haag, Zeeland en Brabant (kaarten Bataafse Republiek ten tijde van het Staatsbewind en Raadpensionaris Schimmelpenninck).

14 mei 1807 tot 1 januari 1811

Van 14 mei 1807 tot 1 januari 1811 was de wet van 13 april 1807 van kracht, waarin Lodewijk Napoleon had bepaald dat er tien Departementen zouden zijn, namelijk Groningen, waaraan op 27 april 1808 het oorspronkelijk Oostfriese Reiderland werd toegevoegd; Friesland; Drenthe; Overijssel; Gelderland; Utrecht; Amstelland, met als hoofdstad Haarlem; Maasland, met als hoofdstad Den Haag; Zeeland en Brabant. Op 30 januari 1808 kwam hier het elfde departement Oost-Friesland bij. Daarentegen vielen Zeeland, Brabant, het Gelderse kwartier van Nijmegen met de Bommelerwaard en het Hollandse Land van Altena vanaf 16 maart 1810 onder Frans bewind (kaart Koninkrijk Holland na 1807).

1 januari 1811 tot november 1813

Bij Keizerlijk Decreet van 9 juli 1810 werd het Koninkrijk Holland verenigd met het Franse Keizerrijk. Daarna is beslist op welke wijze en wanneer de feitelijke intergratie zou plaatsvinden. Een sénatus-consulte organique van 13/14 december 1810 verklaarde Holland en een aantal departementen in Duitsland tot onderdeel van Frankrijk (kaarten van de Franse departementen van Hollande I: Noord-West . Noord-Oost, Zuid-Oost en Zuid-West).

Op 13 september 1810 had de keizer besloten ook de Departementen Bouches-de-l’ Escaut, Bouches-du-Rhin en Ems Oriental onder een Gouverneur-Général de Hollande te stellen, maar zijn decreet van 18 oktober 1810 hield de Departementen Bouches-de-l’ Escaut en Bouches-du-Rhin onder rechtstreeks keizerlijk bestuur. Dit decreet droeg per 1 januari 1811 het bestuur van zeven Departementen op aan de Gouverneur-Général de Hollande, namelijk Ems Occidental (Westereems), Frise (Friesland), Bouches de l' Yssel (Monden van de IJssel), Yssel Supérieur (Bovenijssel), Zuyderzée (Zuiderzee), Bouches de la Meuse (Monden van de Maas) en Ems Oriental (Oostereems).

Bovendien zijn korte tijd, namelijk van 26 december 1810 tot 28 april 1811, de oostelijke Departementen van Hollande uitgebreid geweest tot aan de Ems en de Lippe met delen van de voormalige Westfaalse Kreits, namelijk Ems-Occidental met het arrondissement Neuhausen, Bouches de l' Yssel met het arrondissement Steinfurt en Yssel Supérieur met de arrondissementen Rees en Münster. Op laatstgenoemde datum werden ze echter verenigd tot een departement Lippe, met als hoofdstad Münster. Dit Departement in de oude Westfaalse Kreits kwam los te staan van Hollande.

In de militaire indeling van het keizerrijk behoorden de Departementen Zuyderzée, Bouches de la Meuse en Issel-Supérieur bij de 17e Militaire Divisie te Amsterdam en de Departementen Bouches de l' Issel, Frise, Ems-Occidental en Ems-Oriental tot de 31e Militaire Divisie te Groningen.