Onderzoeksgids Bestuur en administratie van de Bataafs Franse tijd 1795-1813

Instelling

Agentschap van Financiën


Actief vanaf 01-05-1798 tot 08-12-1801

Aantekeningen:

De Agent van Financiën was verantwoordelijk voor het beheer van de inkomsten en de uitgaven van het land. Bij de invoering van de constitutie van 1798 op 1 mei van dat jaar gingen ook de oude schulden van de voormalige gewesten van de Republiek tot de rijksfinanciën behoren. In 1798 en later ontving de agent kapitaal voor een geheim fonds ter amortisatie van deze staatsschuld.

Volgens zijn instructie diende de agent voor ogen te houden dat het Bataafse volk de financiële eenheid geconsolideerd en het nationaal krediet versterkt en gehandhaafd wilde zien. Verder moest hij de "uitgebreidste bezuiniging in alles" betrachten. Het financiële systeem diende de bloei van koophandel, nijverheid, landbouw en zeevaart te herstellen en te bevorderen. De agent hield namens het Uitvoerend Bewind toezicht op alle bezittingen, rechten en belastingen van de republiek. De agent moest zorgen dat alle inkomsten en baten werden ingevorderd, geadministreerd en in de nationale kas gebracht. Afstand en vervreemding zonder goedkeuring van het Vertegenwoordigend Lichaam diende hij krachtig tegen te gaan. De agent hield toezicht op de nationale gebouwen. Totdat nieuwe belastingen zouden worden ingevoerd, moest de agent de bestaande handhaven. Van hem werd verwacht dat hij het Uitvoerend Bewind in staat zou stellen een nieuw stelsel van belastingen voor te dragen. Nadat dit zou zijn ingevoerd, diende de agent ook dat stipt uit te voeren en jaarlijks samen met de begroting van behoeften en met de raming van uitgaven ook voorstellen tot verbetering in te dienen, met name ten aanzien van de bestrijding van fraude. De agent moest er op toezien dat departementale besturen, gemeentebesturen of andere colleges de belastingopbrengst en -invordering niet verminderden of belemmerden. Het Uitvoerend Bewind diende in staat te worden gesteld op basis van door de agent verzamelde gegevens ieder jaar begin oktober een begroting voor het volgende jaar naar het Vertegenwoordigend Lichaam te zenden. Wat betreft de uitgaven en de staat van de nationale kas was het de taak van de agent regelmatig opgave te doen. Verder werd van hem telkenjare een algemene rekening verwacht, terwijl ook de renten en interesten op de nationale schulden en verbintenissen dienen te worden opgegeven. Het was aanvankelijk de bedoeling dat een nationale thesaurie hiervoor de gegevens zou leveren, maar een dergelijk gremium werd uiteindelijk niet opgericht. De agent moest verder voorstellen doen om de schuld te verminderen en was aan de Rekenkamer verantwoordelijk voor de daartoe beschikbare fondsen. Verder had de agent onder andere nog de zorg voor het muntwezen, de goud- en zilversmeden, de wisselbanken en het beheer van de nationaal verklaarde beleenbanken. Verder diende de agent zijn departement en het archief te beheren. Pogingen om het landskrediet te ondermijnen of 's lands financiën te schaden moest hij onmiddellijk melden aan de president van het Uitvoerend Bewind.

De Agent van Financiën werd aangesteld door het Uitvoerend Bewind en legde daaraan verantwoording af. Zijn instructie ontving hij van het Vertegenwoordigend Lichaam. Het was de agenten verboden gezamenlijk een raad te vormen.

De organisatie van het agentschap bestond vanaf het begin onder andere uit een vaste secretaris, die evenals het overige personeel van de bureaus functioneerde op instructie en onder goedkeuring van het Uitvoerend Bewind. Bij besluit van het Uitvoerend Bewind van 26 december 1800 no. 89 werden instructies vastgesteld voor de secretaris, de chef van het bureau van expeditie, de eerste commiezen, de tweede commiezen en de klerken, de kamerbewaarder, de boden en de boutefeuse (stookster).
Het agentschap werd regelmatig uitgebreid vanwege nieuwe taken. Op 20 april 1798 voegde het Uitvoerend Bewind het Intermediaire Bureau van de Convooien en Licenten samen met het agentschap. Op 14 juni 1798 besloot het intermediair Uitvoerend Bewind dat de vijf leden van dit bureau voorlopig samen met de twee commissarissen van de departementen Amsterdam en Rotterdam recht zouden spreken inzake convooien en licenten. Het bureau werd sindsdien ook bureau ter judicature van de convooien en licenten genoemd. In het kader van de amalgamering van de schulden van de provincies werd in 1799 een eerste bureau van conversie opgericht, dat de provinciale schuldpapieren inwisselde tegen nationale. Een tweede bureau van conversie kwam in 1800 tot stand om de recepissen van de vermogensheffingen van 1798 en 1799 in te wisselen. Op 9 juli 1798 werd een bureau van de domeinen opgericht. Voor commissarissen der nationale thesaurie werd wel een instructie vastgesteld, maar tot instelling van dit college kwam het niet.


Wetgeving:

1798/05/01 Staatsregeling voor het Bataafse volk. meer informatie
1798/07/09 Besluit van het Uitvoerend Bewind: oprichting van een Bureau van Administratie van de Domeinen van de vorst van Nassau onder superintendentie van de Agent van Financiën. meer informatie
1798/07/20 Besluit van het Uitvoerend Bewind: delegatie van het hele oppertoezicht over en de algemene directie van de financiën aan de Agent van Financiën. meer informatie
1799/01/13 Besluit van de Eerste Kamer van het Vertegenwoordigend Lichaam: vaststelling van de instructie voor de Commissarissen der Nationale thesaurie. meer informatie
1799/05/17 Decreet van de Tweede Kamer van het Vertegenwoordigend Lichaam: vaststelling van de instructie voor de Agent van Financiën. meer informatie
1800/04/05 Decreet van de twwede Kamer van het Vertegenwoordigend Lichaam: afschaffing van de leges ter algemene secretarie van het Uitvoerend Bewind en op de bureaus van de Agentschappen. meer informatie
1800/06/12 Besluit van het Uitvoerend Bewind: vaststelling van de instructie voor de commiezen en klerken bij het tweede bureau van conversie van de staatsschulden. meer informatie
1800/11/26 Besluit van het Uitvoerend Bewind: vaststelling van de instructie voor de secretaris en de overige employés van het Agentschap van Financiën. meer informatie
1801/10/17 Besluit van het Staatsbewind: Agenten blijven hun werkzaamheden voorlopig waarnemen. meer informatie
1801/12/07 Besluit Staatsbewind: na de constitutie van de Raden van Oorlog, Financiën en Binnenlandse Zaken vervallen de Agentschappen van Oorlog, Financiën, Nationale Opvoeding en Nationale Oeconomie. De geëmployeerden blijven voorlopig. meer informatie

De voornaamste bij deze instelling betrokken personen (links naar Repertorium applicatie):



Literatuur:

Beth, J.C., De departementen van algemeen bestuur gedurende het tijdvak 1795-1907. Groningen, 1907.
Crouzet, F., "Aspects financiers de la relation Franco-Batave" in: Jourdan en Leers, Remous révolutionnaires, p. 49-57.
Fritschy, J.M.F., De patriotten en de financiën van de Bataafse Republiek. Hollands krediet en de smalle marges voor een nieuw beleid (1795-1801). 's-Gravenhage, 1988.
Godefroi, L.S., De eerste fase van de financiële unificatie van Nederland, 1796-1801. Rotterdam, 1986.
Leeuwen-Canneman, M. van, Een vriendschap in het teken van 's lands financiën. Briefwisseling tussen Elias Canneman en Isaac Jan Alexander Gogel, 1799-1813. Den Haag, 2009.
Ouden, W.H. den, Kerk onder patriottenbewind. Kerkelijke financiën en de Bataafse Republiek 1795-1801. Zoetermeer, 1994.
Pfeil, T., 'Tot redding van het vaderland'. Het primaat van de Nederlandse overheidsfinanciën in de Bataafs-Franse tijd 1795-1810. Amsterdam, 1998.
Pfeil, T.J.E.M., Op gelijke voet. De geschiedenis van de belastingdienst.[ Deventer], 2009.