Onderzoeksgids Bestuur en administratie van de Bataafs Franse tijd 1795-1813

Instelling

Agentschap van Buitenlandse Betrekkingen


Actief vanaf 09-03-1798 tot 01-12-1801

Aantekeningen:

De hoofdtaak van de Agent van Buitenlandse Betrekkingen was de behartiging van de buitenlandse zaken. Hij beheerde zowel zijn departement met het archief in Den Haag als de diplomatieke dienst in het buitenland. Volgens instructie diende zijn uitgangspunt te zijn dat het Bataafse volk de wapenen alleen opneemt ter handhaving van de vrijheid en van het grondgebied of ter verdediging van bondgenoten. Verder moest stipte neutraliteit gehandhaafd en het volkenrecht geëerbiedigd worden. De samenstemming van de Franse en de Bataafse Republiek zou het beste resultaat leveren. Daarom mochten geen verbintenissen worden aangegaan met volken die andere belangen hadden. De koophandel diende te worden bevorderd, zonder landbouw en fabrieken uit het oog te verliezen. De agent moest de neutrale vlag laten eerbiedigen en alle nuttige inlichtingen die hij ontving, snel ter kennis brengen van het Uitvoerend Bewind. Van alle ingekomen stukken die geen uitstel konden leiden, diende de agent de president van het Uitvoerend Bewind op de hoogte te stellen. Zijn ambtgenoten moest hij meedelen wat hem op hun vakgebied ter kennis zou komen. Verder diende hij uiteraard de ministers en consuls van de staat in het buitenland de noodzakelijke inlichtingen te geven en met de ministers van vreemde mogendheden in Den Haag goede contacten te onderhouden.

De agent werd aangesteld door het Uitvoerend Bewind en legde daaraan verantwoording af. Zijn instructie ontving hij van het Vertegenwoordigend Lichaam. Het was de agenten verboden gezamenlijk een raad te vormen.

In de beginfase, voordat een constitutie en overige regelingen waren vastgesteld, bestond de organisatie uit een vaste secretaris met adviserende taak, die met de overige personeelsleden op de bureaus werkte op instructie en onder goedkeuring van het Uitvoerend Bewind. Bij besluit van het intermediair Uitvoerend Bewind van 13 juni 1798 no. 2 werd vervolgens een nieuwe agent benoemd, die voorlopig drie commiezen en zeven klerken mocht aanstellen, van wie hij de namen aan het Uitvoerend Bewind diende te melden. Op 8 november 1800 werd door het constitutionele Uitvoerend Bewind bepaald dat de organisatie zou bestaan uit twee eerste commiezen, een tweede commies voor de gewone en geheime expeditie, een tweede commies indexmaker die tevens de secrete stukken behandelde, en vijf klerken.


Wetgeving:

1798/05/01 Staatsregeling voor het Bataafse volk. meer informatie
1798/06/13 Besluit van het Uitvoerend Bewind: ontbinding van het bureau van buitenlandse betrekkingen en vaststelling van een nieuwe organisatie van dat bureau. meer informatie
1798/09/10 Besluit van de Eerste Kamer van het Vertegenwoordigend Lichaam: vaststelling van de instructie voor de Agent van Buitenlandse betrekkingen. meer informatie
1800/04/05 Decreet van de twwede Kamer van het Vertegenwoordigend Lichaam: afschaffing van de leges ter algemene secretarie van het Uitvoerend Bewind en op de bureaus van de Agentschappen. meer informatie
1800/11/08 Besluit van het Uitvoerend Bewind: vaststelling van de instructie van de secretaris van het Agentschap van Buitenlandse Betrekkingen en van het reglement voor employés. meer informatie
1801/10/17 Besluit van het Staatsbewind: Agenten blijven hun werkzaamheden voorlopig waarnemen. meer informatie

Archieven:




Literatuur:

Beth, J.C., De departementen van algemeen bestuur gedurende het tijdvak 1795-1907. Groningen, 1907.
Ditzhuyzen, R.E. van, A.E. Kersten, A.L.M. van Zeeland en A.C. van der Zwan, Tweehonderd jaar Ministerie van Buitenlandse Zaken. Den Haag, 1998.