Onderzoeksgids Bestuur en administratie van de Bataafs Franse tijd 1795-1813

Instelling

Kabinet van de Koning van Holland


Actief vanaf 01-07-1806 tot 01-07-1810

Aantekeningen:

Het Kabinet van de Koning maakte deel uit van het huis van de Koning en viel onder de verantwoordelijkheid van de grootkamerheer. Tot de taken van het Kabinet behoorde de ondersteuning van de particuliere correspondentie van de Koning, de uitvaardiging van zijn particuliere bevelen, zogeheten kabinetsorders, en het beheer over zijn archief en collecties.

Op het Kabinet waren civiele ambtenaren van het koninklijk huis werkzaam. Op 1juli 1806 werd bepaald dat de eerste secretaris van het Kabinet zich zou bezighouden met de particuliere correspondentie met de ministers en met de buitenlandse correspondentie. Hij diende een register van uitgaande brieven bij te houden en een afzonderlijk register van de correspondentie van de Koning met de Keizer. De Koning opende de brieven, waarna de eerste secretaris ze ontving.

Daarnaast was er een secretaire des commandements. Hij hield zich bezig met de politie, voornamelijk het toezicht op de kranten in het rijk. Hij diende de Koning deze kranten geliasseerd ter hand te stellen, voorzien van commentaar op woordelijk vertaalde belangrijke passages. Verder werd een secretaris van de Koning belast met de particuliere correspondentie, handschriften en zakelijke eigendommen. Hij werkte in het bureau van de eerste secretaris en kon hem ook assisteren. Een andere secretaris diende samen met een commies geschriften te vertalen, met name alle verzoekschriften. Verder was er een secretaris voor de archieven van het Kabinet, de bibliotheek en de landkaarten.

Een algemene bibliothecaris werd belast met het toezicht op de Koninklijke Bibliotheek in het paleis en op de bibliotheek in Saint-Leu-la-Fôret, het Franse particuliere bezit van de Koning, en met het opstellen van catalogi. Het decreet van 18 juli 1806 droeg ook het beheer van en het toezicht op de Koninklijke Staatscourant op aan de secretaris des commandements, maar dit is snel overgegaan op de Secretarie van Staat.

Vanaf 24 mei 1809 bestond er een personele unie van de functies van eerste secretaris van de Koning en secretaris van de Koninklijke Secretarie. De koninklijke auditeurs voerden diensten uit ten behoeve van het Kabinet van de Koning. In 1808 en 1809 werden ook twee personen als conseiller du Cabinet aangesteld, naast adjunct-secretarissen. Vanaf 1808 was er tevens een bureau militaire et topographique en een dessinateur du cabinet.


Wetgeving:

1806/07/01 Koninklijk besluit Lodewijk Napoleon: vaststelling van de organisatie van het Kabinet des Konings. meer informatie
1806/07/18 Koninklijk decreet Lodewijk Napoleon: bepalingen inzake de taken van het Kabinet des Konings tijdens de afwezigheid van de Koning. meer informatie
1810/07/02 Besluit van de Provisionele Raad van Regentschap: de eerste secretaris van het Kabinet des Konings en de secretaris archivist ter Koninklijke Secretarie komen onder orders van de Provisionele Raad van Regentschap. meer informatie

De voornaamste bij deze instelling betrokken personen (links naar Repertorium applicatie):



Literatuur:

Christiaans, P.A., "In dienst des konings; de hofhouding van koning Lodewijk Napoleon" in: L.A.F. Barjesteh van Waalwijk van Doorn en F.J. van Rooijen, Tussen vrijheidsboom en oranjewimpel. Bijdragen tot de geschiedenis van de periode 1795-1813 (Rotterdam, 1995) p. 511-534.
Dainville-Barbiche, S. de, Archives du Cabinet de Louis Bonaparte roi de Hollande (1806-1810). Inventaire des articles AF IV 1719 à 1832. Paris, 1984.