Onderzoeksgids Bestuur en administratie van de Bataafs Franse tijd 1795-1813

Instelling

Raad van Judicature over de Middelen te Water en te Lande (Raadpensionaris)


Actief vanaf 12-07-1805 tot 17-07-1806

Aantekeningen:

De staatsregeling van 1805 had slechts bepaald dat de judicature inzake fraude of contraventie van de gemene middelen en belastingen bij wet zou worden geregeld. De Raad van Judicature over de Middelen te Water en te Lande kreeg deze taak. De Raad verving de Zeeraad en was competent voor de rechtspleging 1) over de heffing van de middelen te water, zowel inzake fraude als overtreding; 2) over de buitgelden en prijzen die door oorlogsschepen of door vanwege particulieren uitgeruste schepen worden ingebracht en over geschillen die daaromtrent rijzen; 3) over zeeroverij; 4) in appel inzake loodsdiensten; 5) voor misdaden door ambtenaren tijdens de uitoefening van hun taken begaan, met uitzondering van hoge ambtenaren die voor het Nationaal Gerechtshof moeten terechtstaan; in hoogste instantie voor alle zaken betreffende alle algemene belastingen en algemeen ingevoerde middelen van consumptie. De bestaande manier van procederen werd aangehouden. Onder bepaalde voorwaarden moest de Raad van Judicature besluiten van de Raadpensionaris ten uitvoer leggen. Ook kon de Raadpensionaris de Raad verzoeken advies uit te brengen.

De Raad van Judicature telde zes leden, namelijk de bij de Secretaris van Staat voor de Financiën aangestelde drie adviserende raden van financiën, plus drie adviserende raden voor de convooien en licenten. Drie van de zes dienden rechtsgeleerden met een graad te zijn. Het voorzitterschap wisselde iedere maand bij toerbeurt. De leden waren verplicht tot geheimhouding. De gewone vergaderingen van de Raad waren op dinsdag en vrijdag. Bij het afdoen van zaken moesten niet minder en niet meer dan vijf leden tegenwoordig zijn. Het reglement van orde diende de afwisseling in de afwezigheid vast te stellen, zodanig dat de drie meest deskundige leden zo veel mogelijk aanwezig zouden zijn volgens de aard van de zaak. Indien geen vijf leden aanwezig konden zijn, zou de Raadpensionaris uit het hoog nationaal gerechtshof een of meer leden aan de Raad toevoegen ter afdoening van de betreffende zaak.

De secretaris van de Raad was de amanuensis die door de Secretaris van Staat onder approbatie van de Raadpensionaris was toegevoegd aan de raden der convooien en licenten. Verdere hulp kon worden verleend door personeelsleden van het departement van financiën. Het personeel van de Zeeraad werd overgenomen.


Wetgeving:

1805/07/05 Staatsbesluit Raadpensionaris: opheffing van de Zeeraad per 12 juli 1805; oprichting van en instructie voor de Raad van Judicature over de Middelen te Water. meer informatie
1805/08/02 Staatsbesluit van de Raadpensionaris: vaststelling van de instructie voor de secretaris van de Raad van Judicature over de Middelen te Water en te Lande. meer informatie
1806/07/17 Koninklijk besluit Lodewijk Napoleon: aanstelling van zes raden bij de Minister van Financiën, tevens Raad van Judicature over de Middelen te Water en te Lande, voorlopig op de bestaande instructie. meer informatie



Literatuur:

Boven, M.W. van, De rechterlijke instellingen ter discussie. De geschiedenis van de wetgeving op de rechterlijke organisatie in de periode 1795-1811. Nijmegen, 1990.
Ebell, C.C.D., "De archieven der collegiën, achtereenvolgens belast met de rechtspraak over de convooien en licenten, enz., 1795-1811, 1814-1819" in: VROA, XXXIX (1916) I, p. 250-357.