Onderzoeksgids Bestuur en administratie van de Bataafs Franse tijd 1795-1813

Instelling

Staatsraad (Koninkrijk)


Actief vanaf 01-07-1806 tot 01-08-1810

Aantekeningen:

De Staatsraad had tot taak consideratiën en advies uit te brengen over alle mogelijke zaken, maar alleen op gericht verzoek van de Koning. Deze laatste was grondwettelijk verplicht de Staatsraad te horen over ieder ontwerp van wet dat hij aan de vergadering van hun hoog mogenden wilde voordragen. Van instemming was geen sprake. De Staatsraad bracht slechts rapport uit, waarna de Koning besliste.

De samenstelling en de werkwijze van de Staatsraad zijn door de Koning veelvuldig gewijzigd. De algemene vergaderingen van de Staatsraad werden bijeengeroepen en voorgezeten door de Koning. Was hij niet in de residentie, dan vergaderde de Staatsraad aanvankelijk gewoon niet, maar in 1807 bleek het noodzakelijk hierin verandering te brengen. Op 21 mei 1807 werd besloten dat de Staatsraad bij afwezigheid van Lodewijk Napoleon zo nodig dagelijks bijeen zou komen onder voorzitterschap van de Minister van Binnenlandse Zaken. Al de 28e mei 1807 veranderde de frequentie in driemaal per week, nu onder voorzitterschap van Minister Van der Heim van koophandel en koloniën. Vervolgens besloot de Koning op 25 november 1807 dat in zijn afwezigheid, en alleen op zijn bevel, een eerste president van de Staatsraad zou voorzitten. Ten slotte verleende de Koning op 8 januari 1808 aan de eerste president van de Staatsraad de titel minister vice-president van de Staatsraad.

Het eerste jaar heeft de Staatsraad met vijf secties gewerkt, volgens een koninklijk decreet dat was geantedateerd op 1 juli 1806, zodat het schijnbaar latere decreet van 8 juli 1806 verviel. Deze vijf secties waren 1) wetgeving en algemene zaken, 2) marine, 3) financiën, 4) koophandel en koloniën en 5) oorlog. Na een tijdelijke vereniging van oorlog en marine met de sectie koophandel en koloniën bestonden vanaf 6 maart 1807 de secties 1) algemene zaken, 2) financiën en 3) oorlog, marine, koophandel en koloniën. Al op 26 juni 1807 werd echter weer een splitsing aangebracht, zodat vanaf juli de indeling werd: 1) algemene zaken, 2) financiën, 3) oorlog en marine en 4) koophandel en koloniën. Per 1 juni 1809 werd vervolgens de vierde sectie koophandel en koloniën opgeheven. De secties worden in de stukken ook naar hun rangorde aangeduid als eerste sectie, tweede sectie enzovoort. Altijd dient dan goed te worden opgelet over welke periode het gaat.

De constitutie van 1806 meldde niets over het aantal leden van de Staatsraad, wel dat zij door de Koning werden benoemd. Zij dienden stemgerechtigde burgers te zijn, tenminste dertig jaar, geboren in het rijk of in de koloniën, en de laatste zes jaar in het rijk woonachtig. De ministers hadden zitting en delibererende stem. Al snel werd onderscheid gemaakt tussen gewone en buitengewone leden van de Staatsraad. Het aantal gewone leden werd op 1 juli 1806 bepaald op dertien, op 7 augustus 1806 op minimaal negen, ter beoordeling door de Koning. Op 14 december 1807 werd besloten dat de vier secties van de Staatsraad elk vijf leden zouden tellen, inclusief hun president, behalve de tweede sectie financiën die negen leden zou tellen. Daarmee kwam het aantal op vierentwintig, maar na een stijging in deze periode zette opnieuw een daling in. Gewoonlijk werd de lijst van leden van de Staatsraad ieder jaar op 1 januari door de Koning vastgesteld, al vonden ook tussentijds wisselingen plaats.

Naast de gewone leden telde de Staatsraad ook extraordinaris leden. De Koning kon namelijk de titel Staatsraad verlenen aan publieke ambtenaren of kundige ingezetenen, die hiervoor niet extra werden bezoldigd. Ze behoorden aanvankelijk niet tot een sectie, maar werden door de Koning in de Staatsraad geroepen. Al vanaf 16 juli 1806 echter werden ze echter wel bij secties benoemd, zonder extra bezoldiging. Om te zorgen voor een goede spreiding van de belangenbehartiging zou er uit ieder Departement één dergelijk lid zijn voor de sectie wetgeving, één voor financiën en één voor koophandel en koloniën. Op 14 februari 1807 besloot Lodewijk Napoleon dat alle buitengewone staatsraden die in de residentie (toen nog Den Haag) woonachtig waren, voor dat jaar in gewone dienst mochten meedoen.

In de Staatsraad van Lodewijk Napoleon deden volgens de bepalingen van 1 juli 1806 ook auditeurs hun intrede. Het betrof uitmuntend afgestudeerde, welgestelde jongemannen, die onbezoldigd werden opgeleid voor dienst aan de overheid. De auditeurs van de eerste klasse werden auditeurs van de Koning genoemd, die van de tweede klasse auditeur van de Staatsraad. In oktober 1806 werd het aantal in beide rangen bepaald op twaalf. Ruim een jaar later, in december 1807, groeide het aantal auditeurs van de Staatsraad nog eens met zes. De auditeurs waren belast met de voorbereiding van het beleid, onder verantwoordelijkheid van de presidenten van de secties van de Staatsraad. Zonder last van de Koning mochten ze geen betrekkingen onderhouden met de ministers. De Koning kon de auditeurs des Konings in de algemene vergadering van de Staatsraad roepen en hen advies vragen. Op 19 december 1807 werd besloten dat de auditeurs rechtens konden bijdragen aan het werk van alle secties.

Vanaf 25 november 1806 fungeerde een maandelijks wisselend te benoemen lid van de Staatsraad als rekestmeester-generaal. Bijgestaan door twee auditeurs van de Staatsraad hield hij in naam van de Koning audiëntie. Vanaf 1 februari 1808 kreeg de minister vice-president van de Staatsraad het toezicht op de rekesten. Op 1 januari 1810 werd voor onbepaalde tijd een rekestmeester-generaal benoemd uit de leden van de Staatsraad.

De Staatsraad had vanaf juli 1806 een secretaris-generaal, vanaf 13 februari 1807 tevens gewoon lid van de Staatsraad, met een generaal bureau en een bureau van expeditie. Aan iedere sectie was een commies toegevoegd. Bij de opheffing van het Ministerie van de secretarie van staat op 8 januari 1808 werden de bureaus samengevoegd met die van de Staatsraad onder de naam Koninklijke Secretarie. De leiding berustte bij een de raad-secretaris, die de rang van staatsraad had. Iedere sectie kreeg nu een eigen secretaris.


Wetgeving:

1806/05/24 Tractaat van Parijs met Frankrijk, met constitutionele wetten voor het Koninkrijk Holland. meer informatie
1806/07/01 Koninklijk decreet Lodewijk Napoleon: vaststelling van de samenstelling en werkwijze van de Staatsraad met vijf secties en dertien leden. meer informatie
1806/07/08 Koninklijk decreet Lodewijk Napoleon: de Staatsraad zal secties hebben voor 1) wetgeving, algemene en oorlogszaken, 2) financiën, 3) marine en 4) koophandel en koloniën. meer informatie
1806/07/10 Koninklijk besluit Lodewijk Napoleon: bepalingen voor de duur van de afwezigheid van de Koning. meer informatie
1806/07/17 Koninklijk besluit Lodewijk Napoleon: regeling van de werkzaamheden van de Staatsraad in afwezigheid van de Koning; de presidenten en leden van de ene sectie zullen zich niet met de andere bemoeien. meer informatie
1806/08/07 Koninklijk decreet Lodewijk Napoleon: vaststelling van de constitutie voor het Koninkrijk Holland. meer informatie
1806/08/07 Koninklijk decreet Lodewijk Napoleon: wet met bepalingen inzake het koninklijk wapen, de vlag, de Staatsraad, de Rekenkamer, het Wetgevend Lichaam en het Nationaal Gerechtshof. meer informatie
1806/10/04 Koninklijk besluit Lodewijk Napoleon: bepaling van het aantal auditeurs, hetzij bij de koning, hetzij bij de Staatsraad, op twaalf, met omschrijving van de werkzaamheden van de auditeurs bij de koning. meer informatie
1806/11/25 Koninklijk besluit Lodewijk Napoleon: Een maandelijks te benoemen lid van de Staatsraad fungeert als rekestmeester-generaal, houdt iedere week audiëntie en behandelt met de auditeurs van de Staatsraad de rekesten. meer informatie
1807/02/13 Koninklijk besluit Lodewijk Napoleon: de secretaris-generaal van de Staatsraad zal een tabel bijhouden van alle zaken die aanhanging zijn, maar nog niet afgedaan, teneinde deze bij iedere zitting onder het oog van de Koning te brengen. meer informatie
1807/03/06 Koninklijk decreet Lodewijk Napoleon: voorlopige vereniging van de secties van marine en oorlog van de Staatsraad met die van koophandel en koloniën. meer informatie
1807/05/21 Koninklijk besluit Lodewijk Napoleon: de Staatsraad komt in afwezigheid van de Koning zo nodig dagelijks bijeen onder voorzitterschap van de Minister van Binnenlandse Zaken. Drie zittingen per week worden gewijd aan het crimineel wetboek. meer informatie
1807/06/26 Decreet Lodewijk Napoleon: aanstelling van presidenten van de secties van de Staatsraad met nieuwe indeling in vier secties, waarin sectie drie voor Oorlog en marine, sectie vier voor handel en Koloniën. meer informatie
1807/10/28 Koninklijk besluit Lodewijk Napoleon: bepalingen inzake contact tussen de Koning in Utrecht en het Gouvernement daar en in Den Haag. De Staatsraad vergadert driemaal per week onder presidium van Minister van der Heim, die aan Z.M. rapporteert. meer informatie
1807/11/25 Koninklijk decreet Lodewijk Napoleon: er zal een eerste president zijn, die de Staatsraad voorzit bij afwezigheid van de Koning, ook als de ministers zijn opgeroepen, maar alleen op bevel van de koning. Hij rapporteert rechtstreeks aan Z.M. meer informatie
1807/12/05 Décision Lodewijk Napoleon: stukken gericht aan commissies van de Staatsraad worden aan de secties gerenvoyeerd. De Staatsraad houdt zonder tegenbevel op dinsdag en vrijdag een algemene vergadering. De overige werkdagen zijn voor de secties. meer informatie
1807/12/05 Decreet Lodewijk Napoleon: in de Staatsraad benoemde land- en zeeofficieren blijven in het leger, maar zonder militair traktement of pensioen. meer informatie
1807/12/07 Arrêté van Lodewijk Napoleon: het aantal auditeurs van de Staatsraad wordt vermeerderd met zes. meer informatie
1807/12/14 Koninklijk decreet Lodewijk Napoleon: de secties van de Staatsraad krijgen elk vijf leden, inclusief de president, met uitzondering van de tweede sectie (financiën) die negen leden zal tellen, inclusief de president. meer informatie
1807/12/16 Koninklijk besluit Lodewijk Napoleon: Bepalingen inzake de orde van de vergaderingen van de Staatsraad, zowel bij aan- als bij afwezigheid van de Koning. meer informatie
1807/12/19 Koninklijk besluit Lodewijk Napoleon: bepalingen inzake de auditeurs van de Staatsraad en van de Koning. meer informatie
1807/12/25 Koninklijk besluit Lodewijk Napoleon: vaststelling van de instructie voor de secretaris-generaal van de Staatsraad. meer informatie
1808/01/08 Koninklijk besluit Lodewijk Napoleon: de eerste president van de Staatsraad voert de titel minister vice-president van de Staatsraad, met rang onder de ministers naar ancienniteit. meer informatie
1808/01/08 Koninklijk besluit Lodewijk Napoleon: eén van de secretarissen van de koning wordt raad secretaris van de koninklijk secretarie, onder vereniging van de bureaus van de secretarie van Staat met die van de Staatsraad. meer informatie
1808/01/13 Decisie Lodewijk Napoleon: de secties van de Staatsraad en personele commissies die zich met grote zaken bezighouden, zullen de gronden waarop zij hun rapportage baseren vooraf ter goedkeuring aan de koning voorleggen. meer informatie
1808/01/28 Koninklijk besluit Lodewijk Napoleon: vaststelling van de organisatie van de koninklijke secretarie, met verdeling in vijf bureaus; bij elk van de vier secties van de Staatsraad een secretaris. meer informatie
1808/02/01 Koninklijk besluit Lodewijk Napoleon: de minister vice-president wordt belast met toezicht op de behandeling van de rekesten door de auditeurs, met bepalingen inzake de expeditie van de betreffende stukken op de Koninklijke Secretarie. meer informatie
1808/10/02 Koninklijk besluit Lodewijk Napoleon: machtiging van de Staatsraad om in zaken waarop de koning advies vraagt, inlichtingen in te winnen bij autoriteiten en personen, mits via de minister vice-president. meer informatie
1809/05/27 Koninklijk besluit Lodewijk Napoleon: samenstelling van de Staatsraad waarbij drie secties worden genoemd. meer informatie
1810/07/30 Besluit Lieutenant-Général: de Staatsraad wordt ontbonden per 1 augustus 1810. Hangende zaken moeten worden overgedragen aan de Raad van Ministers of aan het Conseil d' État. meer informatie

De voornaamste bij deze instelling betrokken personen (links naar Repertorium applicatie):



Literatuur:

Elias, A.M., "Van Raad van State, Comité te Lande en Staatsraad (1795-1810)" in: Raad van State 450 jaar. 's-Gravenhage, 1981.
Landheer, T., m.m.v. A. Landheer-Roelants, Oranje of Napoleon. De wisselvallige levensloop van Christiaan Antonij VerHuell. Utrecht, 2006.
Raad van State 450 jaar. 's-Gravenhage, 1981.
Roelevink, J., "'Cette grande inertie qu' on rencontre sans cesse dans la marche des affaires'. Lodewijk Napoleon als wetgever en uitvoerder" in: De Negentiende Eeuw 30 (2006) 3-4, Themanummer Het Koninkrijk Holland (1806-1810) p. 177-191.
Sasse van Ysselt, A.F.O. van, Autobiographie van J.F.R. van Hooff. Bijdragen van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noordbrabant 1918 no. 1. 's-Hertogenbosch, 1918.