Generaliteitsrekenkamer (1608-1799)

Generaliteitsrekenkamer (1608-1799)

In het bestand zijn de volgende functies opgenomen:

Toelichting:

Institutionele toelichting Generaliteitsrekenkamer (1608-1799)

Naam college:
Generaliteitsrekenkamer.

Datum oprichting:
1 februari 1608.

Datum opheffing:
15 augustus 1799.

Vestigingsplaats:
Den Haag.

Zetelaantal:
14 (maar Overijssel zond pas vanaf 1623 afgevaardigden).

Zetelverdeling tussen gewesten:
2 zetels voor elk gewest.

Zetelverdeling tussen kwartieren:
Gelderland: beurtelings Nijmegen, Zutphen, Veluwe voor zes jaar (vanaf 1705).
Holland: Zuiderkwartier (minus Amsterdam) twee zetels, Noorderkwartier (inclusief Amsterdam) één zetel.
Zeeland: n.v.t.
Utrecht: beurtelings Ridderschap, Geëligeerden, Steden voor zes jaar.
Friesland: beurtelings Oostergo-Steden en Westergo-Zevenwolden, elke drie jaar, bij resolutie van de Staten van Friesland van 20 juni 1637, in roulatie met de Friese zetels in de Raad van State (dus Oostergo-Steden 1637-1640 Raad van State, 1640-1643 Generaliteits-Rekenkamer etc.). Alleen zitting namens het kwartier der Steden is in de periode 1649-1776 met zekerheid aan te duiden (uit de hieronder vermelde Tresoar, Stadhouderlijk archief, inv. nr. 361) en in de database vermeld. Tot op zekere hoogte kan ook de zitting namens de andere kwartieren worden gereconstrueerd (met name dat van Oostergo, omdat dat altijd de zetel naast de steden bezette). Van weergave in de database is afgezien, omdat de binding met het kwartier vanaf ongeveer het vierde kwart van de zeventiende eeuw een steeds minder belangrijke rol gaat spelen: van een driejarige zittingstermijn kon men bijvoorbeeld het eerste jaar voor Oostergo zitten en de twee volgende jaren voor Westergo.
Overijssel: beurtelings de Ridderschap namens de drie plattelandskwartieren en de Steden voor drie jaar (volgens resolutie van de Staten van Overijssel 3 april 1623), voor vier jaar (volgens resolutie van de Staten van Overijssel 23 maart 1626).
Groningen: Stad en Ommelanden elk één zetel (vanaf 1674). De zetel van de Ommelanden beurtelings voor de kwartieren Hunsingo, Fivelgo en Westerkwartier voor twee jaar.

Zetelverdeling tussen basiscolleges:
Gelderland: beurtelings ridderschap en steden van elk kwartier voor drie jaar (vanaf 1705). De stedelijke zetel beurtelings voor Nijmegen, Tiel en Zaltbommel (kwartier Nijmegen), Zutphen, Doesburg, Doetinchem, Lochem en Groenlo (graafschap Zutphen; de stad Zutphen had vaker de beurt), Arnhem, Harderwijk, Wageningen, Hattem en Elburg (kwartier Veluwe; Arnhem had vaker de beurt).
Holland: volgens toerbeurtschema; zie hieronder.
Zeeland: n.v.t.
Utrecht: Utrecht voor de Steden.
Friesland: verdeling over de grietenijen binnen de kwartieren volgens toerbeurtstelsels; Zevenwolden vanaf 1635, Oostergo vanaf 1669, Westergo vanaf 1671. De stedelijke zetel werd in willekeurige volgorde door de stadhouder begeven.
Overijssel: beurtelings de ridderschap van Overijssel namens de drie plattelandskwartieren en de drie steden in de volgorde Salland, Deventer, Twente, Kampen, Vollenhove, Zwolle.
Groningen: verdeling over de 'onderkwartieren' van de Ommelanden volgens de 'Almanach ofte tour-beurten van de generaliteyt ende provinciale ampten der Ommelanden tusschen d'Eems ende Lauwers', afgedrukt in Decisie reglement ende wett bij de hoochmogende heeren Staten Generael der Vereenigde Nederlanden op den 19 aprilis 1659 gearresteerd etc. (Groningen 1663).

Toerbeurt:
Holland (Bron: Simon van Leeuwen, Batavia illustrata, ofte verhandelinge van den oorspronk, voortgank, zeden, eere, staat en godtsdienst van Oud Batavien, mitsgaders van den adel en regeringe van Hollandt('s-Gravenhage 1685) 1493, 1497 en A.J.C.M. Gabriëls, De heren als dienaren en de dienaar als heer. Het stadhouderlijk stelsel in de tweede helft van de achttiende eeuw ('s-Gravenhage 1990) bijlage B1:
Zuiderkwartier

-Ridderschap: 1635 - 1662 - 1689 - 1716 - 1743 - 1770
-Dordrecht: 1608 - 1638 - 1665 - 1692 - 1719 - 1746 - 1773
-Haarlem: 1612 - 1641 - 1668 - 1695 - 1722 - 1749 - 1776
-Delft: 1615 - 1644 - 1671 - 1698 - 1725 - 1752 - 1779
-Leiden: 1618 - 1647 - 1674 - 1701 - 1728 - 1755 - 1782
-Amsterdam: 1621 - 1650 - 1677 - 1704 - 1731 - 1758 - 1785
-Gouda: 1624 - 1653 - 1680 - 1707 - 1734 - 1761 - 1788
-Rotterdam: 1627 - 1656 - 1683 - 1710 - 1737 - 1764 - 1791
-Gorinchem: 1630 - 1659 - 1686 - 1713 - 1740 - 1767 - 1794
Noorderkwartier
-Alkmaar: 1679 - 1688 - 1703 - 1721 - 1730 - 1739 - 1748 - 1766 - 1787
-Hoorn: 1667 - 1676 - 1694 - 1715 - 1724 - 1742 - 1757 - 1769 - 1775 - 1784
-Enkhuizen: 1670 - 1685 - 1697 - 1706 - 1712 - 1733 - 1751 - 1760 - 1778 - 1793
-Edam: 1664 -[1691]-[1718]- 1754 - 1790
-Monnickendam: 1673 -[1700]-[1727]- 1763
-Medemblik: 1682 -[1709]-[1736]- 1772
-Purmerend: 1745 - 1781
Overijssel: zie G. Dumbar, Tegenwoordige staat van Overijssel (Amsterdam/Dordrecht/Harlingen 1781-1803) I, 423. (Afgebeeld in P. Brood, P. Nieuwland en L. Zoodsma, Homines novi. De eerste volksvertegenwoordigers van 1795 (Amsterdam 1993) 328.)

Zittingstermijn1:
Gelderland: een of anderhalf jaar.
Holland: drie jaar.
Zeeland: voor het leven.
Utrecht: zes jaar.
Friesland: drie jaar, bij resolutie van de Staten van Friesland van 20 juni 1637, roulerend met Raad van State.
Overijssel: drie jaar bij resolutie van de Staten van Overijssel van 3 april 1623, vier jaar bij resolutie van 23 maart 1626.
Groningen: gecommitteerden namens de stad één, namens de Ommelanden twee jaar.

Benoemende instantie:
Staten-Generaal (volgens J.G. Smit, 'De ambtenaren van de centrale overheidsorganen der Republiek in het begin van de zeventiende eeuw', Tijdschrift voor Geschiedenis 90 (1977) 378-390, aldaar 379, noot 7 ontvangen de leden 'later' hun commissie van de Raad van State).

Aanvangs- en einddatum in het Repertorium:
Aanvangsdatum: sessiename, tenzij anders vermeld.
Behalve voor de Zeeuwse gecommitteerden, die voor het leven zaten, werd een ingangsdatum van 1 mei nagestreefd.
Einddatum: in principe aansluitend bij de aanvangsdatum van de opvolger, tenzij een specifieke einddatum bekend is (bijvoorbeeld door overlijden). Bij de Friese gecommitteerden is in enkele gevallen niet duidelijk wie wie opvolgt. In die gevallen is voor de afgaande gecommitteerde de einddatum 30 april weergegeven.

Ministers in dienst van het college:
Twee secretarissen.

Naamlijsten en bronnen:
Algemeen
-Gecommitteerden en ministers 1608-1799: Nationaal Archief, inventaris 1.01.17 alfabetische klappers generaliteitsdienaren 1576-1818, nr. 3 (het origineel in Nationaal Archief, archief van de Tweede kamer der Staten-Generaal, 1815-1945, inv. nr. 3492.
-Gecommitteerden en ministers 1608-1799: Nationaal Archief, archief van de Generaliteits-Rekenkamer, inv. nr. 7-21, resoluties van het college.
-Gecommitteerden 1608-1625: Resolutiën der Staten-Generaal 1576-1609 14. H.H.P. Rijperman ed. (Den Haag 1970). Resolutiën der Staten-Generaal. Nieuwe reeks 1610-1670 1-7. A.Th. van Deursen, J. Roelevink en J.G. Smit eds. (Den Haag 1971-1994).
-Gecommitteerden 1608-1799: De algemene rekenkamer in de Nederlanden en de daaraan voorafgegane commissien en Collegien van Toezigt op het beheer van 's lands geldmiddelen 1428-1873 (handschrift in de bibliotheek van de Algemene Rekenkamer te Den Haag). De bladzijden met de gecommitteerden van Overijssel 1608-1675 ontbreken.
-Gecommitteerden 1728-1794: Naem-register van alle de heeren leden der regeering in de provintiën van Gelderland, Holland, Zeeland, Utrecht, Friesland, Overijssel, Groningen en Ommelanden (Amsterdam 1728-1794) Aanwezig in de Koninklijke Bibliotheek onder signatuur T 1141, vanaf 1730.
-Secretaris 1601-1787: Nationaal Archief, archief Staten-Generaal, inv. nr. 12296 index op de commissieboeken, 99.
-Secretaris 1608-1799: P.J. Margry, E.C. van Heukelom en A.J.R.M. Linders eds., Van Camere vander Rekeninghen tot Algemene Rekenkamer: zes eeuwen Rekenkamer. Gedenkboek bij het 175-jarig bestaan van de Algemene Rekenkamer ('s-Gravenhage 1989) 76: Naamlijst met ambtsjaren.
-Secretaris 1691-1727: Nationaal Archief, archief Pieter Steyn, inv. nr. 493.

Per provincie
-Gecommitteerden uit Holland 1608-1684: Simon van Leeuwen, Batavia illustrata, ofte verhandelinge van den oorspronk, voortgank, zeden, eere, staat en godtsdienst van Oud Batavien, mitsgaders van den adel en regeringe van Hollandt ('s-Gravenhage 1685) 1494-1495.
-Gecommiteerden uit Holland 1608-1676: Nationaal Archief, archief Staten van Holland , inv. nr. 1823.
-Gecommitteerden uit Holland 1588-1656: Nationaal Archief, archief Staten-Generaal, inv. nr. 12548.348.
-Gecommitteerden uit Holland 1608-1636: Nationaal Archief, archief Pieter Steyn, inv. nr. 478.
-Gecommitteerden uit Holland 1691-1732: Nationaal Archief, archief Pieter Steyn, inv. nr. 494.
-Gecommitteerden uit Zeeland 1588-1795: Notulen van de Staten van Zeeland, gedrukt, o.a. aanwezig in de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag. Aangewend indien de andere bronnen onduidelijkheden of tegenstrijdigheden bevatten, alsmede voor de einddata; de resoluties bevatten meestal de naam van de voorganger.
-Gecommitteerden uit Friesland (steden) 1658-1776: Tresoar, stadhouderlijk archief, inv. nr. 361.
-Gecommitteerden uit Overijssel 1623-1795: K. Schilder, Anthony van Mierlo's register van Overijsselse ambtenaren (Kampen 1984) 33-37 en 76.
-Gecommitteerden uit Overijssel 1623-1748: A.J. Gansneb genaamd Tengnagel, Register van ampten, commissien, deputatien enz. in de provintie Overijssel, Historisch Centrum Overijssel, archief van de Vereniging tot beoefening van Overijssels recht en geschiedenis, inv. nr. 732, 52-52v.
-Gecommitteerden uit Overijssel 1650-1702: J.C. Streng, 'De afgevaardigden van de provincie Overijssel naar de generale instellingen van de Verenigde Republiek 1650-1702', Overijsselse Historische Bijdragen 104 (1989) 51-88, aldaar 78-84.

Per basiscollege
-Gecommitteerden uit de Ridderschap 1588-1760: Nationaal Archief, archief familie Fagel, inv. nr. 889.
-Gecommitteerden uit Dordrecht 1607-1667: M. Balen, Beschryvinge der stad Dordrecht, vervattende haar begin, opkomst, toeneming en verdere staat. Alsmede een verzameling van eenige geslachtboomen der adellijke en aanzienlijke heeren-geslachten (Dordrecht 1677) I, 412.
-Gecommitteerden uit Haarlem 1612-1771: Naam-register van de heeren van de regeering der stad Haarlem, van de ministers vandien; en van derzelver commissiën; alsmeede van eenige ampten en empoyen binnen deselve, 1420-1733 (Haarlem 1733). Het gebruikte exemplaar heeft aanvullingen in handschrift.
-Gecommitteerden uit Leiden 1618-1676: Naamwyser, waar in vertoond werden de naamen van de Ed. Achtb. H.H. regenten der stad Leyden tsedert den jare 1641 tot 1687, mitsgaders van verscheide andere collegien en beampten (Leiden 1688).
-Gecommitteerden uit Gouda 1680-1794: Lijsten van de heeren van de regeeringe der stad Gouda, soo als deselve van jaer tot jaer haer respective ampten en bedieningen, binnen en buyten dese stad, hebben bekleed; midsgaders van alle de subalterne officianten binnen deselve stad, beginnende met het jaer 1600 2 dln. (Gouda 1705 en 1768) Aanwezig in de Koninklijke Bibliotheek onder signatuur 588 A 19.
-Gecommitteerden uit Rotterdam 1608-?: J.H.W. Unger, De regeering van Rotterdam, 1328-1892. Naamlijst van personen die in of van wege de regeering ambten hebben bekleed, voorafgegaan door eene geschiedkundige inleiding over den regeeringsvorm van Rotterdam (Rotterdam 1892) 535.
-Gecomitteerden uit Edam 1602-1790: Pieter van Meghelen, Register van de regering tot Edam beginnende voor zoo veel men vinden kan van 't jaar 1572, Rijksarchief in Noord-Holland, losse aanwinsten, inv. nr. 104 en eveneens in Streekarchief Waterland, Oud Archief Edam, inv. nr. 64a, 41.
-Gecommitteerden uit Hoorn 1624-1727: Velius, D., en Sebastiaan Centen, Chroniick van Hoorn (4e druk, Hoorn 1740), aanhangsel pag. 89.

Literatuur:
-Algemeene rekenkamer in de Nederlanden en de daaraan voorafgegane commissien en collegien van toezigt op het beheer van 's lands geldmiddelen 1428-1873 (handschrift in de bibliotheek van de Algemene Rekenkamer te Den Haag) 7-20.
-Capadose, Isaac, De Algemeene Rekenkamer en de rekenpligtigheid in Nederland ('s-Gravenhage 1856) 36-61.
-Fockema Andreae, S.J., De Nederlandse staat onder de Republiek (Amsterdam 1961) 22-23.
-Huussen, A.H. jr., 'De Generaliteitsrekenkamer 1608-1799', in: P.J. Margry ed., Van Camere vander Rekeninghen tot Algemene Rekenkamer: zes eeuwen Rekenkamer. Gedenkboek bij het 175-jarig bestaan van de Algemene Rekenkamer ('s-Gravenhage 1989) 76-107.
-Schotel, P., Inventaris van de Generaliteits Rekenkamer 1608-1799 ('s-Gravenhage 1979) I-IV.
-Wagenaar, Jan, Hedendaegsche historie, of tegenwoordige staet van alle volkeren […] XI 2e druk (Amsterdam 1738) 329-334.

Noten:
1. Deze zittingstermijnen moeten opgevat worden als de maximum zittingsduur van één persoon, zonder dat een nieuwe benoeming nodig was. In praktijk kwamen kortere termijnen voor.