Hof van Gelre en Zutphen (1544-1588)

Hof van Gelre en Zutphen (1544-1588)

In het bestand zijn de volgende functies opgenomen:

Toelichting:

Institutionele toelichting Hof van Gelre en Zutphen (1544-1588)

Naam:
Hof van Gelre en Zutphen.

Datum oprichting:
Op 12 september 1543 was bepaald in het Tractaat van Venlo dat de Grote Raad (te Mechelen) niet bevoegd was om in Gelderland gewezen vonnissen in appel, revisie of cassatie te behandelen. Gelderland kreeg Karel V als hertog, en hij had het recht het bestuur over Gelderland te regelen. Naast de stadhouder en de kanselier werd aanvankelijk gewerkt met keizerlijke raadsheren die niet in vaste dienst waren. In de loop van 1544 en 1545 werden de raadsheren van het Hof van Gelre en Zutphen benoemd. Bevoegdheden en werkzaamheden werden geregeld in de kanselarij-ordonnantie van Karel V van 10 oktober 1547.

Datum opheffing:
1811.

Vestigingsplaats:
Arnhem.

Zetelaantal:
Aan het hoofd van het Hof stond de stadhouder. De leiding lag meestal bij de kanselier. Er werden in 1544 nog zes andere raadsheren benoemd. Ook de in 1546 benoemde procureur-generaal - momber genoemd - was meestal tevens raadsheer.

Zetelverdeling:
In 1544 moesten twee van de raadsheren gegradueerd zijn in de rechten ('uitheemse raden' of raden ordinaris), en vier niet. Van deze laatsten kwam er een uit de ridderschap van elk der kwartieren van Gelre en Zutphen ('inheemse raden', 'costumiere raden' of 'raden extraordinaris'), het Kwartier Zutphen, Kwartier Nijmegen, Kwartier Veluwe en het Overkwartier. Op 7 september 1578 werden Hof en Rekenkamer gesloten, om op 25 september 1578 met nieuw benoemde personen opnieuw te beginnen. Voor ieder kwartier waren er twee raadsheren en voor iedere hoofdstad één (Arnhem, Zutphen, Venlo, Nijmegen).

Personeel:
Een griffier. Dit was de eerste secretaris. Naast hem stond een tweede secretaris of leengriffier en een derde secretaris of charterbewaarder, tevens auditeur. Daarnaast waren er klerken, deurwaarders en boden. In de database is de griffier opgenomen.

Benoeming:
Het benoemingsrecht was voorbehouden aan de vorst. Na 1578 werden raadsheren door de stadhouder benoemd uit een nominatie van de Gelderse Landdag.

Naamlijsten:
-Maris, A.J., en H.L. Driessen, Het archief van het Hof van Gelre en Zutphen (1543-1795), het Hof van Justitie (1795-1802) en het departementaal Gerechtshof (1802-1811) (3 dln., Arnhem 1973) I, 271-357 [stadhouder, kanselier, raad ordinaris, secretaris, griffier, substituut-griffier, tweede secretaris, momber en substituut-momber].

Literatuur:
-Aalbers, P.G., Justitiae Sacrum. Zeven eeuwen rechtspraak in Arnhem (Utrecht 1998) 111-127.
-Berkvens, A.M.J.A., W.J.H.M. van de Pas en G.H.A. Venner, 'De overheidsinstellingen van Spaans en Oostenrijks Gelre (1543-1795)' in: A.M.J.A. Berkvens e.a. ed. "Flittich erforscht und gecolligeert…". Opstellen over Limburgse rechtsgeschiedenis (Maastricht 1995) 188-202.
-Keverling Buisman, F., 'De bestuurlijke organisatie van het gewest Gelre (1543-1795/1798)', in Van hertogdom Gelre tot provincie Gelderland. Hoofdstukken uit de geschiedenis van Bestuur en bestuursinrichting van Gelderland 1339-1989 (Nijmegen 1990) 59-61.
-Maris, A.J., en H.L. Driessen, Het archief van het Hof van Gelre en Zutphen (1543-1795), het Hof van Justitie (1795-1802) en het departementaal Gerechtshof (1802-1811) (3 dln., Arnhem 1973).
-Pas, W. van de, 'Tussen centraal en lokaal gezag. De bestuurlijke organisatie van Gelre in transitie (1543-1581)', in F. Keverling Buisman ed., Verdrag en Tractaat van Venlo. Herdenkinhgsbundel, 1543-1993 (Hilversum 1993) 121-152.
-Riemsdijk, Th.H.F. van, 'Memorie over de ordening der archieven van het Landsvorstelijk en Domeinbestuur en van de Rekenkamer van Gelderland', in Verslagen omtrent 's Rijks Oude Archieven IV, 1881, 19-24.
-Zijp, A., De strijd tusschen de Staten van Gelderland en het Hof 1543-1566. Werken Gelre 10 (Arnhem 1913).

Opmerking:
Op 9 februari 1580 bepaalde een koninklijk plakkaat, uitgevaardigd door Alexander Farnese, hertog van Parma, dat het Hof van Gelre en Zutphen voortaan in Roermond zou zetelen. Dit plakkaat werd niet erkend door de Staatse zijde. Vanaf dat moment zetelden er twee hoven, die zichzelf als voortzetting van het Hof van 1543 beschouwden. Het Roermondse Hof bleef functioneren tot de Vrede van Utrecht in 1713, waarin het gebied werd opgedeeld. In de database alleen het Arnhemse opgenomen.