Hoog Gerechtshof (1813-1838)

Hoog Gerechtshof (1813-1838)

In het bestand zijn de volgende functies opgenomen:

Toelichting:

Institutionele toelichting Hoog Gerechtshof (1813-1838)

Naam:
Hoog Gerechtshof der Verenigde Nederlanden.

Datum oprichting:
Het sb van 1 december 1813 (Staatsblad nr. 3) ontbond het Keizerlijk Gerechtshof en reconstitueerde dit hof tegelijk als Hoog Gerechtshof der Verenigde Nederlanden. Op 3 december 1813 vond de eerste bijeenkomst plaats van het 'nieuwe' college. Bij kb van 25 februari 1817 werd voorzien in de beëdiging van de leden (8 maart legden de leden de eed af).

Datum opheffing:
Een kb van 10 april 1838 (Staatsblad nr. 12) bepaalde dat de nieuwe rechterlijke organisatie per 1 oktober 1838 zou gaan functioneren. De laatste bijeenkomst van het Hoog Gerechtshof vond plaats op 29 september 1838.

Vestigingsplaats:
's-Gravenhage.

Samenstelling:
Er waren vier kamerpresidenten en omtrent dertig raadsheren. Het openbaar ministerie werd gevormd door een procureur-generaal, omtrent tien substituten en drie of vier advocaten-generaal. De substituut-procureurs-generaal waren toegevoegd aan de procureur-generaal bij het Hoog Gerechtshof om dienst te doen bij de Hoven van Assisen, die in de departementen en provincies functioneerden (zij werden als zodanig procureurs-crimineel genoemd). Het Hoog Gerechtshof had een griffier.

Zittingstermijn:
De leden werden voor het leven benoemd.

Benoeming/verkiezing:
De raadsheren werden door de koning benoemd. Voor de aanstelling van de griffiers werd op 4 oktober 1824 bepaald dat door het Hoog Gerechtshof een voordracht aan de minister van Justitie en de koning werd gedaan.

Aanvangs- en einddatum in het Repertorium:
De begindatum is de datum dat de benoemde leden de eed aflegden en zitting namen. De einddatum is de datum van overlijden of verlenen van ontslag.

Bronnen:
NA, Hoog Gerechtshof (2.09.17) nr. 2 (notulen); nrs. 4-8 (bijlagen notulen); nr. 19 e.v. (juridische benoemingen in alle soorten rechtbanken en functies 1811-1838); nr. 32 (eden); nr. 142 (benoemingsbesluiten rechterlijke ambtenaren 1839, 1845 en 1846 en nog enige daartussenin); nrs. 725-728 (sollicitaties en benoemingen 1825-1838); Justitie (2.09.01) nrs. 5325-5414 (bezoldigingsregisters rechterlijke macht).

Naamlijsten:
-Blécourt, A.S. de, en E.M. Meijers (red.), Memorialen van het Hof (den Raad) van Holland, Zeeland en West-Friesland, van den secretaris Jan Rosa (Haarlem 1929) LXVII-LXXIII (presidenten, raden, procureurs-generaal, advocaten-generaal, griffiers en commiezen-griffiers).
-Kok, G.Chr., In dienst van het recht. Uit de geschiedenis van het Gerechtshof van 's-Gravenhage en de daaraan voorafgegane hoven (1428-heden) (Hilversum 2005).
-Boven, Maarten van, de website Rechters in 1811, http://members.home.nl/m.v.boven.

Literatuur:
-Kok, G.Chr., In dienst van het recht. Uit de geschiedenis van het Gerechtshof van 's-Gravenhage en de daaraan voorafgegane hoven (1428-heden) (Hilversum 2005).
-S., 'Hooge Raad en Hof te 's-Gravenhage in de negentiende eeuw', in Van onzen Tijd 16 (1915/1916) 553-561 en 566-568.
-Vrijland, C.W.D., Die dag was memorabel… La Cour Impériale en Het Hoog Geregtshof der Vereenigde Nederlanden (1810-1838). Grepen uit de historie (z.pl. [1992]).

Opmerkingen:
De eerste president van het Hoog Gerechtshof werkte, zo werd bij sb van 7 december 1813 bepaald, 'onmiddellijk met den Vorst'. Hij werd niet als hoofd van een departement van Algemeen Bestuur aangemerkt. Dit was met de procureur-generaal van het Hoog Gerechtshof wel het geval, omdat hij het oppertoezicht had over het departement van Politie in de Noordelijke Nederlanden. Nadat op 4 oktober 1815 Van Maanen tot minister van Justitie werd benoemd, werd twee dagen later bepaald dat hij daarnaast eerste president van het Hoog Gerechtshof bleef.