Criminele Rechtbank (1838-1841)

Criminele Rechtbank (1838-1841)

In het bestand zijn de volgende functies opgenomen:

Toelichting:

Institutionele toelichting Criminele Rechtbank (1838-1841)

Naam:
Criminele Rechtbank.

Datum oprichting:
De criminele rechtbank was opgenomen in de wet op de rechterlijke organisatie van 18 april 1827 (Staatsblad nr. 20), herzien 25 april 1835 (Staatsblad nr. 10). Een kb van 10 april 1838 (Staatsblad nr. 12) bepaalde dat de nieuwe rechterlijke organisatie per 1 oktober 1838 in werking zou treden. Op 16 mei 1838 werden de presidenten, vice-presidenten en procureurs-generaal benoemd; op 16 september de raadsheren, advocaten-generaal, griffiers en substituut-griffiers. Op 27 september 1838 werden de leden van de criminele rechtbank beëdigd en geïnstalleerd.

Datum opheffing:
De criminele rechtbank werd per 1 januari 1842 ontbonden en vervangen door het Provinciaal Gerechtshof van Noord-Holland.

Vestigingsplaats:
Amsterdam.

Zetelaantal:
9 rechters, waaronder een president, een officier van criminele justitie, twee substituut-officieren, een griffier.

Zittingstermijn:
De rechters werden voor het leven benoemd. Ontslag was niet mogelijk dan op eigen verzoek of bij rechterlijk vonnis.

Benoeming/verkiezing:
De koning benoemde een rechter uit een nominatie van drie personen, opgesteld door de Provinciale Staten; de Staten kregen een aanbevelingslijst van zes kandidaten, door het Gerechtshof opgesteld.
De president werd door de koning benoemd.
De koning stelde de ambtenaren van het openbaar ministerie en de griffie aan.

Verantwoording zittingsdata:
De begindatum is de datum van het benoemingsbesluit. Als begindatum van de eerste bezetting in 1838 is de datum van beëdiging en installatie aangehouden. De einddatum is de datum van ontslagbesluit of de opheffing van de rechtbank.

Bronnen en naamlijsten:
-NA, Justitie (2.09.01) nr. 5020A (processen-verbaal installatie van gerechtshoven, rechtbanken en gerechten in september 1838; Utrecht ontbreekt); Hoge Raad (2.09.28) nr. 142 (rechterlijke benoemingen tot 1847, m.u.v. 1843 en 1844); Justitie (2.09.01) nrs. 5325-5414 (bezoldigingsregisters rechterlijke macht; gedeeltelijk niet raadpleegbaar); Algemene Rekenkamer, Vaste Posten (2.02.09.04) nr. 700 (handgeschreven lijsten met namen van leden, functie, data van besluiten en soms overlijdensjaar; soms incorrect).
-Jaarboekje van de regterlijke magt, in het Koningrijk der Nederlanden (Gorkum sedert 1839).

Literatuur:
-Beks, G., en H.J.P.G. Kaajan, 'Een geschiedenis van de rechterlijke organisatie', in Idem, Berecht en gestraft. Een geschiedenis van de rechterlijke organisatie en de strafinstellingen, 1813-1993 (Den Haag 1994) 34-53.
-Faber, Sj., 'De Criminele Rechtbank in Holland (1838-1841): Amsterdam, Den Haag, Haarlem', in Pro memorie. Bijdragen tot de Rechtsgeschiedenis der Nederlanden 2 (2000) 227-233.
-Pieterman, R., De plaats van de rechter in Nederland 1813-1920. Politiek-juridische ideeënstrijd over de scheiding van machten in de staat (Arnhem 1990).
-Pinto, A. de, Handleiding tot de Wet op de Regterlijke Organisatie en het Beleid der Justitie (2 dln; 's-Gravenhage 1844).