Provinciale Staten van Holland (1814-1840)

Provinciale Staten van Holland (1814-1840)

In het bestand zijn de volgende functies opgenomen:

Toelichting:

Institutionele toelichting Provinciale Staten van Holland (1814-1840)

Naam:
Staten van Holland.

Datum oprichting:
De benoemingen werden gedaan bij kb van 29 augustus 1814. De eerste vergadering vond plaats op 19 september 1814.

Datum opheffing:
In de herziene grondwet die op 4 september 1840 (Staatsblad nrs. 48-59) kracht van wet kreeg werd de provincie Holland vervangen door de twee provincies Noord-Holland en Zuid-Holland. Bij kb van 10 oktober 1840 (Staatsblad nr. 67) werd dit uitgewerkt. De samenstelling van de beide Statenvergaderingen na de splitsing werd vastgesteld bij koninklijke besluiten van 9 en 11 november 1840.

Vestigingsplaats:
De jaarlijkse vergadering in juli vond afwisselend in 's-Gravenhage en Haarlem plaats (te beginnen in 1814 in 's-Gravenhage).

Zetelaantal:
90 (40 uit Noord-Holland, 50 uit Zuid-Holland).

Zetelverdeling:
Ridderschap 14 (Noord 3, Zuid 11) , steden 49 (Noord 26, Zuid 23), landelijke stand 27 (Noord 10, Zuid 17).

Zittingstermijn:
1814-1825: drie jaar.
Sedert 1825: zes jaar. De overgangsregeling bepaalde dat leden die in 1825 gekozen waren zitting hadden tot 1829, en leden die in 1826 gekozen waren tot 1831. Vanaf de verkiezingen in 1827 was de zittingstermijn zes jaar.

Rooster van aftreden:
1817-1825: jaarlijks trad een derde deel van de leden van iedere stand af. Om in buitengewone vacatures te voorzien werd voor elk lid een plaatsvervanger gekozen, die in geval van overlijden of ontslag optrad.
1825-1840: om de twee jaar trad een derde deel van de leden van iedere stand af. Het stelsel van plaatsvervangers verviel. Ontstond een tussentijdse vacature dan moest een nieuwe vergadering van het kiescollege plaatshebben. De verkiezingen vonden van 1817-1840 op 1 juni plaats, de leden traden op 1 juli af.
Voor de gehele periode 1814-1840 gold dat de systematiek van het rooster van aftreden bij buitengewone vacatures de zetel volgde en niet de persoon, die derhalve geen volle termijn kreeg.

Personeel:
Holland had één Statenvergadering maar twee colleges van Gedeputeerde Staten, en ook twee griffiers. Zij werden door de koning benoemd. De provinciale reglementen van 1817 bepaalden dat aan de benoeming een voordracht van drie of meer voorafging, opgesteld door de Staten. Bij kb van 14 augustus 1823 werd bepaald dat de griffier geen lid van de Staten mocht zijn.

Benoeming/verkiezing:
De eerste bezetting in 1814 kwam tot stand door benoemingen van de souvereine vorst. Ook in de jaren daarna benoemde de souvereine vorst/koning in geval van vacatures. Vanaf 1817 werden de leden gekozen. De onderscheiden standsreglementen bepaalden dat de edelen werden gekozen door de provinciale ridderschap in directe verkiezing, stedelijke vertegenwoordigers in een verkiezing met de dalende trappen stedelijk raad - kiescollege - stemgerechtigden, en de plattelandsdistricten eveneens getrapt hun leden kozen, door een kiescollege dat gekozen werd door de stemgerechtigden.

Aanvangs- en einddatum in het Repertorium:
De aanvangsdatum is de dag van zitting nemen. De provinciale reglementen van 1817 vermeldden dat de aftreding jaarlijks op de eerste van de maand juli zal zijn. (De verkiezingen waren op 1 juni, de vergadering werd geopend op de eerste maandag in juli.)

Bronnen:
NA, Provinciaal Bestuur Holland (3.02.20) nrs. 24-30 (gedrukte notulen 1814-1844); nrs. 31-32 (indices op de gedrukte notulen).

Literatuur:
-Inventaris van het archief van het Provinciaal Bestuur van Zuid-Holland 1814-1844 (Winschoten 1999).
-Nijs, Thimo de, 'In een grooter geheel', in Geschiedenis van Holland. 1795 tot 2000. IIIa. Onder red. van Thimo de Nijs en Eelco Beukers (Hilversum 2003) 7-92.
-Otten, F.J.M., m.m.v. G.B. van Rheenen en J. Valenbreder-Everse, Archief van het Provinciaal Bestuur van Noord-Holland 1814-1850 (Haarlem 1984).
-Otten, F.J.M., 'Holland in de jaren 1795-1840', in 150 jaar Noord-Holland en Zuid-Holland ('s-Gravenhage 1990) 27-41.
-Pot, C.W. van der, Bestuurs- en rechtsinstellingen der Nederlandse provinciën (Zwolle 1949).

Opmerkingen:
De opeenvolgende provinciale reglementen werden achtereenvolgens vastgesteld bij sb van 26 augustus 1814 (Bijvoegsel Staatsblad 566-665), bij kb van 2 april 1817 (Bijvoegsel Staatsblad 292-490) en bij kb van 30 mei 1825 (Bijvoegsel Staatsblad 1e stuk, 49 e.v.).

Bijlage:
De zetelverdeling:

stad 1817
Alkmaar N 1
Amsterdam N 15
Brielle Z 1
Delft Z 1
Dordrecht Z 2
Edam N 1
Enkhuizen N 1
Gorinchem Z 1
Gouda Z 1
's-Gravenhage Z 4
Haarlem N 2
Hoorn N 1
Leiden Z 3
Maassluis Z 1
Medemblik N 1
Monnickendam N 1
Purmerend N 1
Rotterdam Z 5
Schiedam Z 1
Schoonhoven Z 1
Vlaardingen Z 1
Weesp N 1
Woerden Z 1
Zaandam N 1
totaal 49

plattelandsdistrict 1817 1825
Alblasserdam Z 1 1
Alphen Z 1 1
Beverwijk N 1 1
Blokker N 1 1
Bodegraven Z 1 1
Broek op Langedijk N 1
Broek in Waterland N 1 1
Delfshaven Z 1 1
Geervliet Z 1 1
Haastrecht Z 1 1
Heiloo N 1 1
Den Helder N 1 1
Hellevoetsluis Z 1 1
Leidschendam Z 1
Meerkerk Z 1 1
Muiden N 1
Naaldwijk Z 1 1
Naarden N 1
Noordwijk-binnen Z 1 1
Oegstgeest Z 1 1
Oud-Beierland Z 1 1
Pijnacker Z 1 1
Ridderkerk Z 1 1
De Rijp N 1 1
Schagen N 1 1
Schermerhorn N 1
Sloterdijk N 1 1
Sommelsdijk Z 1 1
Stompwijk Z 1
Strijen Z 1 1
totaal 27 27