Staten-Generaal der Verenigde Nederlandse Provinciën (1588-1796)

Staten-Generaal der Verenigde Nederlandse Provinciën (1588-1796)

In het bestand zijn de volgende functies opgenomen:

Toelichting:

Institutionele toelichting Staten-Generaal der Verenigde Nederlandse Provinciën (1588-1796)

Naam college:
Staten Generaal der Verenigde Nederlanden.

Datum oprichting:
In 1464 voor de eerste maal bijeengeroepen door Philips van Bourgondië (de Goede).

Datum opheffing:
1 maart 1796.

Vestigingsplaats:
Den Haag, vanaf het einde van de zestiende eeuw.

Zetelaantal:
7.

Grootte van de deputaties:
Gelderland: 18 (situatie in het midden van de achttiende eeuw).
Holland: 6 (inclusief de landsadvocaat/raadpensionaris).
Zeeland:
tot 1601: onduidelijk wie ordinaris is.
1601-1645: 2.
1645-1654: 3.
1654-1683: 4-6.
1683-1705: 2-3.
1705-1712: 3-6.
1712-1747: 3-4.
1747-1795: 4-5.
Utrecht: 3.
Friesland:
tot 1634: 2.
1634-1637: 4.
1637-1795: 5.
Overijssel: 6.
Groningen:
tot 1652: 2.
1652-1660: 4.
1660-1795: 6.

Algemeen
Het betreft hier ordinaris gedeputeerden. Het onderscheid tussen ordinaris en extraordinaris gedeputeerden werd al aan het einde van de zestiende eeuw gemaakt, blijkens een resolutie van de Staten van Holland van 2 mei 1587, waarin Rutger van den Boetzelaer wordt gecontinueerd als ordinaris-gedeputeerde. Eveneens in een resolutie van de Staten-Generaal van 4 januari 1596, waarin legpenningen aan de ordinaris-gedeputeerden worden toegekend, met de opmerking dat dat in voorgaande jaren ook gebruikelijk was (hoewel de Resolutiën der Staten-Generaal, zie hieronder 'Literatuur', hierover niets vermelden). En in een resolutie van 16 juni 1597 wordt Van der Warcke aangeduid als 'ordinaris-gedeputeerde'. Desondanks is tot ongeveer 1600 moeilijk te bepalen wie de ordinaris en wie de extraordinaris gedeputeerden zijn. Op 16 januari 1624 wordt door de Staten-Generaal vastgesteld dat ordinaris gedeputeerden een commissie moeten tonen en extraordinaris gedeputeerden kunnen volstaan met een credentiaal. Tot ongeveer 1600 zijn in de database alle gedeputeerden opgenomen, tenzij duidelijk was dat zij extraordinaris gedeputeerd waren. Bijzonderheden per gewest (uitgezonderd de gewesten waarvan de gedeputeerden vooralsnog niet in de database zijn opgenomen):

Holland:
In de periode 1588-1600 is het moeilijk te bepalen welke gedeputeerden ordinaris waren en welke extraordinaris. Hoewel in de RGP-delen Resolutiën der Staten-Generaal de namen van vele gedeputeerden verschijnen, zijn alleen zij als ordinaris-gedeputeerden beschouwd die bij resolutie van de Staten van Holland tot gedeputeerde zijn benoemd.
Zeeland:
Tot 1603 zijn ordinaris en extraordinaris-gedeputeerden nog niet goed te onderscheiden. Wel zijn er aanwijzingen dat er eerder al onderscheid gemaakt werd: zo is Nicolaas Willemsz. Cromstrien op 31 mei 1597 door de Staten van Zeeland gecommitteert om ter Staten-Generaal zitting te nemen naast hun 'ordinaris gedeputeerde' Van der Warck (resolutie Staten-Generaal 16 juni 1597). In 1603 wordt het onderscheid duidelijk gemaakt. Op 10 februari van dat jaar compareren vijf Zeeuwse heren ter vergadering, met een brief van de Staten van Zeeland waarin zij worden gecommitteerd 'om neffens de aenwesende gedeputeerden, d'heeren Magnus en Joachimi, […] te adviseren ende resolveren […].' Op 10 maart vermelden de resoluties dat deze extraordinaris gedeputeerden van Zeeland afscheid nemen. (Resolutiën der Staten-Generaal 12 (1602-1603), bewerkt door H.H. P. Rijperman ('s-Gravenhage 1950) 331-331).
Friesland:
'De vier kwartieren (Oostergo, Westergo, Zevenwolden en de Steden) besloten op 20 april 1592 elk een persoon te nomineren, uit welk viertal de stadhouder en Gedeputeerde Staten er twee naar de Staten-Generaal en twee naar de Raad van State zouden afvaardigen.' (Engels, 1, zie hieronder 'Literatuur'). Op 30 april 1607 (Oude Stijl) besluiten Gedeputeerde Staten van Friesland dat de gedeputeerden ter Staten-Generaal elke drie jaar zullen overgaan naar de Raad van State. In 1634 werd het aantal gedeputeerden verdubbeld. Hetzelfde jaar werd een gecommitteerde naar de Admiraliteit in Zeeland gezonden, maar toen deze daar niet werd toegelaten, is besloten hem als buitengewoon gedeputeerde ter Staten-Generaal zitting te geven. Deze vijfde gedeputeerde is geruisloos gewoon afgevaardigde geworden (Gabriëls, 53, zie 'Literatuur'), en ook als zodanig opgenomen in de database.
Overijssel:
Volgens resolutie van de Staten van Overijssel van 20 december 1622 (maar al eerder praktijk) waren er zes gedeputeerden (drie voor de ridderschap, uit elk kwartier één, en drie voor de steden), waarvan twee ordinaris; één voor de ridderschap (roulerend over de kwartieren) en één voor de steden (eveneens roulerend). In 1678 werden ook de vier extraordinaris plaatsen ordinaris gemaakt. Op 19 maart 1740 werd door de Staten besloten de grootte van de deputatie ter Staten-Generaal uit te breiden met nog eens zes extraordinaris gedeputeerden (drie voor de ridderschap, drie voor de steden). Door de stadhouder werden in 1748 deze zes extraordinaris plaatsen omgezet in ordinaris plaatsen, echter zonder bezoldiging. In navolging van Gabriëls (p. 312) worden deze zes gedeputeerden niet tot de eigenlijke gedeputeerden gerekend, en zijn ze derhalve weggelaten uit het bestand. Hun namen zijn te vinden in Schilder (zie 'Naamlijsten en bronnen'). De vier extraordinaris gedeputeerden die in 1678 tot ordinarii gemaakt werden zijn al wel vanaf het begin opgenomen.

Zetelverdeling tussen gewesten:
Eén zetel per gewestelijke deputatie (Gelderland, Holland, Zeeland, Utrecht, Friesland, Overijssel, Stad en Lande).

Zetelverdeling binnen de deputaties tussen de kwartieren/standen:
Gelderland: ieder kwartier levert 6 gedeputeerden (situatie in het midden van de achttiende eeuw).
Holland: het Zuiderkwartier levert 4 , het Noorderkwartier 1 gedeputeerde.
Zeeland: n.v.t.
Utrecht: iedere stand (Ridderschap, Geëligeerden, Steden) levert 1 gedeputeerde.
Friesland: beurtelings Oostergo-Steden en Westergo-Zevenwolden, elke drie jaar, met ingang van 16 februari 1604. Vanaf 1634 heeft ieder kwartier één gedeputeerde. De vijfde gedeputeerde werd beurtelings aangewezen door Zevenwolden en de Steden. In de database wordt bij 'bijzonderheden' bij de vijfde gedeputeerde steeds vermeld 'Vijfde ordinaris gedeputeerde', om hem te onderscheiden van de vier andere.
Overijssel: zie hierboven onder 'Zetelaantal'.
Groningen: 3 gedeputeerden voor de Stad en 1 voor elk plattelandskwartier (Hunsingo, Fivelgo en Westerkwartier), vanaf 1660.

Zetelverdeling binnen de deputaties tussen basiscolleges:
Gelderland: kwartier Nijmegen: 3 uit de Ridderschap en 1 uit elke stemhebbende stad (Nijmegen, Tiel, Zaltbommel). Graafschap Zutphen: 2 uit de Ridderschap, 2 uit Zutphen en 1 beurtelings uit Doesburg, Doetinchem, Lochem en Groenlo. Kwartier Veluwe: 3 uit de Ridderschap, 1 uit Arnhem, 1 beurtelings uit Harderwijk, Wageningen, Hattem en Elburg en 1 beurtelings uit Arnhem (om de zes jaar gedurende een periode van drie jaar) en de genoemde 4 kleine steden (beurtelings voor drie jaar in de tussenliggende periode). (Situatie in het midden van de achttiende eeuw).
Holland: zie onder 'Toerbeurten'.
Zeeland: na 1708 heeft Middelburg één permanente zetel, de overige drie zetels werden, tezamen met de twee zetels in de Generaliteits-Rekenkamer, beurtelings bezet door Zierikzee, Goes, Tholen, Vlissingen en Veere. In 1747 kwam er een permanente zetel voor de Representant van de Eerste Edele bij.
Overijssel: zie hierboven 'Zetelaantal'.
Groningen: verdeling over de 'onderkwartieren' van de Ommelanden volgens de 'Almanach ofte tour-beurten van de generaliteyt ende provinciale ampten der Ommelanden tusschen d'Eems ende Lauwers', afgedrukt in Decisie reglement ende wett bij de hoochmogende heeren Staten Generael der Vereenigde Nederlanden op den 19 aprilis 1659 gearresteerd etc. (Groningen 1663).

Toerbeurten:
Holland (Bron: Simon van Leeuwen, Batavia illustrata, ofte verhandelinge van den oorspronk, voortgank, zeden, eere, staat en godtsdienst van Oud Batavien, mitsgaders van den adel en regeringe van Hollandt ('s-Gravenhage 1685) 1485. Groot-placaetboeck IV, uitgegeven door P. Scheltus ('s-Gravenhage 1705) 157.)

Zuiderkwartier:

-Ridderschap: 1 permanente zetel
-Dordrecht: 1628 - 1637 - 1646 - 1655 - 1664 - 1673 - 1682 - 1691 - 1700 - 1709 1718 - 1727 - 1736 - 1745 - 1754 - 1763 - 1772 - 1781 - 1790
-Haarlem: 1631 - 1640 - 1649 - 1658 - 1667 - 1676 - 1685 - 1694 - 1703 - 1712 1721 - 1730 - 1739 - 1748 - 1757 - 1766 - 1775 - 1784 - 1793
-Delft: 1628 - 1637 - 1646 - 1655 - 1664 - 1673 - 1682 - 1691 - 1700 - 1709 1718 - 1727 - 1736 - 1745 - 1754 - 1763 - 1772 - 1781 - 1790
-Leiden: 1631 - 1640 - 1649 - 1658 - 1667 - 1676 - 1685 - 1694 - 1703 - 1712 1721 - 1730 - 1739 - 1748 - 1757 - 1766 - 1775 - 1784 - 1793
-Amsterdam: 1628 - 1637 - 1646 - 1655 - 1664 - 1673 - 1682 - 1691 - 1700 - 1709 1718 - 1727 - 1736 - 1745 - 1754 - 1763 - 1772 - 1781 - 1790
-Gouda: 1634 - 1643 - 1652 - 1661 - 1670 - 1679 - 1688 - 1697 - 1706 - 1715 1724 - 1733 - 1742 - 1751 - 1760 - 1769 - 1778 - 1787
-Rotterdam: 1634 - 1643 - 1652 - 1661 - 1670 - 1679 - 1688 - 1697 - 1706 - 1715 1724 - 1733 - 1742 - 1751 - 1760 - 1769 - 1778 - 1787

Noorderkwartier:
1 permanente zetel, afwisselend voor Alkmaar, Hoorn en Enkhuizen.

Zittingstermijn1:
Vóór 1593 was de vergadering nog niet permanent bijeen. Ook na dat jaar waren vooral de gedeputeerden van andere provincies dan Holland slechts een deel van het jaar ter vergadering. Tot in het eerste decennium van de zeventiende eeuw ontvingen zij voor elke nieuwe gang naar Den Haag een commissiebrief van de statenvergadering van hun provincie. In de database wordt in die periode een aaneensluitende zittingstermijn weergegeven indien gedeputeerden bij aaneensluitende vergaderingen aanwezig waren (tenzij in de resoluties expliciet opvolging van de ene gedeputeerde door de andere wordt genoemd). Ongetwijfeld samenhangend met de ontwikkeling naar een permanente vergadering werd gaandeweg voor de meeste gewesten een zittingstermijn van meerdere jaren gebruikelijk.
Holland: drie jaar, met uitzondering van de gedeputeerden namens de Ridderschap, die voor het leven benoemd werden.
Zeeland: voor het leven.
Friesland: twee jaar, bij resolutie van de Staten van Friesland van 8 februari 1599, drie jaar bij resolutie van 28 februari 1601. Het einde van de zittingstermijnen is vaak onzeker. Tenzij het tegendeel blijkt is na 1601 een termijn van drie jaar aangehouden.
Overijssel: drie jaar, bij resolutie van de Staten van Overijssel van 20 december 1622, zes jaar bij resolutie van 19 februari 1675.

Benoemende instantie:
De provinciale statenvergaderingen; toelating door Staten-Generaal.

Aanvangs- en einddatum in het Repertorium:
Holland: de ingangsdatum 1 mei vanaf 1596 (wanneer deze in de resoluties van de Staten van Holland voor het eerst wordt aangetroffen). Voor de gedeputeerden namens de Ridderschap, die voor het leven werden benoemd, is de datum van benoeming door de Staten van Holland weergegeven.
Zeeland: benoeming door de Staten van Zeeland.
Friesland: gezien de regeling van Gedeputeerde Staten van Friesland van 30 april 1607 (zie hierboven 'zetelaantal') mag op de 25 juni 1601 door de Staten van Friesland vastgestelde ingangsdatum 1 mei voor gecommitteerden in de Raad van State vanaf 1607 ook van toepassing worden geacht op de Friese gedeputeerden ter Staten-Generaal. Op basis van de data waarop de Friese gedeputeerden vanaf 1601 voor het eerst ter vergadering verschijnen wordt echter ook voor hen al vanaf 1601 de ingangsdatum 1 mei weergegeven.
Overijssel: tot 1622 de datum van sessiename, in de database aangegeven bij 'bijzonderheden'. Omdat in dat jaar de zitting door de Staten van Overijssel aan een termijn gebonden werd (zie 'zittingstermijn') is daarna de ingangsdatum 1 mei aangehouden.
In alle gevallen waarin geen ingangsdatum is vermeld, is de status van de vermelde datum aangegeven bij 'bijzonderheden'. In die gevallen waarin de benoeming later plaatsvond dan de geldende ingangsdatum, is deze latere datum vermeld bij 'bijzonderheden'. Wanneer de beschikbare lijsten slechts een jaar van aanvang geven, is de ingangsdatum weergegeven, tenzij er aanwijzingen zijn dat van tussentijdse opvolging sprake was.
Einddatum: in principe aansluitend bij de aanvangsdatum van de opvolger, tenzij een specifieke einddatum bekend is (bijvoorbeeld door overlijden).

Ministers in dienst van het college:
griffier;
tweede griffier (1672-1680, 1742-1750, 1766-1773, 1788-1790 en 1795);
commies (1637/1643-1672, 1680-1742, 1750-1767, 1773-1788 en 1790-1795);
agent;
fiscaal.

Naamlijsten en bronnen:
Algemeen
-Gedeputeerden (ordinaris en extraordinaris) en griffier, 1576-1796: Nationaal Archief, inventaris 1.01.18, chronologische naamlijst (het origineel in Nationaal Archief, archief van de Tweede kamer der Staten-Generaal, 1815-1945, inv. nr. 3492).
-Gedeputeerden (ordinaris en extraordinaris) 1576-1625: Resolutiën der Staten-Generaal 1576-1609 1-14. N. Japikse en H.H.P. Rijperman eds. (Den Haag 1915-1970). Resolutiën der Staten-Generaal. Nieuwe reeks 1610-1670 1-7. A.Th. van Deursen, J. Roelevink en J.G. Smit eds. (Den Haag 1971-1994).
-Gedeputeerden (ordinaris en extraordinaris), griffier en commies 1600-1796: Nationaal Archief, inventaris 1.01.17, alfabetische klappers generaliteitsdienaren 1576-1818 (het origineel in Nationaal Archief, archief van de Tweede kamer der Staten-Generaal, 1815-1945, inv. nr. 3492).
-Gedeputeerden 1728-1794: Naem-register van alle de heeren leden der regeering in de provintiën van Gelderland, Holland, Zeeland, Utrecht, Friesland, Overijssel, Groningen en Ommelanden (Amsterdam 1728-1794) Aanwezig in de Koninklijke Bibliotheek onder signatuur T 1141, vanaf 1730.
-Gedeputeerden 1747-1795: Databestand A.J.C.M. Gabriëls, Naamlijst ordinaris gedeputeerden met prosopografische gegevens, zittingsjaren in basiscolleges en zittingsjaren in de Staten-Generaal. Berust bij auteur.
-Griffier 1576-1795, agent 1576-1678: Th. van Riemsdijk, De griffie van Hare Hoog Mogenden ('s-Gravenhage 1885) 9-15, 37-38.
-Griffier (vanaf 1582), commies (vanaf 1643), agent en fiscaal (vanaf 1602)-1795: Nationaal Archief, archief Staten-Generaal, inv. nr. 12296 index op de commissieboeken, 31, 35, 36, 42.
-Griffier 1584-1773: Nationaal Archief, archief familie Fagel, inv. nr. 585.
-Griffier (vanaf 1670) en commies (vanaf 1637)-1796: O. Vries, 'Klerken ter griffie van de Staten-Generaal in de achttiende eeuw. Een prosopografisch onderzoek', BMGN 96 (1981) 69.
-Griffier (1672-1686), commies (1691-1728) en agent (1691-1725): Nationaal Archief, archief Pieter Steyn, inv. nr. 480.

Per provincie
-Gedeputeerden uit Holland (ordinaris) 1600-1684: Simon van Leeuwen, Batavia illustrata, ofte verhandelinge van den oorspronk, voortgank, zeden, eere, staat en godtsdienst van Oud Batavien, mitsgaders van den adel en regeringe van Hollandt ('s-Gravenhage 1685) 1486-1488.
-Gedeputeerden uit Holland 1600-1676: Nationaal Archief, archief Staten van Holland, inv. nr. 1823.
-Gedeputeerden uit Holland 1609-1636: Nationaal Archief, archief Pieter Steyn, inv. nr. 478.
-Gedeputeerden uit Holland 1609-1654: Nationaal Archief, archief Staten-Generaal, inv. nr. 12548.348.
-Gedeputeerden uit Holland 1691-1732: Nationaal Archief, archief Pieter Steyn, inv. nr. 492.
-Gedeputeerden uit Zeeland 1588-1795: Notulen van de Staten van Zeeland, gedrukt, o.a. aanwezig in de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag. Aangewend indien de andere bronnen onduidelijkheden of tegenstrijdigheden bevatten, alsmede voor de einddata; de resoluties bevatten meestal de naam van de voorganger.
-Gedeputeerden uit Zeeland 1654-1795: Zeeuws Archief, archief van de Staten van Zeeland 1574-1795, inv. nr. 1667-1674 registers van commissieën en instructiën, 1578-1809.
-Gedeputeerden uit Friesland 1577-1636: M.H.H. Engels, Naamlijst van Friese afgevaardigden ter Staten-Generaal van 1577 tot en met 1636 (Leeuwarden 1989).
-Gedeputeerden uit Friesland 1637-1795: M.H.H. Engels, Naamlijst van Friese afgevaardigden ter Staten-Generaal van 1637-1795 (Leeuwarden 1989).
-Gedeputeerden uit Friesland 1662-1681: Tresoar, archief Staten van Friesland 1580-1795, inv. nr. 2585, commissie- en instructieboek 1661-1795.
-Gedeputeerden uit Friesland (steden) 1649-1776: Tresoar, stadhouderlijk archief, inv. nr. 361.
-Gedeputeerden uit Overijssel 1591-1795: K. Schilder, Anthony van Mierlo's register van Overijsselse ambtenaren (Kampen 1984) 20-31 en 74.
-Gedeputeerden uit Overijssel 1593-1748: A.J. Gansneb genaamd Tengnagel, Register van ampten, commissien, deputatien enz. in de provintie Overijssel, Historisch Centrum Overijssel, archief van de Vereniging tot beoefening van Overijssels recht en geschiedenis, inv. nr. 732, 48-50v.
-Gedeputeerden uit Overijssel 1600-1794: Nationaal Archief, provinciale resoluties, inv. nr. 485-543, resoluties van de Staten van Overijssel 1600-1794. Aangewend in incidentele gevallen, ter aanvulling en correctie.
-Gedeputeerden uit Overijssel 1650-1702: J.C. Streng, 'De afgevaardigden van de provincie Overijssel naar de generale instellingen van de Verenigde Republiek 1650-1702', Overijsselse Historische Bijdragen 104 (1989) 51-88, aldaar 78-84.

Per basiscollege
-Gedeputeerden uit de Ridderschap van Holland 1588-1760: Nationaal Archief, archief familie Fagel, inv. nr. 889.
-Gedeputeerden uit Dordrecht 1602-1675: M. Balen, Beschryvinge der stad Dordrecht, vervattende haar begin, opkomst, toeneming en verdere staat. Alsmede een verzameling van eenige geslachtboomen der adellijke en aanzienlijke heeren-geslachten I (Dordrecht 1677) 404.
-Gecommitteerden uit Haarlem 1604-1771: Naam-register van de heeren van de regeering der stad Haarlem, van de ministers vandien; en van derzelver commissiën; alsmeede van eenige ampten en empoyen binnen deselve, 1420-1733 (Haarlem 1733). Het gebruikte exemplaar heeft aanvullingen in handschrift.
-Gecommitteerden uit Delft 1600-1727: Boitet, Reinier, Beschrijving der stadt Delft (Delft 1729) 95-132.
-Gecommitteerden uit Leiden 1622-1687: Naamwyser, waar in vertoond werden de naamen van de Ed. Achtb. H.H. regenten der stad Leyden tsedert den jare 1641 tot 1687, mitsgaders van verscheide andere collegien en beampten (Leiden 1688).
-Gecommitteerden uit Gouda 1602-1794: Lijsten van de heeren van de regeeringe der stad Gouda … beginnende met het jaer 1600 2 dln. (Gouda 1705 en 1768) Aanwezig in de Koninklijke Bibliotheek onder signatuur 588 A 19.
-Gedeputeerden uit Rotterdam 1590-1795: J.H.W. Unger, De regeering van Rotterdam, 1328-1892. Naamlijst van personen die in of van wege de regeering ambten hebben bekleed, voorafgegaan door eene geschiedkundige inleiding over den regeeringsvorm van Rotterdam (Rotterdam 1892) 531-533.
-Gedeputeerden uit Hoorn 1601-1740: Velius, D., en Sebastiaan Centen, Chroniick van Hoorn (4e druk, Hoorn 1740), aanhangsel, 87.

Hiaten in de bemanningsgegevens:
De gedeputeerden van Gelderland, Utrecht en Stad en Lande van Groningen zijn niet in het bestand opgenomen.

Opmerkingen:
Bij gedeputeerden die al vóór 1588 ter Staten-Generaal aanwezig waren is de datum waarop zij in 1588 voor de eerste maal de vergadering bijwoonden als aanvang genomen.
Personen die wel commissie ontvingen, maar waarvan zeker is dat zij niet compareerden zijn uit de database weggelaten (een voorbeeld de door de Staten van Overijssel benoemde gedeputeerde Gijsbert op den Berge, Resolutiën der Staten-Generaal. Nieuwe reeks 1 (1610-1612), bewerkt door A.Th. van Deursen ('s-Gravenhage 1971) 432).

Literatuur:
-Engels, M.H.H., Naamlijst van Friese afgevaardigden ter Staten-Generaal 1637-1795.
-Fockema Andreae, S.J., De Nederlandse staat onder de Republiek (2e druk, Amsterdam 1962) 11-17.
-Gabriëls, A.J.C.M., De heren als dienaren en de dienaar als heer. Het stadhouderlijk stelsel in de tweede helft van de achttiende eeuw ('s-Gravenhage 1990).
-Riemsdijk, Th. van, De griffie van Hare Hoog Mogenden ('s-Gravenhage 1885).
-Schilder, K., Anthony van Mierlo's register van Overijsselse ambtenaren (Kampen 1984) 20.
-Wagenaar, Jan, Hedendaegsche historie, of tegenwoordige staet van alle volkeren XI (2e druk , Amsterdam 1738) 242-283.

Noten:
1. Deze zittingstermijnen moeten opgevat worden als de maximum zittingsduur van één persoon, zonder dat een nieuwe benoeming nodig was. In praktijk kwamen kortere termijnen voor, maar ook herbenoemingen.