Admiraliteit in Friesland (1596-1795)

Admiraliteit in Friesland (1596-1795)

In het bestand zijn de volgende functies opgenomen:

Toelichting:

Institutionele toelichting Admiraliteit in Friesland (1596-1795)

Naam college:
Admiraliteit in Friesland.

Datum oprichting:
Het college werd als generaliteitscollege bij resolutie van de Staten-Generaal opgericht op 14 juni 1597, maar was al op 6 maart 1596 door de Staten van Friesland opgericht als provinciaal college.

Datum opheffing:
1795.

Vestigingsplaats:
1597-1645 Dokkum.
1645-1795 Harlingen.

Zetelaantal:
1597: 8.
?-1795: 10.

Zetelverdeling tussen gewesten:
1597-1647: Holland 1 (vacant tussen 1606-1626), Utrecht 1, Friesland 4, Groningen 21.
1647-1795: Gelderland 1 (niet vanaf de aanvang, in ieder geval na 1625), Holland 1, Utrecht 1, Friesland 4, Overijssel 1, Groningen 2.

Zetelverdeling tussen kwartieren/standen:
Gelderland: beurtelings de kwartieren Nijmegen, Zutphen, Veluwe voor zes jaar (vanaf 1705).
Holland: n.v.t.
Utrecht: beurtelings Ridderschap, Geëligeerden, Steden voor zes jaar.
Friesland: één zetel per kwartier (Oostergo, Westergo, Zevenwolden en Steden).
Overijssel: beurtelings de Ridderschap namens de drie plattelandskwartieren en de Steden voor drie jaar.
Groningen: Stad en Ommelanden ieder één zetel. De zetel van de Ommelanden beurtelings voor de kwartieren Hunsingo, Fivelgo en Westerkwartier voor twee jaar.

Zetelverdeling tussen basiscolleges:
Gelderland: beurtelings ridderschap en steden van elk kwartier voor drie jaar (vanaf 1705). De stedelijke zetel beurtelings voor Nijmegen, Tiel en Zaltbommel (kwartier Nijmegen), Zutphen, Doesburg, Doetinchem, Lochem en Groenlo (graafschap Zutphen; de stad Zutphen had vaker de beurt), Arnhem, Harderwijk, Wageningen, Hattem en Elburg (kwartier Veluwe; Arnhem had vaker de beurt).
Holland: Schoonhoven en Purmerend beurtelings voor drie jaar (vier jaar tussen 1682-1690, zie Waterlands archief, oud archief Purmerend, inv. nr. 94l, f. 20v-21).
Utrecht: de zetel van de Steden voor Utrecht tot 1623, daarna beurtelings voor Amersfoort, Rhenen, Wijk bij Duurstede en Montfoort.
Friesland: verdeling over de grietenijen binnen de kwartieren volgens toerbeurtstelsels; Zevenwolden vanaf 1635, Oostergo vanaf 1669, Westergo vanaf 1671. De stedelijke zetel werd in willkeurige volgorde door de stadhouder begeven.
Overijssel: beurtelings de ridderschap van Overijssel namens de drie plattelandskwartieren en de drie steden in de volgorde Salland, Deventer, Twente, Kampen, Vollenhove, Zwolle.
Groningen: verdeling over de 'onderkwartieren' van de Ommelanden volgens de 'Almanach ofte tour-beurten van de generaliteyt ende provinciale ampten der Ommelanden tusschen d'Eems ende Lauwers', afgedrukt in Decisie reglement ende wett bij de hoochmogende heeren Staten Generael der Vereenigde Nederlanden op den 19 aprilis 1659 gearresteerd etc. (Groningen 1663).

Toerbeurt:
Holland: niet.
Utrecht, Gelderland, Overijssel en Groningen: zie A.J.C.M. Gabriëls, De heren als dienaren en de dienaar als heer. Het stadhouderlijk stelsel in de tweede helft van de achttiende eeuw ('s-Gravenhage 1990) bijlage B2-B5. Het schema van Overijssel in G. Dumbar, Tegenwoordige staat van Overijssel (Amsterdam/Dordrecht/Harlingen 1781-1803) I, 423. (Afgebeeld in P. Brood, P. Nieuwland en L. Zoodsma, Homines novi. De eerste volksvertegenwoordigers van 1795 (Amsterdam 1993) 328).

Zittingstermijn2:
Gelderland: één of anderhalf jaar.
Holland: drie jaar, bij resolutie van de Staten van Holland van 21 december 1620 en 22 januari 1622.
Utrecht: zes jaar.
Friesland: twee jaar volgens resoluties van de Staten van Friesland van 8 februari 1599 en 28 februari 1601, maar blijkens de lijst van gecommitteerden namens de steden al kort daarna drie jaar.
Overijssel: drie jaar.
Groningen: gecommitteerden namens de stad één, namens de Ommelanden twee jaar.

Benoemende instantie:
Staten-Generaal.

Aanvangs- en einddatum in het Repertorium:
Aanvangsdatum: commissiedatum, tenzij anders vermeld.
Uit verschillende resoluties van de Staten-Generaal (26 april 1589, 18 maart 15963 en 29 oktober 1604) blijkt dat al vrijwel vanaf het begin een ingangsdatum van 1 mei nagestreefd werd. De Staten van Overijssel deelden, in ieder geval vanaf 1732 (zie Schilder) de driejarige termijn voor de gecommitteerden in de bovenlokale colleges zo nu en dan doormidden, zodat ook de ingangsdatum 1 november voor gecommitteerden uit die provincie voorkwam.
Einddatum: in principe aansluitend op de aanvangsdatum van de opvolger, tenzij een specifieke einddatum bekend is (bijvoorbeeld door overlijden).

Ministers in dienst van het college:
advocaat-fiscaal;
ontvanger-generaal;
secretaris;
griffier, vanaf 1772.

Naamlijsten en bronnen:
Algemeen
-Gecommitteerden en ministers 1597-1795: O. Schutte, Gegevens betreffende de gecommitteerden in de admiraliteitscolleges, 1597-1795 (ongepubliceerd onderzoeksbestand, ter beschikking gesteld van het ING door Mr. O. Schutte te 's-Gravenhage).
-Gecommitteerden 1597-1794: E. Smits, De Friesche admiraliteit boven water 2 (Dokkum 1996) Bevat ook persoonsgegevens van verschillende gecommitteerden.
-Gecommitteerden en ministers 1597-1625: Resolutiën der Staten-Generaal 1576-1609 9-14. N. Japikse en H.H.P. Rijperman eds. (Den Haag 1926-1970). Resolutiën der Staten-Generaal. Nieuwe reeks 1610-1670 1-7. A.Th. van Deursen, J. Roelevink en J.G. Smit eds. (Den Haag 1971-1994).
-Gecommitteerden 1728-1794: Naem-register van alle de heeren leden der regeering in de provintiën van Gelderland, Holland, Zeeland, Utrecht, Friesland, Overijssel, Groningen en Ommelanden (Amsterdam 1728-1794). Aanwezig in de Koninklijke Bibliotheek onder signatuur T 1141, vanaf 1730.
-Gecommitteerden en ministers 1729-1794: Naamregister van de ed.mog.heeren gecommitteerde raden in de collegien ter admiraliteit, alsmede de ee. heeren bewindhebberen van de oost- en westindische compagnie, in alle de steden der provintien van Holland, Zeeland, Vriesland enz. nevens eenige bediende derzelve (Amsterdam 1730 etc.). Grotendeels aanwezig in de Koninklijke Bibliotheek onder signatuur T 1067.
-Ministers 1597-1787: Nationaal Archief, archief Staten-Generaal, inv. nr. 12296 index op de commissieboeken, 8.
-Ministers 1597-1795: Haagsma, S., Lijst van ambtenaren en beambten bij het collegie ter admiraliteit te Vrieslandt, Tresoar, handschrift 1899, 4-5 en 24.

Per provincie
-Gecommitteerden uit Friesland: M. Engels, Naamlijst van de Friese raden en secretarissen van de Admiraliteit te Dokkum 1597-1625 (Leeuwarden 1994).
-Gecommitteerden uit Friesland (steden) 1649-1776: Tresoar, stadhouderlijk archief, inv. nr. 361.
-Gecommitteerden uit Overijssel 1647-1795: K. Schilder, Anthony van Mierlo's register van Overijsselse ambtenaren (Kampen 1984) 44-46 en 77.
-Gecommitteerden uit Overijssel 1647-1748: A.J. Gansneb genaamd Tengnagel, Register van ampten, commissien, deputatien enz. in de provintie Overijssel, Historisch Centrum Overijssel, archief van de Vereniging tot beoefening van Overijssels recht en geschiedenis, inv. nr. 732, 57.
-Gecommitteerden uit Overijssel 1650-1702: J.C. Streng, 'De afgevaardigden van de provincie Overijssel naar de generale instellingen van de Verenigde Republiek 1650-1702', Overijsselse Historische Bijdragen 104 (1989) 51-88, aldaar 78-84.

Hiaten in de bemanningsgegevens:
De gecommitteerden namens Gelderland, Utrecht en Stad en Lande van Groningen zijn niet in het bestand opgenomen.
Voor de jaren 1632-1643 ontbreken de commissies. Niet alle hiaten konden door andere bronnen worden opgevuld.
De kwartiersaanduiding van de Friese gecommitteerden, en daarmee veel einddata van zittingstermijnen, berusten na 1625 grotendeels op reconstructie. Omdat velen grietman waren, gebeurde deze reconstructie in de eerste plaats aan de hand van het kwartier waarin de grietenij was gelegen. De niet-grietmannen konden zo veelal eveneens aan een kwartier gekoppeld worden. Met behulp van de overige in de database aanwezige carrièregegevens kon per kwartier een samenhangende opvolgingsreeks verkregen worden, tot de tweede helft van de achttiende eeuw. Vanaf dat moment blijkt de relatie tussen de grietenij en het kwartier waarvoor men formeel zat niet sterk meer te zijn. Omdat vanaf dat moment in de meeste gevallen niet meer duidelijk is door wie iemand wordt opgevolgd, ontbreken voor deze periode veel einddata.

Literatuur:
-Bruijn, J.R., Varend verleden. De Nederlandse oorlogsvloot in de 17e en 18e eeuw (Amsterdam 1998).
-Elias, Johan E., Schetsen uit de geschiedenis van ons zeewezen 1 ('s-Gravenhage 1916).
-Fockema Andreae, S.J., De Nederlandse staat onder de Republiek (2e druk, Amsterdam 1962) 26-29, 114-116.
-Fruin, Robert, Geschiedenis der staatsinstellingen in Nederland tot den val der Republiek (2e bijgewerkte druk, 's-Gravenhage 1922) 203-209.
-Hedendaagsche historie, of Tegenwoordige staat van Friesland 3 (Amsterdam 1788) 1-89.
-Hullu, J. de, De archieven der admiraliteitscolleges ('s-Gravenhage 1924) 1-64.
-Jonge, J.C. de, Geschiedenis van het Nederlandsche zeewezen 1 (3e uitgave, Zwolle 1869) 171-203.
-Naamlyst der Edele Mogende Heeren Gecommitteerde Raaden ter admiraliteit, mitsgaders derzelver ministers, resideerende binnen Amsterdam (Amsterdam, z.d.) 3-10. Aanwezig in de bibliotheek van het Nationaal Archief onder signatuur 64 G4.
-Roodhuyzen, Thea, De admiraliteit van Friesland (Franeker 2003).
-Smits, E., De Friesche admiraliteit boven water (Dokkum 1996).
-Wagenaar, Jan, Hedendaegsche historie, of tegenwoordige staet van alle volkeren […] XI (2e druk, Amsterdam 1738) 352.

Noten:
1. In 1598-1599 hadden Stad en Lande ook nog twee extraordinaris gecommitteerden in het college, in 1599-1600 nog één.
2. Deze zittingstermijnen moeten opgevat worden als de maximum zittingsduur van één persoon, zonder dat een nieuwe benoeming nodig was. In praktijk kwamen kortere termijnen voor, maar ook herbenoemingen.
3. Verwijzing naar het commissieboek in Resolutiën der Staten-Generaal 9 (1596-1597) N. Japikse ed. (Den Haag 1926) 180 noten 1 en 5.