Instellingen en personen

 
English | Nederlands

Instelling

ALGEMEEN
Naam Verbond van Protestants-Christelijke Werkgevers
naam, varianten VPCW
V.P.C.W.
Verbond van Protestantsch-Christelijke Werkgevers.
periode van bestaan 1937 - 1967
organisatie en inrichting het Verbond ontstond in 1937 na een reorganisatie van de Vereniging van Christelijke Werkgevers en Groothandelaren
deze in 1918 opgerichte vereniging ontstond weer uit het van 1892 daterende Boaz
de vereniging bleef klein en telde vooral kleine en middelgrote werkgevers onder haar leden
en leidde een moeizaam bestaan
  in 1937 werd het bestuur gereorganiseerd waarbij de christelijke-historische en de anti-revolutionaire richting ieder de helft van de bestuursleden leverden
volgens de statuten uit 1945 kende het Verbond: een bestuur, een dagelijks bestuur, een bureau en een algemene ledenvergadering
het bestuur bestond uit tenminste 5 leden
het dagelijks bestuur bestond uit de voorzitter, de vice-voorzitter, de penningmeester en de algemeen-adjunct
de ledenvergadering kwam tenminste een keer per jaar bijeen
bestuur en dagelijks bestuur werden bijgestaan door een of meer secretarissen
de statuten voorzagen in de mogelijkheid van plaatselijke of gewestelijke afdelingen
na de oorlog bestonden er ‘clubs’ in: Groningen, Friesland, Drenthe, Twenthe, Gelderland-Overijssel, De Gelderse Vallei, Amsterdam, Rijnland, Den Haag, Rotterdam, Noord-Brabant-Zeeland
verder was er nog een Verbondsraad
behalve vakorganisaties konden ook natuurlijke personen lid worden

voorzitters van het Verbond waren:
A. Borst Pzn., 1937-1962
secretaris van het Verbond waren:
A. Hoekema, 1937 (of eerder)-1945 (of later)
taak, activiteiten volgens de in 1923 opgestelde beginselverklaring was de leidende gedachte achter de organisatie:
?De Vereniging gaat uit van het beginsel, dat in handel en bedrijf voorop moet staan, dat iedere medewerker alle gaven en krachten heeft in te spannen tot openbaring van Gods heerlijkheid, door de gaven in mensch en natuur gelegd tot volle ontplooiing te brengen. Gods souvereiniteit over al het geschapene, ook over het stoffelijke goed, worde daarbij erkend. Tegenover God wordt geen absoluut eigendom noch slechts rentmeesterschap erkend, tegenover den medemensch wordt een eigendomsrecht, beperkt door den Goddelijken eisch tot naastenliefde, gehandhaafd. Aangezien de arbeider dient te worden beschouwd als een beelddrager Gods en niet als drager van de waar arbeid, dient de zedelijke waarde van den menschelijken arbeid te worden erkend. Elke productiewijze geeft door de werking der zonde tot misstanden aanleiding; door geleidelijke ontwikkeling moet onder erkenning van het bestaande getracht worden de werking der zonde te beteugelen. Op deze hoofdbeginselen zijn dan verder de verschillende beginselen dezer Christelijke Werkgeversvereniging opgebouwd.?
volgens art. 4 van de statuten uit 1945 was het doel van het Verbond:
?de erkenning, verbreiding en toepassing van de christelijke beginselen in het bedrijfsleven te bevorderen, alsook te behartigen de sociale en economische belangen zijner leden en hunner ondergeschikten, ten einde alzo mede te werken tot oplossing van het maatschappelijk vraagstuk van onze tijd, naar de eis van het christelijk beginsel?;
orgaan: “De Werkgever” 1936- als voortzetting van de “Christelijke Patroon” (ca. 1924 ter ziele gegaan)
voorloper
opvolger
literatuur (NCC) Jaarverslag, Verbond van Protestants-Christelijke Werkgevers in Nederland ? [1937-1966]
's-Gravenhage [Verbond van Protestants-Christelijke Werkgevers in Nederland], 1938-1967

Verslag. Convent der Christelijk-Sociale Organisaties, Verbond van Protestants-Christelijke Werkgevers in Nederland, Nederlandse Christelijke Boeren- en Tuindersbond, Christelijke Middenstandsbond, Christelijk Nationaal Vakverbond in Nederland
1 (1952-53) - ...

Redevoeringen uitgesproken op de jaarvergadering van het Verbond van Protestants-Christelijke Werkgevers in Nederland op ?
's-Gravenhage [Verbond van Protestants-Christelijke Werkgevers in Nederland], 19??- …
[in ieder geval tot en met 1966 jaarlijks verschenen, onder wisselende titels]

Verantwoording en positiebepaling van het Verbond van protestants-christelijke werkgevers in Nederland
[Den Haag], [1963]. 15 p.

Bruins Slot, J.A.H.J.S.
Artikel in verband met de herdenking van "Boaz", tevens een beknopte dokumentatie inzake de Nederlandse Christelijke Boeren- en Tuindersbond, het Nederlandse Christelijk ondernemers verbond en het Verbond van Protestants-Christelijke werkgevers in Nederland
Den Haag, 1968. 10 p.

Bruggeman, Jan en Aart Camijn,
Ondernemers verbonden. 100 jaar centrale ondernemingsorganisaties in Nederland
Wormer, z.j. [2000]. 304 p.

Dooyeweerd, H.
De strijd om het vraagstuk der christelijke vakorganisatie van werkgevers in het licht van een oude strijdvraag in de christelijke levens- en wereldbeschouwing
z. pl., 1936

Hagoort, R.
De Christelijk-sociale beweging
1 ste druk, Franeker, 1933
2 de druk Franeker, 1956.  283 p.

De verantwoordelijke maatschappij. Veertig jaren christelijk-sociale ondernemers-arbeid
Franeker, 1958. 370 p.
[in opdracht van het Verbond van Protestants-Christelijke Werkgevers in Nederland bij gelegenheid van het 40-jarig bestaan van dit Verbond en zijn voorlopers]

publicaties over BOAZ, een voorloper

Tak, P.L.
“Vereeniging van Ned. patroons “BOAZ”, in:
Sociaal Weekblad , 6 (1892), p. 356-358

Bruins Slot, J.A.H.J.S.
Artikel in verband met de herdenking van "Boaz", tevens een beknopte dokumentatie inzake de Nederlandse Christelijke Boeren- en Tuindersbond, het Nederlandse Christelijk ondernemers verbond en het Verbond van Protestants-Christelijke werkgevers in Nederland
Den Haag, 1968. 10 p.
typering
zuil liberaal-neutrale zuil
doelgroepen
ARCHIEF
periode archief 1921 - 1970
vindplaats Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme, Amsterdam
openbaarheid beperkt
omvang; inventarisnummers 23 meter
193 inv. nrs. (beide delen)
informatiedrager papier
vernietigd de archieven van de twee voorlopers, Boaz en de Christelijke Werkgevers Vereeniging, zijn verloren gegaan
het archief van voor 1945 is als gevolg van de Tweede Wereldoorlog bijna helemaal verloren gegaan
de meeste stukken dateren dus van na 1945
toegang(en) a) inventaris door G.D. Cornelissen de Beer (1983) met inleiding (p. 1-2)
b) aanvulling: plaatsingslijst door N. Carstens en P. Kok (1996)
kenmerk toegang nr. 332
indices op toegang op gedeelte onder a) index op onderwerpen (p. 12-14)
originele archivalia van archiefvormer in andere archieven onbekend
originele archivalia van andere archiefvormers in dit archief; gedeponeerde archieven geen
opmerkingen geen
INHOUD
structuur archief registratuurplan gemaakt in 1945
structuur toegang I.  Verbondsgeschiedenis
II. Dagelijks Bestuur
III. Bestuur
IV.  Beleidscommissies
V. Secretariaat
VI. Aangesloten vakorganisaties
VII. Ondernemings- en andere leden
VIII. Verbondsraad
IX. Ledenvergadering
X. Samenwerking met andere organisaties
XI. Raad der Nederlandse Werkgeversverbonden
XII. Stichting van de Arbeid
XIII. Raad van Bestuur in Arbeidszaken
XIV. Sociaal-Economische Raad
XV. Relaties met andere instellingen
XVI.  Internationale betrekkingen
bijlagen bij de toegang alfabetische index op onderwerpen vermeld in de inventaris
statistische gegevens geen
inhoud overig doos ‘geschiedenis’ met gegevens over de periode 1921-1958 (inv. nr. 1)
commissie sociale verzekeringen, 1962-1967 (inv. nr. 21)
contact met zusterorganisaties (VNW, CSWV, AKWV, KVWV en NKWV), 1959-1969 (inv. nrs. 61-63)
contact met Jonge Werkgevers, 1959-1969 (inv. nrs. 64-65)
Economische en Sociale Commissie der Vier Verbonden, 1958-1962 (inv. nr. 79)
Stichting van de Arbeid, kinderbijslagronde, 1957-1958 (inv. nr. 130)
Sociale Verzekeringsbank, 1963-1965 (inv. nr. 186).
verwijzingen naar wetten, maatregelen en/of de uitvoering daarvan Beroepswet (1902)
Radenwet (1913)
Ziektewet (1913/1929)
Invaliditeitswet (1913/1919)
Werkloosheidsbesluit (1917)
Ouderdomswet (1919)
Ongevallenwet (1921)
circulaires steunverlening 1931-
Organisatiewet Sociale Verzekering (1933)
Kinderbijslagwet (1939)
Noodwet Ouderdomsvoorziening (1947)
Kinderbijslagwet voor rentetrekkers (1948)
Werkloosheidswet (1949)
Wet op de Bedrijfsorganisatie (1950)
Noodwet Kinderbijslag Kleine Zelfstandigen (1951)
Organisatiewet Sociale Verzekering (1952)
Beroepswet (1955)
Algemene Ouderdomswet (1957)
Wet op de Sociale Verzekeringsbank en de Raden van Arbeid (1956)
Algemene Weduwen- en Wezenwet (1959)
Algemene Kinderbijslagwet (1962)
Interimwet Invaliditeitsrentetrekkers (1962)
Wet Werkloosheidsvoorziening (1964)
Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (1966)

interne organisatie
KB van 2 december 1918, nr. 34 (goedkeuring vereniging)
KB van 7 april 1937 (goedkeuring nieuwe statuten)
verklaring ministers van Justitie en Sociale Zaken van 9/14 juni 1949 ingevolge art. 2 van het KB van 8 september 1944 (Staatsblad E 71).
verwijzing naar andere archiefvormers
correspondentie met Christelijke Werkgeversvereniging n.a.v. Colijns commentaar op hun beginselverklaring, 1922 (inv.nr. 181)
geografische verwijzingen Nederland
internationaal de inv. nrs. 189-193 betreffen betrekkingen met verwante organisaties in andere landen en de Internationale Arbeids Conferenties in 1964-1967
opmerkingen geen