Pieter van Dam’s Beschryvinge van de Oostindische Compagnie 1693-1701

 
English | Nederlands


Uitgegeven door F.W. Stapel en C.W.Th. baron van Boetzelaer van Asperen en Dubbeldam (jaar van publicatie: 1927-1954)

Pieter van Dam (1621-1706), advocaat van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), kreeg in 1693 van Heren Zeventien de opdracht een handleiding en naslagwerk samen te stellen van de VOC vanaf het ontstaan tot dan toe. Van Dam is er in geslaagd een geschiedwerk te schrijven waarin het reilen en zeilen van de VOC uitgebreid wordt geschetst, gestaafd met vele bronverwijzingen.

Hij behandelt achtereenvolgens de oprichting van de VOC, het bedrijf en de verkoop van de Aziatische producten in Europa; de ontwikkeling van de handel in Azië en het veroveren en besturen van de gebieden aldaar; de bestuursorganen, rechtspraak, leger en vloot in Azië; Nederlandse volksplantingen en allerlei misbruiken; kerkelijke zaken. Het niet meer aanwezige vijfde boek schetste de geschillen met de Engelsen.

Op het gebied van de gewenste bronnenpublicaties van de overzeese geschiedenis noemde de Commissie van Advies voor 's Rijks Geschiedkundige Publicatiën in 1902 Van Dams Beschryvinge van de Oostindische Compagnie als eerste . De Beschryvinge bevat bijzonderheden die nergens anders meer te vinden zijn. Het werk is nuttig als beginpunt voor een onderzoek met betrekking tot de VOC in de 17e eeuw. Het was uitsluitend bestemd voor Heren Zeventien waardoor Van Dam zich niet gedwongen voelde zaken te verzwijgen of goed te praten.

Ten behoeve van het onderzoek in VOC-archieven is op basis van de afzonderlijke glossaria (woordverklaringen) van de uitgaven over de VOC in de RGP een algemeen VOC-glossarium samengesteld dat online raadpleegbaar is.