Averink, Hanna Jacoba (1913-1991)

 
English | Nederlands

AVERINK, Hanna Jacoba, vooral bekend als Annie Averink (geb. Enschede 28-5-1913 – gest. Amsterdam 1-2-1991), voorvrouw CPN en kamerlid, actief in het verzet. Dochter van Willem Hendrikus Henlenardus Averink (1885-1957), koopman, later sigarenwinkelier en fotohandelaar, en Geesje Beute (1885-1957), fabrieksarbeidster, winkelierster, pensionhoudster. Annie Averink trouwde (1) op 9-10-1940 in Amsterdam met Cor Fels (1907-1962), elektricien; (2) na echtscheiding (15-4-1946) op 28-1-1948 in Haarlem met Eduard van Ommeren (1914-1990), woninginrichter. Huwelijk (1) bleef kinderloos, uit (2) werden 3 kinderen geboren.

Hanna (Annie) Averink werd geboren als middelste van drie dochters, van wie de andere twee kort na hun geboorte stierven. Haar ouders gingen kort na de dood van het derde kind uit elkaar. Haar moeder hertrouwde in 1918 met de Amsterdammer Johannes Mattheus Klein Sprokkelhorst, met wie zij een ‘winkel van sinkel’ dreef. Er werden nog drie halfzusjes en een halfbroer geboren, met wie Annie later een goede verstandhouding had. Toch voelde ze zich als kind soms niet welkom in het nieuwe gezin – zo vond ze als meisje een brief van haar stiefvader waarin hij haar moeder voorstelde Annie naar een kostschool te sturen. Haar moeder ging daarmee niet akkoord.

Bij de Jeugdbond

In 1925 verhuisde het gezin naar Wijk aan Zee, waar Annies moeder en stiefvader pension Ruimzicht begonnen. Toen het pension geen succes bleek, begon Annies stiefvader als vertegenwoordiger van Excelsiorstofzuigers. Het gezin verhuisde in 1926 naar de Indische Buurt in Amsterdam en een paar jaar later naar Betondorp. Op haar dertiende begon Annie met haar eerste baan: ze werd dienstmeisje bij een familie aan de Willemsparkweg, maar liep al snel weg. Hierna werkte ze in diverse ateliers waar lampenkappen werden gemaakt. Omdat Annies moeder vond dat haar dochter ook recht had op ontspanning na het werk, stuurde ze haar naar de Arbeiders Jeugd Centrale (AJC), de jeugdbond van de socialisten. De sfeer daar stond Annie niet aan, en aangetrokken door een affiche van de Communistische Jeugdbond de Zaaier meldde ze zich daar aan.

In 1930 werd de inmiddels zeventienjarige Annie als begeleider van een meisje en een jongen van 14 en 15 jaar uitgezonden naar een internationale ontmoeting van ‘pioniers’ – de jongsten in de communistische jeugdbeweging – in Berlijn. Aan het eind van dat verblijf ging haar reis onverwacht verder: ze reisde alleen met een Russisch schip via Hamburg naar Leningrad, en vandaar verder naar het pionierskamp Artek, destijds een kweekvijver voor  jong communistisch talent uit de hele wereld. Aan boord was ook de latere partijleider Paul de Groot, die net als Annie voor het eerst in de Sovjet-Unie was.

Van 1933 tot 1935 werd Annie door de partij uitgezonden naar de Leninschool in Moskou. Behalve het historisch materialisme, de dialectiek en de geschiedenis van de arbeidersbeweging in bolsjewistische stijl omvatte het curriculum illegaal werk en spionage. Ook leerde ze er Russisch. Daarnaast maakte Annie in Moskou kennis met ballet- en operavoorstellingen en een zekere luxe levensstijl. In Moskou begon ze zich ook te verdiepen in de toekomst van Indonesië.

Verzet

Terug in Nederland ging Averink weer in een atelier voor lampenkappen werken. Daarnaast was ze actief in de partij. Zo werd ze in 1939 verantwoordelijk voor de ‘Gegnerarbeit’ in de Communistische Jeugdbond: het beschermen van de CJB tegen infiltranten. Ook werd ze na het Molotov-Ribbentroppact het land in gestuurd om het verbond van de Sovjet-Unie met nazi-Duitsland uit te leggen. Toen de partij aan het begin van de oorlog een correcte houding tegenover de bezetter eiste vanwege het Molotov-Ribbentroppact, toonde ze zich onafhankelijk: ze vertrouwde het niet en wist Duitse vrienden ervan te overtuigen toch onder te duiken. Ze bracht hen tijdelijk onder bij G.J.M. van het Reve, die ze kende als redacteur van De Tribune maar die met de partijleiding in conflict was. In het najaar van oorlogsjaar 1940 trouwde Annie met partijgenoot Cor Fels. Over dit huwelijk sprak ze na de oorlog als een ‘verstandshuwelijk, dan kon je tenminste iets voor elkaar doen’.

Bij de Februaristaking (1941) was Annie Averink actief: in Amsterdam Zuid verspreidde ze de stakingsoproep. Daarna stopte ze met werken en dook ze onder. Via 28 onderduikadressen wist ze steeds uit handen van de Duitsers te blijven. Ze was onder andere nauw betrokken bij een aantal pogingen om partijgenoten te bevrijden uit het Wilhelmina Gasthuis en uit kamp Vught – dat lukte enkele keren, maar ze waren net te laat om CPN-kopstuk Jan Postma te redden. Ze hield er levenslang nachtmerries aan over.

Na de arrestatie van de partijleiding werd Annie Averink in het voorjaar van 1944 aangesteld om in Haarlem voorman Jaap Brandenburg te vervangen, het netwerk weer op te bouwen en leiding te geven aan het verzetswerk. Behalve voor de verspreiding van De Waarheid en de hulp aan onderduikers was ze verantwoordelijk voor de instructie van het gewapend verzet, onder andere van de groep van Hannie Schaft en Cor Rusman. Ook had ze contact met in Zandvoort gelegerde Georgische militairen in Duitse krijgsdienst die een opstand voorbereidden – ze sprak immers Russisch.

Na de oorlog

Na de bevrijding nam Annie Averink deel aan de discussies over de nieuw op te bouwen Communistische Partij. Daarin koos ze steeds de zijde van Paul de Groot. Ze werd lid van het partijbestuur en actief in de Nederlandse Vrouwen Beweging (NVB), hoewel ze niet overtuigd was van de noodzaak van een aparte vrouwenorganisatie. Daarnaast werd ze in de Haarlemse gemeenteraad gekozen. Als lid van de Controle Commissie en vertrouweling van Paul de Groot werd ze een invloedrijk, maar altijd op de achtergrond opererend figuur in de leiding van de CPN.

Averink scheidde van Cor Fels en hertrouwde met Eep van Ommeren, met wie ze drie kinderen kreeg. Als kind had ze gezien hoe de kinderen van de textielbaronnen in Twente door personeel werden verzorgd en ook zijzelf besteedde veel van de zorg aan anderen uit om zich aan het partijwerk te wijden. Ze was vaak op reis. Voor de partij ging ze naar Tsjechoslowakije en de Sovjet-Unie, en in 1949 verbleef ze drie maanden in China. Daar maakte ze constituerende vergaderingen van de Chinese Volksrepubliek mee en legde ze in het diepste geheim contacten met Indonesische communisten (PKI).

De Koude Oorlogssfeer en de grilligheid van de partijlijn drongen ook in het privéleven van Annie Averink door. Eep van Ommeren verloor zijn vertrouwen in de partij toen de Joegoslavische leider Tito van de ene dag op de andere veranderde van een held in een ‘trotskistische boef’, maar uit loyaliteit aan zijn vrouw bleef hij nog tot 1975 lid. Annie Averink bleef loyaal aan Paul de Groot, ook toen zijn positie als partijleider werd aangevochten door CPN-leden die na de onthullingen van Chroesjtsjov ook het stalinistisch leiderschap in Nederland aanvielen. Een en ander leidde tot een pijnlijke breuk met oude kameraden uit de bezettingstijd, onder wie Rie Lips-Odinot, die uit de NVB werd gezet.

Averink zat van 1957 tot 1969 in het parlement: eerst in de Eerste Kamer, van 1966 tot 1967 in de Tweede Kamer en vervolgens weer in de Eerste Kamer. Na het kamerlidmaatschap bleef Averink actief in de NVB. Met de laatste lichtingen CPN-bestuurders onderhield Averink goede contacten, maar de onthullingen van de onbeschrijflijke wantoestanden in het ‘reëel bestaande socialisme’ grepen haar erg aan. Op haar sterfbed moest ze toegeven dat het socialistische ideaal nergens was verwezenlijkt en drukte ze haar kinderen op het hart zich vooral om hun naasten te bekommeren. Annie Averink stierf op 1 februari 1991 in het AMC, op 77-jarige leeftijd.

Literatuur

  • Jolande Withuis, Opoffering en heroïek. De mentale wereld van een Communistische vrouwenorganisatie in naoorlogs Nederland 1946-1976 (Amsterdam 1990).
  • Pauline Senn en Anita van Ommeren, Kameraden (1993) [tv-documentaire IKON].
  • Jan Willem Stutje, De man die de weg wees. Leven en werk van Paul de Groot 1899-1986 (Amsterdam 2005).

Illustratie

Annie Averink, door W.H.H. Averink, 1943 (particuliere collectie).

Auteur: Anita van Ommeren

laatst gewijzigd: 15/02/2016