Boerma, Gesina (1874-1953)

 
English | Nederlands

BOERMA, Gesina, vooral bekend als Gesina Bähler-Boerma (geb. Assen 14-7-1874 – gest. Eelde 21-10-1953), pionierster in maatschappelijk werk. Dochter van Alje Luitjes Boerma (1817-1896), herenboer, en Wabina Albers Klunder (1843-1914). Gesina Boerma trouwde op 2-6-1894 in Ten Boer met Louis Adriën Bähler (1867-1941), predikant. Dit huwelijk bleef kinderloos.

Gesina Boerma groeide op als enig kind. Haar vader was bij haar geboorte een 56-jarige herenboer in het buurtschap Blokum bij Ten Boer (iets ten noorden van de stad Groningen), haar moeder een 31-jarige kasteleinsdochter uit Westeremden. Gesina’s ouders trouwden een maand voor haar geboorte en vestigden zich in de Groningerstraat te Assen. Na twee jaar betrok het gezin de boerderij van vader Boerma in Blokum. Gesina doorliep het lager onderwijs in Appingedam en ging in 1889 naar de driejarige Rijks-hbs in het Noord-Groningse Warffum. Dit sprak niet vanzelf, want tot 1906 diende een school toestemming te vragen aan de minister van Onderwijs om een meisje te kunnen toelaten tot de driejarige of vijfjarige cursus. Naar alle waarschijnlijkheid was het dankzij de inspanningen van haar moeder dat Gesina naar de hbs ging. Ze woonde gedurende haar hbs-jaren in een kostgezin in Warffum.

Huwelijk

Naar verluidt leerde Gesina in 1891 de vrijzinnig-hervormde theologiestudent en christen-anarchist Louis Bähler kennen toen ze met haar moeder op bezoek was bij de familie Bähler in Groningen – ze zat zelf nog op de hbs en Louis was zeven jaar ouder dan zij. Of het daarna snel ‘aan’ was, is niet bekend. Wel weten we dat de twee al druk correspondeerden toen Bähler in de winter van 1891-1892 een semester in Straatsburg studeerde. Ze verloofden zich nadat Gesina in 1892 de hbs had afgerond. Gesina kreeg daarna Latijnse les van haar verloofde, die in juli 1893 promoveerde en zijn proefschrift opdroeg aan ‘mijn meisje’.

Op 2 juni 1894, kort voor haar twintigste verjaardag, trouwde Gesina met Louis – voortaan noemde zij zich Gesina Bähler-Boerma. Het jonge paar woonde nog een jaar op de boerderij in Blokum. Louis Bähler was weliswaar in april 1894 beroepen op Schiermonnikoog, maar werd pas in november 1895 bevestigd vanwege een conflict met de classis. Hierna volgden beroepen naar Oosterwolde (1906) en Aduard (1909). Als domineesvrouw volgde Gesina Bähler-Boerma haar man naar zijn standplaatsen. In deze jaren trad ze niet op de voorgrond maar ontwikkelde de activiteiten die van een domineesvrouw werden verwacht: het organiseren van een meisjesvereniging, een vrouwenleeskring en nuttige handwerken. Zij volgde haar man ook in diens theologische ontwikkeling in de richting van een theosofische godsbeleving en in zijn radicale levenswijze: het echtpaar was bewust kinderloos, hoorde bij de oprichters van de Rein Leven-beweging en de Geheelonthoudersbond, droeg reformkleding, was radicaal pacifistisch en streed voor de gelijkberechtiging van mannen en vrouwen.

Het dorpshuis in Paterswolde

Na Bählers vervroegde emeritaat in 1911 – hij nam na een zoveelste conflict met de kerkelijke overheden vrijwillig ontslag – trad Gesina Bähler-Boerma uit de schaduw van haar man. Het echtpaar kocht het buiten Lemferdinge in het Noord-Drentse Paterswolde, en leefde daar grotendeels van het geërfde familiekapitaal uit Blokum. In Paterswolde zette Bähler-Boerma al snel maatschappelijke activiteiten op. Landelijk bekend werd zij in 1915, toen zij het in zeer korte tijd voor elkaar kreeg het allereerste ‘dorpshuis’ van Nederland te stichten, inclusief de bijbehorende vereniging ‘Ons Dorpshuis’. Zij werd daartoe geïnspireerd door het Britse Toynbeewerk en het befaamde Leidse Volkshuis van Emilie Knappert. Aanleiding was de uitkomst van een enquête over drankgebruik op het Noord-Drentse platteland die de Volksbond tegen Drankmisbruik – waarvan Bähler-Boerma secretaresse was – had gehouden: gemiddeld werd ten minste een derde van het weekinkomen aan sterke drank besteed. Bähler-Boerma vond dat de ellende van ‘onwetendheid en levensleegte’ (Bähler-Boerma, 1930) bestreden moest worden door volksontwikkeling, ontspanning en scholing in de veilige omgeving van op te richten dorpshuizen.

De officiële opening van het pand aan de Vosbergerlaan (thans Bähler-Boermalaan), vlakbij Lemferdinge, vond plaats op 3 oktober 1915. Ons Dorpshuis werd een centrum voor tal van initiatieven, zoals een bibliotheek, huishoud- en bedrijfsonderwijs voor meisjes en land- en tuinbouwonderwijs voor jongens. Later werd het aanbod uitgebreid met cursussen kostuumnaaien, vreemde talenonderwijs, lichaamsoefening, EHBO-lessen en cursussen handelscorrespondentie en boekhouden. Uit het tuinbouwonderwijs vloeide in 1922 een door het Rijk gesubsidieerde Lagere Tuinbouwschool in Eelde voort. Vanaf 1917 was de vereniging tevens een erkende tbc-bestrijdingsvereniging. Ook werd in dat jaar vanuit Ons Dorpshuis een sociale woningbouwvereniging opgericht, de Stichting Eelder Woningbouw, die in 1919 de eerste woningen opleverde.

In 1923 ontving Bähler-Boerma als een van de eerste vrouwen in Nederland de Ridderorde van Oranje-Nassau. Enthousiast over haar werk wilde de commissaris van de Koningin, J.T. Linthorst Homan, het dorpshuizenidee ook in de voormalige turfstreek in Zuidoost Drenthe van de grond krijgen. Daartoe werd in 1925 de Vereeniging voor den Opbouw van Drenthe opgericht, waarvan Bähler-Boerma bestuurslid en adviseur werd. Op haar advies stonden de Drentse dorpshuizen onder leiding van een gediplomeerd maatschappelijk werkster.

Latere activiteiten en dood

Bij de verkiezingen van mei 1923 werd Gesina Bähler-Boerma namens de Sociaal Democratische Arbeiders Partij (SDAP) in de gemeenteraad van Eelde gekozen. Ze werd ook meteen wethouder en zou dat tot de verkiezingen van 1927 blijven. In die jaren snoerde zij menig raadslid de mond als de belangen van Ons Dorpshuis in het geding waren of de noodzaak van nieuwe initiatieven ter discussie werd gesteld. Ze was altijd op de hoogte van alle mogelijke regelingen en bepalingen, maar met haar door sommigen als hooghartig en afstandelijk ervaren benadering maakte zij zich niet erg geliefd in de raad. Mogelijk heeft dat haar doen besluiten af te zien van een tweede termijn.

Dagelijks was Gesina Bähler-Boerma te vinden in de leeszaal van Ons Dorpshuis. In de jaren dertig en veertig liep zij steeds meer op tegen de levensbeschouwelijke versplintering. Het ontbreken van verbindingen met het verzuilde verenigingsleven op het platteland beperkte haar bereik. Ook lukte het niet de allerarmsten in Drenthe voor het maatschappelijk ontwikkelingsideaal te winnen. De dorpshuizen – in 1940 waren het er zes – bleven ‘eilandjes in een zee van ellende’ (Wilke 2002).

Gesina Bähler-Boerma bleef altijd op Lemferdinge wonen, ook na de dood van haar man (1941). Op 21 oktober 1953 overleed zij thuis, 79 jaar oud, en vijf dagen later werd zij bij haar man in Eelde begraven. Op hun graf werd een obeliskvormig herinneringsmonument geplaatst. Huize Lemferdinge liet Bähler-Boerma na aan de vereniging Ons Dorpshuis. In 1983 is het huis ondergebracht in een stichting, die in 2003 door het Drents Landschap is overgenomen. 

Reputatie

Gesina Bähler-Boerma initieerde het eerste volledig buitenkerkelijke volksontwikkelingsinstituut op het platteland. In de literatuur over het maatschappelijk werk wordt er verschillend gedacht over haar persoon en erfenis. ‘Excentriek’ en ‘niet gemakkelijk in de omgang’ zijn typeringen die al in een levensschets kort na haar dood worden gebruikt (Boer, 1955). Haar gedrevenheid wordt breed uitgemeten in alle beschrijvingen, maar waar sommigen menen dat zij desondanks altijd ‘een dikke boerendochter’ is gebleven die geen voeling had met de echte armen (Nijenhuis 2011), onderstrepen anderen juist haar onbaatzuchtigheid en idealisme (Wilke, 2002). Vast staat dat Gesina Bähler-Boerma tussen de wereldoorlogen een belangrijke rol heeft gespeeld in de ontwikkeling van het nog jonge terrein van sociaal-cultureel werk. De Vereniging Ons Dorpshuis bestaat nog altijd.

Naslagwerken

Drentse biografieën.

Publicaties

  • ‘Maatschappelijk werk op het platteland’, in: J.D. Bierens de Haan e.a. red., Maatschappelijk werk. Opstellen aangeboden aan Emilie C. Knappert op haar zeventigste verjaardag 15 juni 1930 (Amsterdam 1930) 63-89.
  • ‘Het dorpshuis als plaatselijk centrum voor maatschappelijk werk op het platteland’, Volksontwikkeling. Maandblad uitgegeven door het Nutsinstituut voor Volksontwikkeling 15 (1933) 290-303. 

Literatuur

  • ‘Mevrouw G. Bähler-Boerma. Leven gewijd aan sociale verheffing van het platteland’, Dagblad van het Noorden, 22-10-1953.
  • Jo Boer, ‘In memoriam mevrouw G. Bähler-Boerma’, Nieuwe Drentse Volksalmanak 73 (1955) 6-15.
  • H. Nijenhuis, Werk in de schaduw. Club- en buurthuizen in Nederland, 1892-1970 (Amsterdam 1987).
  • Marieke Hofstee, ‘De Vrouwe van het Dorpshuis. Een portret van G. Bähler-Boerma’, in: Marion Hoogendijk, Krüderige wieven. Drentse vrouwen in de 20ste eeuw (Zutphen 1991) 49-51.
  • Margrith Wilke, ‘Voor den Opbouw van Drenthe’. Vrouwen, maatschappelijk werk en modernisering in Drenthe 1915-1951 (Assen 2002).
  • J. Th. Van Dijk, Dr. Louis Adriën Bähler (Groningen 2011) [ongepubliceerde masterscriptie Rijksuniversiteit].
  • Margit van der Steen, ‘De vrouwen van 1923. Vrouwen, gekozen in Nederlandse gemeenteraden, ná de invoering van het algemeen kiesrecht’, Historica (2020) 1, 3-9

Illustratie

Portret ca. 1921, maker onbekend. Wikipedia

Auteur: Frits Rovers

laatst gewijzigd: 07/06/2022