Bancken, Margaretha van (ca. 1628-ca. 1694)

BANCKEN, Margaretha van (geb. Amsterdam ca. 1628 – gest. Haarlem ca. 1694), uitgeefster. Dochter van Dirck van Bancken en Anna Noppen. Margaretha van Bancken trouwde (1) op 19-4-1661 met Abraham Casteleyn (1628-1681), stadsdrukker en courantier te Haarlem; (2) in 1682 met Frederik van Vliet. Uit huwelijk (1) werd ten minste 1 zoon geboren.

Margaretha van Bancken – soms ten onrechte Van Banckem genoemd – was afkomstig uit Amsterdam; over haar ouders is nagenoeg niets bekend. Op 19 april 1661 trouwde zij in Haarlem met de doopsgezinde stadsdrukker Abraham Casteleyn. Vier jaar later werd hun zoon Gerard geboren. Het paar woonde en werkte in een pand met de luisterrijke naam In de Blije Druck, gelegen aan de Grote Markt in Haarlem, op de hoek van de Grote Houtstraat. Het werd ook wel de Stadsdrukkerij genoemd vanwege het drukwerk dat hier voor het stadsbestuur werd vervaardigd. Bekender was echter Casteleyns uitgave van de Haerlemsche Courant, een van de betrouwbaarste kranten van die tijd. Abraham Casteleyn kwam regelmatig in aanraking met justitie omdat hij staatsgeheimen in zijn krant publiceerde, maar dankzij zijn goede contacten met het Haarlemse stadsbestuur wist hij altijd aan vervolging te ontkomen.

Na haar mans dood (begr. 11-1-1681) kreeg Margaretha van Bancken op 27 juni 1681 toestemming van de Haarlemse burgemeesters om hem op te volgen als stadsdrukker en courantier. Een jaar later hertrouwde ze met de Haarlemmer Frederik van Vliet, over wie verder geen gegevens bekend zijn. Onder haar bewind bleef de Haerlemsche Courant een uitstekend geïnformeerde krant, mede dankzij het zorgvuldig opgebouwde correspondentennetwerk. Ook Van Bancken kwam in aanraking met de autoriteiten vanwege het al te vrijelijk publiceren over staatszaken. Zo klaagden de Staten van Utrecht in 1687 over de letterlijke publicatie van een brief van Van Weede van Dijkvelt, die door stadhouder Willem III naar Engeland was afgevaardigd. De Staten-Generaal lieten Haarlemse gedeputeerden uitzoeken wie de bron van de uitgeefster was geweest. Het is onbekend of zij aan dit onderzoek heeft meegewerkt (Sautijn Kluit, 26-27).

Brandspuiten en belastingen

Behalve de Haerlemsche Courant publiceerde Margaretha van Bancken ook lokale verordeningen, zoals een brandkeur, de ordonnantie op de Bank van Lening en – in 1690 – een waarschuwing tegen het publiceren van lasterlijke pamfletten. Met die laatste verordening wilde het Haarlemse stadsbestuur een eind maken aan de pennenstrijd rond prenttekenaar Romeyn de Hooghe. Twee jaar later drukte Margaretha van Bancken het geïllustreerde Bericht, rakende ’t gebruyk der slang-brand-spuyten, dat enige bekendheid genoot (Bibliotheek Haarlems Archief). Incidenteel gaf zij ook kinderprenten uit, zoals Speelen van Cupido (1694).

Net als haar eerste man liet Margaretha van Bancken zich in zakelijk opzicht niet te kort doen. Zo speelde zij in 1692 hoog spel om een extra heffing van de impost op de couranten te ontlopen. Die belasting op kranten was verdubbeld tot ruim 1300 gulden: volgens Van Bancken was dat bedrag niet meer in verhouding met wat haar Leidse en Amsterdamse concurrenten betaalden. Zij dreigde zelfs haar onderneming te sluiten als de heffing niet tot een aanvaardbaar niveau zou worden teruggebracht. Uiteindelijk gaven de burgemeesters toe, mede omdat zij de inkomsten van de krant niet wilden missen.

Margaretha van Bancken zal niet onbemiddeld zijn geweest, wat onder meer blijkt uit haar bezit van losrenten (Stadsarchief Haarlem). Vermoedelijk is zij na 1694 overleden, want in dat jaar is nog een laatste stedelijke ordonnantie op haar naam uitgebracht. Haar zoon Gerard Casteleyn heeft de stadsdrukkerij en uitgeverij voortgezet. Ook diens vrouw, Anna Maria Colterman, kreeg als weduwe het juridisch eigendom van de Haerlemsche Courant. Na Coltermans dood in 1737 kwam de krant in handen van vader en zoon Enschedé.

Onder kunsthistorici is Margaretha van Bancken bekend vanwege het dubbelportret dat de Haarlemse schilder Jan de Bray in 1663 van haar en haar eerste echtgenoot maakte. Bij de verwerving hiervan in 1939 meende het Rijksmuseum de portretten van de Amsterdamse drukker Willem Blaeu en diens vrouw gekocht te hebben. Negentien jaar later ontdekte H. van Hall dat het om het Haarlemse echtpaar Casteleyn moest gaan. De overduidelijke aanwezigheid van het beeld van de Haarlemmer Laurens Jansz. Coster, de vermeende uitvinder van de boekdrukkunst, was een van de aanwijzingen voor deze identificatie. Verder zouden de sobere kleren beter passen bij de doopsgezinde achtergrond van het echtpaar Casteleyn (Ekkart, 13). Een voorstudie van De Brays dubbelportret is te vinden in de Fondation Custodia (Collectie Frits Lugt) in Parijs.

Naslagwerken

NNBW.

Archivalia

Noord-Hollands Archief, Haarlem: toegang 3295 (Oudemannenhuis), inv. nr. 96G (kapitaalboek), 84r.

Literatuur

  • W.P. Sautijn Kluit, ‘De Haarlemsche Courant’, Handelingen en Mededeelingen van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde (1873) 3-132.
  • De Navorscher 32 (1882) 497-498.
  • H. van Hall, ‘Portret van een Blaeu of van Abraham Casteleijn?’, Oud-Holland 73 (1958) 51-54.
  • Rudolf E.O. Ekkart, ‘Het portret van Abraham Casteleyn en zijn vrouw’, De Boekenwereld 1 (1985) 13-15.
  • Lotte Jensen, Bij uitsluiting voor de vrouwelijke sekse geschikt. Vrouwentijdschriften en journalistes in Nederland in de achttiende en negentiende eeuw (Hilversum 2001) 58.

Illustratie

Portret door Jan de Bray, 1663 (Rijksmuseum Amsterdam).

Auteur: Maarten Hell

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 292

laatst gewijzigd: 13/01/2014