Barbiers, Maria Geertruida (1801-1879)

 
English | Nederlands

BARBIERS, Maria Geertruida (geb. Haarlem 25-1-1801 – gest. Haarlem 30-1-1879), schilderes, tekenares en grafisch kunstenares. Dochter van Pieter Barbiers Bartholomeusz. (1771-1837), schilder en tekenmeester, en Maria Geertruida Snabilié (1773-1838), schilderes van stillevens. Maria Geertruida Barbiers trouwde op 23-5-1823 in Haarlem met Pieter de Goeje (1789-1859), schilder en schilderleraar. Uit dit huwelijk werd waarschijnlijk 1 zoon geboren.

Maria Geertruida Barbiers werd geboren en groeide op in Haarlem als het derde kind in een gezin van vijf meisjes en twee jongens. Een derde broer stierf waarschijnlijk op jonge leeftijd. Haar moeder was schilderes van bloemen- en vruchtenstillevens, haar vader, afkomstig uit een kunstenaarsfamilie, was schilder, tekenmeester van het Haarlems Teekencollegie en medeoprichter van het tekengenootschap Kunst Zij Ons Doel. Maria Geertruida, haar oudere broer Pieter (1798-1848) en haar jongere zuster Caecilia Geertruida (1809-1850) zullen de eerste beginselen van het schildersvak hebben geleerd van hun ouders. Maria Geertruida en haar minder bekende zuster traden daarbij in de voetsporen van hun moeder en schilderden eveneens bloemen- en vruchtenstillevens. Van Maria Geertruida zijn aquarellen, schilderijen en lithografisch werk bekend.

Toen Maria Geertruida Barbiers in 1823 in Haarlem trouwde, woonde ze aan de Kleine Houtstraat, een straat die uitkwam op de Kleine Houtweg, waar veel bollenkwekers gevestigd waren. Wellicht bezocht zij met haar moeder en zuster deze kwekers om bloemen te bestuderen en tekenen. Haar bruidegom was Pieter de Goeje: hij staat in de huwelijksakte vermeld als schilder, terwijl volgens dezelfde akte Maria Geertruida ‘zonder beroep’ was. Toch schilderde zij toen al enige jaren en had zij tweemaal op de Amsterdamse tentoonstelling van Levende Meesters geëxposeerd (in 1818 en 1820). Na haar huwelijk bleef Maria Geertruida schilderen, tekenen en exposeren. Tevens gaf zij korte tijd tekenles aan Elisabeth Johanna Koning, die een succesvol stillevenschilderes zou worden. Uit de vermeldingen van Maria Geertruida en haar man in de catalogi van de Amsterdamse tentoonstellingen van Levende Meesters valt op te maken dat zij in ieder geval tussen 1824 en 1836 in Amsterdam hebben gewoond. Waarschijnlijk werd daar een zoon, Jan (1824-1894), geboren. In 1844 waren zij in Haarlem gevestigd. In die stad, op Kruisstraat nummer 8, zou Maria Geertruida Barbiers op 30 januari 1879 overlijden (en niet in 1849 zoals de literatuur meestal nog vermeldt, hoewel Waller al in 1938 het juiste sterfjaar opgaf).

Na haar dood lijkt Maria Geertruida Barbiers in vergetelheid te zijn geraakt. Haar werk is nauwelijks in openbare collecties te vinden. Wel duikt het af en toe op in de kunsthandel – meestal voluit gesigneerd met ‘M.G. de Goeje Barbiers’.

Naslagwerken

Van der Aa [onder P. Bartsz. Barbiers]; Van Eijnden en Van der Willigen [onder P. Bartsz. Barbiers]; Hostyn/Rappard; Immerzeel [onder J. de Goeje]; NNBW; Petteys; Saur [onder fam. Barbiers]; Scheen; Thieme; Waller; Wurzbach [onder P. de Goeje].

Archivalia

Noord-Hollands Archief, Haarlem: DTB, Dopen [Maria Geertruida Barbiers, d.d. 28-1-1801]. BS, Huwelijken 1823, akte nr. 6 [Barbiers en De Goeje]. BS Overlijden 1879, akte nr. 86, aangifte d.d. 1-2-1879 [Barbiers].

Werk

Werk van Maria Geertruida Barbiers bevindt zich in het Rijksprentenkabinet (Amsterdam), particuliere collecties en de kunsthandel.

Literatuur

  • Catalogi van de tentoonstellingen van Levende Meesters, gehouden in Amsterdam in de jaren 1818, 1820, 1824, 1826, 1828 en 1830; Den Bosch 1839.
  • Tentoonstelling van schilder- en andere kunstwerken, ten voordeele van de algemeene armen der stad Leiden (Leiden 1850) 22, nr. 3.
  • Les femmes artistes. Catalogue d’une collection unique de dessins, gravures et eaux-fortes, composes ou executes par des femmes. Tentoonstellingcatalogus Frederik Muller & Co. (Amsterdam 1884) 23, nr. 255.
  • C.G. Ungert-Stapert, ‘Elisabeth Johanna Stapert-Koning, 1 maart 1816-1 maart 1916. Een herdenking’, Eigen Haard 10 (1916) 177-183, aldaar 178.
  • H. van Hall, Portretten van Nederlandse beeldende kunstenaars: repertorium (Amsterdam 1963) 13, nr. 82.
  • D. de Hoop Scheffer e.a., Gids voor het Rijksprentenkabinet: een overzicht van de verzamelingen met naamlijsten van graveurs en tekenaars (Amsterdam 1964) 74.
  • R.E. Jellema, ‘Het opmerkelijke leven en oeuvre van een Haarlemse kunstenares: Elisabeth Johanna Koning (1816-1887)’, Teylers Museum Magazijn 22 (1989) 3-6, aldaar 3, 6. 
  • N. Köhler red., Painting in Haarlem, 1500-1850. The collection of the Frans Hals Museum (Haarlem/Gent 2006) 366.

Illustratie

Portret door A.J. Ehnle, potloodtekening (Rijksprentenkabinet, Coll. Gerritsen, Amsterdam; foto Iconografisch Bureau, Den Haag).

Auteur: Marloes Huiskamp

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 666

laatst gewijzigd: 13/01/2014