Barth, Else Margarete (1928-2015)

 
English | Nederlands

BARTH, Else Margarete (geb. Strinda, Noorwegen 3-8-1928 – gest. Groningen 6-1-2015), hoogleraar logica en analytische filosofie. Dochter van Jacob Bøckmann Barth (1898-1974), ingenieur, en Solveig Barth Herstad (1900-1987). Else Barth trouwde op 27-5-1963 in Amsterdam met Hendrik Anton Jacob Frederik Misset (1922-2015), hoogleraar economie. Dit huwelijk bleef kinderloos.

Else Barth werd geboren in het Noorse Strinda (het huidige Trondheim) maar groeide op in Sarpsborg, waar haar vader een jaar na haar geboorte als ingenieur een baan kreeg in het bedrijfsleven. Na zes jaar werd daar haar zus geboren. Else was al op jonge leeftijd geïnteresseerd in de exacte wetenschappen en filosofie, daarin gestimuleerd door haar vader. Van haar moeder kreeg ze haar interesse en talent voor muziek mee – ze speelde piano.

De gruwelen van de Jodenvervolging maakten zo’n diepe indruk op haar dat ze vanaf haar jongste jaren ‘gebiologeerd’ was door ‘racisme, seksisme en aanverwante verschijnselen van Herrenvolk-denken, en hun verankering in algemene denkvormen’, zo verklaarde Else Barth later in een interview in Vrij Nederland (19-3-1977). Ze studeerde wis- en natuurkunde, psychologie en filosofie in Oslo (bij Arne Næss) en Trondheim. In 1951 ontmoette Barth op een conferentie in Oostenrijk de Nederlandse econoom Henk Misset, die net als zij onder de indruk was van Le deuxième sexe van Simone de Beauvoir. Ze kregen een relatie. Na het behalen van haar kandidaatsexamen in 1956 verhuisde ze terug naar haar ouders en begon als docente wis- en natuurkunde op haar oude middelbare school. Misset en zij reisden heen en weer tussen Nederland en Noorwegen, totdat Barth in 1959 naar Nederland emigreerde.

Wetenschappelijke carrière

Else Barth ging aan het Amsterdamse Spinoza Lyceum aan de slag als lerares wiskunde. Ze kwam in aanraking met de logici Evert Willem Beth en Arend Heyting en besloot bij hen, aan de Universiteit van Amsterdam (UvA), haar studie filosofie te vervolgen. In 1962 studeerde ze cum laude af en een jaar later trouwde ze met Misset (die als feministische man in 1968 mede-oprichter was van de actiegroep Man Vrouw Maatschappij). Na haar afstuderen werkte Barth als docente filosofische logica aan de UvA. In 1971 promoveerde ze, eveneens cum laude, aan de Rijksuniversiteit Leiden bij Gabriël Nuchelmans op het proefschrift De logica van de lidwoorden in de traditionele filosofie. Ze liet zien dat het algemeen gebruik van lidwoorden, zoals in de zin ‘de vrouw is onderdanig’, discussie uitsluit. Een leidinggevende vrouw zou dan simpelweg geen echte vrouw zijn. Beter spreken mensen over ‘alle vrouwen’, zodat een tegenvoorbeeld de onwaarheid van de hele zin bewijst. Daarmee legde Barth de basis voor een empirische logica.

Tussen 1971 en 1977 was Barth als lector logica verbonden aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Daarna werd ze hoogleraar logica en analytische filosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen, waar ze werkte op het gebied van dialooglogica, empirische logica en feminisme. In het kader van de dialooglogica bouwde ze met haar collega Erik Krabbe voort op het werk van Paul Lorenzen en Evert Willem Beth. Ze wezen op de sociale context in het denken. Dit sloot aan bij Barths streven om tot een samenhangende aanpak voor rationeel argumenteren te komen: er moeten regels zijn voor discussie.

Met haar empirische logica beschreef Barth de onbewuste structuren die het denken en handelen van mensen bepalen. Ze liet zien dat heel diverse filosofieën rondom hetzelfde logische skelet gebouwd zijn. Een van die structuren is het denken in tegenstellingen: man-vrouw, algemeen-individu, geest-lichaam, zwart-wit. Deze vorm van ‘wezensdenken’ ligt ten grondslag aan zowel het marxisme, het Duits idealisme en de homeopathie, als het nazisme. De overwaardering van het algemene zag Barth als verklaring voor het gemak waarmee in Europa individuen zijn opgeofferd aan politieke idealen.

Else Barth maakte zich ook hard voor de integratie van het werk van vrouwelijke denkers in het bestaande studieprogramma. Ze liet zien dat studenten filosofie heel goed hun diploma konden halen door uitsluitend werk van vrouwelijke filosofen te lezen, en dat dat werk gelijkwaardig was aan de werken die standaard op het programma stonden. Als docente werd Barth gewaardeerd om haar persoonlijke, originele en intense manier van lesgeven en haar scherpe analytische vermogen. Ze hield van discussies, maar die moesten wel volgens de regels plaatsvinden. Als ze op haar vrouw-zijn werd aangesproken – een vorm van wezensdenken – weigerde ze verder te praten. Zo was ze ook gekant tegen genderstudies als apart vakgebied: een stellingname die haar niet altijd in dank werd afgenomen.

Ook na haar emeritaat in 1993 bleef het verband tussen hoe iemand denkt en hoe iemand handelt een belangrijk onderzoeksthema voor Else Barth. In een publicatie uit 1996 analyseert ze de filosofie van de Noorse nationaal-socialist en landverrader Vidkun Quisling en rekent af met zijn gedachtegoed, wat haar in Noorwegen veel waardering bezorgde. Barth en haar man woonden in deze periode in Oslo, maar verhuisden in 2000 terug naar Groningen. In de jaren daarna deden zij gezamenlijk onderzoek naar (Scandinavische en Nederlandse) mannelijke rolmodellen die bijdroegen aan de emancipatie van vrouwen. Deze samenwerking, waaruit Barth veel voldoening haalde, leidde tot Feministische mannen. Nederland in de schaduw van Scandinavië (2010), waarmee Barth tegenwicht wilde bieden aan alle antifeministische mannen die ze in haar leven was tegengekomen.

Else Barth overleed in januari 2015 op 86-jarige leeftijd in Groningen – slechts een paar maanden voor haar man. Ze was lid van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen, van de Noorse Academie van Wetenschappen en Letteren en van de Sociaal-Wetenschappelijke Raad. In 1993 werd ze benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Betekenis

Met haar dialooglogica is Else Barth van groot belang geweest voor het ontwikkelen van een systematische studie van de argumentatietheorie. Tegenwoordig is argumentatietheorie niet meer weg te denken als aparte filosofische discipline. Ook de rol van vrouwen in de filosofie en de invloed van denkmodellen die vrouwen daarbij in de weg staan, zijn dankzij Barth tegenwoordig gangbare en geaccepteerde onderwerpen van studie. Tot slot liet Else Barth met de introductie van de empirische logica zien dat logica breder toepasbaar is dan uitsluitend in de linguïstiek, wiskunde en informatica.

Publicaties

  • De logica van de lidwoorden in de traditionele filosofie (Leiden 1971).
  • [met Erik Krabbe] From axiom to dialogue (Berlijn 1982).
  • [met J. Martens] Argumentation. Approaches to theory formation (Amsterdam 1982).
  • [met Rob Wiche] Problems, functions and semantic roles (Berlijn 1986).
  • ‘Empirische en empiristische logica’, Mededelingen der Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, Afd. Letterkunde 50 (1987) nr. 3, 109-127.
  • Women philosophers. A bibliography of books through 1990 (1992).
  • [met Erik Krabbe] Logic and political culture (Amsterdam 1992).
  • Gud, det er meg: Vidkun Quisling som politisk filosof (Oslo 1996).
  • A nazi interior. Quisling's hidden philosophy (Frankfurt 2003).
  • [met Henk Misset] Feministische mannen. Nederland in de schaduw van Scandinavië (Delft 2010).
  • Diverse artikelen in onder meer De Gids en Algemeen Nederlands Tijdschrift voor Wijsbegeerte [URL http://www.empirischelogica.nl/bibliografie/; geraadpleegd 4-5-2017].

Literatuur

  • Max Pam en Rob Sijmons, ‘De logica van Else Barth. Een vrouw in de Nederlandse filosofenwereld’, Vrij Nederland, 19-3-1977, 21-22 [interview].
  • Joke Huisman, ‘Else Barth: Mensen die normen verdedigen zijn agressief’, NRC Handelsblad, 25-5-1979 [interview].
  • Erik Krabbe, Renée José Dalitz en Pier Smit red., Empirical logic and public debate. Essays in honour of Else M. Barth (Amsterdam 1993).
  • Else de Jonge, ‘Barth, Else Margarete’, in: U.I. Meyer en H. Bennent-Vahle red., Philosophinnen-Lexikon, band 2 (Aken 1994) 47-50.
  • Else de Jonge, ‘Het Quislingenigma’, De Groene Amsterdammer, 29-3-2000, 23-24 [interview].
  • Else de Jonge, ‘Quisling en de pathologie van het kwaad’, De Academische Boekengids 43 (2004) 21-23.
  • Mineke Bosch en Kirsten Kamphuis, ‘Om feministisch te zijn, moet een man ook feministisch doen’, Tijdschrift voor Genderstudies 15 (2012) nr. 1, 45-50 [interview].
  • J.F.A.K. van Benthem, ‘Else Margarete Barth’, Levensberichten en Herdenkingen. Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (2015) 7-12.
  • Erik C.W. Krabbe, ‘Else Barth, (1928-2015)’, Argumentation 30 (2016) 341-343.

Illustratie

Else M. Barth, door onbekende fotograaf, ongedateerd (Digitaal Wetenschapshistorisch Centrum).

Auteur: Petra Modderkolk

laatst gewijzigd: 28/05/2017