Bendien, Eva (1921-2000)

 
English | Nederlands

BENDIEN, Eva (geb. Arnhem 8-1-1921 – gest. Amsterdam 8-3-2000), oprichtster van de eerste galerie voor hedendaagse kunst in Nederland. Dochter van Carel Herman Bendien (ca. 1878-1971), leraar Engels, en Johanna Maria Bendien (1887-1972). Eva Bendien trouwde ca. 1946/47 met Jan Peeters (1912-1992), kunstschilder; (2) met Rutger Noordhoek Regt (1933?-2007), galerist. Uit huwelijk (1), dat in 1951/52 werd ontbonden, werd 1 zoon geboren; (2) bleef kinderloos.

Eva Bendien werd geboren in een joods gezin. Het joodse geloof praktizeerden de Bendiens niet, zodat Eva opgroeide zonder zich speciaal joods te voelen. Wel was haar vader, leraar Engels, anders dan haar moeder een diep-gelovig christen. Beide ouders waren socialistische idealisten. Eva had twee jongere broers: Jacob (Jaap) (1922-1944) en Hans. Vader Bendien was een liefhebber van literatuur en las veel met zijn kinderen. Hij was ook nogal vrijgevig jegens anderen, wat soms ten koste ging van zijn eigen gezin en vooral van de moeder, die het gezin draaiende moest houden. Later omschreef Eva Bendien hem als ‘een leuke, originele, maar naieve man’ (Heyting). Naar eigen zeggen vond men haar in haar jeugd ‘een dromerig, verlegen typetje’ (idem). In haar jonge jaren bezocht ze soms haar oom Jacob Bendien (1899-1933), tekenaar en schilder, die inwoonde bij het echtpaar Harrenstein-Schräder aan de Weteringschans in Amsterdam. Het echtpaar had vele connecties in de moderne-kunstwereld en hun door Gerrit Rietveld ingerichte huis fascineerde Eva Bendien. Ook bij haar aangetrouwde oom, de tekenaar Paul Citroen, kwam ze veel over de vloer. Deze ad hoc ‘opleiding’ in de kunst vulde ze aan met bezoeken aan exposities en musea.

Autodidacte

Omdat ze zich niet thuis voelde op het Christelijk Lyceum in Arnhem, stuurden haar ouders Eva naar de Werkplaats van onderwijshervormer Kees Boeke in Bilthoven. Daar bracht ze twee ‘spannende en avontuurlijke’ jaren door, waarna ze op het Amsterdamse Montessori Lyceum haar MMS-diploma behaalde (1939). Vervolgens werkte ze een jaar als assistent van de directeur van de Haagse kunstakademie. In die tijd maakte ze kennis met de kunstcriticus Kaspar Niehaus, van wie ze ‘een soort privé-lessen’ kreeg. Een formele opleiding in de kunst of kunstgeschiedenis heeft Eva Bendien nooit gehad, ze ‘leerde al doende’ (Roos). Zo kocht ze wel eens, op instigatie van haar oom Citroen, een kunstwerk op een veiling en verkocht het dan door.

Tijdens de oorlog droeg Eva Bendien geen jodenster en ze liet geen J in haar paspoort stempelen. Ze was, zoals ze zelf zei, steeds ‘een beetje ondergedoken’ en woonde op verschillende adressen door het hele land. In Amsterdam werkte ze enkele maanden bij kunsthandel Van Pampus, in Haarlem bij J.H. de Bois. Pas tegen het eind van de oorlog is ze echt ondergedoken, in de bossen bij Nunspeet, waar voorzieningen gemaakt waren voor onderduikers. Ook haar ouders zaten daar. Van Eva’s directe familie is alleen haar broer Jacob in de oorlog omgekomen: hij stierf eind juni 1944 ergens in Midden-Europa.

Na de Bevrijding werkte Eva Bendien korte tijd aan de balie van het Rijksmuseum in Amsterdam. In 1946 verbleef ze een half jaar in Parijs, waar ze de kunstwereld verkende. Kort na terugkeer in Nederland trouwde ze met Jan Peeters, een kunstschilder uit de groep die zich ‘De Realisten’ noemde. Het echtpaar kreeg een zoon, Marcus, maar het huwelijk hield geen stand. Na de echtscheiding verhuisde Bendien met haar zoontje naar Heemstede en ging werken bij kunsthandel M.L. de Boer in Amsterdam. Ze werd echter ontslagen omdat ze te vaak afwezig was vanwege de zorg voor haar kind. Met tegenzin trok ze enige tijd een werkloosheidsuitkering. De bijbehorende sollicitatieplicht saboteerde ze: in die tijd had ze Polly Chapon-Meure leren kennen en samen waren ze voorbereidingen aan het treffen voor een op te richten galerie voor eigentijdse kunst. Bendien had geen tijd voor een baan.

Galeriehoudster

In november 1956 openden Eva Bendien en Polly Chapon aan het Klein Heiligland 36 in Haarlem hun Galerie Espace. De galerie was gevestigd in het atelier van Polly’s echtgenoot, de schilder Jules Chapon. Op de openingstentoonstelling was werk te zien van onder anderen Karel Appel en Corneille en nog jarenlang zouden zij en andere Cobra-kunstenaars tot de kern van de Espace-exposanten horen. Ook exposeerden er beeldhouwers met vooral kleine sculpturen, bijvoorbeeld Wessel Couzijn. Dubbeltalenten werden een opvallende categorie in de ‘stal’ van Galerie Espace, zoals Anton Heyboer, die in zijn werk woord en beeld combineerde, de dichter-schilder Lucebert en de schrijver-schilder Hugo Claus. Bendien en Chapon zelf hadden talent voor publiciteit. Dat bezorgde hun niet meteen goede verkoopcijfers, maar wel landelijke en al spoedig internationale bekendheid. In 1963 namen ze, op uitnodiging, deel aan de ‘Salon international de galéries pilotes’ in Lausanne, waar ze samen met galerie d’Eendt Nederland vertegenwoordigden. De expositie was ingericht door binnenhuisarchitect en vormgever Benno Premsela, die ook andere Espace-exposities inrichtte.

Ondertussen waren Eva Bendien en de galerie in 1960 naar Amsterdam verhuisd: daar zou de galerie makkelijker bereikbaar zijn voor de (internationale) kunstwereld – museumdirecteuren, handelaren en verzamelaars. Op de eerste verdieping van Keizersgracht 548 openden Eva Bendien en Polly Chapon hun eerste Amsterdamse expositie, die tevens het Nederlandse debuut was van de Chinese kunstenaar Walasse Ting. Drie jaar later vertrok Chapon om een eigen galerie in Brussel te beginnen. Aanvankelijk dreef Bendien de galerie nu in haar eentje. In 1965 kwam er een nieuwe compagnon, Rutger Noordhoek Regt, een voormalig medicijnenstudent die de administratie op zich nam. Kunst was niet zijn terrein, maar al gauw vergezelde hij Bendien op haar atelierbezoeken en haar reizen naar internationale kunstevenementen als de Biënnale in Venetië of de Documenta in Kassel. Wanneer hun zakelijk partnerschap ook een levenspartnerschap werd, laat zich niet achterhalen en wanneer ze getrouwd zijn is niet bekend. Hun vrije tijd brachten ze in ieder geval vaak door in hun buitenhuisje in het Land van Maas en Waal.

In 1997 werd het veertigjarig bestaan van Galerie Espace gevierd met een expositie van ‘eigen’ kunstenaars in de galerie en een tentoonstelling ’40 jaar Espace’ in de Vleeshal in Haarlem. Nieuwe kunstenaars nam Bendien toen al niet meer op in het bestand van haar galerie, die inmiddels gerenommeerd en ‘gevestigd’ was. Eva Bendien overleed in maart 2000, op 79-jarige leeftijd. Ze werd begraven op de Nieuwe Oosterbegraafplaats in Amsterdam.

Waardering

Eva Bendien vertegenwoordigde met haar galerie uiteenlopende kunstenaars: behalve de bovengenoemde ook Breyten Breytenbach, Klaas Gubbels, Reinier Lucassen, Shinkichi Tajiri (beeldhouwer) en vele anderen. Sommige van hen zijn haar en Espace altijd trouw gebleven, onder wie Pierre Alechinsky en Roger Raveel. Bepaalde soorten kunst vertegenwoordigde Bendien niet, omdat ze haar niets zeiden: geometrisch-abstracte en surrealistische kunst en videokunst (Heyting). Dergelijke kunst vond ze te cerebraal of gewoon vervelend (videokunst). Ze ging op een gegeven moment dan ook niet meer naar de Documenta: ‘Veel te intellectueel. Voor mij is beeld heel belangrijk. Anders kun je thuis ook een boek gaan lezen. [...] Ik hou meer van kijken’ (Roos). Na Bendiens overlijden werd de galerie voortgezet door Rutger Noordhoek Regt. Zijn dood in 2007 betekende het definitieve einde van een halve eeuw Galerie Espace.

Galerie Espace was in haar beginjaren een ‘baanbrekende galerie voor moderne kunst’ (De Wagt) en Eva Bendien ‘wordt beschouwd als een pionier in het galeriewezen’ (Algemeen Dagblad, 11-3-2000). Legendarisch waren de ‘honderdgulden’ tentoonstellingen, die Galerie Espace vanaf 1962 in de Sinterklaasweken organiseerde en waarvoor het publiek in de rij stond (vanaf 1980 ‘duizendgulden’). Nu hebben de meeste belangrijke Nederlandse musea bij Espace aangeschafte kunstwerken in hun collectie.

Naslagwerken

Joden in Nederland.

Archivalia

  • Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, Den Haag: archief Galerie Espace.
  • Centraal Bureau voor Genealogie, Den Haag: familieadvertenties Bendien.

Literatuur

  • Elina Taselaar en Thom Mercuur, Jacob Bendien, 1890-1933 (Leeuwarden/Utrecht z.j. [1985]) 9 [foto van Harresteins Rietveld-interieur].
  • In memoriam (Den Haag 1995).
  • Lien Heyting, ‘Het dromerige is er wel een beetje af. Eva Bendien over haar jeugd en haar passie voor beeldende kunst’, NRC Handelsblad, 15-8-1997 (Supplement) [ook in: Hoogendonk red., Galerie Espace 40 jaar, 131-138].
  • Mabel Hoogendonk red., Galerie Espace 40 jaar: ruimte voor eigentijdse kunst (Abcoude/Haarlem 1997).
  • Hannie Koomen-de Langen en Jan Torringa, ‘Galerie Espace veertig jaar’, in: Hoogendonk red., Galerie Espace 40 jaar, 12-72 (Abcoude/Haarlem 1997).
  • Robbert Roos, ‘Espace bracht veel dubbeltalenten’, Trouw, 30-9-1997.
  • Aat van Yperen, Frank Eerhart en Truus Gubbels red., Onmetelijk optimisme. Kunstenaars en hun bemiddelaars in de jaren 1945-1970 (Amsterdam/Zwolle 2006).
  • Wim de Wagt, ‘Polly Meure / Chapon (1912-2007)’, Haarlems Dagblad, 24-8-2007 [necrologie].
  • Lidy Visser, ‘Galerie Espace (1956-2007)’, RKD Bulletin (2011) nr. 1, 41-46.

Illustratie

Portretfoto, 1986. Collectie IAV (Aletta, instituut voor vrouwengeschiedenis).

Auteur: Anna de Haas

laatst gewijzigd: 13/01/2014