Berlekom, Mathilde Berdenis van (1862-1952)

 
English | Nederlands

BERLEKOM, Mathilde BERDENIS van, vooral bekend als Mathilde Wibaut-Berdenis van Berlekom (geb. Middelburg 14-3-1862 – gest. Amsterdam 22-4-1952), politica en feministe. Dochter van Johan Pieter Berdenis van Berlekom (ca. 1833-1903), arts, en Josina van den Broecke (ca. 1836-1878). Mathilde Berdenis van Berlekom trouwde op 6-5-1885 in Middelburg met Florentinus Marinus Wibaut (1859-1936), houthandelaar en politicus. Uit dit huwelijk werden 2 dochters en 2 zoons geboren.

Mathilde (Thiele) Berdenis van Berlekom groeide op in Middelburg als derde van acht kinderen in een vooruitstrevend doktersgezin. Ze voltooide de kweekschool, was korte tijd hulponderwijzeres in Middelburg en begon toen aan een studie MO Nederlands. Op haar zestiende ging ze een ‘proefverloving’ aan met de Middelburgse houthandelaar Floor Wibaut (Levensbouw, 78). Na hun huwelijk, zeven jaar later, bleven ze in Middelburg wonen en kregen in tien jaar vier kinderen. Daarna pasten ze anticonceptie toe, zodat Mathilde Wibaut zich kon wijden aan haar zelfgekozen levensopdracht: de politieke bewustmaking (in socialistische zin) en persoonlijke ontwikkeling van vrouwen, vooral arbeidersvrouwen. In 1895 werd ze afdelingsvoorzitter van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht. Twee jaar later traden zij en haar man toe tot de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP), die onder meer voor algemeen kiesrecht ijverde. In 1899 besloot Mathilde Wibaut zich uitsluitend hierop en niet op ‘dameskiesrecht’ te richten. Aan de scholing van arbeidersvrouwen gaf ze in 1902 vorm met de oprichting van de vrouwenvereniging Samen Sterk. Ze schreef veel, gaf lezingen en was betrokken bij de oprichting van een huishoudschool en een jeugdbibliotheek in Middelburg.

In 1904 zette Mathilde Wibaut haar werk voor de SDAP voort in Amsterdam, waar haar – vermogende – man een politieke loopbaan nastreefde. Ze richtte er met gelijkgestemde standgenotes in 1905 de Sociaal-Democratische Vrouwenpropagandaclub (SDVC) op, een club waarin ze jarenlang een prominente rol speelde – tot 1931 was ze voorzitster. In 1907-1908 bouwde ze een landelijk netwerk van zusterverenigingen op: de Bond van Sociaal-Democratische Vrouwenclubs (BSDVC). Ook hiervan was ze jarenlang voorzitster: van 1908 tot 1935. Het aandeel vrouwelijke SDAP-leden steeg in die jaren van 10 naar 32,5 procent. Vanaf 1935 konden armlastige bezoeksters van BSDVC-bijeenkomsten een reiskostenvergoeding krijgen uit het naar haar genoemde Thiele Wibautfonds. De SDAP zag aanvankelijk weinig in het algemeen vrouwenkiesrecht dat de Bond voorstond. Pas toen de kiesrechtpetitie van 1910-1911 door meer dan honderdduizend vrouwen was ondertekend, nam de partij het standpunt van de Bond over. Het duurde nog tot in 1914 voor de BSDVC als zelfstandige partijorganisatie werd erkend.

In de jaren 1920 en 1930 voerde Mathilde Wibaut actie tegen regeringsmaatregelen die vrouwelijke arbeid buitenshuis beperkten en het ontslag voor gehuwde vrouwelijke ambtenaren beoogden. Ze pleitte juist voor arbeidstijdverkorting, zodat mannen tijd voor zorgtaken thuis overhielden. Het pacifisme van haar Bond ging in tegen de partijlijn van de SDAP. In 1937 betoogde ze op de jaarlijkse ‘Vrouwen Vredesgang’ voor ontwapening. De BSDVC was ook lid van de Internationale Vrouwenbond voor Vrede en Vrijheid. Zij en haar man schreven samen het boek Wordend huwelijk (1932), een pleidooi voor het recht van vrouwen op zelfbeschikking, ook in seksuele verhoudingen. Zij bepleitten vrije of proefverlovingen: die zouden leiden tot ‘bezonnen huwelijken’ zonder ‘meesterschap of onderdrukking’, waarin alle kinderen als gewenste kinderen zouden worden geboren. Ondanks de  rationele en optimistische toon riep Wordend huwelijk tegenstand op, niet alleen in confessionele kring maar ook bij veel sociaal-democraten. De Arbeiders Jeugdcentrale (AJC) omhelsde deze nieuwe ideeën echter en nodigde de Wibauts regelmatig uit als gastsprekers.

Na de dood van haar man in 1936 werd Mathilde Wibaut landelijk bestuurslid van de  Wereldliga voor Sexueele Hervorming, waarbij ze zich samen hadden aangesloten. Bij het begin van de Duitse bezetting hief de BSDVC zichzelf op en trok ze zich terug uit de politiek. In sommige standpunten van de na de bevrijding opgerichte Partij van de Arbeid, met name de anticommunistische trekken, kon ze zich slecht vinden. In 1950 schreef ze een commentaar bij een echtscheidingsrapport van het Humanistisch Verbond. Tot haar dood in 1952 werkte Mathilde Wibaut aan haar Herinneringen, die pas in 1976 in druk verschenen.

Reputatie

Mathilde Wibaut was bij haar leven een icoon van de vrouwenbeweging, maar zeker ook van de sociaal-democratie. Voor veel vrouwen uit de arbeidersklasse was ze vóór de oorlog een warme en wijze moederfiguur die hen begeleidde naar een waardiger leven. De vrouwenpropagandaclubs, door haar bedacht en ontwikkeld, bleken daarbij een doeltreffend instrument. Nog in 1984 diende haar opstel ‘De vrouw en het gezin’ (1918) als discussiestuk op een congres over vrouwen en geld van wat inmiddels de Rooie Vrouwen in de Partij van de Arbeid heette.

Naslagwerken

Atria; BWSA; BWN.

Archivalia

  • Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, Amsterdam: Archief Mathilde Wibaut-Berdenis van Berlekom.
  • Centraal Bureau voor Genealogie, Den Haag: familieadvertenties Berdenis van Berlekom.

Publicaties

  • ‘De vrouw en het gezin’, De Socialistische Gids 3 (1918) nr. 11, 807-830.
  • Onze kinderen (Amsterdam 1923).
  • Naar het land der vrijheid (Amsterdam 1928).
  • De beroepsarbeid der vrouw en het socialisme (Amsterdam 1932).
  • [met F.M. Wibaut], Wordend huwelijk (Haarlem 1932).
  • Een herinnering aan der vrouwen strijd (Amsterdam 1933).
  • Economische gelijkgerechtigheid van man en vrouw (Amsterdam 1934).
  • Herinneringen van Mathilde Wibaut-Berdenis-van Berlekom. Iets over ontstaan en ontwikkeling van de Bond van Sociaal-Democratische Vrouwenclubs (Amsterdam 1976).
  • Voor een meer volledige lijst zie www.aletta.nu.

Literatuur

  • F.M. Wibaut, Levensbouw (Amsterdam 1936).
  • I. Jungschleger, ‘Mathilde Wibaut’, in: A. Holtrop red., Vrouwen rond de eeuwwisseling (Amsterdam 1979) 127-139.
  • U. Jansz, Vrouwen ontwaakt. Driekwart eeuw sociaal-democratische vrouwenorganisatie tussen solidariteit en verzet (Amsterdam 1983).
  • P. Rol, ‘Op zoek naar meer ruimte voor vrouwen in het huwelijk. Mathilde en Floor Wibaut over het huwelijk in de jaren dertig’, in: Een tipje van de sluier. Vrouwengeschiedenis in Nederland, deel 3 (Amsterdam 1984) 96-108.
  • T. den Hartog, ‘Mathilde Wibaut’, in: Idem, Vrouwenportretten (Den Haag 1989) 17-19.

Illustratie

Portretfoto, afkomstig uit fotoalbum behorende bij de afdeling ‘De vrouw en de vrede’ van de tentoonstelling 'De Nederlandse Vrouw 1898-1948', door Frits Lemaire, 1948 (Collectie IAV-Atria Kennisinstituut voor Emancipatie en Vrouwengeschiedenis).

Auteur: Redactie (dit lemma is o.a. gebaseerd op het BWSA-lemma van Pieternel Rol)

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 809

laatst gewijzigd: 17/08/2017