Berghout, Sophia Rosa (1909-1993)

 
English | Nederlands

BERGHOUT, Sophia Rosa, ook bekend als Phia den Hertog-Berghout (geb. Rotterdam 14-12-1909 – gest. Doorn 22-3-1993), harpiste. Dochter van Johannes Cornelis Berghout (1869-1963), violist, componist van kerkmuziek en muziekpedagoog, en Anthonia Sophia Verbiest (1873-1950). Phia Berghout trouwde op 27-12-1934 in Amsterdam met Johannes den Hertog (1904-1982), pianist, dirigent en zangdocent. Dit huwelijk, ontbonden in oktober 1946, bleef kinderloos.

Phia Berghout groeide op in een muzikaal rooms-katholiek gezin. Huize Berghout was vol muziek: Phia's vader was musicus, haar twee oudere broers speelden respectievelijk viool en cello, moeder begeleidde op de piano. Als klein meisje zag Phia in een etalage een harp en wist ze het zeker: dát zou haar instrument worden. Maar eerst kreeg ze toen ze vijf was pianoles en een jaar later ook vioolles van haar vader. Op zondagmiddag, na de hoogmis, werd er kamermuziek gemaakt. Phia ging op school bij de nonnen, was leergierig en twijfelde na haar eindexamen tussen een conservatoriumopleiding harp of een studie chemie. Ze koos uiteindelijk voor de harp-opleiding aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, waar ze in 1925, vijftien jaar oud, aan de vooropleiding begon en met twee andere vrouwelijke leerlingen les kreeg van de harpiste Rosa Spier. Met haar broers, die ook op het Haagse Conservatorium studeerden, bezocht ze meerdere avonden per week concerten in Gebouw Diligentia. Korte tijd woonde het gezin in Den Haag, maar daarna volgde een verhuizing naar Arnhem. Financieel was het niet eenvoudig en daarom werkte Phia tijdens haar studie drie jaar lang bij de Fritz Hirsch Operette in Den Haag, ‘een prachtige leerschool, een brug naar het concertpodium’ (gecit. Rijpstra-Verbeek, 1974, 31). Zes jaar bleef Phia Berghout op het Conservatorium en ze haalde er met onderscheiding eerst het orkestdiploma en later het solistendiploma.

Harpiste

Net afgestudeerd speelde Phia Berghout in 1932 vijf maanden in de Arnhemsche Orkest Vereeniging, maar per 1 februari 1933 werd ze tweede harpiste bij het Concertgebouworkest in Amsterdam – Rosa Spier was kort daarvoor tot eerste harpiste benoemd. Alle grote musici kwamen voorbij en ze leerde veel van de verschillende dirigenten onder wie ze werkte: Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bruno Walter, Pierre Monteux en talloze gastdirigenten. Anderhalf jaar na haar entree in het orkest trouwde ze met Johannes den Hertog, vaste pianist en later tweede dirigent van het Concertgebouworkest. Vanaf haar trouwen trad ze op onder de naam Phia den Hertog-Berghout.

In september 1945 werd Phia Berghout benoemd tot eerste (solo)harpiste van het Concertgebouworkest. Rosa Spier, die als Joodse orkestmusicus in 1941 door de Duitsers was ontslagen en later via Westerbork en Barneveld naar Theresienstadt was gedeporteerd, verkoos bij terugkeer in 1945 het nieuwe Radio-orkest boven het Concertgebouworkest. Berghout bleef zeer goed bevriend met Rosa Spier.

In 1946 strandde het huwelijk met Den Hertog – voortaan trad ze weer op onder de naam Phia Berghout. Achteraf was ze niet rouwig om de scheiding. Ze had een mooi vak, aangenaam werk en nu de mogelijkheid om nieuwe wegen in te slaan. Bovendien brachten in die jaren de tournees van het orkest veel afleiding: eerst binnen Europa en in 1954 ook drie maanden naar de Verenigde Staten. Zij waren ‘als een verfrissend bad, zó genoten we van de vrolijkheid en de spontaniteit die ons overal tegemoet straalde’ (gecit. Rijpstra-Verbeek, 1974, 45). Ze was bovendien lid van allerlei ensembles en gaf met de fluitist Hubert Barwahser jarenlang concerten, ook op scholen en in gevangenissen.

Queekhoven

Phia Berghout had met dirigent Eduard van Beinum een speciale band, die zich later ontwikkelde tot een liefdesrelatie. Ze spraken dikwijls over plannen om de positie van jonge musici te verbeteren en in Nederland een internationale ontmoetingsplaats voor deze musici te creëren. Op 16 november 1960, een jaar na de plotselinge dood van Van Beinum, richtte Phia Berghout de Eduard van Beinum Stichting op. Doel van de stichting was de artistieke en maatschappelijke belangen van aankomende en werkende kunstenaars te bevorderen. Ook wilde zij, daarin gesteund door Rosa Spier, met internationale ‘harpweken’ meer belangstelling voor de harp kweken. In datzelfde jaar 1960 kreeg Berghout ook een aanstelling als docente aan het Conservatorium van Maastricht, waar ze vele jaren zou werken.

Om al haar idealen te kunnen verwezenlijken verliet Phia Berghout per september 1961 het Concertgebouworkest. In 1962 kocht de Eduard van Beinum Stichting in Breukelen de buitenplaats ‘Queekhoven’, die in december 1963 als plek van ontmoeting en studie in gebruik werd genomen. Berghout zelf betrok er de tuinmanswoning, die ze 'Harpe Diem' doopte. Door haar niet aflatende inzet kreeg het centrum Queekhoven een grote internationale uitstraling. Duizenden musici, gastdocenten en cursisten uit de hele wereld vonden er in de loop der jaren tijdelijke huisvesting. Er waren cursussen, studiedagen, workshops, masterclasses en concerten. Ook was er aandacht voor de historische muziekpraktijk, voor muziek uit andere culturen en voor muziektherapie.

In de loop der jaren gaf Berkhout zelf compositie-opdrachten voor harpconcerten, harpsolowerken en kamermuziek – aan componisten als Lex van Delden, Marius Flothuis, Henk Badings en Hans Henkemans – en maakte ze plaatopnamen van alle belangrijke werken uit het harprepertoire.

In 1974, het jaar dat ze 65 werd, vond Phia Berghout de tijd gekomen dat een jongere generatie Queekhoven zou overnemen – maar de nieuwe leiding veranderde de koers en dat luidde het einde van het centrum in. Berghout verhuisde naar Maastricht en was daar nog tot 1978 docente aan het conservatorium. Ze bleef tot op hoge leeftijd actief. Zo stond ze aan de wieg van het World Harp Congress (1981), was ze jurylid bij internationale concoursen en speelde ze voor bejaarden en gevangenen. In 1986 verhuisde Berghout naar Doorn, waar ze in Park Boswijk woonde en samen met medebewoners culturele avonden organiseerde. Ook werkte ze nog met kinderen en gehandicapten.

Phia Berghout overleed op 22 maart 1993, 83 jaar oud, en werd in Bilthoven begraven. Haar Wurlitzer-harp – die ze had geërfd van Rosa Spier – legateerde ze aan de Muiderkring, waarvan ze lid was geweest. Het instrument wordt sindsdien in bruikleen afgestaan aan een harpist die lid is van het genootschap (Oog in Oog, 2013, 54).

Betekenis

Phia Berghout, wel omschreven als – internationaal – de meest invloedrijke harpist van de twintigste eeuw (The Independent, 27-3-1993), was een idealiste met een tomeloze inzet voor de musici en de muziek. Tijdens haar leven werd ze veelvuldig gelauwerd. In 1974 ontving zij zowel de Singerprijs als de prijs van de Helene de Montigny Stichting. In 1975 werd Berghout benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau, in 1980 kreeg ze de Erepenning van de provincie Limburg en in 1988 de Sphinx Cultuurprijs.

Archivalia

  • Nederlands Muziek Instituut, Den Haag: HGM 243, collectie Phia Berghout.
  • Stadsarchief Amsterdam, archief Eduard van Beinum.

Werk

Selectie van door Berghout gespeelde werken:

  • Maurice Ravel, Introduction et Allegro (1947/8?) [met Amsterdams Kamermuziek Gezelschap /Eduard van Beinum].
  • Lex van Delden, Concert voor harp en orkest (20-9-1952) [met Concertgebouworkest/Eduard van Beinum].
  • Gabriël Pierné, Impromptu-Caprice, Op. 9 (14-1-1953).
  • Mozart, Concert voor harp, fluit en orkest (6-6-1957) [met Concertgebouworkest/ Eduard van Beinum en Hubert Barwahser].
  • Hans Henkemans, Concert voor harp en orkest (13-5-1961) [met Nederlands Radio Symfonie Orkest/Hugo Rignold].
  • Lex van Delden, Notturno (27-8-1962).
  • Marius Flothuis, Sonata da Camera (7-12-1966) [met Hubert Barwahser].
  • Henk Badings, Ballade (3-2-1972).
  • Hendrik Andriessen, Intermezzo (3-2-1972).

Literatuur

  • Mimi Rijpstra-Verbeek, Harpe diem. Phia Berghout’s arpeggio (Den Haag 1974).
  • [Radio-interview], Een leven lang, 25-3-1983.
  • Hein J. van Royen e.a. red., Historie en kroniek van het Concertgebouw en het Concertgebouworkest 1888-1988, deel 2 (Zutphen 1988).
  • Gerda Telgenhof, ‘Achter de harp van Rosa Spier. Gesprek met Phia Berghout over haar leermeesteres’, NRC, 25-10-1991.
  • Gerda Telgenhof, ‘Phia Berghout 1909-1993. Geboren voor de harp’, NRC, 24-3-1993.
  • Satu Salo, ‘Obituary: Phia Berghout’, The Independent, 27-3-1993.
  • Wenoah Milton Govea, ‘Sophia Rosa Berghout’, in: Idem, Nineteenth- and twentieth-century harpists. A bio-critical sourcebook (Westport 1995) 23-29.
  • OOG in OOG. De Muiderkring, spiegelbeeld van een Hoof(t)s gezelschap (Muiderslot 2013) 54.
  • Truus de Leur, Eduard van Beinum 1900-1959. Musicus tussen musici, (Bussum 2004).
  • Jet den Hertog en Renée Wilna Span, A Portrait of Phia Berghout. Founder of the World Harp Congress (Amsterdam 2008) [tekstboek van Den Hertog en DVD met film van Renée Wilna Span].

Illustratie

Phia Berghout, door Harry Pot, 1964 (Anefo. Nationaal Archief, Den Haag).

Auteur: Pauline Micheels

laatst gewijzigd: 27/03/2017