Berkhout, Susanna Catharina (1922-1997)

 
English | Nederlands

BERKHOUT, Susanna Catharina, vooral bekend als Suze Boschma-Berkhout (geb. Indramayu, Ned.-Indië, 31-5-1922 – gest. Alphen a/d Rijn 2-7-1997), beeldhouwster. Dochter van Frans Marie Christoffel Berkhout (1896-1985), waterbouwkundig ingenieur, en Clara Maria Francisca van Loon (1897-1980). Suze Berkhout trouwde op 7-10-1954 in Amsterdam met Cornelis Boschma (geb. 1927), kantoorbediende en werkstudent, later museumdirecteur. Uit dit huwelijk, dat op 22-6-1977 in Amsterdam werd ontbonden, werden 5 dochters geboren.

Suze Berkhout, vernoemd naar haar grootmoeder van moederszijde, was de oudste van twee kinderen in een Nederlands-Indisch ambtenarengezin. Haar vader, waterbouwkundig ingenieur en later hoofdingenieur, was in 1921 in Den Haag met haar moeder getrouwd. Suze groeide op in de regentschappen Indramayu en Cirebon op West-Java. Toen ze elf was, scheidden haar ouders. Suze vertrok met haar moeder en broertje Henk naar Alphen aan den Rijn. Haar moeder hertrouwde in 1934 in Den Haag met de Indische assistent-resident Anton Gerhard Deelman (1895-1975), met wie ze in Bandung ging wonen. Beide ouders overleefden de Japanse bezetting en keerden in 1946 terug in Nederland. Haar vader werd in 1954 hoogleraar in Delft.

‘Moeder’ van Bartje

Suze Berkhout werd na haar Alphense lagereschooltijd opgeleid tot kraamverzorgster, maar ze wilde eigenlijk tekenares worden. Op het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs (de latere Gerrit Rietveld Academie) in Amsterdam stapte ze van tekenen over op beeldhouwen. Haar docenten waren Barend Jordens en Ben Guntenaar. Op de eindexamententoonstelling trok haar werk de aandacht van Gerlof Bontekoe, burgemeester van het Friese Ooststellingwerf, die zeer actief was in het Drentse verenigingsleven. Door zijn toedoen kreeg ze in 1954 van het Drents Genootschap in Assen de opdracht voor wat haar bekendste beeld zou worden: ‘Bartje’, de jeugdige Drentse hoofdpersoon uit de gelijknamige boeken van Anne de Vries.

In het jaar van haar eerste Drentse opdracht trouwde de inmiddels 32-jarige Suze Berkhout in Amsterdam met de vijf jaar jongere Kees Boschma uit Leiden, die met een kantoorbaan bij de Bond Heemschut zijn studie kunstgeschiedenis bekostigde. In het tuintje achter hun huis in de Jordaan werkte ze aan Bartje. ‘Kan uw man dat niet voor u doen?’ kreeg ze van meelevende buurvrouwen te horen. Toen Boschma in 1960 afstudeerde, telde het gezin al drie dochters – Francisca (1955), Maaike (1956) en Barbara (1958) – en was Suze Boschma-Berkhout in verwachting van de vierde. Kort na de geboorte van Klaartje (1960) verhuisde het gezin naar Den Haag, waar haar man werk kreeg bij de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. In Den Haag werd hun vijfde dochter, Dieuwke (1962), geboren. Een jaar later werd Boschma benoemd als directeur van het Fries Museum.

Toen Boschma-Berkhout hoorde dat het Fries Museum deelnam aan de grote tentoonstelling van Friese bedrijvigheid en cultuur die in november 1963 in Leeuwarden werd gehouden, huurde ze zelf eveneens een stand. De burgemeester van Dokkum zag haar aan het werk en kocht een bronzen beeldje voor zijn stad. Daarmee was haar naam als figuratief beeldhouwster ook in Friesland gevestigd. In het volgende jaar verhuisde het gezin naar de Spanjaardslaan in Leeuwarden. Achter het huis richtte Boschma-Berkhout een bescheiden atelier in. Voor grotere monumentale opdrachten week ze uit naar de nabije Oude Begraafplaats, waar ze net als in Amsterdam in de open lucht kon werken. Als ‘moeder van Bartje’ werd ze in 1964 uitgenodigd om samen met de Asser schooljeugd zijn tiende verjaardag te vieren. Het jaar daarop maakte ze voor de huishoudschool in het Drentse Ruinen een beeld van een bordurend meisje. Al snel heette dit beeld in de volksmond ‘Lammechien’, naar het zusje van Bartje uit de boeken.

Bekende Friezin

Voor Suze Boschma-Berkhout en haar man betekende de overgang van Amsterdam naar Friesland geen grote cultuurschok, want beiden hadden Friese wortels. Suzes moeder stamde uit een familie van Friese notarissen en haar overgrootvader (een fabrikant) was actief in de Friese taalbeweging. De Boschma’s waren generaties lang boer in de buurt van Sneek. Het meest herkenbaar Friese beeld van Boschma-Berkhout is ‘Afkes Tiental’ in Warga (1970), dat het arbeidersgezin uit het gelijknamige boek van Sjoukje Bokma de Boer uitbeeldt. Met zulke aansprekende beelden in de openbare ruimte werd Boschma-Berkhout zelf een bekende Friezin. Haar lezingen voor vrouwenverenigingen op het platteland begon ze altijd met een kort relaas over haar ontwikkeling tot beeldhouwster. Na de pauze zette ze haar gehoor aan het boetseren.

In 1968 verzocht Boschma-Berkhout, mede namens enkele collega-beeldhouwers, minister Marga Klompé om de Nederlandse Auteurswet te wijzigen. Volgens haar was het auteursrecht van beeldhouwers in Nederland niet goed geregeld. Beelden zoals ‘Bartje’ werden schaamteloos en straffeloos gekopieerd en afgebeeld op souvenirs en andere industriële producten. Het verzoek leidde niet tot een wetswijziging, maar in 1977 wel tot de oprichting van de Stichting Beeldrecht, die namens kunstenaars optrad tegen commercieel ‘misbruik’ van hun werk. Boschma-Berkhout verkocht omstreeks die tijd haar exclusieve rechten op ‘Bartje’ aan een Asser sigarenwinkelier.

In juni 1977 werd het huwelijk van Suze Berkhout en Kees Boschma door de Amsterdamse rechtbank ontbonden. Berkhout bleef nog tot 1989 in Leeuwarden wonen en werken. In dat laatste jaar voltooide ze een beeld van Rembrandt en Saskia – het staat in Sint Annaparochie. Berkhout was tot 1994 bestuurslid van de Maatschappij ter Bevordering der Schilder- en Tekenkunst in Friesland, die toen al een slapend bestaan leidde en in 1994 is ontbonden. Na enkele jaren in het forensendorp Goutum bij Leeuwarden gewoond te hebben trok ze zich terug in Alphen aan den Rijn, waar ze in 1997 op 75-jarige leeftijd overleed. Suze Berkhout is gecremeerd in Leiden.

Betekenis

In de Leeuwarder jaren van Suze Boschma-Berkhout voltrok zich in Friesland een ‘vertraagde doorbraak van de moderne kunst’ (Mous, 11). Zelf werkte ze in een betrekkelijk traditionele figuratieve stijl die zich niet liet indelen bij de toen gangbare ‘Friese’ stromingen (Mous, 132). Ze exposeerde bijna niet. Van het werk dat ze voor particulieren maakte, is niets gedocumenteerd. Suze Boschma-Berkhout leeft vooral voort in de charmante beelden die ze voor de openbare ruimte vervaardigde, van literaire figuren als Bartje tot historische zoals bijvoorbeeld Mata Hari.

Naslagwerken

Scheen; Jacobs.

Archivalia

  • Centraal Bureau voor Genealogie, Den Haag: persoonskaarten en persoonslijsten.
  • Tresoar, Leeuwarden: archief Leeuwarder Courant [URL www.dekrantvantoen.nl, geraadpleegd 23/98/2015];  knipselmap over Suze Boschma-Berkhout; Archief Maatschappij ter Bevordering der Schilder- en Tekenkunst in Friesland.

Werken (selectie)

  • Bartje [kalkstenen beeld, Assen 1954, in 1982 vervangen door bronzen kopie].
  • Bordurend meisje [kalkstenen beeld, Ruinen 1965].
  • Ot en Sien [kalkstenen beeld, Roden 1968].
  • Werken in de openbare ruimte in Friesland op [URL: http://publieke-kunst.keunstwurk.nl, geraadpleegd 23/8/2015].

Literatuur

  • Ad de Jong en René Kunst, ‘Interview met Kees Boschma’, De vrije Fries 84 (2004) 215-249.
  • Kees Boschma, Klein Boschma kroniekje (Leiden 2007).
  • Huub Mous, De kleur van Friesland. Beeldende kunst na 1945 (Leeuwarden 2008).
  • Henk van de Vorst, ‘Een penning door Suze Boschma-Berkhout’, De beeldenaar 32 (2008) 122.

Illustratie

Auteur: Kees Kuiken

laatst gewijzigd: 06/10/2015